Operation Manual
Onderhoud 197
10. Wipschakelaar op de compressor
in stand I zetten. De band wordt
vervolgens gevuld met afdicht‐
middel.
11. Tijdens het leeglopen van de fles
met afdichtmiddel (ca. 30 secon‐
den) loopt de manometer van de
compressor korte tijd op tot 6 bar.
De druk begint daarna weer te da‐
len.
12. Al het afdichtmiddel wordt in de
band gepompt. Daarna wordt de
band opgepompt.
13. De voorgeschreven bandenspan‐
ning moet binnen 10 minuten wor‐
den bereikt. Bandenspanning
3 248. Wanneer de juiste ban‐
denspanning bereikt is de com‐
pressor uitschakelen.
Wordt de voorgeschreven ban‐
denspanning niet binnen 10 minu‐
ten bereikt, dan de bandenrepa‐
ratieset verwijderen. De auto één
wielomwenteling verplaatsen. De
bandenreparatieset weer aanslui‐
ten en het vulproces 10 minuten
lang voortzetten. Wordt de voor‐
geschreven bandenspanning dan
nog niet bereikt, dan is de band te
ernstig beschadigd. De hulp van
een werkplaats inroepen.
Overmatige bandenspanning af‐
laten met de knop boven de span‐
ningsindicator.
De compressor niet langer dan
10 minuten laten werken.
14. Bandenreparatieset loskoppelen.
Vulslang vastschroeven op de
vrije aansluiting van de fles met
afdichtmiddel. Dit om lekkage van
afdichtmiddel tegen te gaan. Ban‐
denreparatieset in de bagage‐
ruimte opbergen.
15. Eventueel vrijgekomen afdicht‐
middel met een doek verwijderen.
16. Het op de fles met afdichtmiddel
aanwezige etiket met de maxi‐
maal toelaatbare snelheid in het
gezichtsveld van de bestuurder
aanbrengen.
17. De rit onmiddellijk voortzetten, zo‐
dat het afdichtmiddel zich gelijk‐
matig in de band kan verspreiden.
Na ca. 10 km rijden (uiterlijk na
10 minuten) stoppen en de ban‐
denspanning controleren.










