Operation Manual
49
Nl
Opmerking
• Voor composiet video, S-Video, en component video
opconversie voor de HDMI-uitgang, moet de instelling
“Monitoruitgang” op iets anders worden ingesteld dan
“Analoog” (➔ 47), en de instelling “HDMI ingang” moet
ingesteld zijn op “-----”. Zie “Formaten video-aansluiting”
voor meer informatie over de doorvoer en de opconverise van
videosignalen (➔ 25).
• Als er geen video component op de HDMI-uitgang is
aangesloten (zelfs als de HDMI-ingang is toegewezen),
selecteert de AV-receiver de videobron op basis van de instelling
van “Componentvideo-ingang”.
• Wanneer een HDMI IN aan een ingangsselector is toegewezen,
zoals hier is uitgelegd, wordt dezelfde HDMI IN ingesteld als
voorrang in de “Digitale audio ingang” (➔ 50). Als u in dit geval
gebruik wilt maken van de coax-ingang of optische audio-
ingang, maakt u de keuze in de “Audiokiezer” in het hoofdmenu
(➔ 68).
•“TUNER”-selector kan niet worden toegewezen en staat vast op
de “-----” optie.
• Als u een component (zoals een UP-A1 docking-station met een
iPod) aansluit op de UNIVERSAL PORT-aansluiting, dan kunt
u geen ingang aan de “PORT”-selector toewijzen.
• Wijs de component die verbonden is met de HDMI-ingang niet
toe aan de “ TV/CD”-selector als u de instelling “TV-regeling”
op “Aan” (➔ 65) zet. Anders wordt de juiste CEC (Consumer
Electronics Control) werking niet gegarandeerd.
Componentvideo-ingang
Als u een video-component aansluit op een component
video-ingang, moet u die ingang toewijzen aan een
ingangsselector. Als u bijvoorbeeld uw Blu-ray Disc
speler/DVD-speler aansluit op COMPONENT VIDEO
IN 2, moet u “IN 2”, toewijzen aan de “BD/DVD”
ingangsselector.
Als u de tv op de AV-receiver hebt aangesloten met een
component videokabel, kunt u de AV-receiver zo instellen
dat composiet video en S-Videobronnen opgeconverteerd
worden
*
en worden weergegeven door de COMPONENT
VIDEO MONITOR OUT
*1
. U kunt dit voor elke
ingangsselector instellen door het selecteren van de optie
“-----”.
*1
Dit is alleen van toepassing als de instelling
“Monitoruitgang” op “Analoog” staat (➔ 47).
Dit zijn de standaard toewijzingen.
■ BD/DVD, VCR/DVR, CBL/SAT, GAME, PC, AUX,
TAPE, TV/CD, PHONO, PORT
` IN 1, IN 2, IN 3:
Selecteer een overeenkomstige component video-
ingang waarop de video component is aangesloten.
` -----:
Selecteer dit als u de HDMI-uitgang gebruikt, in
plaats van de COMPONENT VIDEO MONITOR
OUT, voor het weergeven van de composite video,
S-Video, en component videobronnen.
Opmerking
• Voor composiet video en S-Video upconversie voor de
COMPONENT VIDEO MONITOR OUT, moet de instelling
“Monitoruitgang” op “Analoog” (➔ 47) zijn ingesteld, en de
instelling “Componentvideo-ingang” op “-----”. Zie
“Formaten video-aansluiting” voor meer informatie over de
doorvoer en de opconverise van videosignalen (➔ 25).
• Als niet aangesloten op dezelfde uitgang die u geselecteerd hebt in
de instelling “
Monitoruitgang
”, wordt de instelling
“
Monitoruitgang
” automatisch omgeschakeld naar “
Analoog
”
(
➔
47
).
•“TUNER”-selector kan niet worden toegewezen en staat vast op
de “-----” optie.
• Als u een component (zoals een UP-A1 docking-station met een
iPod) aansluit op de UNIVERSAL PORT-aansluiting, dan kunt
u geen ingang aan de “PORT”-selector toewijzen.
Ingangsselector Standaard toewijzing
BD/DVD IN 1
VCR/DVR - - - - -
CBL/SAT IN 2
GAME IN 3
PC -----
AUX -----
TAPE -----
TUNER ----- (vast)
TV/CD -----
PHONO -----
PORT -----
IN
OUT
Composiet video, S-Video
Composiet video, S-Video
Component video
Component video










