Operating Instructions
59
NEDERLANDS
AUTO, VERWARMEN, KOELEN,
DROGEN
● , en zijn beschikbaar in alle standen.
●
Druk op
om de werking te stoppen.
Selecteer de
gewenste
stand.
1
1
Selecteer de
gewenste
temperatuur.
(16°C~30°C)
■ Gebruiksdetails
Problemen oplossen
● Er komt damp uit de binneneenheid. ► Condensatie door koelproces.
●
Verwarmen/koelen werkt niet.
► Zorg ervoor dat de temperatuur correct is ingesteld.
► Zorg ervoor dat ramen en deuren gesloten zijn.
► Zorg ervoor dat er geen obstructie is in de inlaat- en uitlaatopeningen.
● Tijdens werking klinkt er geluid van stromend water. ► Veroorzaakt door stromend koelmiddel in het apparaat.
AUTO - Automatische
werking
• De eenheid kiest de stand op basis
van de temperatuurinstelling, de
buiten- en kamertemperatuur.
• De AAN/UIT-indicator knippert als
het apparaat actief is.
• Na elke 30 minuten wordt de stand
opnieuw gekozen.
COOL - Koelen
• Geniet van koele lucht van de door
u gekozen temperatuur.
DRY - Rustig drogen
• Hiermee houdt u uw omgeving
droog met zeer lichte koeling.
• Tijdens lichte droging werkt de
binnenventilator op lage snelheid.
• In de verwarmingsstand duurt
het even voordat de eenheid is
opgewarmd. De AAN/UIT-indicator
knippert in deze stand.
HEAT - Verwarmen
■ Tip
• Door de temperatuur bij het koelen
1°C hoger in te stellen of bij het
verwarmen 2°C lager dan de
gewenste temperatuur, bespaart u
10% aan energie.
2
2










