Operating Instructions

110
Scherpstelling, helderheid (belichting) en kleurtintinstellingen
Beelden opnemen met handmatige scherpstelling
5
Druk de ontspanknop half in
• Het opnamescherm wordt weergegeven.
• Dezelfde bewerking kan worden uitgevoerd door op [MENU/SET] te drukken.
• Als u het beeld hebt vergroot door de scherpstelring te draaien of de
scherpstelhendel te verplaatsen, wordt het hulpscherm ongeveer 10 seconden na
de bediening gesloten.
MF Assist en MF Guide worden mogelijk niet weergegeven, afhankelijk van de lens die wordt
gebruikt. U kunt MF Assist echter weergeven door de camera rechtstreeks te bedienen via het
aanraakscherm of een knop.
Wanneer [Focusoversch. vr Ver./ Hor.] in het menu [Voorkeuze] ([Focus / Sluiter Losl.]) is
ingesteld, kunt u een positie van het vergrote gebied van MF Assist instellen voor elke richting van
de camera.
Het referentieteken scherpstelafstand ( ) is een teken om de
scherpstelafstand te meten.
Gebruik dit teken wanneer u fotografeert met handmatige
scherpstelling of wanneer u close-ups maakt.
De scherpstelling snel aanpassen met automatisch scherpstellen
Wanneer u handmatig scherpstelt, kunt u de scherpstelling op het onderwerp instellen via de
automatische scherpstelling.
1
Raak [ ] aan
De automatische scherpstelling wordt in het midden van het
kader geactiveerd.
U kunt automatische scherpstelling ook op de volgende manieren
activeren.
Drukken op de [AF/AE LOCK]-knop waaraan [AF AAN] is
toegewezen (→111)
Drukken op de functieknop waaraan [AF AAN] is toegewezen
(→60)
Sleep uw vinger over het scherm en laat los op de positie
waarop u wilt scherpstellen
Deze functie kan niet worden gebruikt wanneer
[4K Live Bijsnijden] is ingesteld.