Operating Instructions
10
Veiligheidsmaatregelen
3. Reparatie aan afgedichte onderdelen
•
Tijdens reparaties aan afgedichte onderdelen moeten
alle elektrische voedingen worden losgekoppeld van de
apparatuur waaraan gewerkt wordt, voordat afdekkingen e.d.
worden verwijderd.
•
Als het absoluut noodzakelijk is dat er tijdens het onderhoud
een elektrische voeding is naar de apparatuur, dan moet
er een doorlopend werkende vorm van lekdetectie worden
aangebracht op het meest kritische punt om te waarschuwen
voor mogelijk gevaarlijke situaties.
•
In het bijzonder moet er aandacht worden besteed dat bij
werkzaamheden aan elektrische onderdelen de behuizing niet
zodanig wordt gewijzigd dat het beschermingsniveau wordt
aangetast.Dit houdt ook in schade aan kabels, overmatig
aantal aansluitingen, niet originele aansluitklemmen, schade
aan afdichtingen, onjuist aanbrengen van doorvoeringen, enz.
•
Zorg ervoor dat de apparatuur stevig gemonteerd is.
•
Zorg ervoor dat afdichtingen of afdichtingsmateriaal niet
zodanig is verweerd dat ze niet langer geschikt zijn om het
binnendringen van brandbare gassen te voorkomen.
•
Vervangende onderdelen moeten overeenkomen met de
specifi caties van de fabrikant.
OPMERKING: Het gebruik van siliconenkit kan de
effectiviteit van sommige typen detectieapparatuur voor
lekkages negatief beïnvloeden.
Intrinsiek veilige onderdelen hoeven niet te worden
afgeschermd voordat er aan gewerkt wordt.
4. Reparaties aan intrinsiek veilige onderdelen
•
Breng niet een permanente inductieve belasting of
belastingscapaciteit aan op het circuit zonder ervoor te zorgen
dat deze niet de toelaatbare spanning en stroom voor de
gebruikte apparatuur overschrijdt.
•
Intrinsiek veilige onderdelen zijn de enige waaraan gewerkt
mag worden in de buurt van brandbare gassen, terwijl er
spanning op staat.
•
De testapparatuur moet de juiste specifi caties hebben.
•
Vervang onderdelen alleen met onderdelen die door de
fabrikant zijn voorgeschreven. Andere dan de door de
fabrikant voorgeschreven onderdelen kunnen ontbranding
veroorzaken van koelmiddel dat door een lek in de lucht is
terechtgekomen.
5. Bekabeling
•
Controleer dat de bekabeling niet wordt blootgesteld aan
slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen
of andere negatieve effecten uit de omgeving.
•
De controle moet ook rekening houden met het effect van
veroudering of doorlopende trillingen van bronnen zoals
compressoren of ventilatoren.
6. Detectie van brandbare koelmiddelen
•
Onder geen enkele omstandigheid mogen mogelijke
ontstekingbronnen worden gebruikt bij het zoeken naar of
detecteren van lekkages van koelmiddel.
•
Een halogenide fakkel (of elke andere detector met een
onafgeschermde vlam) mag niet worden gebruikt.
7. De volgende methodes voor lekdetectie zijn
toegestaan voor alle koelsystemen
•
Er mag geen lekkage worden gedetecteerd bij gebruik van
testapparatuur met een gevoeligheid van 5 gram koelmiddel
per jaar of beter, bij een druk van tenminste 0,25 maal de
maximaal toelaatbare druk (>1,04 MPa, max. 4,15 MPa),
bijvoorbeeld een standaard lekdetector.
•
Er kunnen elektronische lekdetectoren worden gebruikt voor
het detecteren van brandbare koelmiddelen, maar het kan zijn
dat de gevoeligheid niet afdoende is of opnieuw gekalibreerd
moet worden.
(Detectieapparatuur moet worden gekalibreerd in een ruimte
zonder koelmiddel.)
•
Zorg ervoor dat de detector niet een mogelijke
ontstekingsbron is en geschikt is voor het gebruikte
koelmiddel.
•
Detectieapparatuur voor lekkages moet worden ingesteld op
een percentage van de brandbaarheidsgrens-laag van het
koelmiddel en moet worden gekalibreerd op het gebruikte
koelmiddel met toepassing van het juiste percentage gas
(25% maximaal).
•
Vloeistoffen voor lekkagedetectie zijn ook geschikt om met
de meeste koelmiddelen te gebruiken, bijvoorbeeld middelen
voor de bellenmethode of de fl uorescentiemethode. Het
gebruik van reinigingsmiddelen met chloor moet worden
vermeden omdat de chloor kan reageren met het koelmiddel
en de koperen leidingen kan corroderen.
•
Als er een lek wordt vermoed, moeten alle onafgeschermde
vlammen worden verwijderd/gedoofd.
•
Als er een lekkage van koelmiddel is ontdekt waarvoor
soldeerwerk nodig is, moet alle koelmiddel uit het systeem
worden verwijderd of afgescheiden (d.m.v. afsluitventielen)
in een deel van het systeem dat van het lek verwijderd is. De
voorzorgsmaatregelen in #8 moeten voor de verwijdering van
het koelmiddel worden opgevolgd.










