Operation Manual
29
Problemen oplossen
Display
Het scherm blijft donker.
Het scherm is minder helder indien de AC-adapter niet is aangesloten. Druk op
Fn
+
F2
en regel de helderheid. Met het verhogen van de helderheid neemt het energieverbruik
toe.
U kunt de helderheid bij gebruik van de accu en bij gebruik van de AC-adapter
afzonderlijk instellen.
Druk op
Fn
+
F8
om de concealed mode (uitschakelen verlichting) uit te schakelen.
Het scherm is wanordelijk.
Het veranderen van het aantal kleuren van het display en van de resolutie kan het
scherm beïnvloeden. De computer opnieuw opstarten.
Aansluiten/loskoppelen van een extern display kan het scherm beïnvloeden. De
computer opnieuw opstarten.
Het hervatten vanuit de slaapstand (
) /stand-by ( ) of
de sluimerstand kan het scherm van het externe display beïnvloeden. Herstart de
computer.
Bij een gelijktijdig display,
gaat een van de schermen
vervormen.
Bij gebruik van de Extended Desktop dezelfde display-kleuren gebruiken voor het extern
display als die voor de LCD.
Als de problemen blijven aanhouden, gebruik dan een ander display.
Klik met rechts op het bureaublad en klik op [Graphics Properties...] - [Display].
Klik op [start] - [Control Panel] - [Other Control Panel Options] - [Intel(R) Graphics and
Media] - [Display].
Een gelijktijdig display kan niet worden gebruikt tot het opstarten van Windows klaar is
(tijdens de Setup Utility, enz.).
Als [Command Prompt] is ingesteld op “Full Screen” zal na indrukken van
Alt
+
Enter
het beeld maar op één van de schermen zichtbaar worden. Als het display
wordt hersteld met een druk op
Alt
+
Enter
, wordt het beeld zichtbaar op beide
schermen.
Het extern display werkt niet
normaal.
Indien het extern display de energiespaarfunctie niet ondersteunt, kan dit mogelijk niet
normaal werken als de computer naar de energiespaarmodus gaat. Schakel het extern
display uit.
Touchpad / Touchscreen (alleen voor model met touchscreen)
De cursor werkt niet.
Sluit bij gebruik van een externe muis deze correct aan.
Herstart de computer met het toetsenbord.
Druk op , druk dan twee keer op
en druk dan op
om [Restart] te selecteren en
druk op
Enter
.
Druk op
,
U
, en op
R
om [Restart] te selecteren.
Indien de computer niet reageert op toetsenbordcommando’s, lees dan “
Geen reactie.
”
(
pag. 30).
Gegevens invoeren via het
touchpad onmogelijk.
Zet [Touch Pad] op [Enabled] in het menu [Main] van de Setup Utility.
De stuurprogramma’s voor sommige muizen schakelen het touchpad uit. Controleer de
handleiding van uw muis.
<Alleen voor model met
touchscreen>
Kan geen gegevens
invoeren met het
touchscreen.
Stel [Touchscreen Mode] in op [Auto] of [Tablet] in het [Main] menu van de Setup Utility.
Stel [Touchscreen Mode] in op [Auto] of [Touchscreen Mode] in het [Main] menu van de
Setup Utility.
Kan de correcte positie
niet aanduiden met de
meegeleverde pen.
Voer de kalibratie van het touchscreen uit (
pag. 17).










