OKIOFFICE 86 GEBRUIKERSHANDLEIDING
Nederlands Er is veel aan gedaan om de volledigheid, nauwkeurigheid en actualiteit van de informatie in deze handleiding te garanderen. Het is echter niet mogelijk verantwoordelijkheid te aanvaarden voor fouten veroorzaakt door derden. Er kunnen evenmin rechten worden ontleend indien door derden wijzigingen zijn aangebracht in de software en in de apparatuur waar in deze handleiding naar wordt verwezen.
Nederlands Inhoudsopgave Inhoudsopgave . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . iii Speciale opmerkingen in deze handleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ix Hoofdstuk 1 - Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1 Kenmerken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1 Productopties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Nederlands Hoofdstuk 3 - Telefoonregister . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35 Snelkiestoetsen programmeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35 Samengesteld kiezen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37 Kiescodes programmeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 38 Groepen programmeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40 Hoofdstuk 4 - Basishandelingen . . .
Nederlands Instellen van vertrouwelijke postbus. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 64 Sluiten van een vertrouwelijke postbus. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 65 Wijzigen van postbuswachtwoord . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 66 Afdrukken van vertrouwelijke documenten . . . . . . . . . . . . . . . . . 67 Relaisverzenden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 67 Relais-start-station. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Nederlands Kiesparameter-instellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 91 Lijst met kiesparameter-instellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 92 Wijzigen van de kiesparameter-instellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . 93 Hoofdstuk 7 - Rapporten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 94 Overzicht van rapporten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 94 Journaal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Nederlands Bijlage B - ISDN G4 optie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 121 Technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 121 ISDN programmeringsoverzicht. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 121 Definities . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 122 Overige instellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Nederlands Wanneer een PDF wordt verzonden:. . . . . . . . . . . . . . . . . . . 144 Onderwerp. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 144 Van: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 144 TIFF viewer. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 144 PDF . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 144 Internet FAX ontvangst. . .
Nederlands Speciale opmerkingen in deze handleiding Opmerking:Een opmerking ziet er in deze handleiding zo uit. De opmerkingen zijn toelichtingen of tips met extra informatie. De opmerkingen helpen u het product beter te gebruiken en te begrijpen. Voorzichtig: Dit zijn speciale opmerkingen met extra informatie om storingen of beschadiging van het product te voorkomen. WAARSCHUWING: EEN WAARSCHUWING ZIET ER IN DEZE HANDLEIDING ZO UIT.
Nederlands Hoofdstuk 1 - Inleiding Dit faxapparaat gebruikt de geavanceerde LED-technologie om ontvangen en gekopieerde afbeeldingen op normaal papier over te brengen. Het faxapparaat is ontworpen om de verzending en ontvangst van documenten snel en probleemloos te kunnen laten uitvoeren. Kenmerken Het faxapparaat heeft de volgende kenmerken: • 10 Snelkiestoetsen voor het automatisch, met één druk op de toets laten kiezen van voorgeprogrammeerde faxnummers.
Nederlands • Instellingen voor handmatige en automatische ontvangst van faxberichten, automatische omschakeling tussen telefoongesprekken en faxberichten en de mogelijkheid om op uw fax een telefoon / antwoordapparaat aan te sluiten. • De functie Besloten gebruikersgroep stelt u in staat zelf te bepalen wie faxberichten naar uw fax kan verzenden of te bepalen naar welke faxapparaten kan worden verzonden en van kan worden ontvangen.
Nederlands Bedieningspaneel en onderdelen De verpakkingsdoos van uw nieuwe faxapparaat dient de volgende voorwerpen te bevatten: 1. Faxapparaat 2. Documentenblad 3. Papier invoer-/opvangblad 4. Voedingskabel 5. Telefoonsnoer en steker 6. Documentenopvangblad 7. Drum cartridge (in het faxapparaat) 8. Toner cartridge 9. Gebruikershandleiding (deze handleiding) CD 10. Veiligheids/Installatie-instructies (niet afgebeeld) 11.
Nederlands Onderdelen 1. Papier invoer-/opvangblad - Plaats hier max. 100 vel papier. Max. 30 vel ontvangen faxberichten of gemaakte kopieën kunnen boven op dit blad worden opgevangen. 2. Documentenblad - Bevat max. 20 documenten die worden verzonden of gekopieerd. 3. Documentgeleiders - Stel deze in op de breedte van de documenten die worden verzonden of gekopieerd. 4. Snelkiestoetsenbord 5.
Nederlands 8. PC connector - Sluit de interfacekabel op deze connector aan. 9. LINE aansluiting - Met deze aansluiting wordt de fax op de telefoonlijn aangesloten. 10. TEL aansluiting - Met deze aansluiting kunt u een telefoon of antwoordapparaat op uw fax aansluiten. Opmerking: Er is slechts 1 aansluiting beschikbaar. Wanneer de ISDN G4 optie is geïnstalleerd, dan kan geen telefoon of antwoordapparaat worden aangesloten omdat deze fax bij gebruik van ISDN geen spraakcommunicatie ondersteunt. 11.
Nederlands 13. LED-element - Deze zwarte staaf vormt het onderdeel in uw fax dat de ontvangen faxberichten of de kopieën op de drum schrijft. Telkens wanneer u de toner cartridge vervangt, dient u ook deze zwarte staaf te reinigen. 14. Toner cartridge - Deze zwarte cilinder in de drum cartridge bevat de zwarte poeder die de inkt voor uw fax vormt. U dient een nieuwe toner cartridge te plaatsen zodra de melding WEINIG TONER of VERVANG TONER CARTR. op het display verschijnt. 15.
Nederlands Toetsen en indicators op het bedieningspaneel 1. LCD (display): Kijk tijdens de werking en het programmeren van uw fax naar het display. Het display toont instructies en informatie. 2. Resolutie/W W JA toets: Gebruik deze toets om de resolutie voor het document aan te geven nadat u het document heeft geplaatst. Gebruik STD voor standaard documenten, FIJN en EX. FIJN voor gedetailleerde documenten met kleine letters en FOTO voor documenten met kleuren of een groot aantal grijstinten.
Nederlands 6. ZOEK toets: Bij alle onder de snelkiestoetsen en kiescodes geprogrammeerde faxnummers kan een Lokatie ID (naam) worden opgeslagen, zodat u met deze toets zelf of in combinatie met de numerieke toetsen, de faxnummers op alfabet kunt opzoeken. U kunt de ZOEK toets ook gebruiken voor het zoeken naar ongeprogrammeerde snelkiestoetsen en kiescodes. 7. HAAK/SPREEK toets: Door tijdens de faxcommunicatie op deze toets te drukken start u een spreekverzoek.
Nederlands 9. KIESCODE toets: Kiescodes zijn verkorte nummers waarmee u snel een faxnummer kunt kiezen. In plaats van het gehele faxnummer te kiezen, kunt u een twee-cijferige kiescode invoeren. U kunt ook de Lokatie ID’s (namen) gebruiken die bij de kiescodes zijn opgeslagen en met de ZOEK toets op naam het gewenste faxnummer zoeken.
Nederlands 12. STOP toets: Met deze toets annuleert u de huidige opdracht en schakelt u de ALARM indicator uit. Druk na het bijvullen van papier op deze toets om de alarmstatus uit te schakelen en de in het geheugen opgeslagen faxberichten af te laten drukken. Drukt u tijdens het programmeren op de STOP toets, dan gaat u stap-voor-stap terug langs de programmeerfuncties die u al eerder had gekozen. 13.
Nederlands 16. PAUZE toets (Snelkiestoets 7): Gebruik deze toets op het snelkiestoetsenbord om tijdens het programmeren van faxnummers een pauze van 3 seconden in te voeren. U kunt deze toets bijvoorbeeld gebruiken om de fax opdracht te geven te wachten voor een buitenlijn of internationale lijn. De pauzes in een nummer zijn aangegeven met een “P” symbool. 17.
Nederlands 21. 0/UNIEK toets: Bij het kiezen zult u deze toets gebruiken om een “0” in te voeren. Bij het programmeren van de Zender ID of een Lokatie ID kunt u deze toets gebruiken om een groot aantal unieke tekens in te voeren, zoals ! # & ’ ( ) * + , - . / : ; = ? · ä ß ñ ö ü Æ Å Ø æ å ø. 22. Numerieke toetsen: Bij het kiezen functioneren deze toetsen net zo als bij een telefoon. U kunt de numerieke toetsen ook gebruiken om nummers, letters en andere tekens in te voeren tijdens het programmeren.
Nederlands Het snelkiestoetsenbord De snelkiestoetsen vormen voor uw fax een belangrijk onderdeel. U zult ze gebruiken voor snelkiezen en voor toegang tot de meeste faxfuncties en programmeeropties van uw fax. Gebruik van snelkiestoetsen voor het kiezen Om een snelkiestoets voor het kiezen te gebruiken, kunt u op de betreffende snelkiestoets drukken.
Nederlands Opmerking: Door de ontvangstinstelling van uw fax te wijzigen kunt u ook de algemene faxberichten (niet-vertrouwelijke faxberichten) die in het geheugen waren ontvangen afdrukken. 3/VERTROUWELIJK VERZ. toets: Gebruik deze toets om een vertrouwelijk document naar een postbus (een geheugenopslagplaats) in de andere fax te verzenden. 4/RELAISVERZENDEN toets: Gebruik deze toets om een document door te laten zenden.
Nederlands programmeren, om het wachtwoord voor het afdrukken van in het geheugen ontvangen documenten te programmeren, om de wachtwoorden voor beperkt gebruik van uw fax in te stellen en, indien aanwezig, ISDNparameters in te stellen. 10/SCHOONMAAKPAGINA toets: Gebruik deze toets om een schoonmaakpagina af te drukken zodat overtollige tonerpoeder van de drum wordt verwijderd. Geluidssignalen Uw fax kan diverse geluidssignalen geven om u in bepaalde situaties te waarschuwen.
Nederlands Hoofdstuk 2 - Installatie Aan de slag Om uw nieuwe fax op de juiste wijze te installeren, volgt u de onderstaande instructies van het uitpakken van de fax tot en met het instellen van de faxgegevens. U dient de aangegeven stappen te volgen om te zorgen dat uw fax probleemloos kan functioneren. Heeft u voor uw fax opties gekocht, raadpleeg dan de bij de opties geleverde documentatie. De juiste plaats voor uw fax 1. Installeer uw fax in een stofarme ruimte en uit het directe zonlicht. 2.
Nederlands Uitpakken Controleer voordat u begint of alle hieronder aangegeven onderdelen in de verpakking aanwezig zijn. Verwijder de inhoud van de doos en plaats deze op een stevige ondergrond. 9 1. Faxapparaat 2. Toner cartridge 3. Drum cartridge (in de fax) 4. Voedingskabel 5. Telefoonsnoer en steker 6. Papier invoer-/opvangblad 7. Documentenblad 8. Documentenopvangblad 9.
Nederlands Let op!: Voor transport dient u altijd eerst de drum cartridge en de toner cartridge uit de fax te verwijderen. Raadpleeg “Transporteren van de fax” in het hoofdstuk “Problemen oplossen”. Installatie van uw fax Installatie van papier invoer-/opvangblad en documentenbladen 1. Steek de nokjes van het papier invoer-/opvangblad in de achterste openingen aan de bovenzijde van de fax. 2. Plaats het documentenblad in de lange horizontale opening aan de bovenzijde van de fax.
Nederlands 3. Steek de nokjes van de documentenopvangblad in de openingen aan de voorzijde van de fax. Installatie van de toner cartridge 1. Open het bovendeksel. 2. Pak het bedieningspaneel vast. Trek het voorzichtig omhoog en naar u toe tot het bedieningspaneel ontgrendeld. Draai het bedieningspaneel daarna omhoog. 3. Verwijder voorzichtig het beschermingsblad uit de documentinvoer.
Nederlands Let op!: Voorkom dat de drum cartridge langer dan 5 minuten wordt blootgesteld aan omgevingslicht. Stel de drum cartridge nooit bloot aan zonlicht. Raak nooit de groene drum in de drum cartridge aan. 4. Til de drum cartridge uit de fax en bewaar de drum cartridge uit het directe zonlicht. Raak NOOIT het groene oppervlak van de drum aan. 5. Verwijder voorzichtig het beschermingsblad voor de drum cartridge. 6. Plaats de drum cartridge terug in uw fax.
Nederlands 7. Verwijder de kunststof afdekking die zich over het tonerreservoir bevindt. WAARSCHUWING: WEES VOORZICHTIG MET DE TONER CARTRIDGE. VOORKOM DAT TONER WORDT GEMORST OP KLEDING OF POREUS MATERIAAL. DOEN ZICH MET DE TONER PROBLEMEN VOOR, RAADPLEEG DAN HET HOOFDSTUK “VEILIGHEID” AAN HET BEGIN VAN DEZE HANDLEIDING. 8. Verwijder de toner cartridge uit de verpakking en schud deze voorzichtig heen en weer om de toner gelijkmatig te verdelen.
Nederlands 9. Plaats de toner cartridge met de geribbelde zijkanten naar boven en de gekleurde hendel naar rechts in de drum cartridge. Schuif de linkerkant van de cartridge eerst naar binnen en laat daarna de rechterkant voorzichtig zakken. 10. Is de toner cartridge eenmaal geplaatst, druk dan de gekleurde hendel helemaal naar voren om de cartridge vast te zetten en de toner vrij te laten komen. 11. Sluit het bovendeksel van de fax tot u klik hoort.
Nederlands 12. Sluit het bedieningspaneel door op het deksel te drukken tot u klik hoort. Aansluiten op de telefoonlijn 1. Steek één kant van het telefoonsnoer in de LINE aansluiting aan de achterkant van de fax. 2. Steek de andere kant van telefoonlijnwandcontactdoos. Opmerking: het telefoonsnoer in de U kunt nu naar keuze een externe telefoon, antwoordapparaat of de optionele handset op uw fax aansluiten. Volg de onderstaande aanwijzingen.
Nederlands Opmerking 1: Heeft uw antwoordapparaat een telefoonaansluiting dan adviseren wij u om eerst het antwoordapparaat op uw fax aan te sluiten en daarna uw telefoon op het antwoordapparaat aan te sluiten. Opmerking 2: U dient de ontvangstinstelling [TAA] te hebben ingeschakeld om het antwoordapparaat te laten samenwerken met de fax. Raadpleeg ook “De ontvangstinstelling aangeven” verderop in deze handleiding.
Nederlands Papier plaatsen Uw fax heeft een capaciteit van 100 vel (80 gr/m ) papier. Voor de beste resultaten, dient u uitsluitend papier te gebruiken dat ook wordt toegepast in laserprinters of kopieermachines. 2 Om te zorgen dat het ontvangen document kan worden afgedrukt op het in de fax aanwezige papier, zal de fax de verticale lengte van de pagina tot maximaal 75% van de originele lengte verkleinen.
Nederlands 3. Plaats het papier met de afdrukzijde naar beneden in de fax. Opmerking: Wanneer u papier bijvult, dient u meer dan 10 vel bij te vullen om te voorkomen dat de fax signaleert dat geen invoer mogelijk is. 4. Stel de linker papiergeleider zo in dat deze tegen het papier aanligt. Instellen van de klok Volg de onderstaande instructies om de tijd en datum op uw fax in te stellen. 1. Druk op de FUNCTIE toets. 2. Druk op de GEBRUIKERS PROGRAMMA snelkiestoets. 3. Druk op de numerieke toets 3.
Nederlands De ontvangstinstelling aangeven Uw fax heeft verschillende ontvangstinstellingen waarmee wordt bepaald hoe zowel inkomende faxberichten als telefoongesprekken worden verwerkt. In de rusttoestand van de fax verschijnt altijd de huidige ontvangstinstelling op het display. Opmerking: Wanneer de ISDN G4 optie is geïnstalleerd, dan kunnen de ontvangstinstellingen [T/F] en [TAA] niet worden gekozen, omdat geen spraakcommunicatie wordt ondersteund wanneer deze fax ISDN gebruikt.
Nederlands Neemt u een oproep aan met een telefoon die op dezelfde telefoonlijn maar niet direct op uw fax is aangesloten, dan kunt u uw fax op afstand opdracht geven het document te ontvangen door met de toetsen van een toon-telefoontoestel een twee-cijferig nummer in te voeren. Raadpleeg gebruikersfunctie “16:ONTV. OP AFSTAND” in het hoofdstuk “Programmeren”. Telefoon/fax-schakelaar [T/F]: Als de inkomende oproepen zowel faxberichten als telefoongesprekken betreffen, dan kunt u deze instelling gebruiken.
Nederlands dan kan de fax niet signaleren dat de telefoon is opgenomen en begint de automatische ontvangst terwijl u nog bezig bent met uw telefoongesprek. Telefoon-antwoordapparaat [TAA]: Gebruik deze instelling als u op uw fax een antwoordapparaat heeft aangesloten. Komt een oproep binnen en u beantwoordt het niet, dan schakelt het antwoordapparaat in en wordt uw uitgaande boodschap weergegeven. Gelijktijdig controleert uw fax of het om een telefoongesprek of faxbericht gaat.
Nederlands Wijzigen van de ontvangstinstelling U kunt de ontvangstinstellingen van uw fax als volgt wijzigen. 1. Druk op de ONTV. toets. Uw fax toont nu de huidige ontvangstinstelling. 2. Druk opnieuw op de ONTV. toets. Uw fax schakelt over naar de volgende instelling. 3. Blijf op de ONTV. toets drukken tot de gewenste instelling op het display verschijnt. Na een korte pauze gaat uw fax terug naar de rusttoestand en verschijnt de nieuwe ontvangstinstelling op het display.
Nederlands automatisch een bericht verzenden met een bel-terug-boodschap. Deze boodschap wordt op een aparte pagina afgedrukt met de melding “Please call back” en een telefoonnummer waar u te bereiken bent. Het telefoonnummer dat u hier invoert, verschijnt op de bel-terug-boodschap. Fax-gegevens instellen 1. Druk op de FUNCTIE toets. 2. Druk op de GEBRUIKERS PROGRAMMA snelkiestoets. Het display toont 1:FUNCTIES INSTELLEN. 3. Druk op de numerieke toets 4. Het display toont 4:FAXGEGEVENS INST. 4.
Nederlands De cursor verplaatsen om correcties aan te geven. W JA en X NEE toetsen. 8. Druk op de START toets om de invoer op te slaan. Het display toont NR=. 9. Zodra het display leeg is, kunt u de numerieke toetsen gebruiken om het telefoonnummer in te voeren dat u wilt gebruiken voor de belterug-boodschap. Het nummer kan maximaal 20 cijfers lang zijn. Opmerking: Gebruik de LOKATIE PROGR.
Nederlands Aansluiten op een bedrijfscentrale (PBX) Een PBX (Private Branch Exchange) is een privé telefoonsysteem dat het interne telefoonverkeer regelt. Indien u een nummer moet draaien om een buitenlijn te krijgen, dan is uw fax aangesloten op een bedrijfscentrale. Volg de onderstaande aanwijzingen indien u uw fax op een PBX wilt aansluiten. Met deze instellingen herkent uw fax het kiesnummer van de buitenlijn in de nummers die u programmeert of kiest.
Nederlands Opmerking 1: Heeft u het extern kiesnummer ingevoerd, dan dienen alle externe faxnummers die u bij het kiezen en in uw fax programmeerd nogmaals met het kiesnummer van uw centrale te beginnen. Opmerking 2: Om PBX LIJN en EXTERN KIESNUMMER op een later tijdstip uit te schakelen, herhaalt u de bovenstaande stappen 1 - 7. Bij stap 8 drukt u viermaal op de 9/SPATIE snelkiestoets en gaat u vervolgens verder met de stappen 9 - 10.
Nederlands Hoofdstuk 3 - Telefoonregister Snelkiestoetsen programmeren Uw fax biedt tien snelkiestoetsen voor het snel kunnen kiezen van faxnummers. Onder elke snelkiestoets kunt u twee faxnummers van elk maximaal 32 cijfers opslaan. Een hoofdnummer en een alternatief nummer dat wordt gebruikt als het eerste nummer bezet is of niet antwoord. U kunt bij elke snelkiestoets tevens een 15 tekens tellend Lokatie ID (naam) invoeren.
Nederlands 5. Voer de Lokatie ID in. Deze kan maximaal 15 tekens lang zijn. Raadpleeg de onderstaande instructies. Om dit te doen Gebruikt u Cijfers invoeren. Numerieke toetsen (éénmaal indrukken). Spaties invoeren. 9/SPATIE snelkiestoets. Letters invoeren. Zoek de gewenste letter op het numerieke toetsenbord. Druk vervolgens op de toets tot de letter verschijnt. Unieke tekens invoeren. Druk op de 0/UNIEK toets tot het gewenste teken verschijnt. U kunt de volgende tekens kiezen: ! # & ’ ()*+,-.
Nederlands 11. Om nog meer snelkiestoetsen te programmeren, kunt u terug gaan naar stap 2. Druk na het programmeren op de FUNCTIE toets. 12. Verwijder het plastic dekseltje boven het etiket bij de snelkiestoetsen. Schrijf met een potlood de naam bij de snelkiestoets. Plaats daarna opnieuw het plastic dekseltje. Opmerking: Voor het wissen van een geprogrammeerde snelkiestoets, volg dan de stappen 1 – 2 en druk bij stap 3 op de 9/ SPATIE snelkiestoets tot het faxnummer is verwijderd.
Nederlands Kiescodes programmeren Uw fax heeft 100 kiescodes om snel te kunnen kiezen door een 3-cijferige code in te voeren. Bij elke kiescode kunt u een faxnummer van maximaal 32 cijfers en een Lokatie ID (naam) van maximaal 15 tekens invoeren. Opmerking: Om de kiescodes te zoeken die nog niet zijn geprogrammeerd, kunt u bij stap 2 herhaaldelijk op de ZOEK toets drukken. 1. Druk op de FUNCTIE toets en daarna op de LOKATIE PROGR. snelkiestoets.
Nederlands Om dit te doen Gebruikt u Letters invoeren. Zoek de gewenste letter op het numerieke toetsenbord. Druk vervolgens op de toets tot de letter verschijnt. Unieke tekens invoeren. Druk op de 0/UNIEK toets tot het gewenste teken verschijnt. U kunt de volgende tekens kiezen: ! # & ’ ()*+,-./:;=?·äßñöüÆÅØæåø Twee letters of cijfers met dezelfde toets invoeren. Druk op de NEE X toets om naar de volgende cursorpositie te gaan. De cursor verplaatsen om correcties aan te geven.
Nederlands Groepen programmeren Heeft u een aantal snelkiestoetsen of kiescodes geprogrammeerd, dan kunt u groepen programmeren waarmee u hetzelfde faxbericht naar meerdere lokaties (bestemmingen) kunt verzenden. U kunt maximaal 5 groepen met totaal 80 faxnummers voor alle vijf de groepen programmeren. 1. Druk op de FUNCTIE toets en druk daarna op de LOKATIE PROGR. snelkiestoets. Het display toont LOKATIE PROGRAMMEREN, INVOER(ZOEK, SK, KC, #). 2. Druk op de # toets op het numerieke toetsenbord.
Nederlands 6. Druk na het programmeren van uw groep op de NEE X toets. Op het display verschijnt LOKATIE PROGRAMMEREN, INVOER(ZOEK, SK, KC, #). 7. Om een andere groep te programmeren, gaat u terug naar stap 2. Druk op de FUNCTIE toets om af te sluiten. Opmerking 1: Na het programmeren van een groep kunt u de inhoud van een groep controleren door de stappen 1 - 3 uit te voeren. Bij stap 4 drukt u herhaaldelijk op de START toets om alle geprogrammeerde lokaties te bekijken.
Nederlands Hoofdstuk 4 - Basishandelingen Documenten voorbereiden • Probeer voor het verzenden altijd goed leesbare documenten te gebruiken. Getypte documenten of met zwart geschreven berichten op wit (of licht) papier geven het beste resultaat. • Verzend geen documenten die niet rechthoekig van vorm zijn. • Gebruik nooit documenten waarvan het oppervlak nat of kleverig is, die voorzien zijn van nietjes of paperclips of die zijn gekreukeld.
Nederlands Documenten met meerdere pagina’s Uw fax kan papier scannen met een gewicht van 60 - 105 gr/m . U kunt gelijktijdig maximaal 20 vel 80 gr/m papier (kopieerpapier) in de documentinvoer plaatsen. Gebruikt u zwaarder papier, dan is dit aantal beperkt tot 15. Nog zwaarder papier kunt u het beste pagina voor pagina plaatsen en verzenden. 2 2 Bij het plaatsen van documenten die uit meerdere pagina’s bestaan, kunt u geen papier gebruiken dat dunner is dan 0.08 mm of dikker dan 0.13 mm.
Nederlands 2. Maak een nette stapel van uw documenten en plaats deze met de tekstzijde naar beneden in de documentinvoer. Stel indien nodig de documentgeleiders opnieuw in. 3. Uw fax pakt de documenten vast en zal de onderste pagina invoeren. 4. Indien nodig kunt u de Resolutie of W JA toets gebruiken om de resolutie voor uw document aan te geven. Te gebruiken resolutie Type document Normale kantoordocumenten. Documenten met kleine letters of andere nauwkeurige details.
Nederlands Verzenden naar één lokatie 1. Plaats uw document. 2. Kies een lokatie. Raadpleeg de onderstaande instructies. Om te kiezen met Gebruikt u Een snelkiestoets. Druk op de snelkiestoets. Een kiescode. Druk op de KIESCODE toets. Voer daarna de 3-cijferige kiescode in met de numerieke toetsen. De numerieke toetsen. Kies het nummer zoals u met een telefoon zou doen. Maakt u een vergissing, druk dan op de W JA toets om terug te gaan en voer het cijfer opnieuw in.
Nederlands Kiezen met de ZOEK toets Weet u niet onder welke snelkiestoets of kiescode de gewenste lokatie is opgeslagen, gebruik dan de ZOEK toets om in alfabetische volgorde de lijst met Lokatie ID’s door te lopen die in uw fax zijn opgeslagen. 1. Voor het kiezen van de lokatie kunt u op de ZOEK toets drukken. Het display toont OP NAAM ZOEKEN, VOER 1-STE LETTER IN. 2.
Nederlands Bevestigen van resultaten Na de verzending kunt u éénmaal op de KOPIE toets drukken (zonder dat een document is geplaatst) om het resultaat van de verzending op het display te laten verschijnen. Om een Bevestigingsrapport af te laten drukken, moet u opnieuw op de KOPIE toets drukken. Raapleeg het hoofdstuk 7 “Rapporten” voor meer informatie. Stoppen van een verzending Om een verzending te stoppen volgt u de onderstaande instructies. 1. Druk tweemaal op de STOP toets. Het display toont GESTOPT.
Nederlands 4. Na de ontvangst van het faxbericht hoort u een pieptoon om aan te duiden dat het bericht goed is ontvangen. Faxberichten in het geheugen ontvangen Uw fax zal in een aantal situaties automatisch de ontvangen documenten in het geheugen opslaan en ze niet direct afdrukken. In geheugen ontvangen Staat de fax ingesteld op de [GEH] ontvangstinstelling, dan zullen alle faxberichten in het geheugen worden opgeslagen. Nadat berichten in het geheugen zijn opgeslagen, verschijnt BERICHT IN GEH.
Nederlands Met weinig toner ontvangen Als de toner in uw fax bijna op is, verschijnt op het display de melding WEINIG TONER, VERVANG TONER CARTR. In plaats van een mogelijk onleesbaar faxbericht af te drukken, zal uw fax de berichten automatisch in het geheugen opslaan wanneer de gebruikersfunctie “22:GEH.ONTV. (TONER)” op AAN is ingesteld (zie hoofdstuk “Programmeren”). Is deze gebruikersfunctie op UIT ingesteld dan kan uw fax nog ongeveer 100 standaard pagina’s (4% zwarting) goed leesbaar afdrukken.
Nederlands Wissen van in het geheugen ontvangen berichten In sommige landen is het ook mogelijk om in het geheugen ontvangen berichten te wissen zonder ze af te drukken. 1. Nadat u de instructies heeft gevolgd om in het geheugen opgeslagen berichten af te drukken, verschijnt op het display BERICHT IN GEHEUGEN, AFDRUKKEN. 2. Om het bericht te wissen in plaats van af te laten drukken, drukt u op de STOP toets. Het display toont WISSEN?. 3.
Nederlands 6. Druk op de W JA toets om de nieuwe instelling te bevestigen. 7. Druk op de FUNCTIE toets om af te sluiten. Stroomstoringen en geheugen Heeft zich een stroomstoring voorgedaan, dan zullen zich de volgende problemen voordoen: • Alle berichten die zijn ingescand en opgeslagen in het geheugen maar nog niet zijn verzonden, zijn door de stroomstoring gewist. • Alle berichten die uw fax in het geheugen heeft ontvangen en nog niet afgedrukt, zijn gewist.
Nederlands Kopiëren via handmatige papierinvoer Via de handmatige papierinvoer van uw fax kunt u kopiëren op een ander type (niet formaat) papier dan u normaal in de fax gebruikt. Het formaat papier is afhankelijk van de gebruikersfunctie 13:PAPIERFORMAATinstelling (zie hoofdstuk “Programmeren”). Volg de onderstaande instructies om via de handmatige papierinvoer kopieën te maken. 1. Plaats de documenten die u wilt kopiëren. 2.
Nederlands Opmerking 1: Om deze spreekverzoekfunctie te kunnen gebruiken, dienen beide faxen een aangesloten handset of telefoon te hebben. Opmerking 2: De spreekverzoekfunctie wordt niet ondersteund bij communicatiesnelheden boven de 14.400 bps. Een spreekverzoek afgeven 1. Wanneer op het display de melding ZENDEN of ONTVANGEN verschijnt, druk dan op de HAAK/SPREEK toets. 2. Als de andere partij op uw verzoek reageert, hoort u een geluidssignaal.
Nederlands Hoofdstuk 5 - Geavanceerde handelingen Een document naar meerdere lokaties en/of groepen verzenden Wilt u hetzelfde faxbericht naar meerdere lokaties (bestemmingen) verzenden, volg dan de onderstaande stappen: 1. Plaats uw document. 2. Selecteer de eerste groep of lokatie als volgt. De volgende groep of lokaties dienen binnen drie seconden te worden gekozen. Om te kiezen met Een groep. Snelkiestoets. Kiescode. De numerieke toetsen.
Nederlands 5. Heeft u alle groepen en individuele lokaties aangegeven, druk dan snel op de START toets. Het display toont INV. LOKATIES GOED?, ZEND(START) CONTR(X). Zijn alle lokaties goed, druk dan op de START toets. Uw fax scant het document en zal het naar de aangegeven lokaties verzenden. 6. Drukt u na het aangeven van de groepen en individuele lokaties NIET meteen op de START toets, dan verschijnt kort op het display INGEVOERDE LOKATIES xxxxxxx.
Nederlands Zijn alle lokaties goed, druk dan op de NEE X toets. Het display toont INV. LOKATIES GOED?, ZEND(START) CONTR(X). Zijn alle lokaties goed, druk dan op de START toets. Uw fax scant uw document en begint met de verzending naar de aangegeven lokaties. 9. Wilt u tijdens het controleren van de lokaties een ingevoerde lokatie wissen, druk dan op de NEE X toets zodra het display xxxxxx, GOED(START) WIS(X) toont. Opmerking: xxxxxx geeft de lokatie in uw fax aan die u wellicht wilt wissen.
Nederlands Staat de gebruikersfunctie 17:GEH./DOC.INVOER in de D.INV stand en wilt u een faxbericht uitgesteld verzenden naar één lokatie, dan kan slechts één faxbericht worden geprogrammeerd. Uw document blijft op de documentinvoer liggen tot het verzendtijdstip is aangebroken. Dit betekent dat u uw fax pas weer voor het verzenden van andere faxberichten kunt gebruiken tot het uitgestelde bericht is verzonden. Staat de gebruikersfunctie 17:GEH./DOC.INVOER in de GEH.
Nederlands Opmerking 1: [xx/xx] geeft het tijdstip aan dat u met de numerieke toetsen heeft ingevoerd. Opmerking 2: Voer de tijd in volgens het 24-uur systeem. 8:00 am wordt ingevoerd als 08:00 en 8:00 pm als 20:00 uur. 8. Druk op de W JA toets. Het display toont KIES LOKATIE(S). 9. Kies uw lokatie als volgt. Om te kiezen met Snelkiestoets. Kiescode. De numerieke toetsen. Doet u het volgende Druk op de snelkiestoets. Vraagt het display om een bevestiging van uw keuze, druk dan op de START toets.
Nederlands Uitgesteld verzenden naar groepen en/of meerdere individuele lokaties 1. Plaats het document dat u wilt verzenden. 2. Druk op de FUNCTIE toets. 3. Druk op de UITGESTELD VERZENDEN snelkiestoets. Het display toont VERZENDDATUM en de huidige datum. 4. Druk op de W JA toets en ga naar stap 7 als de verzending vandaag op een later tijdstip plaatsvindt. Vindt de verzending over maximaal drie dagen plaats, druk dan op de NEE X toets. Het display toont VERZENDDATUM, [ / ] PRG. DATUM 0-9. 5.
Nederlands Om te kiezen met De numerieke toetsen. Doet u het volgende Kies het nummer als met een telefoon en druk op de START toets. Als de ISDN G4 optie is geïnstalleerd, dan verschijnt op het display de huidige instelling (G4 of G3). Om de huidige instelling te selecteren, drukt u op de W JA toets. Om de huidige instelling te wijzigen, drukt u eerst op de NEE X toets en bevestigt u de nieuwe instelling met de W JA toets.
Nederlands Druk op de W JA toets en uw fax zal een rapport afdrukken met alle door u ingevoerde lokaties. Na het afdrukken van dit rapport verandert het display in CONTRL. LOKATIE(S). Zijn alle lokaties goed, druk dan op de NEE X toets. Het display toont INV. LOKATIES GOED?, ZEND(START) CONTR(X). Druk op de START toets als alle lokaties goed zijn. Uw fax scant het document en slaat het op in het geheugen tot de geprogrammeerde datum en tijd aanbreken voor verzending van uw faxbericht. 15.
Nederlands 17. Wilt u een andere lokatie of groep toevoegen nadat u de ingevoerde lokaties en groepen heeft gecontroleerd, selecteer dan de nieuwe lokatie of groep zodra het display CONTRL. LOKATIE(S) toont. 18. Zijn alle lokaties goed, druk dan op de NEE X toets. Het display toont INV. LOKATIES GOED?, ZEND(START) CONTR(X). Druk op de START toets als alle lokaties goed zijn.
Nederlands Vertrouwelijke documenten Faxapparaten staan vaak in een ruimte waar iedereen kan zien wat er binnen is gekomen. Om vertrouwelijke documenten te verzenden en te ontvangen, gebruikt u de functie Vertrouwelijk verzenden. U kunt vertrouwelijke faxberichten verzenden naar en ontvangen van faxapparaten met persoonlijke postbussen.
Nederlands Om te kiezen met Snelkiestoets. Kiescode. De numerieke toetsen. Doet u het volgende Druk op de snelkiestoets. Druk op de KIESCODE toets en voer daarna de 3-cijferige kiescode in. Kies het nummer zoals u zou doen met een telefoon. Opmerking: U kunt geen vertrouwelijke bericht verzenden naar een groep of naar meerdere individuele lokaties. 6. Druk op de START toets en uw fax begint met het verzenden van het document.
Nederlands druk daarna op de W JA toets. Het display toont gewoonlijk PERS. POSTBUS[SLUIT], JA(W) NEE(X). 6. Druk op de NEE X toets tot PERS. POSTBUS[VERTR] op het display verschijnt. Opmerking: Kunt u geen [VERTR] selecteren, dan bevat het gekozen postbusnummer een ITU bulletin afroepbericht. Krijgt u de melding BEDIENINGSFOUT, dan bevat het gekozen postbusnummer al een vertrouwelijk document. Kies een ander persoonlijk postbusnummer om te gebruiken. 7. Druk op de W JA toets.
Nederlands 6. Druk op de NEE X toets tot PERS. POSTBUS[SLUIT], JA(W) NEE(X) op het display verschijnt. 7. Druk op de W JA toets. Het display toont PERS. PB SLUITEN?. 8. Druk op de W JA toets om de persoonlijke postbus te sluiten. Het display toont opnieuw PERS. POSTBUSNR. [ ], INVOEREN 1 – 8. 9. Ga verder met het sluiten van aangegeven persoonlijke postbussen of druk op de FUNCTIE toets om af te sluiten.
Nederlands Afdrukken van vertrouwelijke documenten Telkens wanneer uw fax een vertrouwelijk document ontvangt, zal het automatisch een vertrouwelijk ontvangstrapport afdrukken. Hierop staat in welke postbus het vertrouwelijke document is ontvangen. Het afdrukken van een in een persoonlijke postbus ontvangen vertrouwelijk document gaat als volgt: 1. Druk op de FUNCTIE toets. 2. Druk op de AFDRUKFUNCTIES snelkiestoets. Het display toont AFDRUKKEN PERS. PB?. 3. Druk op de W JA toets.
Nederlands Relaiswachtwoord: Dit is het relaiswachtwoord (max. 20 cijfers) dat in het relaisstation is geprogrammeerd. Relaisgroepsnummers: Deze nummers (max. 20 cijfers) zijn de codenummers van de lokaties of groepen met lokaties die in het relaisstation zijn opgeslagen. Relaisstation Het relaisstation is het faxapparaat dat de originele documenten ontvangt en daarna automatisch doorzendt naar meerdere faxapparaten.
Nederlands Opmerking: Leidt u een relaisverzending in naar een ander relaisgroep, druk dan op de NEE X toets. Gebruik de numerieke toetsen om het twee-cijferige nummer van de andere relaisgroep in te voeren. 7. Druk op de START toets en het display toont KIES LOKATIE. 8. Kies de lokatie van het relaisstation als volgt: Om te kiezen met Snelkiestoets. Kiescode. De numerieke toetsen. 9. Doet u het volgende Druk op de snelkiestoets. Druk op de KIESCODE toets en voer daarna de 3-cijferige kiescode in.
Nederlands 4. Voor standaard eenmalig afroep verzenden drukt u op de NEE X toets. Is de gebruikersfunctie 17:GEH./DOC.INVOER op D.INV ingesteld (zie hoofstuk “Programmeren”) dan blijft uw document in de documentinvoer zitten totdat het wordt opgevraagd. Is de gebruikersfunctie 17:GEH./DOC.INVOER op GEH. ingesteld dan wordt uw document gescand en in het geheugen opgeslagen. De melding WACHT OP AFROEP VERZ verschijnt op het display.
Nederlands bulletin afroep verzenden te gebruiken zoals onderstaand is beschreven. 7. Voor ITU bulletin afroep verzenden drukt u op de W JA toets. Het display toont PERS. POSTBUSNR. [ ], INVOEREN 0-8. 8. Gebruik het numerieke toetsenbord om een nummer tussen 1 en 8 voor de persoonlijke postbus die u wilt gebruiken in te voeren. Druk daarna op de W JA toets. Uw document wordt gescand en in het geheugen opgeslagen. Op het display verschijnt de melding BULLETIN BER. IN GEH.
Nederlands 5. Kies de lokatie van de andere partij waar u het document opvraagt als volgt: Om te kiezen met Snelkiestoets. Kiescode. De numerieke toetsen. 6. Doet u het volgende Druk op de snelkiestoets. Druk op de KIESCODE toets en voer daarna de 3-cijferige kiescode in. Kies het nummer zoals u zou doen met een telefoon. Druk op de START toets. Uw fax begint met het opvragen van het document bij de andere partij.
Nederlands 6. Druk op de NEE X toets tot PERS. POSTBUS[SLUIT], JA(W) NEE(X) op het display verschijnt. 7. Druk op de W JA toets. Het display toont PERS. PB SLUITEN?. 8. Druk op de W JA toets en de persoonlijke postbus wordt gesloten. Afdrukken van bulletin afroepberichten Wilt u de bulletin afroepberichten voor verzending die in persoonlijke postbussen zijn opgeslagen controleren, dan kunt u de berichten als volgt laten afdrukken: 1. Druk op de FUNCTIE toets. 2.
Nederlands • U kunt een document plaatsen en kopiëren. Tijdens de ontvangst van faxberichten Tijdens de ontvangst van een faxbericht kunt u het volgende doen: • U kunt een document plaatsen en gereedmaken voor verzending. • U kunt documenten plaatsen en laten scannen tot het geheugen vol is. Nadat de ontvangst is afgerond, zullen uw documenten automatisch worden verzonden.
Nederlands Hoofdstuk 6 - Programmeren Aanpassen van functies Veel van de functies van uw fax hebben instellingen waarmee u de werking van de fax aan uw wensen kunt aanpassen. Omdat elk land verschillende voorschriften gebruikt, heeft u wellicht geen toegang tot alle in dit hoofdstuk genoemde instellingen. Heeft u problemen bij het aanpassen van een instelling, neem dan contact op met uw leverancier.
Nederlands 02:GR.VERZ. BEV.RPT.: Deze functie drukt een algemeen Bevestigingsrapport en een gedetailleerd Groepsverzenden bevestigingsrapport af nadat verzending naar meerdere lokaties heeft plaatsgevonden. De mogelijke instellingen zijn AAN en UIT. 03:FOUTMELDINGSRPT.: U kunt deze functie gebruiken in plaats van de functies 01 en 02 (d.w.z.: functies 01 en 02 zijn uit en functie 03 is aan).
Nederlands zijn UIT, Z/O, ONTV. (in Nederland en België is deze functie niet vrijgegeven) 09:DOCUMENTKWALITEIT: Met deze functie kunt u de standaard instelling van het contrast en de resolutie van de te verzenden of kopiëren documenten wijzigen. Tenzij u met de (Resolutie/W JA of de Contrast/ NEE X toetsen) anders instelt, zal uw fax de STD en NORMAAL instellingen gebruiken.
Nederlands Denemarken, Verenigd Koninkrijk en bepaalde landen buiten Europa. Voor het gebruik van deze functie kunt u “Fax belsignalen instellen” raadplegen. 13:PAPIERFORMAAT: Deze functie stelt u in staat aan te geven welk papierformaat u in de fax en de handmatige papierinvoer gebruikt. De mogelijke instellingen zijn A4, LET. (letter), LGL13 (legal 13), LGL14 (legal 14), EXEC. (executive), A5, A6 en JIS B5. (De instellingen EXEC.
Nederlands 77, 88, 99, ** en ##. Deze functie werkt alleen als het telefoonnet een toonkiessysteem is. 17:GEH./DOC.INVOER: Deze functie bepaalt hoe uw fax het document zal verzenden. Door het eerst in het geheugen te scannen en dan te verzenden of door eerst het nummer te kiezen en direct vanaf de documentinvoer te verzenden. De mogelijke instellingen zijn GEH. en D.INV. Opmerking: De instelling van 17:GEH./DOC.INVOER is alleen actief indien gebruikersfunctie 25:SCAN BIJ KIESTOON op UIT staat.
Nederlands Deze functie werkt alleen als beide faxapparaten uitgerust zijn met ECM. Opmerking 2: Wanneer u ECM uitschakelt, dan bedraagt de maximale communicatiesnelheid in de G3 modus 14.400 bps. 20:AFSTANDSDIAGNOSE: Deze functie stelt een servicetechnicus in staat om uw fax te bellen en op afstand onderhoud uit te voeren. De mogelijke instellingen zijn AAN en UIT.
Nederlands verzonden. Nadat de gescande pagina’s zijn verzonden, verandert het display in PLAATS DOC. OPNIEUW. Nadat u uw document opnieuw heeft geplaatst, kunt u de resterende pagina’s van uw document opnieuw laten verzenden. Staat deze functie op AAN en u drukt NIET binnen 1 minuut op de NEE X toets nadat de melding ZEND GESCANDE PAG’S is verschenen, dan begint uw fax automatisch met het verzenden van de gescande pagina’s.
Nederlands 30:600DPI FAX TX: Deze functie maakt scannen met 600 dpi mogelijk wanneer bij de TX RESOLUTIE de optie Ex.FIJN is geselecteerd. De instellingen zijn AAN en UIT. 31:ISDN KIES MODUS: Stel G3 in - Bij kiezen via het numerieke toetsenbord vindt de oproep plaats in de G3 modus. Het netwerk vraagt om analoge (spraak) verzending. Stel G4 in - Bij kiezen via het numerieke toetsenbord vindt de oproep plaats in de G4 modus. Het netwerk vraagt om onbeperkte verzending.
Nederlands Stel UIT in - de bovengenoemde fout bij het papierformaat wordt niet gedetecteerd. Opmerking 1: Als de Optie I/F modus is ingesteld op ‘MFPI’, is deze functie uitgeschakeld. Opmerking 2: Deze functie is alleen actief wanneer de optionele 1284kaart is geïnstalleerd. 35: PRINTOPDR. T.O.
Nederlands 38: HALFFORM. SCAN: Deze functie selecteert het negeren van de onderste helft wanneer via de flatbedscanner een klein document wordt gescand. Stel UIT in - Geen gegevens negeren. Stel AAN in - De onderste helft negeren. Opmerking 1: Als de Optie I/F modus is ingesteld op ‘MFPI’, is deze functie uitgeschakeld. Opmerking 2: Deze functie is alleen actief wanneer de optionele 1284kaart is geïnstalleerd. Uw functie-instellingen wijzigen 1. Druk op de FUNCTIE toets. 2.
Nederlands Fax belsignalen instellen Opmerking: In een groot aantal landen wordt deze functie niet door telefoonmaatschappijen aangeboden. 1. Druk op de FUNCTIE toets. 2. Druk op de GEBRUIKERS PROGRAMMA snelkiestoets. Het display toont 1:FUNCTIES INSTELLEN. 3. Druk op de W JA toets. Het display toont FUNCTIENUMMER [ ]. 4. Gebruik de numerieke toetsen om 12 in te voeren. Het display toont 12:FAX BELSIGN.INST., [ UIT ] JA(W) NEE(X). 5. Druk op de NEE X toets. Het display toont 12:FAX BELSIGN.INST.
Nederlands Persoonlijke postbussen Persoonlijke postbussen worden gebruikt voor het opslaan in het geheugen van bulletin afroepberichten (zie hoofdstuk “Afroepen”) of voor het ontvangen van vertrouwelijke documenten. Opmerking: Om een persoonlijke postbus voor vertrouwelijke faxberichten in te stellen, kunt u “Vertrouwelijke documenten” in hoofdstuk “Geavanceerde handelingen” raadplegen. Instellen van een persoonlijke postbus (Bulletin afroepen) 1. Druk op de FUNCTIE toets. 2.
Nederlands 3. Druk op de numerieke toets 5. Het display toont 5:PERS. PB INSTELLEN. 4. Druk op de W JA toets. Het display toont PERS. POSTBUSNR. [ ], INVOEREN 1 – 8. 5. Voer het nummer van de persoonlijke postbus in die u wilt sluiten en druk op de W JA toets. Het display toont PERS. POSTBUS [AFR. ], JA(W) NEE(X). 6. Druk op de NEE X toets en het display toont PERS. POSTBUS[SLUIT], JA(W) NEE(X). 7. Druk op de W JA toets. Het display toont PERS. PB SLUITEN?, JA(W) NEE(X). 8.
Nederlands Geheugenwachtwoord Is uw fax ingesteld voor ontvangst in het geheugen, dan kunt u het afdrukken van opgeslagen faxberichten door onbevoegden voorkomen door een wachtwoord te gebruiken. Voordat u een wachtwoord programmeert dient u eerst een andere ontvangstinstelling te selecteren dan [GEH]. Doet u dit niet dan zal in stap 4 het display de boodschap BEDIENINGSFOUT tonen. Instellen van geheugenwachtwoord 1. Druk op de FUNCTIE toets. 2. Druk op de GEBRUIKERS PROGRAMMA snelkiestoets.
Nederlands 5. Gebruik de numerieke toetsen en voer een nieuw vier-cijferig wachtwoord in. Het display toont WACHTWOORD [xxxx], JA(W) NEE(X). Opmerking: [xxxx] geeft het vier-cijferige wachtwoord aan dat u heeft ingevoerd. 6. Druk op de W JA toets. Het display toont 7:GEH.WACHTW. INSTEL. 7. Druk op de FUNCTIE toets om af te sluiten. Verwijderen van geheugenwachtwoord 1. Druk op de FUNCTIE toets. 2. Druk op de GEBRUIKERS PROGRAMMA snelkiestoets. Het display toont 1:FUNCTIES INSTELLEN. 3.
Nederlands 3. Druk op de numerieke toets *. Het display toont *:RESTRICTIE INSTEL. 4. Druk op de W JA toets. Het display toont RESTRICTIENR. [ ], INVOEREN 01-24. 5. Gebruik de numerieke toetsen om een twee-cijferige code van het afdelingsnummer in te voeren. Het display toont ID-RESTRIC.[ ], 4 CIJFERS INVOEREN. 6. Gebruik de numerieke toetsen en voer een vier-cijferig wachtwoord in. Het display verandert in ID-RESTRIC.[xxxx], JA(W) NEE(X).
Nederlands 9. Gebruik de numerieke toetsen om een nieuw vier-cijferig wachtwoord in te voeren en druk daarna op de W JA toets. Het display toont RESTRICTIENR. [ ], INVOEREN 01-24. 10. Druk op de FUNCTIE toets om af te sluiten of ga verder met het wijzigen van wachtwoorden. Wissen van wachtwoord voor beperkte toegang 1. Gebruik de numerieke toetsen om uw vier-cijferige wachtwoord in te voeren. 2. Druk op de FUNCTIE toets. 3. Druk op de GEBRUIKERS PROGRAMMA snelkiestoets.
Nederlands Lijst met kiesparameter-instellingen AANTAL HERHALINGEN: Deze functie stelt in hoe vaak uw fax een nummer opnieuw kiest als dit nummer bezet is of niet wordt opgenomen. De mogelijke instellingen zijn 0 - 10. TIJD TUSSEN HERHALEN: Deze functie stelt de pauze tussen het aantal automatische herhalingen in. De mogelijke instellingen zijn 1 - 6 minuten. DETECTIE KIESTOON: Deze functie laat uw fax wachten op een kiestoon voordat een nummer wordt gekozen. De mogelijke instellingen zijn aan en uit.
Nederlands FLASH/NORMAL: Is uw fax op een PBX aangesloten, dan vertelt deze functie op welk type PBX lijn uw fax is aangesloten. Mogelijke instellingen zijn normaal (N) en flash (F). AUTO START: Als deze functie is ingeschakeld, zal de fax direct beginnen met kiezen zodra u op een snelkiestoets heeft gedrukt of een kiescode heeft ingevoerd. U hoeft dus niet eerst op de START toets te drukken.
Nederlands Hoofdstuk 7 - Rapporten Overzicht van rapporten Uw fax biedt een aantal nuttige rapporten, die u de instelling, programmering en werking van uw fax helpen begrijpen. Met de onderstaande lijst kunt u bepalen welke rapporten u wilt laten afdrukken. Raadpleeg vervolgens “Afdrukken van rapporten” voor meer informatie over het afdrukken van een rapport. Journaal Het journaal geeft een overzicht van de transacties van uw fax.
Nederlands ontvangsten waarbij een storing is opgetreden en geheugenontvangsten worden afgedrukt. Groepsverzenden bevestigingsrapport Gebruik dit rapport om te kijken of bij verzending naar meerdere lokaties de documenten goed zijn aangekomen. Dit rapport biedt de volgende informatie: • Datum en tijdstip waarop de groepsverzending werd gestart. • De totaal benodigde tijd voor het uitvoeren van de groepsverzending.
Nederlands verzending / GR.VERZ. groepsverzending / DZD-Z zenden van een doorzendfaxbericht) voor elke verzendtransactie en het aantal pagina’s (PAG’S) per verzendtransactie. Opmerking: Zijn geen opdrachten in het geheugen van uw fax opgeslagen, dan kan dit rapport niet worden afgedrukt. Telefoonregister Dit rapport biedt een compleet overzicht van alle faxnummers die zijn opgeslagen onder de snelkiestoetsen, kiescodes en de groepen. De informatie bestaat uit: • De Lokatie ID en het faxnummer (FAXNR.
Nederlands • Het Persoonlijke ID of faxnummer van de fax waar u een faxbericht naar toe zond (AFSTANDSTATION ID). Als de andere fax geen Persoonlijk ID of faxnummer heeft geprogrammeerd, dan wordt het Lokatie ID of faxnummer afgedrukt dat u had ingevoerd. • De gebruikte communicatie-instelling. • Het aantal verzonden pagina’s. • Het resultaat van elke communicatie. • Servicecodes.
Nederlands Stroomuitvalrapport Als er een stroomstoring is en uw fax heeft in het geheugen documenten opgeslagen en/of documenten op de documentinvoer klaarliggen voor verzending, dan zal automatisch een stroomuitvalrapport worden afgedrukt. Dit rapport biedt dezelfde informatie als het journaal en toont de verloren gegane ontvangst- en verzendtransacties. Protocol dump Als zich een communicatiestoring heeft voorgedaan, dan kan handmatig een protocoldumprapport worden afgedrukt.
Nederlands In de rapporten gebruikte codes Resultaatcodes De resultaatcodes geven het resultaat van de communicatie weer.. Code Beschrijving BEZET De lijn van de andere fax was bezet of er werd niet opgenomen. GEWIST Een vertrouwelijk bericht is gewist, nadat dit 10 dagen in het geheugen is bewaard. COMPL. De verzending naar meerdere lokaties is beëindigd DEKSEL Deksel is geopend tijdens het ontvangen en het geheugen is niet toereikend om het bericht te ontvangen.
Nederlands Hoofdstuk 8 - Problemen oplossen Verwijderen van vastgelopen documenten Zodra een document vastloopt, klinkt een geluidssignaal en verschijnt op het display een foutmelding. Als het lijkt of het document recht in de aanvoer ligt, druk dan op de STOP toets en probeer het document verder in te laten voeren. Lukt dit niet, volg dan de onderstaande instructies. 1. Pak het bedieningspaneel. Trek dit omhoog en naar u toe tot het ontgrendelt. Draai het uit de weg. 2.
Nederlands 3. Sluit het bedieningspaneel tot het vastklikt. Verwijderen van vastgelopen papier Als op het display van uw fax PAPIER OP/VAST, BEVESTIGEN + “STOP”, BERICHT IN GEH., BEVESTIGEN + “STOP”, BERICHT IN GEH., CTRL PAPIER&DOORVOER of PAPIER ZIT VAST, CTRL PAPIER&DOORVOER verschijnt dan is het papier op of zijn wellicht één of meerdere vellen papier vastgelopen in uw fax. Is het papier op, dan plaats u papier en drukt u op de STOP toets.
Nederlands 1. Open het bovendeksel en zet het rechtop. 2. Pak het bedieningspaneel vast. Trek het omhoog en naar u toe tot het ontgrendelt. Draai het uit de weg. Let op!: Voorkom dat de drum cartridge langer dan 5 minuten wordt blootgesteld aan licht. Pak de drum cartridge altijd bij de uiteinden vast. Raak nooit het groene oppervlak aan de binnenzijde van de drum cartridge aan. 3. Haal de drum cartridge uit de fax.
Nederlands 4. Trek voorzichtig het vastgelopen vel papier uit de fax. 5. Plaats de drum cartridge opnieuw in de fax. Zorg dat beide nokjes op de drum goed zijn geplaatst (zie afbeelding). Druk daarna op beide uiteinden van de drum cartridge tot deze vastklikt. 6. Sluit het bovendeksel.
Nederlands 7. Sluit het bedieningspaneel. Druk het bedieningspaneel naar beneden tot het vastklikt. 8. Trek het papier uit het invoerblad. Is het papier beschadigd,dan dient u dit te verwijderen en te vervangen. 9. Plaats het papier opnieuw.
Nederlands De toner cartridge vervangen Het aantal pagina’s dat u met een toner cartridge kunt afdrukken, is afhankelijk van de documenten die u ontvangst of kopieert. De eerste toner cartridge in een nieuwe drum cartridge heeft een kortere levensduur omdat de drum cartridge zelf moet worden gevuld. Als de melding VERVANG TONER CARTR. op het display verschijnt, dient u de toner cartridge te vervangen door een nieuwe. Staat gebruikersfunctie 22:GEH.ONTV.
Nederlands 2. Pak het bedieningspaneel vast. Trek het omhoog en naar u toe tot het ontgrendelt. Draai het uit de weg. 3. Trek de gekleurde hendel van de oude toner cartridge helemaal naar u toe. Trek voorzichtig de oude toner cartridge uit de drum cartridge. Plaats deze in de plastic zak die u bij de nieuwe toner cartridge heeft ontvangen. 4. Haal de nieuwe toner cartridge uit de verpakking en schud deze voorzichtig heen en weer om de tonerpoeder gelijkmatig te verdelen.
Nederlands 5. Plaats de toner cartridge met de geribbelde zijkanten naar boven en met de gekleurde hendel naar rechts in de drum cartridge. Schuif de linkerkant van de cartridge eerst naar binnen en laat vervolgens de rechterkant zakken. 6. Nadat de toner cartridge is geplaatst, kunt u de gekleurde hendel naar voren drukken om de cartridge te vergrendelen en kan de toner vrijkomen. 7.
Nederlands 8. Sluit het bovendeksel. 9. Sluit het bedieningspaneel. Druk het bedieningspaneel naar beneden tot het vastklikt. Let op!: Volg de richtlijnen voor verantwoorde verwijdering van lege toner cartridges. Neem voor meer informatie contact op met uw leverancier. De drum cartridge vervangen Als de afgedrukte pagina’s vlekken vertonen, dan heeft mogelijk zich tonerpoeder op de drum verzameld. Druk op de FUNCTIE toets, daarna op de SCHOONMAAKPAGINA snelkiestoets en vervolgens op de W JA toets.
Nederlands aantal factoren, zoals de temperatuur en luchtvochtigheid, het type papier dat u gebruikt en het aantal pagina’s per opdracht. De nieuwe cartridge kunt u bij uw leverancier bestellen. Let op!: Voorkom dat de drum cartridge langer dan 5 minuten wordt blootgesteld aan licht. Pak de drum cartridge altijd bij de uiteinden vast. Raak nooit het groene oppervlak aan de binnenzijde van de drum cartridge aan. WAARSCHUWING: OPENT U HET BOVENDEKSEL, DAN ZIET U EEN ETIKET MET DE TEKST CAUTION-HOT.
Nederlands 3. Verwijder de oude drum cartridge (met toner cartridge), plaats het in het verpakkingsmateriaal van de nieuwe cartridge en breng het naar een KCA-depot. 4. Verwijder voorzichtig het beschermingsblad van uw nieuwe drum cartridge. 5. Plaats de nieuwe drum cartridge in uw fax en zorg dat beide nokjes aan de zijkanten van de drum cartridge goed zijn geplaatst (zie afbeelding). Druk daarna op beide zijden tot de drum cartridge vastklikt. 6.
Nederlands 10. Druk op de FUNCTIE toets om af te sluiten. Let op!: Volg de richtlijnen voor verantwoorde verwijdering van lege drum cartridges. Neem voor meer informatie contact op met uw leverancier. Aflezen van de tellerstanden De tellers van uw fax houden bij hoeveel pagina’s uw fax in totaal heeft afgedrukt of heeft ingescand. Doen zich hierbij problemen voor, dan kan uw leverancier vragen deze tellerstanden te controleren.
Nederlands Let op!: Om vervuiling van de fax te voorkomen: transporteer de fax NOOIT met daarin de drum en toner cartridge nog geïnstalleerd. Dit is alleen mogelijk als de fax nieuw is en nog niet eerder is gebruikt. Controlelijst bij problemen Uw fax is een complex product dat als gevolg van de vele functies en instellingen op diverse manieren kan worden gebruikt. Veel problemen zullen het gevolg zijn van verkeerde programmering.
Nederlands Uw fax kiest niets. Controleer de voedingskabel en de wandcontactdoos. Controleer of de telefoonlijn (niet uw externe telefoon of handset) in de LINE aansluiting aan de achterzijde van uw fax is aangesloten. Heeft u een externe telefoon aangesloten, neem dan de hoorn op en controleer of u de kiestoon hoort. Heeft u geen externe telefoon, druk dan op de HAAK/ SPREEK toets en luister naar een kiestoon. Hoort u niets, dan kan er een probleem zijn met de telefoonlijn.
Nederlands U heeft een faxbericht verzonden dat voor de andere partij slecht leesbaar was. Als het document veel kleine letters, veel illustraties en foto’s bevat of erg licht of donker was, wijzig dan de resolutie en de contrast instellingen (raadpleeg “Plaatsen van documenten”). Maak op uw fax een kopie om te zien hoe een document wordt verzonden. Het probleem kan ook door de telefoonverbinding zijn veroorzaakt. Probeer het document op een later tijdstip opnieuw te verzenden.
Nederlands vervangen”), klop op de toner cartridge en kantel deze voorzichtig een aantal malen 20 - 30 graden heen en weer. Zorg dat u geen toner uit de cartridge morst. Als dit niet werkt, dient u waarschijnlijk de drum cartridge te vervangen. Deze kunt u bestellen bij uw leverancier. U had de fax ingesteld voor uitgestelde verzending, maar er is niets verzonden. Controleer het display en kijk of u de klok in de fax op de juiste tijd had ingesteld.
Nederlands De faxberichten die u ontvangt zijn vaak verminkt. Als het document dat is ontvangen langer of breder is dan het papier in de papiercassette, dan zal uw fax automatisch de lengte of de breedte verkleinen zodat alle informatie op het papier past. Dit probleem kan echter ook met slechte telefoonverbindingen te maken hebben. U ontvangt continu ongewenste advertenties en berichten op uw fax. Probeer eens de gebruikersfunctie “Besloten gebruikersgroep”.
Nederlands PAPIER OP/VAST:FAX CTRL PAPIER&DOORVOER Geen papier: Het papier is op. Vul papier bij en druk op de STOP toets. PAPER ZIT VAST:FAX CTRL PAPIER&DOORVOER of PAPIERFORM. FOUT :FAX CTRL PAPIER&DOORVOER Papier vastgelopen: Het papier is tussen de invoer en het printergedeelte of in het printergedeelte onder de drum cartridge vastgelopen. Controleer de papierbaan en verwijder het vastgelopen papier (raadpleeg “Verwijderen van vastgelopen papier”).
Nederlands Weinig toner: De toner in de toner cartridge is bijna op. Vervang de toner cartridge zo snel mogelijk. Sluit u na het vervangen van de toner cartridge het deksel, dan verdwijnt de melding (raadpleeg “De toner cartridge vervangen”). 14:14 FAX VERVANG DRUM CARTR. Drum vervangen alarm: De drum cartridge heeft bijna het eind van de gebruiksduur bereikt. Bestel een nieuwe drum cartridge en vervang de oude zodra de afdrukkwaliteit begint af te nemen (raadpleeg “De drum cartridge vervangen”).
Nederlands Geheugen is vol: Het geheugen in uw fax is vol met ontvangen faxberichten of met berichten voor uitgestelde verzending. Druk ontvangen faxberichten af of wacht tot de uitgestelde berichten zijn verzonden voordat u nieuwe documenten scant om deze in het geheugen op te slaan. GEHEUGENFOUT:FAX of MEMORY ERROR:FAX Geheugenfout of Memory error (behalve bij programmering): Neem contact op met uw leverancier.
Nederlands Bijlage A - Technische gegevens Onderwerp Type/compatibiliteit Technische gegevens Tafelmodel ITU-T G3 zender/ontvanger (G4 is een optie) Type aansluiting PSTN, PBX en ISDN (optie), LAN (T.37) (optie) Communicatiesnelheid Max. 33600 bps met automatische terugval (64000 bps bij ISDN optie) Communicatie Half duplex Compressiesystemen MH/MR/MMR Horizontale resolutie 300dpi, 600 dpi TX (interpolatie) Verticale resolutie 3.85 lijnen/mm (standaard) 7.7 lijnen/mm (fijn) 15.4 lijnen/mm (ex.
Nederlands Bijlage B - ISDN G4 optie De ISDN G4 optie is een optioneel pakket dat dit faxapparaat in staat stelt als een digitale fax conform Groep 4 van de ITU-T aanbevelingen te functioneren. Dit systeem is uitgevoerd met een automatische terugvalfunctie die het faxapparaat in staat stelt in de G3 modus te communiceren wanneer het G4-signaal wordt geweigerd of een G3-signaal wordt ontvangen.
Nederlands 4. Voer de LANDCODE in en druk op de START toets. 5. Voer het ISDN(G4) NUMMER in en druk op de START toets. 6. Voer het ISDN(G4) ID in en druk op de START toets. 7. Voer het ISDN SUBADRES in en druk op de START toets. 8. Voer het ISDN GEBELDE NUMMER in en druk op de START toets. Definities LANDCODE: Dit nummer is een identificatienummer (TID). Bestaat uit maximaal drie cijfers (de landcode van het land waar het faxapparaat wordt gebruikt, voor Nederland 031 en voor België 032).
Nederlands Ingesteld op G4: Bij het kiezen van een faxnummer met de numerieke toetsen vindt de oproep in plaats de G4 modus. Het netwerk wordt verzocht om onbeperkte digitale verzending. ISDN kies-modus bij voorgeprogrammeerde nummers Ingesteld op G3: Bij het kiezen van een faxnummer met de snelkiestoetsen of kiescodes vindt de oproep plaats in de G3 modus. Het netwerk wordt verzocht om analoge verzending.
Nederlands Oproepaansluiting: Deze functie biedt directe beantwoording en de mogelijkheid om het type aansluiting te kiezen (FAX, TEL, GEH., PC of DZD). Direct inbellen: Bij deze dienst bij verzenden naar meerdere punten, kunnen terminals worden toegevoegd aan de abonneenummers. Deze dienst maakt het mogelijk om oproepen bij bepaalde aansluitingen uit te schakelen.
Nederlands Bijlage C - MFP PC Interface kit MFP optie kit De MFP Interface kit is een optie voor OKIFAX faxapparaten en standaard voor OKIOFFICE producten. Nadat de meegeleverde software op een host computer is geïnstalleerd en deze op een OKIFAX 4580 machine is aangesloten, kan deze worden gebruikt als printer, scanner en faxapparaat. Nadat de MFP software is geïnstalleerd, kunt u: • Uw faxapparaat als locale printer gebruiken. • Direct vanaf uw computer faxberichten verzenden.
Nederlands Als PC printer: Printerdriver HIPER-W Resolutie 300 dpi, Quasi - 600 dpi Printsnelheid 8 ppm (snelheid printengine) Formaat 1ste papierlade A4, Letter, Legal13, Legal 14 Papierformaat bij handmatige invoer A4, Letter, Legal13, Legal 14, Executive, A5, A6, JIS B5, Monarch, COM-10, DL, C5 Enveloppen/Transparanten Handmatige invoer Papiergewicht 16-24 lbs Papierinvoer Automatische invoer: Handmatig Uitvoer: 100 vel (1ste lade) 1 vel 30 vel (afdrukzijde omhoog) Als PC scanner: Scanne
Nederlands Bijlage D - Internet FAX optie Deze internet en netwerk optie biedt u de mogelijkheid om bestaande netwerk aansluitingen te gebruiken om uw fax apparaat aan te passen aan uw veranderende behoefte. De Email toets maakt het gebruik van deze optie eenvoudig te gebruiken. U kunt een fax document in scannen als PDF of TIFF formaat en het versturen naar ieder gewenst e mail adres.
Nederlands Algemeen Raadpleeg alvorens Internet FAX te gebruiken uw netwerkbeheerder voor de correcte netwerkinstellingen. Er zijn twee typen instelwaarden voor Internet FAX: • Data opgeslagen in het faxapparaat. • Data opgeslagen op de netwerkkaart. Om een lijst met instelwaarden in het faxapparaat via het bedieningspaneel van het apparaat af te drukken, selecteert u FUNCTION, daarna selecteert u OT6 (REPORT PRINT) en vervolgens selecteert u 5:CONFIGURATION.
Nederlands Bedieningsoverzicht 14:144 FAX Functietoets KIES FUNCTIE (SK) BESCHIKB. GEH.=100% SK9 1:FUNCTIES INSTELLEN JA ( ) NEE ( /1-9*#) 8:I-FAX NIC OPTIES JA ( ) NEE ( /1-9*#) I-FAX NIC INSTELL.
Nederlands Gebruikersfuncties I-FAX - NIC Settings 1: TEXT PRINT – Met deze functie selecteert u of u de inhoud van een e-mailbericht wilt afdrukken. Indien deze instelling in de ON-stand staat, wordt het tekstbericht in een e-mail afgedrukt. Er kunnen uitsluitend USASCII tekens worden afgedrukt, zie onderstaande tabel. Tekens die niet kunnen worden afgedrukt, worden als spaties weergegeven. Afhankelijk van de gebruikte e-mail client, wordt de tekst wellicht niet of onleesbaar afgedrukt.
Nederlands 00 10 20 30 40 50 60 70 0 SP 0 @ P ‘ p 1 ! 1 A Q a q 2 B R b r 3 # 3 C S c s 4 $ 4 D T d t 5 % 5 E U e u 6 & 2 7 6 F V f v 7 G W g w 8 ( 8 H X h x 9 ) 9 I Y i y A * : J Z j z B + ; K [ k { C , < L \ l | D - = M ] m } E . > N ^ n ~ F / ? O _ o 80 90 A0 B0 C0 D0 E0 Ä ä F0 Ö ö Ü ü ß 2: HEADER PRINT – Instelling voor het afdrukken van e-mail kopregels.
Nederlands 5: SENDER ID (EMAIL) – Met deze instelling selecteert u of u de zender ID aan door Internet FAX gescande afbeeldingen wilt toevoegen. Deze instelling is altijd van toepassing wanneer u Internet FAX gebruikt, ongeacht de instelling voor 23:SENDER ID ON/OFF. Wanneer u Internet FAX als scanner gebruikt, zet deze instelling dan in de OFF-stand om te voorkomen dat de zender ID op de gescande afbeeldingen verschijnt.
Nederlands Network Settings Door deze gebruikersfunctie te selecteren, kunnen de volgende netwerkinstellingen worden gewijzigd. 1: IP ADDRESS – Stelt het IP adres in. Wanneer 0.0.0.0 is ingesteld als IP adres, wordt de DHCP functie ingeschakeld en, indien er een DHCP server aanwezig is, wordt door de DHCP server een IP adres afgegeven. Hierna wordt elke keer dat de DHCP server wordt in- en uitgeschakeld een IP adres door de server afgegeven. Daarom is het niet nodig om het IP adres te wijzigen.
Nederlands 6: POP USER ID – Voer de in de POP3 server opgeslagen gebruikers ID in (moeten alfanumerieke tekens zijn, max. 16 tekens). Opmerking: Het & symbool kan niet worden gebruikt. 7: POP PASSWORD – Het in de POP3 server opgeslagen wachtwoord (moeten alfanumerieke tekens zijn, max. 16 tekens). Indien een wachtwoord reeds is opgeslagen, wordt dit getoond als 16 “X”s om te zorgen dat het beveiligd blijft. Opmerking 1:Het & symbool kan niet worden ingevoerd.
Nederlands Internet FAX verzending Adressen opslaan Aan de snelkiestoetsen 01 t/m 10 kunnen e-mailadressen met een lengte van maximaal 64 tekens worden toegewezen. Het is eveneens mogelijk een groep e-mailadressen aan te maken en deze toe te wijzen aan snelkiesnummers, maar snelkiesnummers voor zowel e-mailadressen als telefoonnummers kunnen niet aan een enkele groep worden toegewezen. Opmerking 1:Cijfers, kleine/hoofdletters en de symbolen [ ! # & ( ) * + , - .
Nederlands Internet FAX gegevens worden in het geheugen gescand voordat ze worden verzonden. Indien er te weinig geheugen is om het document te scannen, verdeel het dan in stukken en verzendt het in twee of meer sessies. Overzicht Internet FAX transmissie 14:144 FAX Plaats een document 07/01/2002 14:14 TEL KIES LOKATIE(S) Snelkiestoets abc@abc.com JA(START) NEE(LOK.) Starttoets BESCHIKB. GEH. = 50% SCANNEN 01 Scannen voltooid abc@abc.
Nederlands Overzicht Internet FAX transmissie met emailtoets 14:144 FAX Plaats een document 07/01/2002 14:14 TEL KIES LOKATIE(S) E-mailtoets I-FAX NIC niet geïnstalleerd GEEN OPTIE I-FAX NIC instelling niet opgeslagen DRUK EMAIL-TOETS INV:SK OF TOETSENB. CONTRL. NIC-INSTELL.
Nederlands Adresinstelling AAN 1:AAN JA ( X ) NE 1: AAN Toets JA ( ) NEE ( /1-8) Starttoets KIES LOKATIE(S) Geheugen scannen SK 3 sec. time out of Starttoets Starttoets abc@abc.com abc@abc.com INV.(START)NEE(LOK.) A/D KIESCODE [ ] 001 INVOEREN 001-100 of # ZOEKEN E-MAIL GROEP [ ] INVOEREN 01-10 05 OP NAAM ZOEKEN VOER 1-STE LETTER IN 6 ABC LONDON INV.(START)NEE(LOK.) A1 Starttoets 3 sec. time out of Starttoets GROEPSNR.> 5 abc@abc.com Loc. A1 Starttoets CAPS UIT 666...
Nederlands A1 # GROEP [ ] 05 GROEPSNR. Loc. INVOEREN 01-10 3 sec. time out of Starttoets Starttoets SK 3 sec. time out of Starttoets abc@abc.com abc@abc.com Loc. INV.(START)NEE(LOK.) A/D KIESCODE [ ] 001 INVOEREN 001-100 of # ABC PARIS INV.(START)NEE(LOK.) Starttoets ZOEKEN OP NAAM ZOEKEN VOER 1-STE LETTER IN E-MAIL INV:SK OF TOETSENB. abcco 6 ABC PARIS 0333557890 CAPS UIT 666... abcco_ Starttoets Starttoets 3 sec. time out of Starttoets Loc.
Nederlands Adresinstelling VAN Y2 2: VAN J NEE KIES LOKATIE Starttoets SK abc@abc.com abc@abc.com 3 sec. time out of Starttoets abc@abc.com Starttoets INV.(START)NEE(LOK.) ZOEKEN OP NAAM ZOEKEN VOER 1-STE LETTER IN E-MAIL INV:SK OF TOETSENB. abc@abc.com 6 CAPS UIT 666... Starttoets odsabc_ 3 sec. time out of Starttoets odsabc 3 sec. time out of Starttoets Y2 Opm.: Indien er geen VAN adres is aangegeven, wordt het in het faxapparaat opgeslagen e-mailadres gebruikt.
Nederlands Instelling ONDERWERP 3: ONDERWERP J NEE To CAPS UIT ONDERWERP: _ Toets ONDERWERP: CAPS UIT _bestand Starttoets Afdrukken INVOERRAPPORT 6: BEVESTIGINGSRPT. J NEE To Rapport afdrukken Voltooid GEEN LOKATIE 3 sec.
Nederlands Adresbevestiging AAN 7: WEERGEVEN (NAAR:) J ) NEE EE Toets Geen bestemming aanwez 7: WEERGEVEN (NAAR (NAAR:)) GEEN LOKATIE JA UIT 3 sec. time out ABC LONDON GOED(START) WIS Wissen Volgend beeld Volgend beeld Einde weergave Einde weergave Adresbevestiging VAN 8: WEERGEVEN (VAN:) JA ( Geen bestemming aanwez /STR) NEE EE Toets 8: WEERGEVEN (VAN (VAN:)) GEEN LOKATIE JA UIT 3 sec.
Nederlands TIFF/PDF afbeeldingen De Internet FAX converteert gescande documenten naar een enkel TIFFbestand en verzendt dit bestand per e-mail. Het apparaat kan met een resolutie van 200 x 100 dpi in STD mode, 200 x 200 dpi in de FINE mode, 300 x 300 dpi of 600 x 600 dpi in de EX-FINE en 200 x 200 dpi in de PHOTO mode verzenden. De afbeeldingen zijn gecomprimeerd met één van de standaard in faxapparaten gebruikte formaten: MH, MR of MMR.
Nederlands Wanneer een PDF wordt verzonden: “Aan dit e-mail zijn gescande pagina’s gehecht die zijn verzonden door ([Zender ID] of een Internet Facsimile.)”. Onderwerp Wanneer u de e-mailtoets gebruikt, kunt u het ONDERWERP individueel invoeren. Indien de instelling van de zender ID (e-mail) is ingeschakeld, wordt een zender ID opgeslagen en wordt er geen onderwerp ingevoerd voor dit e-mailbericht. Als ONDERWERP voor de Internet FAX wordt gebruikt “Internet FAX Message van [Zender ID]”.
Nederlands Internet FAX ontvangst Het faxapparaat maakt automatisch verbinding met de server en ontvangt mail overeenkomstig de instelling POP INTERVAL TIME. Indien op de server mail aanwezig is, start de ontvangst automatisch. Indien er meer dan één e-mailbericht aanwezig is, worden alle berichten ontvangen en afgedrukt. Het handmatig ontvangen van e-mailberichten is mogelijk door “FUNCTION” te selecteren.
Nederlands 14:144 FAX Automatische ontvangst Handmatige ontvangst Functietoets KIES FUNCTIE (SK) BESCHIKB. GEH.=100% SK9 1:FUNCTIES INSTELLEN JA ( ) NEE( /1-9*#) 9: INTERNET ONTVANGEN Indien de I-FAX niet is geïnstalleerd, JA ( ) NEE( /1-9*#) zal dit display niet verschijnen INTERNET ONTVANGEN ONTVANGEN:DRUK START START-toets ONTVANGEN Ca. 2 seconden 060VP Transfer from ONTVANGEN De kopregelinformatie is aangegeven (max. 20 cijfers) Ontvangst voltooid RESULTAAT IS GOED BERICHT IN GEH.
Nederlands Ontvangen van een TIFF-bestand Dit apparaat ontvangt e-mailberichten met aangehechte TIFF-bestanden in de mail server en drukt deze af. Dit apparaat kan TIFF-bestanden in de Simple Mode afdrukken, zoals gedefinieerd in ITU-T T.37. Het apparaat kan tevens bestanden ontvangen die in uitgepakte toestand een resolutie hebben van 300 ~ 300 dpi of 200 ~ 400 dpi en bestanden in de MR of MMR compressie mode.
Nederlands Opmerking.: Indien het TEXT-formaat is gecodeerd door een ander formaat zoals Base64, zal het niet worden gedecodeerd, maar wordt het afgedrukt zoals het is. Ontvangen van tekst De tekst in een e-mailbericht kan worden afgedrukt door de instelling TEXT PRINT in de ON-stand te zetten. Een e-mail van een Internet FAX komt vaak met toegevoegde berichten (tekst) voor en na het TIFF-bestand en deze functie kan worden gebruikt om deze berichten af te drukken.
Nederlands Netwerkscanner Het faxapparaat kan worden gebruikt als netwerkscanner. Het scannen wordt uitgevoerd alsof er een Internet FAX wordt verzonden, waarbij echter het e-mailadres wordt weergegeven waarnaar het gescande document dient te worden verzonden. De ontvanger van de transmissie ontvangt vervolgens het document op zijn/haar PC als een TIF-bestand.
Nederlands Oplossen van problemen Servicecodes Indien er een communicatiefout optreedt, controleer dan de op het Activiteitenrapport getoonde servicecode. SMTP communicatie De servicecode voor SMTP communicatie wordt voorafgegaan door de letter E.
Nederlands POP3 communicatie: De servicecode voor POP3 communicatie wordt voorafgegaan door de letter F.
Nederlands Problemen bij de transmissie Transmissie mislukt; er treedt een communicatiefout op. • Zijn de instellingen voor IP ADDRESS, SubNet Mask en Default Gateway correct? • Is de SMTP server correct geconfigureerd? • Indien DNS wordt gebruikt, is het DNS serveradres dan correct? • Controleer of de server een storing heeft. • Indien DNS is ingeschakeld, kunnen sommige servers een fout veroorzaken.
Nederlands Ik wil niet dat het tekstbericht door de Internet FAX wordt verzonden. Stel de gebruikersinstelling zodanig is dat het tekstbericht (vast) niet wordt verzonden. Ik wil naar het adres van de cc verzenden. Het is niet mogelijk om het verzendadres als “cc” in te stellen. Problemen bij de ontvangst Ontvangst mislukt; er treedt een communicatiefout op.
Nederlands Er is data verzonden van een e-mail client op een PC naar de Internet FAX, maar de ontvangst is mislukt. • Wordt het gebruikte TIFF-formaat ondersteund door deze Internet FAX? • Indien er alleen een tekst is verzonden, wordt deze niet afgedrukt tenzij de instelling TEXT PRINT in de ON-stand staat. • Sommige e-mail clients verzenden e-mails waarbij gebruik wordt gemaakt van ongebruikelijke formaten die dit faxapparaat niet kan ontvangen.
Nederlands Trefwoordenlijst Numerics C 600DPI FAX TX . . . . . . . . . . . .82 Caps toets . . . . . . . . . . . . . . . . . 12 CNG-teller. . . . . . . . . . . . . . . . . 81 CODING MODE . . . . . . . . . . 131 CODING MODE - . . . . . . . . . 131 Communicatiecodes in rapporten . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99 COMMUNICATIEFOUT. . . . . 45 Communicatiefout. . . . . . 113, 119 COMPL. . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99 Continue toon . . . . . . . . . . . . . . 81 Contr. papierformaat . . . . . . .
Nederlands E H Een document verzenden . . . . .135 Einde communicatie-signaal . . .15 E-mail toets. . . . . . . . . . . . . . . . . .7 Energiebesparing . . . . . . . . . . . .79 EX.FINE MODE . . . . . . . . . . .131 Extern kiesnummer. . . . . . . . . . .93 Haak/Spreek toets . . . . . . . . . . . . 8 Handmatig ontvangen . . . . . . . . 27 Handset van houder-signaal . . . 15 HEADER PRINT . . . . . . . . . . 131 Herhaal toets . . . . . . . . . . . . . . . . 8 I F Fax belsignalen instellen . . . . . .
Nederlands L LCD (display) . . . . . . . . . . . 7, 116 Luidsprekervolume. . . . . . . . . . .76 M Memory error . . . . . . . . . . . . . .119 MF(Tone) duration . . . . . . . . . . .92 MF(Toon)/DP(Puls) . . . . . . . . . .92 N Na indrukken toets-signaal . . . . .15 NEE toets . . . . . . . . . . . . . . . . . . .7 Network scanner . . . . . . . . . . . .149 NETWORK SETTINGS . . . . .133 NIC INITIALISE . . . . . . . . . . .134 nternet faxverzending . . . . . . . .135 Numerieke toetsen . . . . . . . . . . .
Nederlands Relaiswachtwoord . . . . . . . . . . .68 Resolutie . . . . . . . . . . . . 7, 77, 114 Restrictie instellen vrijgeven . . .81 RESULTAAT IS GOED . . . . . .45 Resultaatcodes in rapporten . . . .99 Transporteren . . . . . . . . . . . . . 111 Troubleshooting . . . . . . . . . . . 150 TSI/CSI . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30 Type document . . . . . . . . . . . . . 44 U S Scan bij kiestoon. . . . . . . . . . . . .81 SEND FILE FORMAT. . . . . . .132 SEND NOTIFICATION . . . . .
Nederlands Z Z DOC . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .99 Z,O-TIJD . . . . . . . . . . . . . . 94, 97 Z.. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .99 ZENDEN . . . . . . . . . . . . . . . . . .45 Zender ID . . . . . . . . . . . . . . 30, 76 Zoek toets . . . . . . . . . . . . . . . . . . .