Operating Instructions
293
10. Gebruik van de Wi-Fi/Bluetooth-functie
Selecteer de verbindingsmethode met het draadloze toegangspunt.
• Met uitzondering van de eerste keer dat verbinding gemaakt wordt, zal de camera verbinding
maken met het voorheen gebruikte draadloze toegangspunt.
Druk op [DISP.] om de bestemming van de verbinding te veranderen.
• WPS heeft betrekking op een functie die u in staat stelt de instellingen die met de verbinding en
de veiligheid van draadloze LAN-apparaten verband houden, gemakkelijk te configureren.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het draadloze toegangspunt voor details over hoe de
WPS-functie werkt en of die ondersteund wordt.
[Via netwerk]
[WPS (knop)]
Bewaar het draadloze toegangspunt van het type drukknop dat
compatibel is met Wi-Fi Protected Setup™ met een WPS-merk.
Druk op de WPS-knop van het
draadloze toegangspunt totdat deze
naar WPS-modus schakelt.
b.v.:
[WPS (PIN-code)]
Registreer een draadloos toegangspunt van het type PIN-code met
een WPS-merk dat Wi-Fi Protected Setup ondersteunt.
1 Selecteer het draadloze toegangspunt op de camera.
2 Voer de PIN-code die weergegeven wordt op het
camerascherm in het draadloze toegangspunt in.
3 Druk op [MENU/SET] van de camera.
[Uit lijst]
Selecteer deze optie als u niet zeker bent over de compatibiliteit
met WPS of als u een draadloos toegangspunt wilt opzoeken en
een verbinding daarmee tot stand wilt brengen. (P294)










