Operation Manual

MB290
- 69 -
12 - PC-Functies
Companion Monitor
Grafische presentatie
Start de toepassing door op het pictogram the C
OMPANION
M
ONITOR
op uw desktop te klikken of vanuit het menu
S
TARTEN
>A
LLE
P
ROGRAMMA
S
> OKIDATA >
C
OMPANION
S
UITE
P
RO
LL2 >C
OMPANION
M
ONITOR
.
Vanaf dit scherm kan u de informatie volgen of de
multifunctionele terminal configureren met de tabbladen:
S
ELECTIE
VAN
HET
APPARAAT
: Hier ziet u de lijst met
apparaten die door de pc worden beheerd.
C
OMPANION
: Toont het scherm van het
multifunctionele apparaat.
C
ONSOMMABLES
: Hier verschijnt de status van de
verbruiksartikelen.
L
INKS
: Toont koppelingen naar de instellingen van het
apparaat en het adresboek.
Apparaatbeheer
Op dit tabblad ziet u de lijst met apparaten die door de pc
worden beheerd.
Een apparaat toevoegen dat is verbonden via
USB
Zorg ervoor dat uw multifunctionele apparaat
uitgeschakeld is. De aansluiting tussen de pc en het
apparaat vereist een beschermde 2.0 USB-kabel met een
maximale lengte van 3 meter.
1 Sluit de stekkers van uw USB-kabel aan zoals
hieronder afgebeeld.
2 Schakel het multifunctionele apparaat in. De pc
detecteert het apparaat en de stuurprogramma’s
worden automatisch geïnstalleerd.
3 Wanneer de installatie voltooid is, ziet u een bericht
dat de stuurprogramma’s juist zijn geïnstalleerd.
U kunt nu het multifunctionele apparaat gebruiken om af
te drukken of om documenten te scannen.
Een apparaat toevoegen dat met het netwerk is
verbonden
Uw multifunctionele terminal kan aangesloten worden op
een lokaal Ethernet- of draadloos netwerk.
1 Voer de toepassing Companion Monitor uit door op
het pictogram op uw bureaublad te klikken of vanuit
het menu S
TART
> A
LLE
P
ROGRAMMA
S
>
OKIDATA > C
OMPANION
SUITE
PRO
LL2 >
C
OMPANION
- M
ONITOR
.
2 Klik op het plusteken of op de knop A
DD
. .
Belangrijk
De Companion Suite Pro-software
moet geïnstalleerd zijn om deze
handeling te kunnen uitvoeren.
Belangrijk
De Companion Suite Pro-software
moet geïnstalleerd zijn om deze
handeling te kunnen uitvoeren.