Operation Manual

- 16 -
1
1. Handige afdrukfuncties
Afdrukken op etiketten
U kunt afdrukken op etiketten door de ingestelde
papiersoort te wijzigen en de universele cassette
en het uitvoervak met de afdrukzijde naar boven
te gebruiken.
Stel op het bedieningspaneel het papierformaat
en de papiersoort voor de universele cassette
in. Vervolgens stelt u afdrukinstellingen zoals
het papierformaat en de papiercassette in via de
printerdriver.
Memo
Selecteer niet dubbelzijdig afdrukken voor etiketten.
Meer info
Voor informatie over beschikbare etiketten raadpleegt u
de Gebruikershandleiding (Ingebruikneming).
Handmatig afdrukken is ook beschikbaar voor het
afdrukken op etiketten. Voor meer informatie over
handmatig afdrukken raadpleegt u "Handmatig afdrukken"
op p. 20.
1 Plaats papier in de universele cassette.
Meer info
Raadpleeg "Papier in de printer plaatsen" in de
Gebruikershandleiding (Ingebruikneming).
2 Open aan de achterzijde van de printer
het uitvoervak met de afdrukzijde naar
boven.
Memo
Als u altijd op etiketten afdrukt vanuit de
universele cassette, registreert u het papier op het
bedieningspaneel. Als u één keer afdrukt vanuit deze
cassette, gaat u verder met de afdrukprocedures via
de printerdriver.
3 Druk op de toets <Fn>.
4 Voer <9> en <0> in met behulp van
het toetsenblok met tien toetsen en druk
vervolgens op de knop <ENTER>.
5 Druk op de bladerknop om [A4]
of [Letter] te selecteren en druk
vervolgens op de knop <ENTER>.
6 Druk op de knop <BACK (TERUG)> en
controleer dat [Cong univ. cassette]
wordt weergegeven.
7 Druk op de bladerknop om
[papiersoort] te selecteren en druk
vervolgens op de knop <ENTER>.
8 Druk op de bladerknop om [Etiket]
te selecteren en druk vervolgens op de
knop <ENTER>.
9 Druk op de knop <ON LINE (ONLINE)>
om de menumodus te verlaten.
10 Open op de computer het bestand dat u
wilt afdrukken.
11 Congureer het papierformaat en de
papiercassette via de printerdriver.
Voor PCL-printerdriver voor
Windows
1 In het menu [Bestand] selecteert u
[Afdrukken].
2 Klik op [Voorkeuren] of
[Eigenschappen].
3 Op het tabblad [Setup] selecteert u
[A4] of [Letter] bij [Size].
4 Selecteer [Universele Lade] bij
[Bron:].
5 Congureer indien nodig andere
instellingen en druk af.
Voor PS-printerdriver voor Windows
1 In het menu [Bestand] selecteert u
[Afdrukken].
2 Klik op [Voorkeuren] of
[Eigenschappen].
3 Klik op het tabblad [Papier/kwaliteit].
4 Selecteer [De multi mogelijkheden
lade] bij [Papierbron].
5 Klik op [Geavanceerd].
6 Klik op [Papierformaat] en selecteer
vervolgens [A4] of [Letter] in de
vervolgkeuzelijst.
7 Klik op [OK].
8 Congureer indien nodig andere
instellingen en druk af.
Voor XPS-printerdriver voor
Windows
1 In het menu [Bestand] selecteert u
[Afdrukken].