Operating Instructions
10. De menufuncties gebruiken
188
Stel in om de prioriteit tijdens Auto Focus aan de scherpstelling of aan de sluiterknop te geven.
• Er kunnen verschillende instellingen op verschillende instellingen van de Focusmodus ([AFS/
AFF], [AFC]) toegepast worden.
De brandpuntposities worden voor de horizontale en verticale standen van de camera
apart opgeslagen.
Als de positie van de AF-zone, of de positie van de weergave van MF Assist, ingesteld wordt,
kunt u de positie als een lus van de ene rand naar de andere rand van het scherm laten lopen.
Dit verandert de instelling van de weergave van de AF-zone, die toegepast wordt als de
Auto Focusmodus op [ ] (
[49-zone]) of [ ], enz., gezet is ([Voorkeur multi]).
[Prio. focus/ontspan]
[FOCUS] Schakelt de opname uit als geen scherpstelling verkregen wordt.
[BALANCE]
Voert de opname uit terwijl het evenwicht tussen de scherpstelling en de
timing voor het loslaten van de sluiterknop geregeld wordt.
[RELEASE] Schakelt de opname zelfs in als geen scherpstelling verkregen wordt.
[Focusoversch. vr Ver./ Hor.]
[ON]
Slaat afzonderlijke posities voor horizontale en
verticale richtingen op (er zijn twee verticale
richtingen beschikbaar, links en rechts).
• De volgende laatst gespecificeerde posities
zullen opgeslagen worden.
– De laatste positie van de AF-zone (als [ ], [Ø] of [ ] gebruikt wordt)
– De laatste weergavepositie van MF Assist
[OFF] Stelt dezelfde instelling in voor zowel de horizontale als de verticale oriëntatie.
[Loop verpl. focus kader]
[Weergave AF-gebied]
[ON]
Geeft AF-zones weer op het opnamescherm.
• AF-zones worden niet weergegeven als de standaardinstelling van de
AF-zone toegepast wordt op [ ] ([49-zone]) of [ ], [ ] of [ ] in
[Voorkeur multi].
[OFF]
Geeft AF-zones al enkele seconden nadat u begint ze te gebruiken op het
opnamescherm weer.
• Zelfs als [ON] ingesteld is, wordt in de volgende gevallen dezelfde handeling als [OFF]
uitgevoerd:
– Wanneer u bewegende beelden opneemt
– Bij 4K-foto-opnames
ヤヒ ヤビ ヤピ










