Operation Manual
32
NL
Basisfuncties
2
De belichting regelen (belichtingscorrectie)
Druk op de knop F (F) en gebruik HI om de belichtingscorrectie aan te passen. Kies
positieve (“+“) waarden om beelden helderder te maken en negatieve (“–“) waarden
om beelden donkerder te maken. De belichting kan worden aangepast tussen ±3.0 EV.
Negatief (–) Geen compensatie (0) Positief (+)
# Let op
• Belichtingscorrectie is niet mogelijk in de standen A, M of SCN.
De helderheid wijzigen van overbelichte en onderbelichte delen
Om het dialoogvenster voor de toonregeling op te roepen,
drukt u op de knop F (F) en drukt u op de knop INFO.
Gebruik HI om een toonniveau te kiezen. Kies “laag“
om schaduwen donkerder te maken of “hoog“ om lichte
partijen helderder te maken.
250250 F5.6
ISO
200
L
N
P
01:02:0301:02:03
12341234
j
HD
+
2.0
+
2.0
00
S-ISS-IS
Belichtingscorrectie
INFO
INFO
INFO
INFO
INFO
INFO
00
+1+1
00










