Operation Manual
52
Nl
Opmerking
• Voor het benoemen van een voorkeuzezender, gebruik TUNER
voor het selecteren van AM of FM, en selecteer daarna de
voorkeuzezender (➔ 33).
•“Programmanaam bewerken” kan niet worden beidend
wanneer de ingangsselector op “NET/USB” staat.
Om een eigen naam terug te zetten op de standaardnaam,
de eigen naam wissen door een spatie voor elke letter in te
voeren.
Beeld instellen
Met “Beeld instellen” kunt u de beeldkwaliteit aanpassen
en ruis op het scherm verminderen.
Druk om het TV-beeld te zien tijdens het instellen op
ENTER. Druk om terug te gaan naar het vorige scherm op
de toets RETURN.
Opmerking
• Als u de analoge RGB-ingang gebruikt, hebben de volgende
instellingen geen effect: “Speelfilm”, “Contourscherpte”, en
“Ontstoring”.
•“Beeld instellen” kan niet worden beidend wanneer de
ingangsselector op “NET/USB” staat.
■ Spelmodus
` Uit
:
Spelmodus uit.
` Aan:
Spelmodus aan.
Als er tijdens de weergave van een videocomponent
(bijv. spelconsole) vertraging van het videosignaal
optreedt, selecteert u de betreffende ingangsbron en zet u
de instelling “Spelmodus” op “Aan”. De vertraging zal
hierdoor verminderen, maar ook de beeldkwaliteit zal
afnemen.
■ Brede weergave
*1*2
Deze instelling bepaalt de beeldverhouding.
Opmerking
•Als “Spelmodus” op “Aan” staat, is deze instelling vast op
“Volledig”.
` 4:3:
` Volledig:
` Zoom:
` Brede zoom:
` Automatisch
:
Afhankelijk van de ingangssignalen in de ingestelde
monitoruitgang selecteert de AV-receiver
automatisch de “4:3”, “Volledig”, “Zoom” of modus
“Brede zoom”. Voor het instellen van de
monitoruitgang (➔ 43).
■ Beeldmodus
*1*2
` Doorheen:
De volgende instellingen staan niet op de
standaardwaarden: “
Speelfilm
”, “
Contourscherpte
”,
“
Ontstoring
”, “
Helderheid
”, “
Contrast
”, “
Tint
” en
“
Verzadiging
”
` Eigen inst.:
U kunt de volgende instellingen naar eigen wens
instellen: “Speelfilm”, “Contourscherpte”,
“Ontstoring”, “Helderheid”, “Contrast”, “Tint”
en “Verzadiging”
` Cinema:
Geselecteerd wanneer beeldbron film, enz. is.
` Game:
Selecteer het voor gebruik in combinatie met een
spelconsole.
Met “Beeldmodus” kunt u de volgende instellingen
wijzigen zodat ze met één handeling geschikt worden voor
het film- of spelscherm ; “Speelfilm”,
“Contourscherpte”, “Ontstoring”, “Helderheid”,
“Contrast”, “Tint” of “Verzadiging”.
Opmerking
• Wanneer de instelling “Beeldmodus” op iets anders dan “Eigen
inst.” staat, kunnen de volgende instellingen niet worden
geselecteerd: “Speelfilm”, “Contourscherpte”, “Ontstoring”,
“Helderheid”, “Contrast”, “Tint” of “Verzadiging”.
■ Speelfilm
*2
` Video:
Werkt niet in “3:2” of “2:2”.
` Automatisch:
Past zich aan de beeldbron aan, door het automatisch
selecteren van “Speelfilm”.
` 3:2:
Geselecteerd wanneer beeldbron film, enz. is.
` 2:2:
Geselecteerd als de beeldbron
computerafbeeldingen, animaties, enz. zijn.
De AV-receiver stelt afhankelijk van de beeldbron in en
verwerkt “3:2” of “2:2” (Speelfilm). De bron wordt
automatische naar het juiste progressieve signaal
geconverteerd om de natuurlijke kwaliteit van het
originele beeld te reproduceren.
Als de instelling “Speelfilm” op “Automatisch” staat,
detecteert de AV-receiver automatisch de beeldbron en
verwerkt die in “3:2” of “2:2”. In sommige gevallen zal
het beeld echter beter zijn als u “Speelfilm” zelf instelt.
Opmerking
• Als de instelling “Spelmodus” op “Aan” staat (➔ 52), staat
deze instelling vast op “Video”.










