Operating Instructions

8
2. Onderhoud
2-1. Onderhoudspersoneel
Het systeem wordt geïnspecteerd, periodiek bewaakt
en onderhouden door opgeleid en gecerti ceerd
onderhoudspersoneel in dienst van de gebruiker of
verantwoordelijke partij.
Zorg ervoor dat de hoeveelheid koelmiddel in
overeenstemming is met de afmetingen van de ruimte waarin
de onderdelen die koelmiddel bevatten zijn gemonteerd.
Zorg ervoor dat bij het vullen geen koelmiddel lekt.
Elke bevoegde persoon die werkt aan een koelcircuit of
het openmaakt, moet een op dat moment geldig certi caat
hebben van een door de bedrijfstak goedgekeurde
beoordelingsinstantie, die de deskundigheid erkent veilig
om te kunnen gaan met koelmiddelen conform een door de
bedrijfstak goedgekeurde beoordelingsspeci catie.
Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd zoals door de
fabrikant van de apparatuur is aanbevolen. Onderhoud en
reparatie waarbij de hulp van ander deskundig personeel
nodig is, moet worden uitgevoerd onder toezicht van iemand
die deskundig is in het werken met brandbare koelmiddelen.
Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd zoals door de
fabrikant is aanbevolen.
2-2. Werkzaamheden
Voordat er begonnen wordt met werk aan systemen met
brandbare koelmiddelen zijn er veiligheidscontroles nodig om
het risico op ontbranding te minimaliseren. Voor reparaties
aan het koelsysteem moeten de voorzorgsmaatregelen in
#2-2 tot #2-8 worden opgevolgd, voordat het werk aan het
systeem wordt uitgevoerd.
Werk moet volgens een gecontroleerde procedure worden
uitgevoerd om het risico te minimaliseren dat een brandbaar
gas of damp aanwezig is terwijl het werk wordt uitgevoerd.
Alle onderhoudspersoneel en anderen die in de buurt werken,
moeten worden ingelicht over de aard van het werk dat wordt
uitgevoerd en er moet toezicht worden gehouden.
Vermijd het werken in beperkte ruimten. Zorg er altijd voor dat
er minimaal 2 meter veiligheidsruimte is vanaf de apparatuur
of een vrije ruimte met een straal van tenminste 2 meter.
Draag de juiste beschermingsmiddelen inclusief
ademhalingsbescherming als de omstandigheden dit
vereisen.
Houd alle ontstekingsbronnen en hete metalen oppervlakken
uit de buurt.
2-3. Controle op de aanwezigheid van koelmiddel
De ruimte moet voor en tijdens het werk worden
gecontroleerd met een geschikte detector voor koelmiddel
om ervoor te zorgen dat de monteur op de hoogte is van een
mogelijk brandbare atmosfeer.
Zorg ervoor dat de gebruikte detectieapparatuur voor
lekkages geschikt is voor gebruik met brandbare
koelmiddelen, d.w.z. vonkvrij, goed afgedicht of intrinsiek
veilig.
Als er lekkage is opgetreden, moet de ruimte onmiddellijk
worden geventileerd en moet u aan de kant blijven waar de
wind vandaan komt en uit de buurt van de lekkage.
Als er lekkage is opgetreden, moet u personen waarschuwen
die zich bevinden aan de kant waar de wind naartoe gaat,
het gevaarlijke gebied onmiddellijk afzetten en onbevoegd
personeel uit de buurt houden.
2-4. Aanwezigheid van een brandblusser
Als er werk aan de koelapparatuur of bijbehorende
onderdelen moet worden uitgevoerd waarbij warmte vrijkomt,
moet er direct geschikt brandblusmateriaal beschikbaar zijn.
Er moet een poeder- of CO
2
-brandblusser aanwezig zijn in het
gebied waar gevuld wordt.
2-5. Geen ontstekingsbronnen
Iemand die werk uitvoert aan een koelsysteem waarbij
leidingwerk betrokken is dat brandbaar koelmiddel
bevat of heeft bevat, mag niet op een zodanige manier
ontstekingsbronnen gebruiken dat dit kan leiden tot risico's op
brand of explosie. Bij het uitvoeren van zulke werkzaamheden
mag niet gerookt worden.
Alle mogelijke ontstekingsbronnen, inclusief roken, moeten
voldoende ver weg blijven van de plaats van installatie,
reparatie of verwijdering zolang er brandbaar koelmiddel kan
ontsnappen naar de omliggende ruimte.
Voordat het werk plaatsvindt, moet de ruimte rond de
apparatuur worden onderzocht om zeker te zijn dat er geen
brandgevaar of ontstekingsrisico's zijn.
Er moeten "Niet roken"-borden worden geplaatst.
2-6. Geventileerde ruimte
Zorg ervoor dat het gebied in de open lucht is of dat het
voldoende geventileerd wordt voordat u het systeem
openmaakt of werk uitvoert waarbij warmte vrijkomt.
Tijdens de periode dat het werk wordt uitgevoerd, moet
voortdurend in zekere mate geventileerd worden.
De ventilatie moet eventueel vrijgekomen koelmiddel veilig
verspreiden en bij voorkeur het naar buiten afvoeren in de
buitenlucht.
Veiligheidsmaatregelen