Operation Manual

- 64 -
3. Standaardfuncties
Basishandelingen op het bedieningspaneel
Deze paragraaf beschrijft het bedieningspaneel van het apparaat.
Namen en Functies
Namen en functies op het operator panel
De hoek van het weergevescherm aanpassen
Tekens invoeren
Dit hoofdstuk beschrijft de namen en functies van de onderdelen op het bedieningspaneel.
Namen en Functies
Nr. Naam Functie
1 Weergavescherm Geeft de bedieningsinstructies en de status van de machine
weer.
2 Function-knop Over het bovenste scherm van elke functie. De knop licht blauw
op.
<FAX/Hook> knop Geeft het scherm voor de faxfunctie weer. Door op deze knop te
drukken terwijl het scherm van de faxfunctie is weergegeven
begint de haak nummerselectie.
Knop <AFDRUKKEN> Geeft het scherm voor de afdrukfunctie weer.
Knop <SCANNEN> Geeft het scherm voor de scanfunctie weer.
Knop <KOPIËREN> Geeft het scherm voor de kopieerfunctie weer.
3 STATUS Geeft het menu Status weer. Flikkert/licht op, als er een
foutstatus bestaat.
4 INSTELLING Geeft het menu om het scherm in te stellen aan.
5 HERKIEZEN/? HELP Geeft het scherm "Help" weer.
6 (RESETTEN/AFMELDEN) Het bovenste scherm van iedere functie logt u uit.
De functie item instellen zet een instelwaarde terug en keert
terug naar het beginscherm voor iedere functie.
Het beginscherm van iedere functie keert terug naar het
bovenste scherm.
7 Numerieke toetsenblok Hiermee voert u getallen, alfabetische tekens en symbolen in.
8 SHIFT. Schakelt tussen twee e-mailadressen of faxnummers die
geregistreerd staan in iedere (ONE-TOUCH) door te
drukken op deze knop en (ONE-TOUCH) tegelijkertijd.