OKIOFFICE 84 Gebruikershandleiding
Oki heeft er alles aan gedaan om volledigheid, nauwkeurigheid en actualiteit van de informatie in dit document te garanderen, maar is niet verantwoordelijk voor eventuele fouten veroorzaakt door derden. Evenmin staat Oki garant voor de toepasbaarheid van de informatie in deze handleiding, indien door derden wijzigingen worden doorgevoerd in apparatuur waaraan in deze handleiding wordt gerefereerd.
Symbolen in deze handleiding.............................................. 2 Energy Star .......................................................................... 2 VEILIGHEID ........................................................................... 6 Algemeen ............................................................................ 6 Installatie-aanwijzingen ....................................................... 6 Bediening & onderhoud .......................................................
BASISHANDELINGEN ........................................................ 37 Documenten voorbereiden ................................................. 37 Documentformaat ......................................................... 37 Documenten met meerdere pagina’s .............................. 37 Plaatsen van documenten ................................................... 37 Verzenden naar één lokatie ................................................. 38 Kiezen met de Zoek-toets ..............................
RAPPORTEN ........................................................................ 75 Overzicht van rapporten ..................................................... 75 Journaal ........................................................................ 75 Groepsverzenden bevestigingsrapport ........................... 75 Geheugen activiteitenrapport ......................................... 76 Telefoonregister ............................................................
VEILIGHEID Installatie-aanwijzingen Uw apparaat is ontworpen voor jarenlang efficiënt en betrouwbaar gebruik. Evenals met andere elektrische apparatuur, dient u een aantal voorzorgsmaatregelen in acht te nemen om persoonlijk letsel of beschadiging van het apparaat te voorkomen. • Plaats uw apparaat in een stofarme ruimte, buiten direct zonlicht. • Sluit uw apparaat niet aan op een wandcontactdoos waarop al andere apparatuur is aangesloten (bijvoorbeeld airconditioning, enz.).
Het gebruik van deze apparatuur over dezelfde lijn als de telefoon of andere apparatuur met audiosignalen of automatische belsignalering kan tot gevolg hebben dat de bel rinkelt, geluid geeft of de belsignalering verkeerd activeert. In zo’n situatie dient de gebruiker geen contact op te nemen met de telefoonnetwerkbeheerder. Toner cartridge & drum cartridge • Bewaar niet-gebruikte toner cartridges en drum cartridges in de oorspronkelijke verpakking.
• ALS TONER IS INGEADEMD: Breng de betreffende man of vrouw naar een open ruimte voor frisse lucht. Neem contact op met een arts. • ALS TONER IN DE OGEN KOMT: De ogen met veel koud water minstens 15 minuten uitspoelen. Houd hierbij de oogleden met de vingers open. Neem contact op met een arts.
Wij danken u voor uw aankoop van dit OKIOFFICE apparaat. Dit apparaat gebruikt de geavanceerde LED technologie voor het op normaal papier afdrukken van ontvangen en gekopieerde documenten. Het apparaat is ontworpen om het verzenden en ontvangen van documenten snel en probleemloos uit te voeren. Kenmerken • Geavanceerde verzendfuncties zoals maximaal 5 uitgestelde verzendingen, verzenden naar meerdere bestemmingen, vertrouwelijk verzenden, relaisverzending en afroep verzenden.
• Een hoge scansnelheid voor het inlezen van documenten. • Toegang beperken tot het gebruik van uw apparaat dankzij een viercijferig wachtwoord. MFP-software en optionele handset Speciale MFP-software is met dit apparaat geleverd. Met deze software kunt u uw apparaat met een computer laten communiceren. Nadat de software is geïnstalleerd, kunt u: • Uw apparaat gebruiken als locale printer. • Direct via uw computer faxberichten verzenden. • Faxberichten direct in uw computer ontvangen en opslaan.
Nederlands BEDIENINGSPANEEL EN ONDERDELEN Wat u moet hebben ontvangen Voedingskabel Documentenblad Papier invoer-/opvangblad Telefoonsnoer en steker Toner cartridge Documentenopvangblad Apparaat Drum cartridge (in het apparaat) Gebruikershandleiding 11
Onderdelen Papier invoer-/opvangblad Plaats hier max. 100 vel papier. Max. 30 vel ontvangen faxberichten of gemaakte kopieën kunnen boven op dit blad worden opgevangen. Documentenblad Bevat max. 20 documenten die worden verzonden of gekopieerd. Documentgeleiders Stel deze in op de breedte van de documenten die worden verzonden of gekopieerd.
Nederlands Onderdelen PC connector Sluit de interfacekabel op deze connector aan. LINE aansluiting Met deze aansluiting wordt het apparaat op de telefoonlijn aangesloten. TEL aansluitingen Aansluitingen voor de optionele handset, externe telefoontoestel en antwoordapparaat. Hoofdschakelaar Elektrische aansluiting Sluit hier de meegeleverde voedingskabel op aan. LED element Deze zwarte staaf vormt het onderdeel in uw apparaat dat de ontvangen faxberichten of de kopieën op de drum schrijft.
Bedieningspaneel 14 OKIOFFICE 84
1 LCD (display): Kijk tijdens de werking en het programmeren van uw apparaat naar het display. Het display toont instructies en informatie. 2 Resolutie/ô ô JA toets: Gebruik deze toets om de resolutie voor het document aan te geven nadat u het document heeft geplaatst. Gebruik STD voor standaard documenten, FIJN en EX. FIJN voor gedetailleerde documenten met kleine letters en FOTO voor documenten met kleuren of een groot aantal grijstinten.
8 HERHAAL toets: Door op deze toets te drukken, kunt u het laatst gekozen nummer opnieuw kiezen. Opmerking: Staat uw apparaat in de energiespaarstand (deze niet gebruiken met de MFP-software), dan zal de handmatige herhalingstoets niet werken. 9 KIESCODE toets: Kiescodes zijn verkorte nummers waarmee u snel een faxnummer kunt kiezen. In plaats van het gehele faxnummer te kiezen, kunt u een twee-cijferige kiescode invoeren.
Bij het programmeren van uw TSI/CSI faxnummer en telefoonnummer, wordt deze toets gebruikt om een “+” symbool in te voeren voor uw landnummer (Nederland “+31” en België “+32”). 16 PAUZE toets (Snelkiestoets 10): Gebruik deze toets op het snelkiestoetsenbord om tijdens het programmeren van faxnummers een pauze van 3 seconden in te voeren. U kunt deze toets bijvoorbeeld gebruiken om uw apparaat opdracht te geven te wachten voor een buitenlijn of internationale lijn.
Het snelkiestoetsenbord De snelkiestoetsen vormen voor uw apparaat een belangrijk onderdeel. U zult ze gebruiken voor snelkiezen en voor toegang tot de meeste faxfuncties en programmeeropties van uw apparaat. Gebruik van snelkiestoetsen voor het kiezen 2 Om een snelkiestoets voor het kiezen te gebruiken, kunt u op de betreffende snelkiestoets drukken.
AFROEPEN toets: Met deze toets stelt u uw apparaat in om een document in de documentinvoer in de wachtstand te plaatsen of meteen in het geheugen op te slaan tot andere faxapparaten vragen om toezending van dit document (op afroep verzenden). Geluidssignalen Als geen document is geplaatst, kunt u deze toets gebruiken om een andere fax te bellen en het aanwezige document op te halen (op afroep ontvangen). Na indrukken toets-signaal: Dit is een korte pieptoon die u na het indrukken van een toets hoort.
INSTALLATIE Aan de slag Om uw apparaat op de juiste wijze te installeren, volgt u de onderstaande instructies van het uitpakken van het apparaat tot en met het instellen van de faxgegevens. U dient de aangegeven stappen te volgen om te zorgen dat uw apparaat probleemloos kan functioneren. Heeft u voor uw apparaat opties gekocht, raadpleeg dan de bij de opties geleverde documentatie. De juiste plaats voor uw apparaat 1. Installeer uw apparaat in een stofarme ruimte en uit het directe zonlicht. 2.
Nederlands Installatie van uw apparaat Installatie van de toner cartridge 1. Open het bovendeksel. 2. Pak het bedieningspaneel vast. Trek het voorzichtig omhoog en naar u toe tot het bedieningspaneel ontgrendeld. Draai het bedieningspaneel daarna omhoog. 3. Verwijder voorzichtig het beschermingsblad uit de documentinvoer. Installatie van papier invoer-/opvangblad en documentenbladen 1. Steek de nokjes van het papier invoer-/opvangblad in de achterste openingen aan de bovenzijde van het apparaat.
4. Til de drum cartridge uit het apparaat en bewaar de drum cartridge uit het directe zonlicht. Raak NOOIT het groene oppervlakt van de drum aan. 5. Verwijder voorzichtig het beschermingsblad voor de drum cartridge. 7. Waarschuwing: Wees voorzichtig met de toner cartridge. Voorkom dat toner wordt gemorst op kleding of poreus materiaal. Doen zich met de toner problemen voor, raadpleeg dan het hoofdstuk “Veiligheid” aan het begin van deze handleiding. 8. 6.
Plaats de toner cartridge met de geribbelde zijkanten naar boven en de gekleurde hendel naar rechts in de drum cartridge. Schuif de linkerkant van de cartridge eerst naar binnen en laat daarna de rechterkant voorzichtig zakken. 12. Sluit het bedieningspaneel door op het deksel te drukken tot u klik hoort. Aansluiten op de telefoonlijn 10. Is de toner cartridge eenmaal geplaatst, druk dan de gekleurde hendel helemaal naar voren om de cartridge vast te zetten en de toner vrij te laten komen. 1.
2. Steek de andere kant van het telefoonsnoer in uw telefoon, de handset of het antwoordapparaat. Opmerking: Heeft uw antwoordapparaat een telefoonaansluiting dan adviseren wij u om eerst het antwoordapparaat op uw apparaat aan te sluiten en daarna uw telefoon op het antwoordapparaat aan te sluiten. Opmerking: U dient de ontvangstinstelling [TAA] te hebben ingeschakeld om het antwoordapparaat te laten samenwerken met uw apparaat. Raadpleeg ook “De ontvangstinstelling aangeven” verderop in deze handleiding.
Stel de rechter papiergeleider in op de breedte van uw papier. 1. Druk op de FUNCTIE toets. 2. Druk op de GEBRUIKERS PROGRAMMA snelkiestoets. 3. Druk op de numerieke toets 3. Het display toont: 3:KLOK INSTELLEN ß) NEE(à à/1-7) JA(ß 2. 3. Haal maximaal 100 vel papier uit het verpakkingsmateriaal. Let op het “Afdrukzijde” etiket op de verpakking. Waaier het papier los.
Automatisch ontvangen [FAX]: Als uw apparaat is aangesloten op een telefoonlijn die alleen voor faxcommunicatie wordt gebruikt, kies dan de [FAX] instelling. Uw apparaat zal alle inkomende oproepen eschouwen als faxberichten en deze automatisch ontvangen. Handmatig ontvangen [TEL]: Gebruikt u dezelfde lijn voor zowel het faxen als voor telefoongesprekken, en zijn de meeste daarvan telefoongesprekken, dan is de [TEL] instelling mogelijk de beste keuze.
PC-mode [PC]: Gebruik deze ontvangstinstelling indien uw apparaat is aangesloten op een PC en u de MFP-software op uw computer heeft geïnstalleerd. De ontvangen faxberichten worden direct doorgezonden naar uw computer en niet door uw apparaat afgedrukt of in het geheugen van uw apparaat opgeslagen.
faxmodellen en multifunctionele apparaten langs de bovenrand van door u verzonden faxberichten worden afgedrukt. 1:FUNCTIES INSTELLEN ß) NEE(à à/1-7) JA(ß Zender ID: Dit bevat meestal de naam van uw onderneming of de plaats en afdeling ervan. Deze beschrijving wordt bovenaan elk verzonden faxbericht afgedrukt. U kunt maximaal 32 tekens invoeren.
Gebruikt u Druk op de 0/UNIEK toets tot het gewenste teken op het display verschijnt. U kunt de volgende tekens kiezen: ! # & ’ ( ) * + , - . / : ; =?·äßñöüÆÅØæåø Druk op de NEE õ toets om de cursor naar de volgende cursorpositie te verplaatsen. Twee letters of cijfers met dezelfde toets invoeren. ô JA en NEE õ toetsen. De cursor verplaatsen om correcties aan te geven. 8. Druk op de START toets om de invoer op te slaan. Het display toont: Opmerking: Uw leverancier kan u wellicht helpen met andere talen.
Volg de onderstaande aanwijzingen indien u uw apparaat op een PBX wilt aansluiten. Met deze instellingen herkent uw apparaat het kiesnummer van de buitenlijn in de nummers die u programmeert of kiest. Na het kiezen van het kiesnummer wacht uw apparaat op de kiestoon van de buitenlijn. Vervolgens kiest uw apparaat de rest van het nummer. Let op!: In sommige landen dient u voor deze instelling een beroep te doen op uw leverancier.
Nederlands MFP functie Om uw apparaat als PC-printer/fax/scanner te gebruiken, dient u de MFP-software op uw PC te installeren. Uw apparaat is reeds voorzien van een PC-connector en een PC-interfacekaart. Voor meer informatie over het gebruik van uw apparaat als multi-functioneel randapparaat (MFP), kunt u de documentatie raadplegen die bij de MFP-software wordt geleverd.
TELEFOONREGISTER Snelkiestoetsen programmeren Uw apparaat biedt tien snelkiestoetsen voor het snel kunnen kiezen van faxnummers. Onder elke snelkiestoets kunt u twee faxnummers van elk maximaal 32 cijfers opslaan. Een hoofdnummer en een alternatief nummer dat wordt gebruikt als het eerste nummer bezet is of niet antwoord. U kunt bij elke snelkiestoets tevens een 15 tekens tellend Lokatie ID (naam) invoeren. 1. 2. PAUZE toets. */Toon toets. ô JA en NEE õ toetsen. 4. Druk op de START toets. 5.
Druk op de GEBRUIKERS PROGRAMMA snelkiestoets. Het display toont: 7. Voer het alternatieve faxnummer in. Raadpleeg de instructies bij stap 3. 1:FUNCTIES INSTELLEN ß) NEE(à à/1-7) JA(ß 8. Druk op de START toets om het programmeren van de snelkiestoets af te sluiten. Het display toont: Druk op de START toets. Het display toont: LOKATIE PROGRAMMEREN INVOER(ZOEK, SK, KC, #) 9. 2. 3. FUNCTIENUMMER [ INVOEREN 01-28 4. Om nog meer snelkiestoetsen te programmeren, kunt u terug gaan naar stap 2.
10. Druk op de FUNCTIE toets om af te sluiten. Opmerking: Zet de Echo Protectie weer uit als u de snelkiestoets later voor een ander nummer wilt gebruiken en stel de zendsnelheid indien gewenst weer in op 14.4 Kbps. Kiescodes programmeren Uw apparaat heeft 70 kiescodes om snel te kunnen kiezen door een twee-cijferige code in te voeren. Bij elke kiescode kunt u een faxnummer van maximaal 32 cijfers en een Lokatie ID (naam) van maximaal 15 tekens invoeren.
Gebruikt u PAUZE toets. 9. Om nog meer kiescodes te programmeren, kunt u terug gaan naar stap 3. Druk op de FUNCTIE toets om af te sluiten. Opmerking: Voor het wissen van een geprogrammeerde kiescode volgt u de stappen 1 - 4. Bij stap 5 drukt u herhaaldelijk op de 9/SPATIE snelkiestoets tot het faxnummer is gewist. Ga daarna verder met de stappen 8 - 9. Gebruikt u */Toon toets. ô JA en NEE õ toetsen. 6. Druk op de START toets. Groepen programmeren 7. Voer de Lokatie ID in.
U kunt nu een lokatie aan uw groep toevoegen (of een lokatie uit de groep verwijderen). Raadpleeg de onderstaande instructies. Om dit te doen Een snelkieslokatie toevoegen. Een kiescodelokatie toevoegen. Snelkieslokatie wissen. Kiescodelokatie wissen. Op naam een lokatie zoeken voor toevoegen/verwijderen. 5. Gebruikt u Druk op de snelkiestoets. Druk op START om deze aan de groep toe te voegen. Druk op KIESCODE. Voer de 2-cijferige kiescode in. Druk op START om deze aan de groep toe te voegen.
Documenten voorbereiden Opmerking: Heeft u vaak documenten die langer zijn dan 356 mm, dan kan uw leverancier uw apparaat instellen voor het scannen en verzenden van documenten met een lengte van maximaal 1500 mm. Het wijzigen van deze lengte-instelling annuleert de mogelijkheid om invoerstoringen van documenten tijdens het verzenden te signaleren. • Probeer voor het verzenden altijd goed leesbare documenten te gebruiken.
de START toets drukken. Uw apparaat zal het document in het geheugen scannen en het document wordt verzonden zodra de huidige activiteit is beëindigd. 1. Stel de documentgeleiders in op de breedte van het papier dat u gebruikt. 5. Indien nodig kunt u de Contrast of NEE õ toets gebruiken om het contrast van uw document aan te geven. Type document Documenten met normaal contrast. Documenten die te licht zijn. Documenten die te donker zijn. 6. Te gebruiken contrast NORMAAL. LICHT. DONKER.
Indien nodig moet u op de START toets drukken om het verzenden te beginnen. Raadpleeg de onderstaande tabel om te zien welke meldingen bij faxcommunicatie op het display kunnen verschijnen. Melding (lokatie) KIEZEN OPROEPEN ZENDEN RESULTAAT IS GOED COMMUNICATIEFOUT Toelichting Het Persoonlijke ID of de TSI/CSI van de andere fax. Is dit niet geprogrammeerd, dan zal uw ingevoerde Lokatie ID of faxnummer de lokatie aangeven. Uw apparaat is bezig het nummer te kiezen. Uw apparaat wacht op antwoord.
Bevestigen van resultaten 1. Na de vezending kunt u éénmaal op de KOPIE toets drukken (zonder dat een document is geplaatst) om het resultaat van de verzending op het display te laten verschijnen. Om een Bevestigingsrapport af te laten drukken, moet u opnieuw op de KOPIE toets drukken. Raapleeg het hoofdstuk “Rapporten” voor meer informatie. Neem de hoorn van de telefoon op zodra de telefoon of uw apparaat een belsignaal geeft. Begin het gesprek wanneer u iemand aan de lijn krijgt. 2.
1. Druk op de FUNCTIE toets. 2. Druk op de AFDRUKFUNCTIES snelkiestoets. Het display toont: BER. IN GEH. AFDRUK? ß) NEE(à à) JA(ß 3. Druk op de ô JA toets. Het opgeslagen faxbericht wordt afgedrukt. Opmerking: Is een wachtwoord voor geheugenontvangst ingesteld, dan dient u dit wachtwoord in te voeren om in het geheugen opgeslagen documenten te kunnen afdrukken. Raadpleeg “Geheugenwachtwoord” in het hoofdstuk “Programmeren”. 4.
Opmerking: Ook wanneer u de melding WEINIG TONER op het display ziet, kunt u de AFDRUKFUNCTIES snelkiestoets gebruiken om faxberichten af te laten drukken. De afdrukkwaliteit kan echter niet worden gegarandeerd. Vervang de toner cartridge zo snel mogelijk. Bij vervanging van deze cartridge worden de opgeslagen berichten automatisch afgedrukt. faxnummers die niet onder de snelkiestoetsen of kiescodes zijn opgeslagen. Zo zal uw apparaat ongewenste ‘junk mail’ weigeren.
Druk op de NEE õ toets tot de gewenste instelling op het display verschijnt. automatisch in de FIJN instelling, maar u kunt ook de instellingen EX. FIJN en FOTO gebruiken door op de ô JA toets te drukken. 6. Druk op deô JA toets om de nieuwe instelling te bevestigen. 1. 7. Druk op de FUNCTIE toets om af te sluiten. 2. Wilt u slechts één kopie maken, dan bent u nu klaar. Uw apparaat wacht even en zal daarna beginnen met kopiëren.
2. Schuif een vel papier in de opening voor handmatige papierinvoer tot u voelt dat het apparaat het papier vastpakt. 3. Druk op de KOPIE toets. Opmerking: Maak bij gebruik van de handmatige papierinvoer uitsluitend enkelvoudige kopieën. U voorkomt hiermee de kans op papierstoringen. Gebruik van spreekverzoek Een spreekverzoek afgeven 1. Druk tijdens de faxcommunicatie op de HAAK/SPREEK toets. 2. Als de andere partij op uw verzoek reageert, hoort u een geluidssignaal.
Een document naar meerdere lokaties en/of groepen verzenden 4. Herhaal de stappen 2 - 3 tot alle groepen en lokaties zijn ingevoerd. Opmerking: U kunt met het numeriek toetsenbord maximaal tien lokaties invoeren. 5. Wilt u hetzelfde faxbericht naar meerdere lokaties (bestemmingen) verzenden, volg dan de onderstaande stappen: Heeft u alle groepen en individuele lokaties aangegeven, druk dan snel op de START toets. Het display toont: 1. Plaats uw document. INV.
Druk op de ô JA toets en uw apparaat zal een rapport afdrukken met alle door u ingevoerde lokaties. Na het afdrukken van dit rapport verandert het display in: Blijf op de START toets drukken tot u alle ingevoerde lokaties heeft gecontroleerd en het display opnieuw het volgende toont: CONTRL. LOKATIE(S) à) JA(START/LOK) UIT(à CONTRL. LOKATIE(S) à) JA(START/LOK) UIT(à Zijn alle lokaties goed, druk dan op de NEE õ toets. Het display toont: Zijn alle lokaties goed, druk dan op de NEE õ toets.
CONTRL. LOKATIE(S) à) JA(START/LOK) UIT(à Verzendt u uitgestelde faxberichten naar groepen en/of naar meerdere individuele lokaties, dan wordt de instelling 17:GEH./ DOC.INVOER genegeerd. Uitgestelde faxberichten worden automatisch gescand en in het geheugen opgeslagen.
6. Druk op de ô JA toets. Het display toont: de documentinvoer liggen tot de geprogrammeerde datum en tijd zijn aangebroken. Dit betekent dat u uw apparaat pas weer voor het verzenden van andere faxberichten kunt gebruiken tot het uitgestelde bericht is verzonden. VERZENDTIJD [ / ] PRG. TIJD 0-9 7. Gebruik de numerieke toetsen om het tijdstip in te voeren waarop u de verzending wilt laten beginnen. Het display toont: Opmerking: Staat de gebruikersfunctie 17:GEH./ DOC.INVOER in de GEH.
Druk op de ô JA toets en ga naar stap 7 als de verzending vandaag op een later tijdstip plaatsvindt. Vindt de verzending over maximaal drie dagen plaats, druk dan op de NEE õ toets. Het display toont: VERZENDDATUM [ / ] PRG. DATUM 0-9 5. Gebruik de numerieke toetsen om de datum in te voeren waarop u de verzending wilt laten beginnen. Het display toont: VERZENDDATUM ß) NEE(à à) [??/??] JA(ß Opmerking: [??/??] geeft de datum aan die u heeft ingevoerd met de numerieke toetsen. 6. Druk op de ô JA toets.
12. Drukt u na het aangeven van de groepen en individuele lokaties NIET meteen op de START toets, dan verschijnt kort op het display: INGEVOERDE LOKATIES ?????? Opmerking: ?????? geeft de door u gekozen lokaties aan. Is het aantal lokaties hoger dan de capaciteit van het display, dan verschijnen alleen de eerste lokaties op de tweede regel van het display.
15. Wilt u tijdens het controleren van de lokaties een ingevoerde lokatie wissen, druk dan op de NEE õ toets zodra het display het volgende toont: Annuleren van uitgesteld verzenden Om uitgesteld verzenden van een document in de documentinvoer of het geheugen te annuleren voordat dit is verzonden, volgt u de onderstaande instructies: 1. ?????? GOED(START) WIS(à à) Opmerking: ?????? geeft de lokatie in uw apparaat aan die u wellicht wilt wissen. COMMUNICATIE WISSEN ß) NEE(à à) JA(ß 2.
4. Als de uitgestelde verzending via de documentinvoer plaatsvindt, druk dan opnieuw op de STOP toets om het document uit de invoer te verwijderen. Vertrouwelijke documenten 2. Druk op de FUNCTIE toets. 3. Druk op de VERTROUWELIJK VERZ. snelkiestoets. Het display vraagt nu het vertrouwelijke postbusnummer of ITU sub-adres van de andere partij in te voeren. 4. Gebruik de numerieke toetsen om het nummer van de vertrouwelijke postbus of het ITU sub-adres in te voeren. Druk vervolgens op de START toets.
6. PERS. POSTBUS[VERTR] ß) NEE(à à) JA(ß Opmerking: Kunt u geen [VERTR] selecteren, dan bevat het gekozen postbusnummer een ITU bulletin afroepbericht. Krijgt u de melding BEDIENINGSFOUT, dan bevat het gekozen postbusnummer al een vertrouwelijk document. Kies een ander persoonlijk postbusnummer om te gebruiken. Instellen van vertrouwelijke postbus Stel als volgt een vertrouwelijke of persoonlijke postbus voor uw apparaat in: 1. Druk op de FUNCTIE toets. 2.
2. Druk op de GEBRUIKERS PROGRAMMA snelkiestoets. Het display toont: 8. 1:FUNCTIES INSTELLEN ß) NEE(à à/1-7) JA(ß 3. Druk op de numerieke toets 5. Het display toont: PERS. POSTBUSNR. [ INVOEREN 1 - 8 9. 5:PERS. PB INSTELLEN ß) NEE(à à/1-7) JA(ß 4. 5. PERS. POSTBUSNR. [ INVOEREN 1 - 8 Het wijzigen van het wachtwoord voor een vertrouwelijke of persoonlijke postbus gaat als volgt: ] Gebruik de numerieke toetsen en voer de postbus in die u wilt sluiten. Het display toont: 1.
6. 7. Druk op de ô JA toets. Het display toont: PERS. POSTBUSNR. [ INVOEREN 0 - 8 4. ] Druk op de ô JA toets. Het display toont: Gebruik de numerieke toetsen om het nummer van de persoonlijke postbus in te voeren en druk daarna op de ô JA toets. Het display toont: WACHTWOORD [XXXX] 4 CIJFERS INVOEREN WACHTWOORD [ ] 4 CIJFERS INVOEREN Gebruik de numerieke toetsen om het nieuwe vier-cijferige wachtwoord in te voeren. Druk op de ô JA toets om uw invoer te bevestigen. Het display toont opnieuw: PERS.
Relais-start-station Een relaisverzending inleiden Uw apparaat kan functioneren als een relais-start-station dat als afzender de originele documenten verzendt naar het relaisstation. Voordat u uw apparaat kunt programmeren als een relais-start-station, dient u de volgende informatie te verkrijgen van de gebruiker van het relaisstation: 1. Plaats uw document. 2. Druk op de FUNCTIE toets. 3. Druk op de RELAISVERZENDEN snelkiestoets. Het display toont: RELAISWACHTW.
Druk op de ô JA toets. Het display toont: KIES LOKATIE 8. Kies de lokatie van het relaisstation als volgt: Om te kiezen met Snelkiestoets. Kiescode. De numerieke toetsen. 9. Doet u het volgende Druk op de snelkiestoets. Druk op de KIESCODE toets en voer daarna de twee-cijferige kiescode in. Kies het nummer zoals u zou doen met een telefoon.
verzenden. Om opnieuw standaard eenmalig afroep verzenden in te stellen, kunt u het huidige standaard eenmalig afroep verzenden of standaard bulletin afroep verzenden annuleren. U kunt er natuurlijk ook voor kiezen om ITU bulletin afroep verzenden te gebruiken (zie stap 7). 5. Voor standaard bulletin afroep verzenden drukt u op de ô JA toets. Het display toont: PERS. POSTBUSNR.
Zorg dat er geen document is geplaatst en druk op de FUNCTIE toets. 2. Druk op de AFROEPEN snelkiestoets. Het display toont: COMMUNICATIE WISSEN ß) NEE(à à) JA(ß 2. Druk op de START toets als de andere partij standaard afroep verzenden ondersteunt. 4. Als de andere partij ITU afroepen ondersteunt, gebruikt u de numerieke toetsen om het nummer van de postbus of het ITU sub-adres in te voeren en drukt u op de START toets. Het display toont: 3.
6. Druk op de NEE õ toets tot het volgende op het display verschijnt: PERS. POSTBUS[SLUIT] ß) NEE(à à) JA(ß 7. Druk op de ô JA toets. Het display toont: PERS. PB SLUITEN? ß) NEE(à à) JA(ß 8. Druk op de ô JA toets en de persoonlijke postbus wordt gesloten. Afdrukken van bulletin afroepberichten Wilt u de bulletin afroepberichten voor verzending die in persoonlijke postbussen zijn opgeslagen controleren, dan kunt u de berichten als volgt laten afdrukken: 1. Druk op de FUNCTIE toets. 2.
U kunt een document plaatsen en gereedmaken voor verzending. • U kunt documenten plaatsen en laten scannen tot het geheugen vol is. Nadat de ontvangst is afgerond, zullen uw documenten automatisch worden verzonden. • Faxberichten in het geheugen ontvangen wanneer uw apparaat in de [GEH] ontvangstinstelling staat ingesteld en uw apparaat is bezig met het afdrukken van eerdere ontvangen faxberichten.
PROGRAMMEREN Aanpassen van functies Veel van de functies van uw apparaat hebben instellingen waarmee u de werking van het apparaat aan uw wensen kunt aanpassen. Omdat elk land verschillende voorschriften gebruikt, heeft u wellicht geen toegang tot alle in dit hoofdstuk genoemde instellingen. Heeft u problemen bij het aanpassen van een instelling, neem dan contact op met uw leverancier.
05:ZENDER ID - Deze functie bepaalt of op verzonden faxberichten bij de andere partij uw Zender ID wordt afgedrukt. Indien ingeschakeld zal uw apparaat bij de andere partij uw Zender ID net boven de pagina’s laten afdrukken. Indien uitgeschakeld zullen uw Zender ID, datum en tijdstip niet worden afgedrukt. Sommige faxapparaten drukken echter wel uw TSI/CSI faxnummer af. 06:LUIDSPREKERVOLUME - Met deze functie regelt u het volume van de geluiden die uw apparaat tijdens het kiezen maakt.
Opmerking: Staat uw apparaat in de [T/F] ontvangstinstelling voor automatisch omschakelen, dan adviseren wij u 1 belsignaal in te stellen (in België staat deze functie op minimaal 5 seconden ingesteld en de functie is niet vrijgegeven). 12:FAX BELSIGN.INST. - Deze functie kan alleen worden gebruikt bij telefoondiensten waar u meerdere nummers op 1 lijn kunt gebruiken, elk met een eigen belsignaal.
18:ENERGIEBESPARING - Deze functie verlaagt het energieverbruik van uw apparaat wanneer dit niet wordt gebruikt. Deze functie niet gebruiken met MFP-software. Als deze is ingeschakeld, schakelt uw apparaat automatisch in de energiespaarstand zodra deze drie minuten niet is gebruikt. Het display toont dan: verifiëren, dan zal het ontvangende apparaat het verzendende apparaat vragen de verminkte gegevens opnieuw te verzenden.
23:GEH. VOL BEWAREN - Bij verzending naar één lokatie en 17:GEH./DOC.INVOER in de GEH. stand en 25:SCAN BIJ KIESTOON in de UIT stand, en bij verzending naar meerdere lokaties, begint het kiezen van het nummer nadat het gehele document in het geheugen is opgeslagen.
Druk op de GEBRUIKERS PROGRAMMA snelkiestoets. Het display toont: 1:FUNCTIES INSTELLEN ß) NEE(à à/1-7) JA(ß 3. 4. 3. 4. ] Druk op de ô JA toets. Het display toont: Gebruik de numerieke toetsen om 12 in te voeren. Het display toont: FUNCTIENUMMER [ INVOEREN 01-28 12:FAX BELSIGN.INST. ß) NEE(à à) [ UIT ] JA(ß ] Gebruik de numerieke toetsen om het twee-cijferige nummer van de functie in te voeren die u wilt wijzigen. Het display toont vervolgens de naam van de geselecteerde functie. 5.
8. Druk op de ô JA toets om uw keuze te bevestigen. 9. Druk op de FUNCTIE toets om af te sluiten. Opmerking: Het is mogelijk dat uw apparaat het belpatroon de eerste keer niet direct herkent. Als dit gebeurt, verandert het display in: FAX BELSIGN. INSTEL. RESULTAAT IS FOUT 3. 4. 5. ] Voer het nummer (tussen 1 en 8) van de persoonlijke postbus in die u wilt gebruiken en druk op de ô JA toets. Het display toont: PERS. POSTBUS[SLUIT] ß) NEE(à à) JA(ß Persoonlijke postbussen 6.
4. Druk op de numerieke toets 5. Het display toont: Geheugenwachtwoord 5:PERS. PB INSTELLEN ß) NEE(à à/1-7) JA(ß Is uw apparaat ingesteld voor ontvangst in het geheugen, dan kunt u het afdrukken van opgeslagen faxberichten door onbevoegden voorkomen door een wachtwoord te gebruiken. Voordat u een wachtwoord programmeert dient u eerst een andere ontvangstinstelling te selecteren dan [GEH]. Doet u dit niet dan zal in stap 4 het display de boodschap BEDIENINGSFOUT tonen. Druk op de ô JA toets.
Opmerking: [????] geeft het vier-cijferige wachtwoord aan dat u heeft ingevoerd. 6. 7. 6. Druk op de ô JA toets. Het display toont: 6:GEH. WACHTW. INSTEL ß) NEE(à à/1-7) JA(ß Druk op de ô JA toets. Het display toont: Druk op de FUNCTIE toets om af te sluiten. 6:GEH. WACHTW. INSTEL ß) NEE(à à/1-7) JA(ß 7. Druk op de FUNCTIE toets om af te sluiten. Verwijderen van geheugenwachtwoord Wijzigen van het geheugenwachtwoord 1. Druk op de FUNCTIE toets. 2. 1. Druk op de FUNCTIE toets.
Uw apparaat kan worden geprogrammeerd voor een beperkte toegang door individuele personen of afdelingen. Voor een beperkt gebruik door 24 personen of afdelingen dient de gebruikersfunctie 26:RESTR. INST VRIJG. eerst in de AAN stand te worden gezet. Opmerking: [????] geeft het vier-cijferige wachtwoord aan dat u heeft ingevoerd. 7. 8. Instellen wachtwoord voor beperkte toegang 1. 2. Druk op de FUNCTIE toets. Druk op de GEBRUIKERS PROGRAMMA snelkiestoets.
6. Gebruik de numerieke toetsen om de twee-cijferige code van het afdelingsnummer in te voeren dat u wilt wijzigen. Het display toont: ID-RESTRIC.[XXXX] 4 CIJFERS INVOEREN 7. Gebruik de numerieke toetsen om het vier-cijferige wachtwoord in te voeren. Het display toont: 1:FUNCTIES INSTELLEN ß) NEE(à à/1-7) JA(ß 4. 7:RESTRICTIE INSTEL. ß) NEE(à à/1-7) JA(ß 5. SLUIT ID-RESTRICTIE ß) NEE(à à) JA(ß 8. Druk op de NEE õ toets.
zendt (deze snelheid kan per land verschillen). De mogelijke instellingen zijn 10 pps, 16 pps en 20 pps. Opmerking: In sommige landen zijn enkele van de genoemde instellingen niet beschikbaar. Heeft u problemen met het instellen van een kiesparameter, neem dan contact op met uw leverancier. PULSE MAKE RATIO: De beschikbare instellingen zijn 33% en 39%.
EXTERN KIESNUMMER: Als uw apparaat op een PBX (bedrijfscentrale) is aangesloten, dan vertelt deze functie het apparaat welk toegangsnummer voor de buitenlijn wordt gebruikt. U kunt maximaal 4 cijfers invoeren. Raadpleeg het hoofdstuk “Installatie” voor meer informatie over het wijzigen van deze instelling. Wijzigen van de kiesparameter-instellingen 1. Druk op de FUNCTIE toets. 2. Druk op de GEBRUIKERS PROGRAMMA snelkiestoets. Het display toont: 1:FUNCTIES INSTELLEN ß) NEE(à à/1-7) JA(ß 3.
Overzicht van rapporten Uw apparaat biedt een aantal nuttige rapporten, die u de instelling, programmering en werking van uw apparaat helpen begrijpen. Met de onderstaande lijst kunt u bepalen welke rapporten u wilt laten afdrukken. Raadpleeg vervolgens “Afdrukken van rapporten” voor meer informatie over het afdrukken van een rapport. • De communicatiecodes van elke verzending of ontvangst. • Het aantal verzonden of ontvangen pagina’s. • Het resultaat van elke communicatie. • Servicecodes.
Geheugen activiteitenrapport Dit rapport geeft een overzicht van alle faxberichten die in het geheugen van uw apparaat zijn opgeslagen. Dit kunnen documenten zijn die gereed zijn voor verzending of documenten die zijn ontvangen maar nog niet zijn afgedrukt. Dit rapport biedt de volgende informatie: • Een lijst (ONTVANGST) met faxberichten die in het geheugen zijn opgeslagen en het aantal pagina’s (PAG’S) per faxbericht (SESSIES). • Een lijst (PERS. POSTB.) met de instellingen (AFR.
De huidige kiesparameter-instellingen van uw apparaat. Bevestigingsrapport Dit rapport biedt informatie over de laatste verzending of afroep verzending naar een enkelvoudige lokatie. De informatie in dit rapport bestaat uit: • De datum van de communicatie. • De totale tijd voor het verzenden (Z,O-TIJD). • De Persoonlijk ID of het faxnummer van het apparaat waarmee u heeft gecommuniceerd (AFSTANDSTATION ID).
Stroomuitvalrapport Afdrukken van andere rapporten Als er een stroomstoring is en uw apparaat heeft in het geheugen documenten opgeslagen en/of documenten op de documentinvoer klaarliggen voor verzending, dan zal automatisch een stroomuitvalrapport worden afgedrukt. Dit rapport biedt dezelfde informatie als het journaal en toont de verloren gegane ontvangsten verzendtransacties. 1. Druk op de FUNCTIE toets. 2. Druk op de RAPPORT AFDRUKKEN snelkiestoets.
STOP Nederlands Z DOC Er trad een documentinvoerprobleem op in uw apparaat. Er is op de STOP toets gedrukt, de communicatie is verbroken. Communicatiecodes Communicatiecodes geven aan welke instelling voor een communicatie-activiteit was gebruikt. Code GR.VERZ. VERZ. ONTV. AFR.ONTV AFR.VERZ AFR.=** VERT=** KWIJT Beschrijving Verzending naar meerdere lokaties of groepen. Een communicatie ingeleid door uw apparaat. Een communicatie ingeleid door een andere apparaat. Standaard of ITU afroep ontvangst.
PROBLEMEN OPLOSSEN Verwijderen van vastgelopen documenten Zodra een document vastloopt, klinkt een geluidssignaal en verschijnt op het display een foutmelding. Als het lijkt of het document recht in de aanvoer ligt, druk dan op de STOP toets en probeer het document verder in te laten voeren. Lukt dit niet, volg dan de onderstaande instructies. 1. Pak het bedieningspaneel. Trek dit omhoog en naar u toe tot het ontgrendelt. Draai het uit de weg. 2. Trek het vastgelopen document naar buiten. 3.
2. Open het bovendeksel en zet het rechtop. 4. Plaats de drum cartridge opnieuw in het apparaat. Zorg dat beide nokjes op de drum goed zijn geplaatst (zie afbeelding). Druk daarna op beide uiteinden van de drum cartridge tot deze vastklikt. 6. Sluit het bovendeksel. 7. Sluit het bedieningspaneel. Druk het bedieningspaneel naar beneden tot het vastklikt. Pak het bedieningspaneel vast. Trek het omhoog en naar u toe tot het ontgrendelt. Draai het uit de weg.
8. Trek het papier uit het invoerblad. Is het papier beschadigd,dan dient u dit te verwijderen en te vervangen. vervangen. Verschijnt de melding VERVANG DRUM CARTR., vervang dan de drum cartridge. Waarschuwing: Wees voorzichtig bij de behandeling van de toner cartridge. Voorkom dat toner wordt gemorst op kleding of ander poreus materiaal. Raadpleeg het hoofdstuk “Veiligheid” aan het begin van deze handleiding. 9. Waarschuwing: Opent u het bovendeksel, dan ziet u een etiket met de tekst CAUTION-HOT.
4. 5. Nederlands 3. Trek de gekleurde hendel van de oude toner cartridge helemaal naar u toe. Trek voorzichtig de oude toner cartridge uit de drum cartridge. Plaats deze in de plastic zak die u bij de nieuwe toner cartridge heeft ontvangen. 6. Nadat de toner cartridge is geplaatst, kunt u de gekleurde hendel naar voren drukken om de cartridge te vergrendelen en kan de toner vrijkomen.
9. Sluit het bedieningspaneel. Druk het bedieningspaneel naar beneden tot het vastklikt. factoren, zoals de temperatuur en luchtvochtigheid, het soort papier dat u gebruikt en het aantal pagina’s per afdrukopdracht. De drum cartridge kan bij continu afdrukken ca. 10.000 pagina’s meegaan, ca. 8.000 pagina’s bij drie pagina’s per opdracht en ca. 4.500 pagina’s indien de opdrachten uit 1 pagina bestaan. Let op!: Voorkom dat de drum cartridge langer dan 5 minuten wordt blootgesteld aan licht.
4. Verwijder de oude drum cartridge (met toner cartridge), plaats het in het verpakkingsmateriaal van de nieuwe cartridge en breng het naar een KCA-depot. Verwijder voorzichtig het beschermingsblad van uw nieuwe drum cartridge. 6. Installeer een nieuwe toner cartridge, sluit het bovendeksel en sluit het bedieningspaneel. Raadpleeg “De toner cartridge vervangen”. 7. Wacht tot de tijd en de ontvangstinstelling op het display verschijnen. Druk daarna op de FUNCTIE toets. 8.
2. Druk op de TELLERS WEERGEVEN snelkiestoets. Het display toont: DRUMTELLER ß) ANDERE(à WISSEN(ß à) 3. Druk op de NEE õ toets. Het display toont de AFDRUKTELLER. 4. Druk opnieuw op de NEE õ toets. Het display toont de SCANTELLER. 5. Druk op de FUNCTIE toets om af te sluiten. Transporteren van het apparaat Wilt u het apparaat verplaatsen of transporteren nadat deze is gebruikt, volg dan de onderstaande verpakkingsinstructies. 1.
Uw apparaat kiest niets. Controleer de voedingskabel en de wandcontactdoos. Controleer of de telefoonlijn (niet uw externe telefoon of handset) in de LINE aansluiting aan de achterzijde van uw apparaat is aangesloten. Heeft u een externe telefoon aangesloten, neem dan de hoorn op en controleer of u de kiestoon hoort. Heeft u geen externe telefoon, druk dan op de HAAK/SPREEK toets en luister naar een kiestoon. Hoort u niets, dan kan er een probleem zijn met de telefoonlijn.
U verzond een document maar het werd blanco ontvangen. Controleer of u het document met de tekstzijde naar beneden had geplaatst. Uw ontvangen faxbericht had een slechte kwaliteit. Neem contact op met de andere partij en vraag of zij de resolutie- en contrastinstelling willen wijzigen. Vraag de andere partij op hun apparaat een kopie te maken om te controleren of de fax goed functioneert. Vraag ze daarna het document opnieuw toe te zenden.
U wilt een telefoongesprek aannemen, maar het apparaat neemt altijd als eerste op. Gebruikt u meerdere telefoontoestellen op dezelfde telefoonlijn als uw apparaat, gebruik dan de ontvangstinstelling [FAX] en wijzig de instelling van de gebruikersfunctie “11:BELREACTIETIJD” naar 20 seconden (raadpleeg het hoofdstuk “Programmeren”). Komt er een oproep binnen dan beantwoordt u binnen 20 seconden de telefoon.
PAPIER OP/VAST :FAX BEVESTIGEN + “STOP” of PAPIER OP/VAST :FAX CTRL PAPIER&DOORVOER Geen papier: Het papier is op. Vul papier bij en druk op de STOP toets. PAPER ZIT VAST :FAX CTRL PAPIER&DOORVOER of PAPIERFORM. FOUT :FAX CTRL PAPIER&DOORVOER Papier vastgelopen: Het papier is tussen de invoer en het printergedeelte of in het printergedeelte onder de drum cartridge vastgelopen. Controleer de papierbaan en verwijder het vastgelopen papier (raadpleeg “Verwijderen van vastgelopen papier”).
of PRINTER ALARM 4 :FAX RAADPLEEG HANDBOEK Printer Alarm: Open en sluit het deksel. Verdwijnt de melding niet van het display, haal dan de steker uit de wandcontactdoos en neem contact op met uw leverancier. Opmerking: Schakelt u het apparaat uit, dan zullen alle in het geheugen opgeslagen faxberichten worden gewist. 14:14 FAX CONTR. PAPIERFORMAAT Contr. papierformaat: Het geplaatste papier heeft een ander formaat dan in uw applicatiesoftware is aangegeven.
TECHNISCHE GEGEVENS Categorie Specificaties Type/compatibiliteit Tafelmodel ITU-T G3 faxapparaat Type aansluiting Openbaar telefoonnet PSTN, PBX Zendsnelheid 14400/12000/9600/7200/4800/ 2400 Automatische terugval Communicatie Half duplex Compressie codering MH/MR/MMR met ITU-T ECM Horizontale resolutie 8 dots/mm of 300dpi Verticale resolutie 3,85 lijnen/mm (STD) 7,7 lijnen/mm (FIJN) 15,4 lijnen/mm of 300 dpi (EX.
A Aantal herhalingen ..................................... Afdrukfuncties toets ................................... AFR.=** .................................................... AFR.ONTV ................................................ AFR.VERZ ................................................ AFROEPEN ............................................... Afroepen toets ............................................ Afstandsdiagnose ....................................... AFSTANDSTATION ID ......................
H L JA toets ....................................................... 15 Na indrukken toets-signaal ......................... 19 NEE toets ................................................... 15 Numerieke toetsen ...................................... 17 Papierformaat fout ...................................... Papierformaat onjuist .................................. Pauze toets .................................................. PBX lijn ..................................................... PC-mode ......
56 18 56 87 66 39 78 Tellerstanden afdrukken .............................. Tijd tussen herhalen .................................... Toon toets ................................................... Transporteren ............................................. TSI/CSI ...................................................... Type document ........................................... 85 73 17 86 27 38 U S Samengesteld kiezen .................................. Scan bij kiestoon ....................................
Oki Systems (Holland) b.v. Oki Systems (Holland) b.v. Postbus 690 2130 AR Hoofddorp Fax: Helpdesk: Internet: 020 - 6531301 0900 - 2025285 (60 cent/min.) http://www.oki.nl Oki Systems (Belgium) Schaarbeeklei 49 - 51 B-1800 Vilvoorde Fax: Helpdesk: Internet: 96 02 - 253 18 48 02 - 257 46 20 http://www.oki.