Operation Manual

Kleurkoppeling> 75
9. Kies [Kleur] [Graphic Pro 2] (8).
10. Selecteer uw printerprofiel in het menu voor
[Printeruitvoerprofiel] (9).
11. Als [Auto] is geselecteerd, worden de
standaardfabrieksprofielen gebruikt die zijn ingesloten in
de printer. Als u zelf een printerprofiel hebt gemaakt met
software voor het maken van profielen, selecteert u dat
hier en kiest u een renderingsintentie (zie
"Renderingsintenties" op pagina 84).
M
AC
OS X
1. Kies [Archief] [Print].
2. Selecteer uw printermodel in het menu [Printer] (1).
3. Selecteer [Printerfuncties] (2).
4. Selecteer [Kleuropties] in het menu [Functiesets] (3).
5. Selecteer [Graphic Pro] in het menu [Kleurmodus] (4).
8
9
1
2
3
4