Operating Instructions

16
Temperatuurinstelling voor energiebesparing
U kunt energie besparen als de unit binnen het aanbevolen temperatuurbereik werkt.
VERWARMEN: 20,0 °C ~ 24,0 °C / 68 °F ~ 75 °F.
KOELEN: 26,0 °C ~ 28,0 °C / 79 °F ~ 82 °F.
Richting van de luchtstroom
In stand KOELEN/DROGEN:
De horizontale luchtklep zwenkt automatisch omhoog/omlaag.
Zodra de temperatuur is bereikt, wordt de horizontale luchtklep in de bovenste stand
aangebracht.
In stand VERWARMEN:
De horizontale luchtklep is in een vooraf bepaalde positie aangebracht.
In stand KOELEN/DROGEN:
De horizontale luchtklep zwenkt automatisch omhoog/omlaag.
In stand VERWARMEN:
De horizontale klep wordt in de bovenste positie vergrendeld als de uitblaaslucht koud is. De
horizontale klep zwenkt automatisch omhoog/omlaag als de uitblaaslucht warm is.
Automatische herstartfunctie
Als na een stroomstoring de stroom weer wordt hersteld, dan zal de unit automatisch herstarten met de
vorige bedrijfstoestand en richting van de luchtstroom.
Deze functie is niet van toepassing als de TIMER is ingesteld.
Meer weten...
Bedieningsstand
AUTO
:
Het POWER-lampje gaat in de beginfase knipperen.
De unit kiest elke 10 minuten een bedrijfsstand, afhankelijk van de instelling en de
ruimtetemperatuur.
VERWARMEN
:
Het POWER-lampje gaat in de beginfase knipperen. De unit heeft enige tijd nodig om
op te warmen.
Als in de stand VERWARMEN het systeem is vergrendeld en een andere
bedrijfsstand wordt gekozen, dan stopt de binnenunit en gaat het POWER-lampje
knipperen.
KOELEN
:
Zorgt voor een ef ciënte comfortabele koeling zoals u dat wenst.
DROGEN
:
Werkt met een lage ventilatorsnelheid om zo voor een aangename koeling te zorgen.