Operating Instructions
180
Gebruik van menufuncties
Menulijst
■
De beeldkwaliteit aanpassen
Standaard
Druk op om het type fotostijl te selecteren
Druk op om een onderdeel te selecteren en druk op
om het aan te passen
[Contrast]
[+] Verhoogt het contrast in een foto.
[–] Verlaagt het contrast in een foto.
[Scherpte]
[+] Maakt de contouren in een foto scherper.
[–] Maakt de contouren in een foto zachter.
[Ruisreductie]
[+]
Verhoogt de ruisreductie voor minder ruis. Met deze
instelling kan de resolutie iets lager worden.
[–]
Verlaagt de ruisreductie zodat de resolutie hoger wordt,
voor een betere beeldkwaliteit.
[Verzadiging]
*
1
[+] Opvallende kleuren
[–] Gedempte kleuren
[Kleurtoon]
*
1
[+] Blauwachtige kleuren
[–] Geelachtige kleuren
[Filtereffect]
*
2
[Geel]
Verhoogt het contrast in een onderwerp. (Effect: klein)
Voor een heldere opname van blauwe lucht.
[Oranje]
Verhoogt het contrast in een onderwerp. (Effect:
gemiddeld)
Voor een opname van blauwe licht met levendige
kleuren.
[Rood]
Verhoogt het contrast in een onderwerp. (Effect: groot)
Voor een opname van blauwe lucht met nog levendiger
kleuren.
[Groen]
Gebruikt gedempte kleuren voor de huid en lippen van
personen. Legt nadruk op groene bladeren en maakt ze
helderder.
[Uit] —
[Korreleffect]
*
2
[Laag]/
[Standaard]/
[Hoog]
Hiermee stelt u de korreligheid in een foto in.
[Uit] —
*
1
[Kleurtoon] wordt alleen weergegeven wanneer [Zwart-wit], [L.Zwart-wit] of [L.Zwart-wit D] is
geselecteerd. Anders wordt [Verzadiging] weergegeven.
*
2
Wordt alleen weergegeven wanneer [Zwart-wit], [L.Zwart-wit] of [L.Zwart-wit D] is geselecteerd.
• Als de beeldkwaliteit wordt aangepast, verschijnt [+] in het pictogram [Fotostijl].
Druk op [MENU/SET]










