Operating Instructions

299
10. Gebruik van de Wi-Fi/Bluetooth-functie
Om de onjuiste bediening en gebruik van de Wi-Fi-functie door derden te voorkomen en
de opgeslagen persoonlijke informatie te beschermen, raden wij aan dat u de Wi-Fi-functie
met een wachtwoord beschermt.
Is een password eenmaal ingesteld, dan wordt u gevraagd het telkens in te voeren wanneer u
de Wi-Fi-functie gebruikt.
Als u het password vergeet, kunt u het resetten met [Netwerkinst. Resetten] in het
[Set-up]-menu.
Toont het MAC-adres en het IP-adres van dit toestel.
Een MAC-adres is een uniek adres dat gebruikt wordt om netwerkapparatuur te identificeren.
IP-adres verwijst naar een nummer waarmee een PC geïdentificeerd wordt die op een netwerk
zoals het internet aangesloten is. De adressen voor in huis worden gewoonlijk automatisch
toegekend door de DHCP-functie, zoals een draadloos toegangspunt. (voorbeeld:
192.168.0.87)
[Wi-Fi-functievergrend.]
[Instellen]
Voer een 4-cijferig nummer in als het wachtwoord.
Raadpleeg P64 voor informatie over hoe lettertekens ingevoerd moeten
worden.
[Annul] Wis het password.
[Netwerkadres]