Operating Instructions
10. De menufuncties gebruiken
190
Als u [CUSTOM] selecteert, kunt u de instellingen van het Snelmenu zelf aanpassen.
(P49)
Dit verandert de bedieningsmethode van de [iA]-knop.
Dit stelt in welke bedieningsfuncties uitgeschakeld zullen worden als [Vergrend.
Bediening] ingesteld is in [Fn knopinstelling] (P50) van het [Voorkeuze]
([Bediening])-menu.
Stelt de bewegende beeldknop in/buiten werking.
Schakelt de bediening door aanraking in/uit.
> [Voorkeuze] > [Bediening]
[Q.MENU]
[iA schakelaar]
[1x drukken]
Schakelt de camera tussen Intelligent Auto modus en opnamemodus (P/
A/S/M) als u op [iA] drukt.
[Houdt ingedrukt]
Schakelt de camera tussen Intelligent Auto modus en opnamemodus (P/
A/S/M) als u op [iA] drukt en die korte tijd ingedrukt houdt.
[Instelling Vergrendeling]
[Cursor] Schakelt de functies van de cursorknop en de [MENU/SET]-knop uit.
[Touch scherm] Schakelt de aanraakfuncties van het aanraakpaneel uit.
[Draaiknop] Schakelt de functies van de bedieningsknop en de bedieningsring uit.
[Videotoets]
[Touch inst.]
[Touch scherm] Alle aanraakhandelingen.
[Touch tab]
De bediening van de tabs, zoals [ ] op de rechterkant van het scherm.
[Touch AF]
De bediening om het onderwerp dat u aanraakt scherp te stellen ([AF]) of
de focus en de helderheid ([AF+AE]) an te passen. (P86)
[Touchpad AF]
Bediening om de AF-zone te verplaatsen door de monitor aan te raken, als
de zoeker in gebruik is. (P85)
MENU










