Operation Manual
08/2009
C2000
blz. 21
Veiligheid
De gebruiker moet de gebruiksaanwijzing volledig gelezen
en begrepen hebben. Het is niet toegestaan de rolstoel te
bedienen bij oververmoeidheid en onder invloed van alcohol
of geneesmiddelen.
De rolstoelgebruiker mag geen geestelijke beperkingen
hebben die een tijdelijke of blijvende negatieve invloed heb-
ben op zijn oplettendheid en oordeelsvermogen.
2.8 Veiligheidsfuncties
INFORMATIE
Bij gevaar kan de elektrische rolstoel met de in- en uitscha-
keltoets op ieder gewenst moment worden uitgeschakeld.
Bij bediening van deze toets wordt de elektrische rolstoel
onmiddellijk geremd en worden de elektrische functies ge-
stopt.
Wanneer er storingen optreden (bijv. een defecte energie-
toevoer van de rem), worden deze door de software herkend
en wordt de noodrem in werking gesteld of de snelheid van
de elektrische rolstoel verlaagd. Tegelijkertijd klinkt er een
waarschuwingssignaal.
INFORMATIE
Na iedere noodstop moet de besturing van de elektrische
rolstoel opnieuw worden ingeschakeld. Het systeem voert
bij communicatieproblemen in het bussysteem van de be-
sturing een noodstop uit. Hierdoor wordt voorkomen dat
bepaalde functies ongecontroleerd worden geactiveerd.
Wanneer de rolstoel nadat deze opnieuw is ingeschakeld,
niet rijklaar is, kan door ontgrendeling van de rem worden
omgeschakeld naar de duwfunctie. Daarna moet de rolstoel
in ieder geval naar een vakhandel worden gebracht.










