Operation Manual

44
NL
Basisfuncties
2
Instellingen aanpassen
U kunt de fotografeerstand en fotografeerfuncties instellen.
De fotografeerstand instellen
Selecteer de instelling voor de fotografeerstand. g “De stand Fotograferen instellen“
(Blz. 17)
1
Tik het pictogram van de fotografeerstand
aan om het hoofdmenu weer te geven.
250250 F5.6
01:02:0301:02:03
3838
ISO-A
200
RR
2
Tik de gewenste fotografeerstand aan.
P
A
S
M
A
SCNART
n
SETUP
Het superbedieningspaneel gebruiken
De instellingen kunnen aangepast worden op het superbedieningspaneel.
g “Het superbedieningspaneel gebruiken“ (Blz. 83)
1
Geef het superbedieningspaneel weer.
• Druk op Q om de cursor weer te geven.
250250 F5.6
Super Fine
Off
mall
NORM
ISO
AUTO
AUTO
WB
AUTO
+RAW+RAW
4:3
Recommended ISO
AEL/AFL
S-IS
P
3636
2
Tik op het gewenste item.
Het item wordt gemarkeerd.
250250 F5.6
Normal
i
WB
NORM
AUTO
4:3
AEL/AFL
01:02:0301:02:03
10231023
+
2.0
+
2.0
S-IS
3
Draai aan de regelaar om een optie te kiezen.
# Let op
In de volgende situaties is bediening met het aanraakscherm niet mogelijk.
Panorama/3D/e-portrait/meervoudige belichting/tijdens bulb- of tijdopnamen/het
dialoogvenster voor de witbalans met één knop/wanneer knoppen of regelaars worden
gebruikt
In de stand zelfontspanner kan de timer worden gestart door op het display te tikken.
Tik nogmaals om de timer te stoppen.
Raak het display niet aan met uw vingernagels of een scherp voorwerp.
Een handschoen of monitorafdekking kan de bediening van het aanraakscherm hinderen.
U kunt het aanraakscherm ook gebruiken met de menu's ART en SCN. Tik een
pictogram aan om het te selecteren.