Operation Manual

81
NL
De camera-instellingen aanpassen
10
Optie Beschrijving
g
LIVE VIEW
BOOST
Als [ON] geselecteerd is, wordt er voorrang aan
gegeven om de beelden duidelijk zichtbaar te maken; de
belichtingscorrectie en andere instellingen van de effecten
zijn niet zichtbaar op de monitor.
qCLOSEUP
MODE
[mode1]: Druk op U om in te zoomen (maximaal 14
×)
en druk op G om uit te zoomen.
[mode2]: Druk op U om het zoomkader weer te geven
voor de opgegeven zoomverhouding. Druk nogmaals op
U om in te zoomen.
14, 61
MODE GUIDE Kies [ON] om hulp weer te geven voor de geselecteerde
stand als de functieknop naar een nieuwe instelling
wordt gedraaid.
10
HISTOGRAM
SETTINGS
[HIGHLIGHT]: Kies de onderste limiet voor de weergave
van lichte partijen.
[SHADOW]: Kies de bovenste limiet voor de weergave van
schaduwpartijen.
31
g
FACE PRIORITY
Selecteer [ON] om de prioriteit van menselijke gezichten
toe te wijzen wanneer de automatische scherpstelling
wordt bepaald. De camera zoomt in op gezichten tijdens
weergavezoom.
37
BACKLIT LCD Als gedurende de geselecteerde tijd geen handelingen
worden uitgevoerd, wordt de achtergrondverlichting gedimd
om de batterij te sparen. De achtergrondverlichting wordt
niet gedimd als [HOLD] geselecteerd is.
SLEEP De camera wordt in de sluimerstand (energiebesparing)
geschakeld als er gedurende de geselecteerde periode
geen handelingen worden uitgevoerd. De camera kan
opnieuw worden geactiveerd door de ontspanknop half
in te drukken. Met [OFF] schakelt u de sluimerstand uit.
8 (Piepgeluid)
U kunt het piepgeluid, dat afgegeven wordt als de
scherpstelling vergrendeld wordt, op [OFF] zetten door
o
p de ontspanknop te drukken.
VOLUME Het weergavevolume aanpassen.
15, 59, 62
USB MODE
Kies een stand om de camera op een computer of printer aan
te sluiten. Kies [AUTO] om de opties voor de USB-modus
weer te geven telkens wanneer de camera wordt aangesloten.
V EXP/e/ISO
MENU
c
V
Optie Beschrijving
g
EV STEP Kies de omvang van de stappen die worden gebruikt
bij het selecteren van de sluitertijd, het diafragma, de
belichtingscorrectie en andere belichtingsparameters.
METERING (meten) Kies een lichtmeetmethode aan de hand van de scène.
39
AEL METERING Kies de metingsmethode die wordt gebruikt voor AE-lock
(Blz.
39). [AUTO]: Gebruik de momenteel geselecteerde
metingsmethode.
ISO Stel de ISO-gevoeligheid in.
45
ISO STEP Selecteer de beschikbare stappen voor het kiezen van
de ISO-gevoeligheid.
ISO-AUTO SET Kies de bovengrens en standaardwaarde die gebruikt
wordt voor de ISO-gevoeligheid als [AUTO] geselecteerd
is voor [ISO].
[HIGH LIMIT]: Kies de bovengrens voor de automatische
keuze van ISO-gevoeligheid.
[DEFAULT]: Kies de standaardwaarde voor de
automatische keuze van ISO-gevoeligheid.
U DISP/8/PC
MENU
c
U