Operation Manual
23
NL
Basisfuncties
2
Het informatiedisplay omschakelen
U kunt de informatie die tijdens de opname op de monitor verschijnt, wijzigen via
de INFO-knop.
INFO
INFO
INFO
Alleen beeld
HistogramweergaveInformatiedisplay aan
01:02:0301:02:03
3838
250250 F5.6
0.0
0.0
ISO-A
200
01:02:0301:02:03
3838
250250 F5.6
0.00.0
ISO-A
200
Histogramweergave
Een histogram weergeven waarop de verdeling van de helderheid in het beeld wordt
getoond. De horizontale as toont de helderheid en de verticale as het aantal pixels bij elke
helderheid in het beeld. Delen boven de bovengrens worden rood weergegeven, delen onder
de ondergrens worden blauw weergegeven, en het deel dat met spotmeting werd gemeten,
wordt groen weergegeven.
Scherpstelvergrendeling
Wanneer de camera niet kan scherpstellen op het onderwerp met de gewenste compositie,
gebruikt u de scherpstelvergrendeling om op het onderwerp scherp te stellen en vervolgens
past u de compositie van de foto aan.
1
Positioneer het scherp te stellen onderwerp in het midden van de monitor
en druk de ontspanknop half in.
• Zorg ervoor dat het AF-bevestigingsteken oplicht.
• De scherpstelling vergrendelt terwijl de ontspanknop half wordt ingedrukt.
2
Terwijl u de ontspanknop half ingedrukt houdt, past u de compositie van
de foto aan, waarna u de ontspanknop helemaal indrukt.
• Wijzig de afstand tussen de camera en het onderwerp niet terwijl u de sluiterknop
half ingedrukt houdt.
% Tips
• Als de camera er zelfs met de scherpstelvergrendeling niet in slaagt om het onderwerp
scherp te stellen, gebruikt u P (AF-kader). g “Een scherpstelkader selecteren
(AF-kader)“ (Blz. 35)










