Operation Manual
94
NL
Informatie
11
Monitor-indicatie Mogelijke oorzaak Oplossing
m
De interne temperatuur van
de camera is toegenomen
ten gevolge van repeterende
opnamen.
Schakel de camera uit en wacht
tot de interne temperatuur
gedaald is.
Interne camera-
temperatuur is
te hoog.
Wacht even
totdat de camera
is afgekoeld,
voordat u deze
gebruikt.
Wacht even totdat de
camera automatisch wordt
uitgeschakeld. Laat de interne
temperatuur van de camera
afkoelen, voordat u de camera
weer in gebruik neemt.
BATTERY
EMPTY
De batterij is uitgeput. Laad de batterij op.
NO
CONNECTION
De camera is niet op de juiste
wijze op de computer of printer
aangesloten.
Koppel de camera los en
sluit hem opnieuw, maar
nu
goed, aan.
NO PAPER
De papiervoorraad van de
printer is op.
Leg een nieuwe voorraad
papier
in de printer.
NO INK
De inktvoorraad van de
printer
is op.
Vervang de inktcassette in
de printer.
JAMMED
Het papier in de printer is
vastgelopen.
Haal het papier dat de printer
blokkeert uit de printer.
SETTINGS
CHANGED
De papiercassette van de printer
is verwijderd of de printer werd
bediend terwijl er instellingen op
de camera ingevoerd werden.
Bedien de printer niet, terwijl
u instellingen op de camera
maakt.
PRINT ERROR
Er heeft zich een probleem
met de printer en/of de camera
voorgedaan.
Schakel camera en printer
uit. Controleer de printer en
hef eventuele storingen op
voordat u beide apparaten
weer
inschakelt.
CANNOT PRINT
Het is mogelijk dat foto's die met
andere camera's gemaakt zijn,
niet vanuit deze camera geprint
kunnen worden.
Gebruik een computer om de
foto's te printen.
De lens is
vergrendeld.
Laat de lens naar
buiten komen.
De lens van de intrekbare lens
blijft ingeschoven.
Laat de lens naar buiten komen.
(Blz. 12)
Controleer de
status van de
lens.
Er heeft zich een afwijking
voorgedaan tussen de camera
en de lens.
Schakel de camera uit,
controleer de verbinding
met de lens en schakel de
stroomtoevoer weer in.










