Operating Instructions
Table Of Contents
- Over deze gebruiksaanwijzing
- Chapters
- Inhoudsopgave
- Inhoudsopgave van de functies
- 1. Introductie
- 2. Aan de slag
- 3. Basisbediening
- 4. Opnamemodus
- 5. Beeld opnemen
- 6. Scherpstellen/Zoom
- 7. Aandrijving/Sluiter/Beeldstabilisatie
- De aandrijfstand selecteren
- Burstfoto’s nemen
- 4K-foto-opname
- Foto’s uit een 4K-burstbestand selecteren
- Post Focus-opname
- Opnemen met gebruik van de zelfontspanner
- Opnemen met Intervalopname
- Opnemen met Stop-motionanimatie
- Video’s met Intervalopname en Stop-motionanimatie
- Bracket-opname
- [Stille modus]
- [Sluitertype]
- Beeldstabilisatie
- 8. Helderheid (belichting)/Kleur/Beeldeffect
- 9. Flitser
- 10. Video’s opnemen
- 11. Beelden afspelen en bewerken
- 12. Camera-aanpassing
- 13. Menugids
- 14. Wi-Fi/Bluetooth
- 15. Andere apparaten verbinden
- 16. Materialen
- Optionele accessoires gebruiken
- Weergave scherm/zoeker
- Displayberichten
- Problemen oplossen
- Voorzorgsmaatregelen voor het gebruik
- Aantal foto’s dat kan worden gemaakt en beschikbare opnametijd met de batterij
- Aantal stilstaande beelden dat kan worden en video-opnametijd met kaarten
- Lijst met functies die kunnen worden ingesteld in elke opnamemodus
- Specificaties
- Inhoud
- Handelsmerken en licenties
- Firmware-update
269
10. Video’s opnemen
Video-instellingen (weergave)
Dit deel beschrijft de belangrijkste Assist-functies die handig zijn bij het
opnemen.
• Het [Voorkeuze] ([Scherm / Display])-menu kent weergavehulpfuncties zoals
de centrale markering. Raadpleeg voor details pagina 342.
[Zebrapatroon]
Onderdelen die helderder zijn dan de referentiewaarde worden
weergegeven met strepen.
U kunt ook de referentiewaarde en de breedte van het bereik instellen,
zodat de strepen worden weergegeven op onderdelen die binnen het
bereik vallen van de helderheid die u opgeeft.
[ZEBRA1] [ZEBRA2]
[ ] [ ] Selecteer [Zebrapatroon]
[ZEBRA1]
Onderdelen die helderder zijn dan de referentiewaarde, worden
weergegeven met [ZEBRA1]-strepen.
[ZEBRA2]
Onderdelen die helderder zijn dan de referentiewaarde, worden
weergegeven met [ZEBRA2]-strepen.
[OFF] —
[SET]
[Zebra 1] 50% tot 105%
Stelt de
referentiehelderheid in.
[Zebra 2] [OFF]/50% tot 105%










