Operating Instructions

9. Menugids
216
Verplaatst de AF-zone of de MF Assist, door de cursorknop te gebruiken wanneer een
opname gemaakt wordt.
Stel in of de prioriteit naar de scherpstelling of het loslaten van de ontspanner gaat tijdens AF.
Er kunnen verschillende instellingen op verschillende instellingen van de Focusmodus ([AFS/
AFF], [AFC]) toegepast worden.
De brandpuntposities worden voor de horizontale en verticale standen van de camera
apart opgeslagen.
Als de positie van de AF-zone, of de positie van de weergave van MF Assist, ingesteld
wordt, kunt u de positie als een lus van de ene rand naar de andere rand van het scherm
laten lopen.
[Direct focuspunt]
U kunt onderstaande posities verplaatsen met de cursorknop.
–Als [š]/[ ]/[ ]/[Ø] geselecteerd is: AF-zone
Als [ ] geselecteerd is: vergrendelde positie
– Als [ ] geselecteerd is: vergrote zone
Gebruik het Quick Menu (P58) of de Fn-knoppen (P60) om de functies in te stellen die aan de
cursorknop toegekend zijn, zoals de selectie van de AF mode.
[Direct focuspunt] staat in het volgende geval vast op [OFF]:
[Glinsterend water] (Scene Guide modus)
Creative Control modus
Wanneer [4K Live Bijsnijden] ingesteld is
[Prio. focus/ontspan]
[FOCUS] Schakelt de opname uit als geen scherpstelling verkregen wordt.
[BALANCE]
Voert de opname uit terwijl het evenwicht tussen de scherpstelling en de
timing voor het loslaten van de sluiterknop geregeld wordt.
[RELEASE] Schakelt de opname zelfs in als geen scherpstelling verkregen wordt.
[Focusoversch. vr Ver./ Hor.]
[ON]
Slaat afzonderlijke posities voor horizontale en
verticale richtingen op (er zijn twee verticale
richtingen beschikbaar, links en rechts).
De volgende laatst gespecificeerde posities
zullen opgeslagen worden.
De laatste positie van de AF-zone (als [ ], [Ø] of [ ] gebruikt wordt)
De laatste weergavepositie van MF Assist
[OFF] Stelt dezelfde instelling in voor zowel de horizontale als de verticale oriëntatie.
[Loop verpl. focus kader]