Operation Manual

25
NL
Basisfuncties
2
Het diafragma instellen (diafragmavoorkeuzestand A)
In de stand A stelt u het diafragma in en past de camera automatisch de sluitertijd aan
voor een optimale belichting. Selecteer A als fotografeerstand.
Nadat u op de knop F (F) hebt gedrukt, gebruikt
u FG om het diafragma in te stellen.
Een groter diafragma (lager F-nummer) vermindert
de scherptediepte (het gebied voor of achter het
scherpstelpunt waarop is scherpgesteld), waardoor
de achtergrond waziger wordt weergegeven. Een
kleiner diafragma (hoger F-nummer) verhoogt de
scherptediepte.
Lagere diafragmawaarde F2F3.5F5.6F8.0F16 Hogere diafragmawaarde
De aanduiding voor de sluitertijd knippert als de camera geen optimale belichting
kan verkrijgen.
Waarschuwingsin-
dicatie (knippert)
Status Actie
30"
F5.6
Het onderwerp is
onderbelicht.
Verlaag de diafragmawaarde.
4.000
F5.6
Het onderwerp is
overbelicht.
Verhoog de diafragmawaarde.
Als de waarschuwingsindicatie niet
verdwijnt, is het lichtmeetbereik van de
camera overschreden. Een in de handel
verkrijgbaar grijs lter (ND- lter) om de
hoeveelheid licht te beperken, is vereist.
Welke diafragmawaarde hierbij gaat knipperen, hangt af van het type lens en de
brandpuntsafstand van de lens.
Wanneer u een vast ingestelde [ISO]-waarde gebruikt, moet u de waarde veranderen.
g [ISO] (Blz. 55)
Diafragmawaarde
250250 F5.6
01:02:0301:02:03
3838
L
N
A
0.00.0
ISO
400
HD