Operating Instructions
179
Gebruik van menufuncties
Menulijst
[Fotostijl]
Opnamemodus:
U kunt de kleuren en de beeldkwaliteit aanpassen op basis van het concept van het beeld
dat u wilt maken.
→ [Opname] / [Bewegend beeld]→[Fotostijl]
[Standaard] Standaardinstelling.
[Levendig] Instelling met iets meer contrast en verzadiging.
[Natuurlijk] Instelling met iets minder contrast.
[Zwart-wit]
Instelling die een beeld maakt met alleen monochrome grijstinten,
zoals zwart en wit.
[L.Zwart-wit]
Instelling die een monochroom beeld maakt met rijke grijstinten en
diep massief zwart.
[L.Zwart-wit D]
Instelling die een dynamisch monochroom beeld maakt met
benadrukte lichte partijen en schaduwen.
[Landschap]
Instelling die een beeld maakt met levendige kleuren voor de blauwe
lucht en voor het groen.
[Portret] Instelling die het uiterlijk van een gezonde huidskleur geeft.
[Custom]
Instelling voor het gebruik van kleuren en beeldkwaliteit die van
tevoren zijn geregistreerd.
[Cinelike
dynamisch bereik]
Instelling die de voorkeur geeft aan het dynamische bereik door
gebruik te maken van een gammacurve die is ontworpen om filmische
beelden te maken. Geschikt om te bewerken.
[Cinelike video]
Instelling die de voorkeur geeft aan het contrast door gebruik te
maken van een gammacurve die is ontworpen om filmische beelden
te maken.
●
In Intelligent Auto Plus modus:
– Alleen [Standaard] of [Zwart-wit] kan worden ingesteld.
– Wanneer de camera in/uit wordt geschakeld of naar een andere opnamemodus wordt
geschakeld, wordt de instelling teruggezet op [Standaard].
– De beeldkwaliteit kan niet worden aangepast.
●
Alleen de aanpassing van de beeldkwaliteit kan worden ingesteld in de Scene Guide modus.
(→180)










