Operation Manual
08/2009
C2000
blz. 37
Bediening
6.2.1 Van opzij/opzij
Zet de elektrische rolstoel zo dicht mogelijk bij de plaats waar
de rolstoelgebruiker zit. Verwijder afhankelijk van de kant waar
de gebruiker instapt, het rechter of het linker zijdeel. De ge-
bruiker kan nu van opzij op de zitting glijden. Door het gebruik
van een glijplank kan dit worden vereenvoudigd.
6.2.2 Van voren / naar voren toe
Wanneer de voetplaat resp. de voetsteunen worden opgeklapt
(zie afb. 6), is het mogelijk van voren in te stappen/naar voren
toe uit te stappen.
Met de hulp van een begeleider of met behulp van een trans-
ferlift kan de gebruiker eenvoudig in- en uitstappen. Het gebruik
van een draaischijf maakt dit extra gemakkelijk.
6.3 Besturing
LET OP
Gevaar voor beïnvloeding van de rij-eigenschappen van de
elektrische rolstoel. De rij-eigenschappen van de elektrische
rolstoel kunnen worden beïnvloed door elektromagnetische
velden (mobiele telefoons en andere apparatuur die straling
afgeeft). Schakel alle mobiele apparaten tijdens het rijden uit.
LET OP
Gevaar voor beschadiging van andere apparaten. De elek-
trische rolstoel kan elektromagnetische velden genereren die
storingen in andere apparaten kunnen veroorzaken. Schakel
de besturing daarom uit, wanneer u deze niet nodig heeft.
6.3.1 Bedieningseenheid
De elektrische rolstoel wordt bestuurd met de bedieningseen-
heid.
De bedieningseenheid bestaat uit een toetsenveld, een lcd-
display en een joystick. Aan de onderkant bevinden zich een
programmeerbus en twee ingangen voor externe bedienings-
elementen. Met het toetsenveld wordt de elektrische rolstoel
in- en uitgeschakeld, kunnen er rijopdrachten worden gegeven
en kan de actuele status van bepaalde functies en compo-
nenten worden weergegeven.










