Operation Manual

- 107 -
Hulpprogramma's voor Windows
4
4. Hulpprogramma's gebruiken
TELNET
U kunt de instellingen congureren met Telnet-
opdrachten.
Opmerking
In de fabrieksinstellingen is Telnet-toegang tot de
printerinstellingen uitgeschakeld.
Om Telnet-opdrachten te gebruiken, stelt u [Telnet]
in op [Ingeschakeld] vanaf de webpagina of het
bedieningspaneel van de printer.
In Windows 7/Windows Vista/Windows Server 2008
R2/Windows Server 2008 zijn Telnet-opdrachten
uitgeschakeld in de fabrieksinstellingen.
Om Telnet-opdrachten te gebruiken, selecteert
u [Starten] > [Bedieningspaneel] >
[Programma's] > [Programma's en onderdelen]
> [Windows-onderdelen in- of uitschakelen]. Stel
[Telnet-client] in op Active (Actief) in het weergegeven
dialoogvenster.
Memo
Voor de volgende procedure wordt de volgende omgeving
gebruikt als voorbeeld. De details kunnen verschillen,
afhankelijk van het besturingssysteem dat u gebruikt.
- Besturingssysteem: Windows 7
- IP-adres: 192.168.0.2
- MAC-adres: 00:80:87:84:9C:9B
1 Klik op [starten] en selecteer
vervolgens [Alle programm's]
> [Bureau-accessoires] >
[Opdrachtprompt].
2 Na "(wachtwoord voor de driver): /
Users/gebruikersnaam>" voert u "ping
(spatie) IP-adres van de printer" in.
Druk op de toets <Invoeren> en
controleer vervolgens dat de toegang
ingeschakeld is.
Bijv.: "C:/Users/WINDOWS > ping 192.168.0.2"
3 Na "telnet (spatie)" voert u het IP-adres
van de printer in en drukt u vervolgens
op de toets <Invoeren> om via Telnet
toegang te krijgen tot de printer.
Bijv.: "C:/Users/WINDOWS>telnet 192.168.0.2"
4 Na "login:" voert u "root" in en drukt u
vervolgens op <Invoeren>.
5 Als er een prompt wordt weergegeven,
voert u uw wachtwoord in na "Password"
en drukt u vervolgens op de toets
<Invoeren>.
Voer bijv. het volgende in: "password: 849C9B".
Memo
Het standaard "root"-wachtwoord zijn de laatste 6
alfanumerieke tekens van het MAC-adres van de
printer.
6 Als een menuopdracht wordt
weergegeven, voert u het nummer van
het menu in dat u wilt wijzigen en drukt
u vervolgens op de toets <Invoeren>.
7 Wijzig indien nodig de instellingen.
8 Sla de instellingen op en log uit bij de
printer.