Operation Manual
43
NL
Basisfotograe / vaak gebruikte opties
1
3
Druk op I om de instellingen weer te geven voor de
geselecteerde optie.
h
i-a
J K
CONTRAST
Het verschil tussen lichte en donkere
partijen
a a a a
SHARPNESS
De beeldscherpte
a a a a
GRADATION De tint aanpassen (gradatie).
a a a a
AUTO
Deelt het beeld op in kleinere
gebieden en bepaalt voor elke gebied
afzonderlijk de helderheid. Dit werkt
goed bij beelden waarin gebieden met
een hoog contrast voorkomen zodat de
lichte partijen te helder, en de donkere
partijen te donker zouden worden.
NORMAL
Gebruik de stand [NORMAL] bij
normaal fotograferen.
HIGH KEY Gradatie bij een helder onderwerp.
LOW KEY Gradatie bij een donker onderwerp.
SATURATION
De kleurdiepte van het beeld
a a
k
a
EFFECT
(i-ENHANCE)
Voor het instellen van de mate waarin het
effect wordt toegepast.
a
k k
a
B&W FILTER
(MONOTONE)
Voor zwart/wit-foto's. De lterkleur wordt
lichter en de complementaire kleur wordt
donkerder.
k k
a a
N:NEUTRAL
Hiermee creëert u een normale zwart/
wit-foto.
Ye:YELLOW
Geeft mooi doortekende witte wolken
tegen een helderblauwe lucht weer.
Or:ORANGE
Accentueert de kleuren in blauwe
luchten en zonsondergangen lichtjes.
R:RED
Accentueert in sterke mate kleuren in
blauwe luchten en de helderheid van
karmozijnrood gebladerte.
G:GREEN
Accentueert in sterke mate kleuren in
rode lippen en groene bladeren.
PICT. TONE
(MONOTONE)
Kleurt zwart/wit-beelden.
k k
a a
N:NEUTRAL
Hiermee creëert u een normale zwart/
wit-foto.
S:SEPIA Sepia
B:BLUE Blauw
P:PURPLE Purper
G:GREEN Groen
# Let op
Veranderingen van het contrast hebben alleen effect bij de instelling [NORMAL].•










