Ventus Gebruiksaanwijzing (Vakmensen) ...........................................................................
| Ottobock Ventus
Inhoud Inhoud 1 Voorwoord ...........................................................................................................................................................5 2 2.1 2.2 2.3 2.4 Gebruik .................................................................................................................................................................5 Gebruiksdoel ...........................................................................................................................
Inhoud 6.9 6.9.1 6.9.2 6.9.3 6.9.4 6.10 Antikiepsteun en kantelsteun monteren/instellen .....................................................................................26 Accessoirehouder monteren .................................................................................................................26 Antikiepsteun monteren .......................................................................................................................26 Antikiepsteun instellen ........................
Voorwoord 1 Voorwoord INFORMATIE Datum van de laatste update: 2012-07-09 ► Lees dit document aandachtig door. ► Neem de veiligheidsvoorschriften in acht. INFORMATIE Ontbrekende gebruiksaanwijzingen kunt u downloaden van de homepage www.ottobock.com of direct nabestel len bij de servicedienst van de fabrikant (zie de binnenkant van de omslag of de achterkant voor de adressen). Het product is vooraf ingesteld conform de gegevens op het bestelformulier.
Veiligheid gebruikers die de daarvoor vereiste lichamelijke of geestelijke vermogens missen, zijn de betreffende uitvoerin gen/instellingen niet geschikt! Vanwege de afmetingen is dit rolstoeltype niet geschikt voor kleine kinderen. 2.4 Vereiste kwalificaties De hierna beschreven montage- en instelwerkzaamheden mogen uitsluitend worden verricht door een gekwalifi ceerde vakspecialist. 3 Veiligheid 3.
Aflevering VOORZICHTIG Gewijzigde diameter/montagepositie van de wielen Gebruiker valt of kantelt om doordat de wielen blokkeren ► Bij verandering van de maat en de positie van de zwenkwielen en de maat van de aandrijfwielen kunnen de zwenkwielen bij hogere snelheden gaan slingeren. Wanneer dergelijke veranderingen nodig zijn, zorg er dan voor dat het rolstoelframe horizontaaal staat (zie de hoofdstukken „Aandrijfwiel instellen“ en „Zwenkwiel instel len“).
Gebruiksklaar maken Bij transport en opslag moet de omgevingstemperatuur binnen het gebied van -10 °C tot +40 °C liggen. Rolstoelen met PU-banden mogen wanneer ze langere tijd niet worden gebruikt, niet worden weggezet met aange trokken kniehevelremmen, omdat de banden dan kunnen vervormen. INFORMATIE Banden bevatten chemische stoffen die met andere chemische stoffen (bijv. reinigingsmiddelen en zuren) een reactie kunnen aangaan. 5 Gebruiksklaar maken 5.
Instellingen 6 Instellingen 6.1 Voorwaarden WAARSCHUWING Verkeerd uitgevoerde instelwerkzaamheden Vallen, omkantelen of een verkeerde houding van de gebruiker door verkeerde instellingen ► Werkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd door gekwalificeerde vakspecialisten. ► Er mogen alleen instelwerkzaamheden worden verricht die in deze gebruiksaanwijzing worden beschreven.
Instellingen INFORMATIE Bij verandering van de stand van de aandrijfwielen kan ook de hoek van het balhoofd met de grond veranderen. Deze moet echter ca. 90° bedragen. Ook de kniehevelrem moet opnieuw worden afgesteld. 6.2.1 Aandrijfwielen verder naar voren of naar achteren zetten De stand van de aandrijfwielen kan in horizontale richting worden aangepast door horizontale verplaatsing van de schuif.
Instellingen 6.2.2 Zithoogte en zithoek instellen De zithoogte en de zithoek worden aangepast door verplaatsing van de aandrijfwielen in de schuiven (ashouders) in verticale richting.
Instellingen 3) Draai de stelbout in de klemflens los (zie afb. 5, pos. 1). INFORMATIE: u moet deze instelling eerst aan de ene kant aanpassen en daarna aan de andere kant. INFORMATIE: zorg ervoor dat u de spoorbreedte aan weerszijden symmetrisch instelt. 4) Steek de steekas van het aandrijfwiel als hulpmiddel voor het verwijderen in de wielvluchtmodule (zie afb. 6, pos. 1). 5) Beweeg de wielvluchtmodule (zie afb. 6, pos.
Instellingen 6.2.4 Wielvlucht van de aandrijfwielen instellen U kunt de wielvlucht van de aandrijfwielen veranderen door de wielvluchtmodules te vervangen door andere. Dit heeft de volgende effecten: Stand aandrijfwiel Wielvlucht 3°/6°/9° 0°-stand Effecten • • • Rolstoel wordt wendbaarder, draait gemakkelijker en heeft in zijwaartse richting een grotere kantelstabiliteit Totale breedte neemt toe Rolweerstand neemt toe • • Smalle spoorbreedte, rolstoel rijdt precies rechtuit Geringe rolweerstand 6.2.
Instellingen 11 12 6.2.5 Sporing instellen INFORMATIE ► → → ► → → De sporing moet na de volgende aanpassingen altijd opnieuw worden ingesteld: verstelling van de spoorbreedte: zie pagina 11; verstelling van de wielvlucht van de aandrijfwielen: zie pagina 13. De sporing moet na de volgende aanpassingen worden gecontroleerd en zo nodig opnieuw worden ingesteld: verstelling van de diepte van de aandrijfwielen: zie pagina 10; verstelling van de hoogte van de aandrijfwielen: zie pagina 11.
Instellingen stellen (zie afb. 16, pos. 1). Het wielbasisverlengstuk wordt – voor zover dit bij de rolstoel is besteld – gemonteerd geleverd.
Instellingen • • Het zijdeel 'Standaard' kan naar achteren worden geklapt (zie afb. 18). Het zijdeel 'Kledingbeschermer' kan naar achteren toe worden losgemaakt (zie afb. 19) en omlaag worden geklapt (zie afb. 20). Montage achteraf Wanneer bij het gebruiksklaar maken van een nieuwe rolstoel blijkt dat er alsnog een wielbasisverlengstuk moet worden gemonteerd, dient daarvoor de servicehandleiding 647G629 te worden gebruikt. 19 20 6.3 Zwenkwiel instellen 6.3.
Instellingen 23 24 6.3.2 Balhoofdhoek instellen – zwenkwielvork 'Design'/'Froglegs' INFORMATIE De werkwijze is analoog aan die uit het vorige hoofdstuk. Het instellen gaat bij de zwenkwielvork 'Design' (zie afb. 66) op dezelfde manier als bij de zwenkwielvork 'Frog legs' (zie afb. 67). 1) 2) 3) 4) 5) 6) 7) Maak de kunststof afdekking aan de binnenkant van het frame los (niet afgeb.). Draai de inbusbouten aan de binnenkant van het frame een stukje los (niet afgeb.).
Instellingen 4) 5) 6) 7) → → Steek de schroefas met de eerste afstandsbus in een van de andere drie boorgaten (zie afb. 27, pos. 2). Bevestig het zwenkwiel. Schuif de tweede afstandsbus op de schroefas (niet afgeb.). Schroef de schroefas vast met 8 Nm. Na het verzetten moeten het linker en het rechter zwenkwiel op dezelfde hoogte in de zwenkwielvork zitten.
Instellingen 5 mm 28 29 Bijzonderheden bij het instellen (alle remtypen) Afhankelijk van de instelsituatie kan het nodig zijn de remhouder om te draaien of te vervangen. Hierdoor kunnen de instellingen verder worden aangepast. 1) Draai de inbusbouten tussen de rem en de remhouder los (voorbeeld: schaarrem: zie afb. 30, zie afb. 31, pos. 1). 2) Draai de remhouder zo nodig om en positioneer de houder (voorbeeld: schaarrem: zie afb. 30, zie afb. 31, pos. 2).
Instellingen 6.5 Rugleuning instellen 6.5.1 Rughoogte instellen De rughoogte hoeft bij het gebruiksklaar maken van een nieuwe rolstoel niet te worden aangepast. Voor het achteraf veranderen van de rughoogte moeten er nieuwe rugbuizen worden gemonteerd. Zie voor de montage de servicehandleiding 647G629. 6.5.
Instellingen 1) Zet de vergrendelingshendel los. 2) Zet het duwhandvat op de gewenste hoogte. 3) Zet de vergrendelingshendel weer goed vast. INFORMATIE: Beide duwhandvatten moeten op dezelfde hoogte staan. 36 37 6.6 Rugbespanning/zittingbespanning instellen 6.6.1 Rugbespanning aanpassen INFORMATIE Een goed aangepaste rugleuning maakt het gemakkelijker langdurig en ontspannen te zitten en vermindert het risico van gevolgschade en drukplekken. Zorg ervoor dat er niet te veel druk wordt opgebouwd.
Instellingen 38 39 40 41 6.6.2 Zittingbespanning aanpassen INFORMATIE Met een geringe verandering van de mate waarin de zittingbespanning doorhangt, kunt u het zwaartepunt tot op zekere hoogte corrigeren. Grotere correcties moeten echter worden uitgevoerd door het veranderen van de instel lingen via het frame, de schuiven en de zwenkwielen. Zittingbespanning 'Standaard' Deze zittingbespanning hoeft bij het gebruiksklaar maken van een nieuwe rolstoel niet te worden aangepast.
Instellingen 42 43 6.7 Voetsteunen instellen 6.7.1 Onderbeenlengte instellen Hoe hoog de voetsteun moet worden ingesteld, is afhankelijk van de lengte van de onderbenen van de gebruiker en van de dikte van het gebruikte zitkussen. Voetsteun 'In hoek verstelbaar' en voetsteun 'Star' 1) Draai de vier stelbouten aan de binnenkant van de zwenkwielhouder een stukje los (zie afb. 44, pos. 1). 2) U kunt de onderbeenlengte nu traploos instellen.
Instellingen Voetsteun 'In hoek verstelbaar' 1) Draai de inbusbouten in de klem los (zie afb. 46, pos. 1). 2) Draai de voetplaat tot deze in de gewenste hoek staat (zie afb. 46, pos. 2). 3) Draai de inbusbouten aan met 10 Nm. Voetsteun voor gebruikers met korte onderbenen 1) Draai de inbusbouten in de klem los (zie afb. 45, pos. 6). 2) Draai de voetplaat tot deze in de gewenste hoek staat (zie afb. 45, pos. 7). 3) Draai de inbusbouten aan met 10 Nm.
Instellingen Diepte van de armlegger verstellen 1) Draai de bevestigingsbouten los (zie afb. 51, pos. 1). 2) Verwijder de armlegger en verplaats deze (zie afb. 51, pos. 2). 3) Schroef de armlegger weer vast. 50 51 6.8.2 Armlegger 'Gepolsterd' instellen 1) Draai de bevestigingsbout waarmee de armlegger is vastgezet, los (zie afb. 53, pos. 1). 2) Schuif de armlegger in de gewenste stand (zie afb. 53, pos. 2). 3) Draai de bevestigingsbout weer vast. 52 53 6.8.
Instellingen 6.9 Antikiepsteun en kantelsteun monteren/instellen VOORZICHTIG Verkeerde montage van de antikiepsteun/ontbreken van de antikiepsteun Gebruiker kantelt achterover ► Controleer of de antikiepsteun op de juiste manier is gemonteerd en goed is ingesteld. ► Afhankelijk van de instelling van het onderstel, het zwaartepunt van de rolstoel, de rughoek en de ervaring van de gebruiker kan het nodig zijn een antikiepsteun te gebruiken.
Instellingen Hoek van de accessoirehouder verstellen – mogelijkheid 2 1) Verwijder de drie inbusbouten tussen de accessoirehouder en de klemflens (zie afb. 59, pos. 1). 2) Stel de hoek van de accessoirehouder in (drie instelmogelijkheden met een onderling verschil van 10°: zie afb. 60). 3) Schroef de accessoirehouder vast met 10 Nm. De afstand tussen de antikiepsteunwielen en de grond moet daarbij ca. 5 cm bedragen (zie afb. 56). 57 58 59 60 6.9.
Aflevering 6.10 Veiligheidsgordel bevestigen Afhankelijk van de bevestigingssituatie en de instelling kan de veiligheidsgordel worden gemonteerd aan het onderste bevestigingspunt van de rugplaat (zie afb. 63, pos. 1) of aan het bovenste vrije bevestigingspunt van de schuif (zie afb. 63, pos. 2). 1) Schroef de veiligheidsgordel met de meegeleverde bevestigingsschroeven vast op de bevestigingspunten. 2) Draai de bevestigingsschroeven aan met 7 Nm. 62 63 7 Aflevering 7.
Afvalverwerking 9 Afvalverwerking 9.1 Aanwijzingen voor afvalverwerking Wanneer het product niet langer wordt gebruikt, moeten alle componenten van het product volgens de daarop toe passelijke, in het land van gebruik geldende milieuvoorschriften worden verwerkt. 9.2 Aanwijzingen voor hergebruik VOORZICHTIG Hergebruik van gebruikte zittingbekleding Functionele risico's en hygiënische risico's voor de huid ► Vervang de zittingbekleding bij hergebruik door nieuwe. Het product is geschikt voor hergebruik.
Technische gegevens Algemene gegevens Max. belasting [kg] Gewicht [kg] (bij zitbreedte 440 mm; rubberen 4“-zwenkwielen, 24“ hollekamervelg) Transportgewicht [kg] (bij zitbreedte 440 mm; rubberen 4“-zwenkwielen) Zitbreedte [mm] Zitdiepte [mm] Max. totale hoogte [mm] (bij zithoogte achter: 500 mm; rughoogte 500 mm; duw handvat) Benodigde manoeuvreerruimte ca. [mm]4) (bij zitbreedte 440 mm; zitdiepte 500 mm) Min. bandenspanning [bar] Max. toegestaan hellingshoek [°] Ventus 100 ca.
Technische gegevens Zitdiepte 300 320 340 360 380 400 420 440 460 480 500 Onderbeen lengte min./max.
Technische gegevens Onderbeenlengte [mm] Korte onderbeenlengte Onderbeenlengte 170 – 320 320 – 500 Afstand van de bovenkant van de zittingbespanning tot de bovenkant van de voetplank (onderbeenlengte min dikte van het gebruikte zitkussen) Zithoogte voor1) [mm] Wielmaat zwenk wielen 3" 4" 5" 5,5" 6" Wielmaat zwenk wielen 3" 4" 5" 5,5" 6" Wielmaat zwenk wielen 3" 4" 5" 5,5" 6" Zwenkwielvork 'Standaard' (zie afb.
Technische gegevens Ventus 64 65 66 67 Ottobock | 33
| Ottobock Ventus
Kundenservice/Customer Service Europe Otto Bock HealthCare Deutschland GmbH Max-Näder-Str. 15 · 37115 Duderstadt · Germany T +49 (0) 5527 848-3433 · F +49 (0) 5527 848-1460 healthcare@ottobock.de · www.ottobock.de Otto Bock Healthcare Products GmbH Kaiserstraße 39 · 1070 Wien · Austria T +43 (0) 1 5269548 · F +43 (0) 1 5267985 vertrieb.austria@ottobock.com · www.ottobock.at Otto Bock Adria Sarajevo D.O.O.
Ihr Fachhändler | Your specialist dealer Otto Bock Mobility Solutions GmbH Lindenstraße 13 · 07426 Königsee/Germany T +49 (0) 69 9999 9393 · F +49 (0) 69 9999 9392 ccc@ottobock.com · www.ottobock.com Ottobock has a certified Quality Management System in accordance with ISO 13485.