Operating Instructions

11. Gebruik van de Wi-Fi/Bluetooth-functie
228
Wi-Fi-functie/Bluetooth-functie
Voor Gebruik
De klok instellen. (P32)
Om de Wi-Fi-functie op dit toestel te gebruiken, wordt een draadloos toegangspunt vereist, dan
wel een bestemmingstoestel dat uitgerust is met de draadloze LAN-functie.
Over het WIRELESS-verbindingslampje
In [Draadloze lamp verbinding] in het [Set-up] menu kunt u de lamp
instellen zodat die niet zal gaan branden/knipperen. (P202)
De [Wi-Fi]-knop
In deze gebruiksaanwijzing zal een functieknop waaraan [Wi-Fi] toegekend is [Wi-Fi]-knop
genoemd worden.
(Als standaard instelling is [Wi-Fi] aan [Fn6] toegekend als de camera in de
opnamemodus staat, terwijl het aan [Fn1] toegekend wordt als de camera in de
afspeelmodus staat.)
Raadpleeg voor informatie over de functieknop P50.
Stappen voor indrukken van [Wi-Fi] (in opnamemodus)
1 Raak [ ] aan.
2 Raak [ ] aan.
Brandt blauw
Als de Wi-Fi/Bluetooth functie ingeschakeld of
verbonden is
Knippert blauw
Als beeldgegevens verzonden worden door de
camera te bedienen
Fn10
Fn10
Fn10
Fn6
Fn6
Fn6
OFF
OFF
OFF
Fn8
Fn8
Fn8
Fn7
Fn7
Fn7
Fn9
Fn9
Fn9
OFF
OFF
OFF
Fn6