Operation Manual
Een test verrichten2
44
4. Stel de diepte in
De prikpen heeft zeven
standen voor de prikdiepte,
van 1 t/m 7. Kleinere getallen
zijn voor ondiepere prikken
en grotere getallen voor
diepere prikken. Bij kinderen
en de meeste volwassenen
volstaan ondiepere prikken.
Bij mensen met een dikke
huid of eeltplekken zijn diepere prikken nodig. Draai aan
het dieptewieltje om de instelling te kiezen.
OPMERKING: Een ondiepere prik in de vingertop is
mogelijk minder pijnlijk. Probeer eerst een ondiepere
instelling en vergroot de diepte tot u een instelling vindt,
waarbij u een druppel bloed van de juiste omvang kunt
afnemen.










