Operation Manual

Nuttige verzendfuncties
-17-
Faxen
2
10 Plaats, wanneer het scherm [Start]
verschijnt, het volgende document met
de afdrukzijde naar boven in de ADF of
de afdrukzijde naar beneden op de
glasplaat.
11 Zorg ervoor dat [Start] is geselecteerd
en druk vervolgens op .
12 Herhaal, indien noodzakelijk, stap 10 en
11 voor elk document dat u wilt faxen.
13 Wanneer alle documenten zijn gescand,
druk op om [Afgerond] te selecteren
en druk vervolgens op .
Meer info
Raadpleeg de Basisgebruikershandleiding voor meer
informatie over het stoppen van de scanprocedure en het
annuleren van de overdracht.
De naam van de afzender
wijzigen
U kunt de af te drukken naam van de afzender
specificeren op faxen die u wilt verzenden. Van
tevoren moet u de naam van een afzender
registreren.
Meer info
Zorg ervoor dat [Sender name] is uitgeschakeld alvorens
de volgende functie te gebruiken. Raadpleeg de
Basisgebruikershandleiding voor meer informatie.
De naam van een afzender
registreren
U kunt maximaal drie namen van afzenders
registreren.
Memo
In de begininstellingen van de fax, zoals beschreven in de
Basisgebruikershandleiding, specificeert u [Zender ID]
waarna deze automatisch naar [Sender name 1] wordt
geregistreerd.
1 Druk op de toets <SETTING
(INSTELLING)>.
2 Druk op om [Beheerder instelling]
te selecteren en druk vervolgens op .
3 Voer het beheerderwachtwoord in.
4 Selecteer [Enter] en druk vervolgens op
.
5 Druk op om [Gebruiker installatie]
te selecteren en druk vervolgens op .
6 Druk op om [TTI gebruik/wijzigen]
te selecteren en druk vervolgens op .
7 Druk op om het nummer van een
afzender te selecteren en druk
vervolgens op .
8 Voer een naam van maximaal 22 tekens
in.
9 Selecteer [Enter] en druk vervolgens op
.
10 Druk op totdat het startscherm
verschijnt.
De naam van een afzender
wijzigen die op een fax wordt
afgedrukt
Indien u [Sender name] inschakelt, wordt als
standaardinstelling de standaardnaam van de
afzender op faxen afgedrukt. Voer de volgende
procedure uit om een andere naam dan de
standaardnaam van de afzender te gebruiken.
1 Druk op de toets <FAX/HOOK (FAX/
HAAK)>.
2 Zorg ervoor dat [Fax] is geselecteerd en
druk vervolgens op om het scherm fax
starten te openen.
3 Druk op om [FAX functies] te
selecteren en druk vervolgens op .
4 Druk op om [TTI Select] te
selecteren en druk vervolgens op .
5 Druk op om een door u te gebruiken
naam van een afzender te selecteren en
druk vervolgens op .
6 Druk op totdat het scherm fax stand-
by verschijnt.
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK