Operating Instructions
9
2-7. Controles van de koelapparatuur
•
Als elektrische onderdelen worden uitgewisseld, moeten deze
geschikt zijn voor hun doel en de juiste specifi catie hebben.
•
De onderhoudsrichtlijnen van de fabrikant moeten te allen
tijde worden opgevolgd.
•
Bij twijfel kunt u contact opnemen met de technische dienst
van de fabrikant voor hulp.
•
De volgende controles moeten worden uitgevoerd bij
installaties die brandbare koelmiddelen gebruiken.
-
De werkelijke hoeveelheid koelmiddel moet in
overeenstemming zijn met de afmetingen van de
ruimte waarin de onderdelen die koelmiddel bevatten
zijn gemonteerd.
-
De ventilatieapparatuur en uitlaten werken afdoende
en zijn niet geblokkeerd.
-
Als een indirect koelcircuit wordt toegepast, moet
het secundaire circuit worden gecontroleerd op de
aanwezigheid van koelmiddel.
-
Markeringen op de apparatuur moeten zichtbaar en
leesbaar blijven. Markeringen en aanduidingen die
onleesbaar zijn moeten worden gecorrigeerd.
-
Koelleidingen of onderdelen moeten op een plaats
worden geïnstalleerd waar het onwaarschijnlijk
is dat deze worden blootgesteld aan stoffen die
onderdelen die koelmiddel bevatten corroderen,
tenzij die onderdelen zijn gemaakt van materialen die
corrosiebestendig zijn of goed worden beschermd
tegen corrosie.
2-8. Controles van elektrische apparaten
•
Bij reparatie en onderhoud aan elektrische onderdelen
moeten veiligheidscontroles en procedures voor inspectie van
onderdelen worden uitgevoerd.
•
De eerste veiligheidscontroles houden onder andere in dat:
-
De condensatoren ontladen zijn; dit moet op een
zodanig veilige manier gebeuren dat er geen vonken
ontstaan.
-
Er geen elektrische onderdelen en bedrading onder
spanning staan tijdens het vullen, terugwinnen of
doorspoelen van het systeem.
-
Er doorlopend verbinding met de aarde is.
•
De onderhoudsrichtlijnen van de fabrikant moeten te allen
tijde worden opgevolgd.
•
Bij twijfel kunt u contact opnemen met de technische dienst
van de fabrikant voor hulp.
•
Als er een storing is die de veiligheid in gevaar brengt, mag er
geen elektrische voeding worden aangesloten op het circuit,
totdat de storing voldoende is verholpen.
•
Als de storing niet onmiddellijk kan worden verholpen maar
het nodig is dat de apparatuur blijft werken, moet er een
afdoende tijdelijke oplossing worden gebruikt.
•
De eigenaar van de apparatuur moet worden ingelicht, zodat
alle partijen hierover zijn geïnformeerd.










