Operation Manual
101
NL
Overige informatie
6
Aanduiding
op monitor
Mogelijke oorzaak Oplossing
Picture Error
Beelden kunnen niet worden
overgezet tussen apparaten die
momenteel gegevens ontvangen
of verzenden.
Verhoog de beschikbare hoeveelheid
geheugen op het kaartje door
bijvoorbeeld ongewenste beelden
te verwijderen, of kies een kleinere
bestandsgrootte voor de beelden die
u wilt verzenden.
m
De interne temperatuur van
de camera is toegenomen
ten gevolge van repeterende
opnamen.
Schakel de camera uit en wacht tot
de interne temperatuur gedaald is.
Interne camera-
temperatuur is te
hoog. Wacht even
totdat de camera is
afgekoeld, voordat
u deze gebruikt.
Wacht even totdat de camera
automatisch wordt uitgeschakeld.
Laat de interne temperatuur van
de camera afkoelen, voordat
u de camera weer in gebruik neemt.
Battery Empty
De batterij is uitgeput. Laad de batterij op.
No Connection
De camera is niet op de juiste
wijze verbonden met een
computer, printer, HDMI-scherm of
ander apparaat.
Sluit de camera opnieuw aan.
No Paper
De papiervoorraad van de printer
is op.
Leg een nieuwe voorraad papier in
de printer.
No Ink
De inktvoorraad van de printer
is op.
Vervang de inktcassette in
de printer.
Jammed
Het papier in de printer
is vastgelopen.
Haal het papier dat de printer
blokkeert uit de printer.
Settings Changed
De papiercassette van de printer
is verwijderd of de printer werd
bediend, terwijl de instellingen op
de camera gemaakt werden.
Bedien de printer niet, terwijl u
instellingen op de camera maakt.
Print Error
Er heeft zich een probleem
met de printer en/of de camera
voorgedaan.
Schakel camera en printer uit.
Controleer de printer en hef
eventuele storingen op voordat u
beide apparaten weer inschakelt.
Cannot Print
Het is mogelijk dat foto's die met
andere camera's gemaakt zijn,
niet vanuit deze camera geprint
kunnen worden.
Gebruik een computer om de foto's
te printen.
De lens is
vergrendeld. Laat
de lens naar buiten
komen.
De lens van de intrekbare lens
blijft ingeschoven.
Laat de lens naar buiten komen.
(Blz. 13)
Controleer de
status van de lens.
Er heeft zich een afwijking
voorgedaan tussen de camera en
de lens.
Schakel de camera uit, controleer
de verbinding met de lens en
schakel de stroomtoevoer weer in.










