C9800 GEBRUIKERSHANDLEIDING C9800 MFP/C9800 GA MFP C9000
VOORWOORD Alles is in het werk gesteld om ervoor te zorgen dat de informatie in dit document volledig, accuraat en recent is. OKI Printing Solutions aanvaardt geen verantwoordelijkheid voor de gevolgen van fouten die buiten de macht van OKI Printing Solutions liggen. garandeert ook niet dat wijzigingen die andere fabrikanten aanbrengen in software en apparaten waarnaar in deze handleiding wordt verwezen, niet van invloed zijn op de toepasselijkheid van de informatie.
OPMERKING, LET OP! EN WAARSCHUWING! OPMERKING Deze tekst bevat extra informatie als aanvulling op de hoofdtekst. LET OP! Deze tekst bevat extra informatie die, indien deze wordt genegeerd, tot schade of storingen in het apparaat kan leiden. WAARSCHUWING! Deze tekst bevat extra informatie die, indien deze wordt genegeerd, kan leiden tot een risico op persoonlijk letsel. VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN Dit product is ontworpen om jarenlang veilig en betrouwbaar te functioneren.
WAARSCHUWING! Let erop dat alle waarschuwingen en aanwijzingen die op dit product staan, worden gelezen, begrepen en opgevolgd, zodat letsel wordt voorkomen. Zorg ervoor dat deze handleiding en alle overige documentatie worden gelezen en bewaard, zodat deze kunnen dienen als naslagwerk. E Dit product kan zwaar zijn. Controleer het gewicht van dit product en neem alle noodzakelijke voorzorgsmaatregelen om persoonlijk letsel te voorkomen.
WAARSCHUWING! Zorg ervoor dat dit product niet in de nabijheid staat van directe warmtebronnen (zoals radiatoren) of in direct zonlicht, om het risico op oververhitting te voorkomen. De vereiste stroomvoorziening voor dit product is 220 - 240 VAC, 50/60 Hz. Raadpleeg het informatielabel van dit product voor de volledige stroomgegevens. Controleer of uw stroomvoorziening geschikt is voordat u het product aansluit. Neem bij twijfel contact op met de leverancier of uw elektriciteitsbedrijf.
WAARSCHUWING! Let er bij het gebruik van een verlengsnoer of stekkerblok op dat de totale stroomsterkte (ampères) van alle aangesloten apparaten lager is dan het maximumvermogen van het verlengsnoer, stekkerblok of de wandcontactdoos. Anders bestaat het risico op brand of elektrische schokken. Als het product al is geleverd met een stekkerblok, moet u GEEN extra verlengsnoer of stekkerdoos gebruiken om het product aan te sluiten op de wandcontactdoos.
WAARSCHUWING! Houd het netsnoer altijd aan de stekker vast als u het wilt aansluiten op het stopcontact of eruit wilt verwijderen. Als u het netsnoer aan het snoer uit het stopcontact trekt, kan het gaan rafelen waardoor brand of elektrische schokken kunnen ontstaan. Gebruik alleen het bijgeleverde netsnoer en de bijgeleverde stekkerdoos. Het gebruik van netsnoeren of een stekkerdoos die niet voor dit product zijn bedoeld, kan brand of elektrische schokken tot gevolg hebben.
WAARSCHUWING! Wanneer de behuizing van dit product extreem heet is geworden of het product rook, een ongebruikelijke geur of ongewone geluiden produceert, is er kans op brand. Verwijder de hoofdvoeding en neem contact op met de leverancier. Als dit product is omgestoten of beschadigd is geraakt, bestaat het risico op elektrische schokken, brand en/of letsel. Verwijder de hoofdvoeding en neem contact op met de leverancier.
WAARSCHUWING! Gebruik geen brandbare sprays in de nabijheid van dit product, aangezien bepaalde onderdelen van het product bijzonder heet worden en vlam kunnen vatten. Schakel dit product uit vóór reinigingswerkzaamheden, om letsel te voorkomen. Gebruik een vochtig doekje voor reiniging. Gebruik geen vloeibare reinigingsmiddelen of spuitbussen. Verricht geen handelingen met dit product die niet in de Gebruikershandleiding worden beschreven. U riskeert anders een elektrische schok, brand en/of letsel.
WAARSCHUWING! Wees voorzichtig als u geïnstalleerde onderdelen zoals scanners of finishers verplaatst, om te voorkomen dat u vast komt te zitten of persoonlijk letsel oploopt. Als dit product is geplaatst op een printerkast of een papierlade met hoge capaciteit, controleert u of de wieltjes in de juiste stand zijn vergrendeld zodat de printer niet kan verschuiven en om letsel te voorkomen. Wees behoedzaam met tonerpoeder. Indien er tonerpoeder wordt ingeslikt, moet onmiddellijk een arts worden geraadpleegd.
WAARSCHUWING! Gooi tonercartridges of EP-cartridges niet in vuur; dit kan leiden tot brandwonden als gevolg van een stofexplosie. Dit product is ontworpen om te functioneren in de volgende omgeving: Temperatuur: 10 tot 32°C Luchtvochtigheid: 20% tot 80% RL Het geluidsniveau van dit product is 70 dB(A) of minder conform EN ISO 7779.
INHOUD Voorwoord . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2 Opmerking, Let op! en Waarschuwing! . . . . . . . . . 3 Veiligheidswaarschuwingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3 Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Functies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Over deze handleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . Online gebruik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Pagina's afdrukken. . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Interfaces en aansluiting . . . . . . . . . . . . De parallelle interface aansluiten . . . . De USB-interface aansluiten . . . . . . . De netwerkinterface aansluiten . . . . . De cd met stuurprogramma's gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 58 59 60 60 62 Afdrukken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 63 Bedieningsinformatie voor de scanner. . . . . . . . Toegangsbeheer. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Aanmelden . .
Onderhoud – scanner . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . De automatische documentinvoer (ADF) reinigen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Het aanraakscherm reinigen . . . . . . . . . . . . . . . De glasplaat reinigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . De verwisselbare pad vervangen . . . . . . . . . . . . De verwisselbare pad verwijderen . . . . . . . . . Een nieuwe verwisselbare pad plaatsen . . . . . 124 .124 .125 .125 .126 .126 .127 Optionele accessoires. . . . . . . . .
Specificaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 166 Printer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .166 Scanner . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .167 Bijlage A – Berichten op het LCD-scherm (printer) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 169 Bijlage B – Menusysteem (printer) . . . . . . . . . . Configuratie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Print Page Count . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Bijlage F – Overzicht van scannerinstellingen . . Adresboeken instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Postbus instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Machineparameters instellen . . . . . . . . . . . . . . . Kopieerparameters instellen . . . . . . . . . . . . . . . Scaneigenschappen instellen . . . . . . . . . . . . . . . Beheerdersinstelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Rapporten genereren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Tellerwaarden scanner . . . . . . . . .
INLEIDING Gefeliciteerd met de aanschaf van dit multifunctionele OKI Printing Solutions-product (MFP), dat u voor de volgende functies kunt gebruiken: > afdrukken van lokale taken > afdrukken van netwerktaken > kopiëren > netwerkscannen De modellen die in deze gebruikersgids worden beschreven zijn: > C9800 MFP > C9800 GA MFP waarbij GA staat voor Graphic Arts, ofwel grafische toepassingen.
OVER DEZE HANDLEIDING OPMERKING In de afbeeldingen in deze handleiding worden mogelijk optionele functies weergegeven die niet op uw printer zijn geïnstalleerd. Ook kunnen er kenmerken zijn weggelaten die niet van belang zijn voor de beschrijving van een bepaalde functie. > Deze Gebruikershandleiding is de belangrijkste handleiding voor het product. Ga naar de website (zie pagina 2) voor de laatste versie.
Dit zijn documenten op papier, die bij de verbruiksmaterialen en optionele accessoires worden geleverd. > Online Help: dit is on line informatie die toegankelijk is via de bedieningspanelen, het printerstuurprogramma en de hulpprogramma's. ONLINE GEBRUIK Deze handleiding is bedoeld voor gebruik op het scherm met Adobe Acrobat Reader. Maak hierbij gebruik van de functies voor navigatie en weergave van Acrobat.
PAGINA'S AFDRUKKEN Het staat u vrij om de gehele handleiding, afzonderlijke pagina's of secties af te drukken. Ga als volgt te werk: 1. Open het menu [Bestand] en kies [Afdrukken] (of druk op Ctrl + P). 2. Geef aan welke pagina's u wilt afdrukken: (a) [Alle pagina's], (1), voor de gehele handleiding. (b) [Huidige pagina], (2), voor de weergegeven pagina. 1 2 3 (c) 3. [Pagina's van] en [tot], (3), voor het paginabereik dat u opgeeft aan de hand van de paginanummers. Klik op [OK].
OVERZICHT VAN HET MFP SYSTEEMEENHEDEN 3 4 2 1 1. Printer (met papierlade met hoge capaciteit (high capacity feeder/HCF)) 2. Scannerstandaard 3. Scanner 4.
DE BOVENKLEP VAN DE PRINTER OPENEN EN SLUITEN 1. Druk op de hendel (1) van de scannerstandaard en duw de scanner daarna voorzichtig zo hoog mogelijk omhoog. Zorg ervoor dat de standaard stevig is vergrendeld. 1 2. Als u de bovenklep van de printer wilt openen, duwt u op de hendel (1) om de vergrendeling op te heffen en tilt u de kap omhoog. 1 LET OP! Open de klep volledig om er zeker van te zijn dat u voldoende ruimte hebt en de printer niet per ongeluk beschadigt.
3. Sluit de klep door deze zachtjes omlaag te duwen (1) totdat de klep halverwege stopt en duw vervolgens harder (2) om de klep geheel te sluiten. Controleer of de printerklep goed is gesloten. 4. Druk de hendel (1) van de scannerstandaard in en laat de scanner vervolgens naar het laagste punt zakken. Zorg ervoor dat de standaard stevig vast zit op zijn plaats.
DE BELANGRIJKSTE ONDERDELEN PRINTER U ziet de belangrijkste onderdelen van de printer in de afbeeldingen hieronder. 1. Papierklem 2. Bovenklep (stapelaar afdrukzijde omlaag) 3. Universele lade 4. Lade 1 zijklep 5. Indicator papierformaat 6. Indicator hoeveelheid papier 7. Lade 1 (papierlade) 8. Bedieningspaneel 9.
10. Stapelaar afdrukzijde omlaag 11. Aan/uit-knop 12. Stapelaar afdrukzijde omhoog 13.
14. Interfaces 15. Netwerkconnector 16. Parallelle connector 17. USB-connector OPMERKING De drie connectors bij 17a zijn bedoeld om de printer aan te sluiten op de scanner. 18. Stroomconnector 19.
20. EP-cartridge en tonercartridge (cyaan) 21. EP-cartridge en tonercartridge (magenta) 22. EP-cartridge en tonercartridge (geel) 23. EP-cartridge en tonercartridge (zwart) 24. Tonercartridge 25. EP-cartridge 26. Fusereenheid 27.
. Transportband 29. Hendel EP-cartridgehouder 30.
31.
SCANNER U ziet de belangrijkste onderdelen van de scanner in de afbeeldingen hieronder. Vooraanzicht 3 2 1 4 6 5 1. Automatische documentinvoer (ADF), klep aan voorzijde 2. Papierlade van ADF 3. Papiersteun van ADF 4. Documentklep 5. Bedieningspaneel 6.
Achteraanzicht 1 2 3 8 7 6 5 4 1. Papierlade van de ADF, voor documenten die bestaan uit meerdere pagina's 2. Kabel van de ADF, om de ADF aan te sluiten op de hoofdeenheid 3. Schermpoort, om aan te sluiten op de printer 4. Controlepoort, om aan te sluiten op de printer 5. ADF-poort, om de ADF-kabel aan te sluiten 6. Gegevenspoort, om aan te sluiten op de printer 7. Stroomaansluiting, om aan te sluiten op een stroombron 8.
> Cd 3 – gebruikershandleidingen Elektronische documentatie (bijvoorbeeld de Gebruikershandleiding en Afdrukhandleiding) waarin het dagelijkse gebruik van de printer wordt beschreven. PRINTER AANBEVOLEN PAPIER De printer kan allerlei afdrukmedia verwerken, waaronder papier van verschillende gewichten en formaten, transparanten en enveloppen. In deze sectie wordt een algemeen advies gegeven over de keuze van de media en wordt uitgelegd hoe elk type moet worden gebruikt.
kunnen de printer beschadigen wanneer de etiketten loslaten tijdens het afdrukproces. Geschikte papiersoorten zijn: > Avery White Laser Labels van het type 7162, 7664, 7666 (A4) of 5161 (Letter) > Kokuyo A693X-serie (A4) of A650 (B5) PAPERINVOER EN -UITVOER In de volgende tabel ziet u welke papiersoorten geschikt zijn voor de invoerlades (lade 1 tot en met lade 4 (van bovenaf genummerd) en universele lade) en stapelaars (afdrukzijde omlaag en afdrukzijde omhoog).
SOORT FORMAAT GEWICHT Enveloppen 120 x 235mm 90 x 205mm 235 x 120mm 235 x 105mm 240 x 332mm 216 x 277mm 119 x 197mm 210 x 297mm 85 g/m² 324 x 229mm 229 x 162mm 220 x 110mm 225,4 x 98,4 mm 241,3 x 104,8mm 190,5 x 98,4 mm 90 g/m² A4, Letter, B5 0,1 -0,2mm Etiketten INVOER/ UITVOER Universele lade Stapelaar afdrukzijde omhoog Universele lade Stapelaar afdrukzijde omhoog Transparanten A4, Letter Glanzend papier 0,1 – 0,11 mm Lade 1 of universele lade Stapelaar afdrukzijde omhoog LADES EN STAPE
Universele cassette De universele lade kan worden gebruikt voor meer papiersoorten dan de formaten die geschikt zijn voor de standaardlades, zwaardere papiersoorten en speciaal papier. De universele lade is geschikt voor papier van hetzelfde formaat als dat in de standaardlades, maar ook voor zwaarder papier tot maximaal 268 g/m². Voor bijzonder zwaar papier gebruikt u de stapelaar voor de afdrukzijde omhoog. Als u deze stapelaar gebruikt, wordt het papier in een vrijwel rechte baan door de printer geleid.
Deze stapelaar kan maximaal 250 vel standaardpapier van 80 g/m² bevatten en papiersoorten tot maximaal 268 g/m². Gebruik voor papiersoorten zwaarder dan 216 g/m² altijd deze stapelaar en de universele lade. Duplexeenheid Met de duplexeenheid kunt u automatisch dubbelzijdige afdrukken op gewoon papier maken in de lades 1 - 4 of de universele lade. Geschikte papierformaten zijn A6, A5, B5, B5LEF, Executive, A4, A4LEF, Letter, LetterLEF, Legal 13 inch, Legal 13.
3. Waaier het papier uit en tik met de zijden op een vlak oppervlak om er weer een rechte stapel van te maken. 4. Plaats het papier (briefhoofdpapier met de bedrukte zijde omlaag en de bovenrand naar rechts), druk op de stop (2) van de papiergeleider en stel de geleiders (3) precies passend in op het papier. Zo voorkomt u het vastlopen van papier: > Laat geen ruimte vrij tussen het papier en de geleiders, en het papier en de achterste schuif. > Plaats niet te veel papier in de papierlade.
5. Plaats de lade voorzichtig terug in de printer. De universele lade gebruiken 1. Druk op de hendel (1) en open de universele lade.
2. Open de lade en trek de papiersteun uit (2). 3 2 3. Stel de papiergeleiders (3) in op het papierformaat dat u wilt gebruiken. 4. Waaier het papier uit en tik met de zijden op een vlak oppervlak om er weer een rechte stapel van te maken.
5. Plaats het papier. > Voor enkelzijdig afdrukken op briefhoofdpapier plaatst u het papier in de universele lade met de bedrukte zijde omhoog en de bovenrand in de printer. > Voor dubbelzijdig afdrukken (duplex) op briefhoofdpapier plaatst u het papier met de voorbedrukte zijde naar beneden en met de bovenzijde van de printer af. > Enveloppen moeten worden geplaatst met de afdrukzijde omhoog en de lange kant in de printer. Selecteer voor enveloppen niet de optie voor dubbelzijdig afdrukken.
De stapelaars gebruiken Stapelaar afdrukzijde omlaag Wanneer de stapelaar voor afdrukzijde omhoog (1) aan de linkerkant van de printer is gesloten (de standaardpositie), worden de afdrukken uitgeworpen in de stapelaar voor afdrukzijde omlaag, boven aan de printer. 1 Stapelaar afdrukzijde omhoog De stapelaar voor afdrukzijde omhoog wordt gebruikt voor zwaar papier (kaarten, enzovoort), enveloppen, transparanten en etiketten. 1. Open de stapelaar (1).
2. Klap de papiersteun uit (2). 2 3. Trek de extra papiersteun uit (3).
SCANNER AANBEVOLEN PAPIER De automatische documentinvoer (ADF) kan maximaal 50 vellen A3-papier, met een gewicht van 60 – 105 g/m², verwerken. De glasplaat is geschikt voor papierformaten van maximaal A3formaat. De documentklep kan open blijven staan om zo ook dikkere boeken te kunnen scannen.
Tik vervolgens met de zijden van het papier op een vlak oppervlak om er weer een rechte stapel van te maken. 3. Voer het document met de tekst aan de bovenkant ver genoeg in de automatische documentinvoer om de papiergeleider (1) zo in te stellen dat het document midden in de automatische documentinvoer komt te liggen. 1 4. Plaats het document voorzichtig in de automatische documentinvoer.
2. Leg het document met de tekst omlaag op de glasplaat en schuif het tegen de linkerbovenhoek aan. 3. Sluit de documentklep.
BEDIENINGSPANELEN De bediening van de printer verloopt via twee bedieningspanelen, één op de printer en een andere op de scanner. De twee bedieningspanelen vullen elkaar aan en functioneren als onderdelen van het totale systeem. Zo kan een bericht op het LCD-scherm van de scanner bijvoorbeeld verwijzen naar het bedieningspaneel van de printer. BEDIENINGSPANEEL VAN DE PRINTER Voor meer gebruiksgemak kan het bedieningspaneel maximaal 90° omhoog worden gekanteld (1).
KNOPPEN EN LAMPJES De onderdelen van het bedieningspaneel worden hieronder kort beschreven: 4 2 5 7 8 10 1 3 11 1. 6 9 Knop Shutdown/Restart (afsluiten/opnieuw starten) Druk deze knop in en houd hem ingedrukt om af te sluiten. Vervolgens kunt u nogmaals op deze knop drukken om de printer opnieuw te starten of de printer uitschakelen met de Aan/uit-knop. 2.
5. Pijl-omhoog Hiermee gaat u naar de menumodus en kunt u omhoog bladeren in de weergegeven menuopties. 6. Pijl-omlaag Hiermee gaat u naar de menumodus en kunt u omlaag bladeren in de weergegeven menuopties. 7. Knop Back (vorige) Hiermee gaat u naar de vorige menuoptie. 8. Knop Enter Hiermee gaat u naar de menumodus en kiest u de menuoptie die is geselecteerd op het LCD-scherm. 9.
STATUSINFORMATIE Statusinformatie heeft betrekking op drie toestanden waarin de printer zich kan bevinden: Bij Informatie is de printer al dan niet bezig met afdrukken en gereed om afdruktaken te verwerken. Bij Waarschuwing hebben zich kleine problemen voorgedaan, maar is de printer nog in staat afdruktaken te verwerken. Bij Fout is er een fout opgetreden en het afdrukken pas worden voortgezet wanneer het probleem door tussenkomst van de gebruiker wordt verholpen.
CONFIGURATIEGEGEVENS Deze gegevens hebben betrekking op de printerconfiguratie en tonen bijvoorbeeld de interne firmwareversies. U kunt door alle niveaus van de menuopties bladeren door de markering met de pijl-omhoog/pijl-omlaag te verplaatsen. Als u een optie wilt gebruiken, selecteert u deze door op Enter te drukken. Wanneer u het onderste menu in de structuur hebt geselecteerd, kunt u de instelling ervan wijzigen door de gewenste waarde in de lijst te selecteren of zelf een numerieke waarde op te geven.
vervolgens de waarden toegewezen die in deze printermenu's worden ingevoerd. Ga als volgt te werk wanneer u de menu's wilt gebruiken: 1. Controleer of het LCD-scherm aangeeft dat de printer gereed is voor afdrukken. 2. Druk op Enter of op pijl-omhoog of pijl-omlaag om naar de gebruikersmenu's te gaan en druk herhaaldelijk op de pijlknoppen totdat het gewenste menu is gemarkeerd. 3. Druk op Enter om dit menu te selecteren. 4. Druk op pijl-omhoog of pijl-omlaag totdat de gewenste optie is gemarkeerd.
BEDIENINGSPANEEL VAN DE SCANNER De onderdelen van het bedieningspaneel worden hieronder kort beschreven: 4b 4 4a 5 6 7 8 9 10 1 2 3 17 20 19 18 1. 16 15 14 13 12 11 Knop Menu Hiermee start/verlaat u een menu met aanpassingsfuncties voor beelden op het LCD-scherm waarmee u helderheid, contrast, beeldpositie, enzovoorts, kunt aanpassen. Meer informatie vindt u in 'Bijlage H – Instelling van het aanraakscherm' op pagina 210. 2.
trekken en het scherm te vergrendelen. Met de ontgrendelingsknop (4b) laat u het scherm weer zakken. Zorg ervoor dat het scherm niet beschadigd raakt door krassen afkomstig van scherpe of spitse voorwerpen zoals een balpen. 5. Knop COPY (KOPIËREN) Door op deze knop te drukken, selecteert u de modus voor kopiëren op het aanraakscherm. 6. Knop SCAN TO E-MAIL (SCANNEN NAAR E-MAIL) Door op deze knop te drukken selecteert u de modus voor verzenden via e-mail op het aanraakscherm. 7.
11. Knop SETUP (INSTELLEN) Door op deze knop te drukken, activeert u de instelmodus voor bijvoorbeeld adresboeken en rapporten. (Zie 'Bijlage F – Overzicht van scannerinstellingen' op pagina 199.) 12. Knop HELP Door op deze knop te drukken wordt er Help-informatie weergegeven op het aanraakscherm. 13. Indicatielampje ATTENTION knippert als de gebruiker moet ingrijpen, bijvoorbeeld na een papierstoring. 14. POWER-lampje Knippert als de scanner is ingeschakeld. 15.
AAN DE SLAG In dit gedeelte wordt beschreven hoe u aan de slag kunt met de printer. DE PRINTER IN- EN UITSCHAKELEN LET OP! Zet de scanner niet uit terwijl er een scantaak wordt uitgevoerd. UITSCHAKELEN 1. Printer Druk op de knop Shutdown/Restart (1) op het bedieningspaneel en houd deze ingedrukt om de printer af te sluiten.
2. Scanner Als op het LCD-scherm van de scanner wordt aangegeven dat de scanner is afgesloten, kan worden uitgezet met de scanner met de Aan/Uit-knop (1). 1 3. Gebruik de Aan/Uit-knop om de printer uit te schakelen. Dit kan even duren.
INSCHAKELEN 1. Scanner Zet de scanner aan met de Aan/Uit-knop (1). 1 OPMERKING Wanneer op het LCD-scherm wordt aangegeven dat u de printer kunt uitschakelen of opnieuw kunt starten, drukt u op de knop Shutdown/Restart om de printer in te schakelen. 2. Als de printer is uitgeschakeld (geen stroom), gebruikt u de Aan/uit-knop om de printer in te schakelen. Dit kan even duren. 3. Zelfs als u de printer alleen voor afdruktaken gebruikt, moet u controleren of de scanner is ingeschakeld.
DE HUIDIGE INSTELLINGEN CONTROLEREN Door een configuratierapport (menuoverzicht) af te drukken, kunt u controleren of de printer correct is geconfigureerd. Ga hiervoor als volgt te werk: 1. Zorg ervoor dat lade 1 A4-papier bevat (dit hebt u nodig tijdens deze bewerking). 2. Controleer of het LCD-scherm aangeeft dat de printer gereed is voor afdrukken. 3. Druk op pijl-omhoog of pijl-omlaag totdat Pagina's afdrukken is gemarkeerd. 4. Druk op Enter om Pagina's afdrukken te selecteren. 5.
Als u meerdere printers van hetzelfde type aansluit, worden deze weergegeven als *****, ***** (2), ***** (3), enzovoort. De nummering wordt bepaald door de volgorde waarin de printers zijn aangesloten of worden ingeschakeld. > Ethernet – voor netwerkaansluiting. OPMERKING Er worden geen interfacekabels bij de printer geleverd. DE PARALLELLE INTERFACE AANSLUITEN 1. Schakel de printer en de computer uit. 2. Plaats een parallelle kabel tussen de printer en de computer. 3.
DE USB-INTERFACE AANSLUITEN Sluit de USB-kabel nu nog niet aan. Wanneer u de cd met stuurprogramma's (cd 1) uitvoert, krijgt u aanwijzingen voor het aansluiten van de USB-kabel. Als u de printer rechtstreeks op een zelfstandige computer aansluit, gaat u verder naar de sectie 'De cd met stuurprogramma's gebruiken'. DE NETWERKINTERFACE AANSLUITEN LET OP Sluit geen USB-kabel aan op de netwerkinterface. Dit kan storingen veroorzaken. 1. Schakel de printer en de computer uit. 2.
3. Plaats een Ethernet-kabel tussen de printer en een Ethernet-hub. Let op de positie van de ferrietkern op de netwerkkabel die zich het dichtst in de buurt van de printeraansluiting bevindt. 4. Schakel de printer in en vervolgens de computer. Als u de printer in een netwerk wilt installeren, raadpleegt u de desbetreffende sectie in de Configuratiehandleiding voor meer informatie over het configureren van de netwerkaansluiting voordat u de printerstuurprogramma's installeert.
DE CD MET STUURPROGRAMMA'S GEBRUIKEN Plaats de cd met de stuurprogramma's in de computer en volg de aanwijzingen op het scherm. Aan de hand van een aantal eenvoudige stappen stelt u de taal van de LCD-schermen (printer en scanner) in, installeert u stuurprogramma's en andere software, en drukt u een testpagina af om te controleren of de printer tot dusverre correct functioneert.
AFDRUKKEN Raadpleeg de Afdrukhandleiding. Hierin staat uitgebreide informatie over het gebruik van de printer en optionele accessoires voor het efficiënt en effectief verwerken van afdruktaken.
BEDIENINGSINFORMATIE VOOR DE SCANNER TOEGANGSBEHEER Als uw beheerder toegangsbeheer heeft ingeschakeld op de scanner, wordt de scanner automatisch opgestart in de modus voor toegangsbeheer. U kunt de scanner pas gebruiken als u een geldige PIN hebt ingevoerd en bent aangemeld. Na gebruik van de scanner moet u zich afmelden en de scanner in de modus voor toegangsbeheer te laten staan, zodat de scanner niet door onbevoegde gebruikers kan worden gebruikt.
2. Druk op de knop Aanmelden (1), waarna het standaardscherm van de modus Kopiëren verschijnt. De scanner is nu klaar voor gebruik. AFMELDEN 1 1. Wanneer u klaar bent met scannen, drukt u op de knop Afmelden (1) om terug te keren naar het scherm voor toegangsbeheer.
STATUSCONTROLE Zie ook 'Bijlage C – Scannerstatus' op pagina 189. 1 De knop Status (1) verandert van kleur afhankelijk van de status van de printer: > Blauw: klaar > Oranje: waarschuwing > Rood: alarm 1. Voor meer informatie over de status drukt u op de knop Status, waarmee het statusvenster wordt geopend. 1 2. Druk op de knop Sluiten om het statusvenster te sluiten.
GEBRUIK VAN DE HELP-FUNCTIE Om hulp te krijgen drukt u op de knop HELP op het bedieningspaneel van de scanner. 1. Selecteer een onderwerp en druk op de knop Ga naar (1). 1 2. U kunt nu hulpinformatie bij het onderwerp zoeken en bekijken. 3. U kunt op ieder willekeurig tijdstip op de knop Onderhoud (1) drukken om het scherm Leveranciersinformatie op te roepen met daarin de contactgegevens van de leverancier. Druk op Sluiten om terug te keren naar het scherm Help. 1 2 4.
PROBLEMEN MET INCOMPATIBILITEIT VOORKOMEN Het is mogelijk de printer taken te laten uitvoeren waarbij de gebruikte media niet compatibel met elkaar zijn, bijvoorbeeld wanneer u een origineel op A4 kopieert met de instelling Verkleinen/vergroten op 141% (A4 naar A3) en de ladeselectie (van de printer) ingesteld op lade 1 met A4-papier. De printer herkent dergelijke situaties en stuurt een bericht dat het taakverzoek is geannuleerd, waarbij u naar deze gids wordt doorverwezen.
KOPIËREN Documenten die u wilt kopiëren worden eerst met de scanner (glasplaat of automatische documentinvoer (ADF)) gescand, waarna de kopieën automatisch door de printer worden afgedrukt. Voer de volgende stappen uit: 1. De modus Kopiëren is de standaardfunctie van de printer. Indien nodig drukt u op de knop COPY op het bedieningspaneel van de scanner om het scherm Kopiëren te openen. 2. Leg het te kopiëren document op de glasplaat of in de automatische documentinvoer. 3.
TABBLAD BASISINSTELLINGEN 1 5 2 3 4 6 7 NR. KENMERK OPTIES BESCHRIJVING 1 Kopieën 1-999 Hiermee kunt u het aantal te maken kopieën opgeven. Het aantal kopieën dat u maximaal kunt instellen per taak is 999. 2 Origineel formaat Auto, 5.5x8.5, 5.5x8.5R, 8.5x11, 8.5x11R, 8.5x13, 8.5x14, 11x17, A5, A5R, A4, A4R, A3, B5, B5R, B4, Aangepast Hiermee kunt u het juiste papierformaat bij het te kopiëren document selecteren.
NR. KENMERK OPTIES BESCHRIJVING 4 Verkleinen/ vergroten Automatisch, Vooraf ingesteld, 25% – 400% per 1%, Selecteren Hiermee kunt u de schaal van de kopie bepalen. 5 Lichter/ donkerder Auto, -5 tot en met +5 per 1 Hiermee kunt u de helderheid bij het scannen en afdrukken instellen. Dit is niet mogelijk (uitgeschakeld) als de functie Automatische belichting is geactiveerd. 6 Kleurmodus Kleur, Z-W Hiermee kunt u de kleurmodus van de uitvoer selecteren.
OPMERKING Als u bij Ladeselectie kiest voor Automatisch, selecteert de printer automatisch de lade (lade 1 tot en met 4) die het meest geschikte papier bevat. Om af te drukken op papier uit de universele lade, kiest u in Ladeselectie voor Universele lade. Als de kopie op het verkeerde papier wordt afgedrukt, kiest u handmatig de juiste lade en drukt u opnieuw af. In de modus Kopiëren is de combinatie van papiersoort, papiergewicht en papierformaat beperkt.
NR. KENMERK OPTIES BESCHRIJVING 2 N boven UIT, 2-boven, 4-boven, 8-boven Hiermee kunnen meerdere pagina's van een document op een enkel vel papier worden afgedrukt. De afdrukstand en beeldvolgorde liggen vast. Als u kiest voor 8boven, kunt u alleen een kopie maken op een document dat hetzelfde formaat heeft als het originele document. Als u kiest voor 2-boven, 4-boven of 8-boven, legt u de originele documenten in de automatische documentinvoer.
NR. KENMERK OPTIES BESCHRIJVING 4 Rand/midden wissen Rand Hiermee worden de randen van het document tijdens het kopiëren geblokkeerd, waar anders lelijke schaduwen en randen zouden ontstaan als er met open documentklep wordt gekopieerd (zoals bij boeken en tijdschriften) of voor andere doeleinden.
TABBLAD BEELDKWALITEIT 1 3 2 5 6 4 NR. KENMERK OPTIES BESCHRIJVING 1 Scherpte -5 tot en met +5 per 1 Hiermee kunt u de contouren, letters en lijnen van het beeld verbeteren tijdens het afdrukken. 2 Achtergrond verwijderen UIT, 1 tot en met 10 per 1 Hiermee wordt de gekleurde achtergrond van het beeld geblokkeerd (ervan uitgaande dat het document een achtergrond in kleur heeft), zodat de achtergrondkleur niet wordt afgedrukt.
NR. KENMERK OPTIES BESCHRIJVING 4 Kleurverzadiging -5 tot en met +5 per 1 Hiermee kan de totale kleurverzadiging (deze staat neutraal ingesteld voor alle kleuren) van het beeld worden geregeld. Kleurverzadiging is niet beschikbaar als de Kleurmodus is ingesteld op Z-W (zwart-wit) of Vooraf ingestelde kleuren is ingesteld op Levendig. 5 Resolutie Normaal, Hoge kwaliteit Hiermee kunt u een juiste balans tussen snelheid (normaal) en kwaliteit (hoge kwaliteit) kiezen.
TABBLAD AFWERKEN 1 3 4 2 NR. KENMERK OPTIES BESCHRIJVING 1 Nieten UIT / Linkerpositie / Rechterpositie Hiermee kunt u een keuze maken uit de nietopties (en subopties) die worden toegepast op het document. 2 Ponsen UIT / Linkerpositie / Rechterpositie Hiermee kunt u een keuze maken uit de ponsopties (en subopties) die worden toegepast op het document.
NR. KENMERK OPTIES BESCHRIJVING 4 Verzamelen Sorteren, Groep Met Sorteren wordt per afdruktaak 1 complete kopie/set van het document bestaande uit meerdere kopieën afgedrukt (bijv. pagina 1,2,3,1,2,3,1,2,3,…) Met Groep wordt het document bestaande uit meerdere kopieën pagina voor pagina in series afgedrukt (bijv.
SCANNEN De volgende scanfuncties kunnen met de printer worden uitgevoerd: > Modus Verzenden via e-mail (knop SCAN TO E-MAIL) Scannen naar e-mail: een origineel document wordt gescand en de gegevens worden als een bijlage per e-mail verzonden. > Modus Verzenden naar netwerk (knop SCAN TO NETWORK) Scannen naar FTP: een origineel document wordt gescand en de gegevens worden verzonden naar een FTP-server.
MODUS VERZENDEN VIA E-MAIL De belangrijkste stappen zijn: (a) Druk op de knop SCAN TO E-MAIL. (b) Op het tabblad Adres voert u het adres en onderwerp in. (c) Op het tabblad Berichttekst voert u uw e-mailbericht in. (d) Op het tabblad Bijlagen definieert u de eigenschappen van de bijlage, waarbij u gebruik kunt maken van de functie Geavanceerde instellingen. (e) Leg het document op de scanner en druk op START. Deze stappen worden hieronder uitgebreider beschreven. 1.
Adresboek 1 2 (a) Raak een e-mailadres aan om het adres te selecteren. (b) Druk op de knop Toevoegen (1) om dit adres toe te voegen aan de lijst. (c) Herhaal stap (a) en (b) om de adreslijst te maken. (d) Druk op OK (2) om de lijst met adressen in het doelveld Aan te zetten.
LDAP 1 2 3 (a) Druk op de knop Gebruikers-id (1) en voer uw gebruikers-id in via het toetsenbord. Druk vervolgens op OK. (b) Druk op de knop Wachtwoord (2) en voer uw wachtwoord in via het toetsenbord. Druk vervolgens op OK. (c) Druk op de knop Volgende (3).
1 2 3 (d) Druk op Gebruikersnaam (1) of E-mail (2) om uw zoekwaarde via het zachte toetsenbord in te voeren. Druk daarna op OK. (e) Druk op de knop Volgende (3).
4 5 (f) Selecteer een adres uit de weergegeven lijst en druk op Toevoegen (4) om dit adres aan uw doellijst toe te voegen. (g) Herhaal stap (f) om een doellijst te maken. (h) Druk op de knop Voltooien (5) om de lijst met adressen in het doelveld Aan te plaatsen.
Toetsenbord 1 2 (a) Voer een adres in via het toetsenbord. (b) Druk op de knop Toevoegen (1) om dit adres toe te voegen aan de lijst. (c) Herhaal stap (a) en (b) om de adreslijst te maken. (d) Druk op OK (2) om de lijst met adressen in het doelveld Aan te zetten.
Fax-gateway 1 2 3 (a) Druk op de knop Faxnummer (1), voer een faxnummer in via het toetsenbord en druk vervolgens op OK. (b) Druk op de knop Naam ontvanger (2), voer de naam van de ontvanger in via het toetsenbord en druk vervolgens op OK. (c) Druk op OK (3). 3. Herhaal stap 2 voor de knoppen Cc en Bcc op het tabblad Adres. 4. Druk op de knop Onderwerp op het tabblad Adres en gebruik het toetsenbord om het onderwerp van de e-mail in te voeren. Druk vervolgens op OK.
5. Raak het tabblad Berichttekst aan, druk op de knop Bericht bewerken (1), voer het e-mailbericht in via het toetsenbord en druk op OK.
6. Raak het tabblad Bijlagen aan. 1 6 2 3 4 5 7 (a) Druk op de knop Bestandsnaam (1), voer een naam voor het gescande bestand in via het toetsenbord en druk vervolgens op OK.
(d) U kunt een keuze maken uit de volgende functies: 1 2 3 6 4 5 7 NR. KENMERK OPTIES BESCHRIJVING 1 Origineel formaat Automatisch, 5.5x8.5, 5.5x8.5R, 8.5x11, 8.5x11R, 8.5x13, 8.5x14, 11x17, A5, A5R, A4, A4R, A3, B5, B5R, B4 Hiermee kunt u het formaat van het gescande document bepalen. 2 Originele soort Gemengd, Tekst, Foto Hier kunt u het soort beelden in het document specificeren. Hierdoor is een automatische (vooraf ingestelde) verbetering van de beeldkwaliteitinstellinge n mogelijk.
NR. KENMERK OPTIES BESCHRIJVING 5 Rand/midden wissen UIT / Rand Metrisch: 0-50 mm in stappen van 1 mm Inch: 0" – 2,0" in stappen van 0,1" Hiermee worden de randen van het document tijdens het kopiëren geblokkeerd, waar anders lelijke schaduwen en randen zouden ontstaan als er met open documentklep wordt gescand (zoals bij boeken en tijdschriften) of voor andere doeleinden.
E-MAILVERZENDING BEVESTIGEN U kunt de verzendstatus van e-mail controleren via: > Scherm Takenlogboek: Druk op de knop Takenlogboek om dit scherm op te roepen. > Rapport E-maillogboek Om dit rapport af te drukken, drukt u op de knop SETUP op het bedieningspaneel van de scanner. Druk vervolgens op de knop Rapport, gevolgd door de knop Afdrukken van het e-maillogboek. MODUS VERZENDEN NAAR NETWERK – SCANNEN NAAR FTP De belangrijkste stappen zijn: (a) Druk op de knop SCAN TO NETWORK.
1. Druk op de knop SCAN TO NETWORK om het scherm Modus Verzenden naar netwerk op te roepen. 1 2 3 2.
Serverlijst 1 (a) Raak een FTP-servernaam aan om deze te selecteren. (b) Druk op OK (1) om de naam in het venster FTPservernaam op het tabblad FTP-server te plaatsen.
Toetsenbord Gebruik het toetsenbord met de bijbehorende toetsen om de volgende host-informatie in te voeren: 1 2 3 4 (a) Tabblad Basisinformatie: Servernaam (1), Pad (2), Gebruikersnaam (3), Wachtwoord (4) C9800 MFP Gebruikershandleiding> 94
1 2 3 4 (b) Tabblad Uitbreidingen: Poortnummer (1), Time-out (2), Nieuwe pogingen (3), Interval (4) 1 2 3 4 5 (c) Tabblad Proxy-informatie: Servernaam (1), Gebruikersnaam (2), Wachtwoord (3), Poortnummer (4) (d) Druk op OK (5) om de gegevens in te voeren en de naam in het venster FTP-servernaam op het tabblad FTP-server te plaatsen.
3. Raak het tabblad Bijlagen aan. 1 2 3 4 5 6 (a) Druk op de knop Bestandsnaam (1), voer een naam voor het gescande bestand in via het toetsenbord en druk vervolgens op OK.
1 2 3 6 4 5 7 U kunt een keuze maken uit de volgende functies: NR. KENMERK OPTIES BESCHRIJVING 1 Origineel formaat Automatisch, 5.5x8.5, 5.5x8.5R, 8.5x11, 8.5x11R, 8.5x13, 8.5x14, 11x17, A5, A5R, A4, A4R, A3, B5, B5R, B4 Hiermee kunt u het formaat van het gescande document bepalen. 2 Originele soort Gemengd, Tekst, Foto Hier kunt u het soort beelden in het document specificeren. Hierdoor is een automatische (vooraf ingestelde) verbetering van de beeldkwaliteitinstellingen mogelijk.
NR. KENMERK OPTIES BESCHRIJVING 5 Rand/ midden wissen UIT / Rand Metrisch: 0-50 mm in stappen van 1 mm Inch: 0" – 2,0" in stappen van 0,1" Hiermee worden de randen van het document tijdens het kopiëren geblokkeerd, waar anders lelijke schaduwen en randen zouden ontstaan als er met open documentklep wordt gescand (zoals bij boeken en tijdschriften) of voor andere doeleinden.
FTP-VERZENDING BEVESTIGEN U kunt de status van FTP-verzending controleren via: > Scherm Takenlogboek: Druk op de knop Takenlogboek om dit scherm op te roepen. > FTP-rapport: Om dit rapport af te drukken, drukt u op de knop SETUP op het bedieningspaneel van de scanner. Druk vervolgens op de knop Rapport, gevolgd door de knop Afdrukken van het FTP-rapport. MODUS EXTERNE SCAN De belangrijkste stappen zijn: (a) (b) (c) (d) (e) Druk op de knop SCAN TO NETWORK. Druk op de knop Extern hulpmiddel.
4. Druk op de knop Online (2). Zodra het document via de client-pc is gescand, wordt de status na een time-out automatisch teruggezet op Offline. In de online status zijn de kopieer- en scanfuncties op het bedieningspaneel van de scanner uitgeschakeld. MODUS VERZENDEN NAAR POSTVAK In dit gedeelte worden de functies Scannen naar postvak en Scannen naar wachtrij besproken. In onderstaande tabel worden de eigenschappen van het postvak en de wachtrij samengevat.
MODUS VERZENDEN NAAR POSTVAK – SCANNEN NAAR POSTVAK De belangrijkste stappen zijn: (a) Druk op de knop SCAN TO MAILBOX. (b) Druk op de knop Postvak (standaard ingesteld). (c) Op het tabblad Postvak voert u de naam van het postvak in. (d) Op het tabblad Bijlagen definieert u de eigenschappen van de bijlage, waarbij u gebruik kunt maken van de functie Geavanceerde instellingen. (e) Leg het document op de scanner. (f) Druk op de knop START op het bedieningspaneel van de scanner.
Postvaklijst 2 1 (a) Druk op de knop Postvaklijst. (b) Raak de naam van een postvak aan om dit te selecteren. (c) Druk op OK (1) om de naam in te voeren in het venster Naam postvak op het tabblad Postvak. (d) Om een lijst met bestanden in het geselecteerde postvak te bekijken, drukt u op de knop Bestandslijst (2). (e) Typ het wachtwoord van het geselecteerde postvak in het pop-upscherm voor wachtwoordverificatie en druk op OK.
Direct zoeken 1 (a) Druk op de knop Direct zoeken. (b) Gebruik het toetsenbord om een naam voor het postvak in te voeren en druk vervolgens op OK (1). (c) Gebruik het toetsenbord om het wachtwoord bij het postvak in te voeren en druk vervolgens op OK.
Nieuw postvak 1 2 3 4. (a) Druk op de knop Nieuw postvak. (b) Druk op de knop Postvaknaam (1), voer een naam voor het nieuwe postvak in via het toetsenbord en druk vervolgens op OK. (c) Druk op de knop Wachtwoord (2), voer een wachtwoord voor het nieuwe postvak in via het toetsenbord en druk vervolgens op OK. (d) Druk op OK (3).
5. Raak het tabblad Bijlagen aan. 1 2 3 4 5 (a) Druk op de knop Bestandsnaam (1), voer een naam voor het gescande bestand in via het toetsenbord en druk vervolgens op OK. (b) U kunt indien gewenst de volgende functies gebruiken: Resolutie (2) (150, 200, 300, 400, 600 dpi) Kleurmodus (3) (Kleur, Grijswaarde, Z/W) Zijden (4) (Enkel, Boven/boven, Boven/onder) Hiermee kunt u een keuze maken tussen simplex of duplex en de scanstand van de voor- en achterzijde van een dubbelzijdige pagina bepalen.
1 2 3 6 4 5 7 U kunt een keuze maken uit de volgende functies: NR. KENMERK OPTIES BESCHRIJVING 1 Origineel formaat Automatisch, 5.5x8.5, 5.5x8.5R, 8.5x11, 8.5x11R, 8.5x13, 8.5x14, 11x17, A5, A5R, A4, A4R, A3, B5, B5R, B4 Hiermee kunt u het formaat van het gescande document bepalen. 2 Originele soort Gemengd, Tekst, Foto Hier kunt u het soort beelden in het document specificeren. Hierdoor is een automatische (vooraf ingestelde) verbetering van de beeldkwaliteitinstellinge n mogelijk.
NR. KENMERK OPTIES BESCHRIJVING 5 Rand/ midden wissen UIT / Rand Metrisch: 0-50 mm in stappen van 1 mm Inch: 0" – 2,0" in stappen van 0,1" Hiermee worden de randen van het document tijdens het kopiëren geblokkeerd, waar anders lelijke schaduwen en randen zouden ontstaan als er met open documentklep wordt gescand (zoals bij boeken en tijdschriften) of voor andere doeleinden.
MODUS VERZENDEN NAAR POSTVAK – SCANNEN NAAR WACHTRIJ De belangrijkste stappen zijn: (a) Druk op de knop SCAN TO MAILBOX. (b) Druk op de kop Wachtrij. (c) Op het tabblad Bijlagen definieert u de eigenschappen van de bijlage, waarbij u gebruik kunt maken van de functie Geavanceerde instellingen. (d) Leg het document op de scanner. (e) Druk op de knop START op het bedieningspaneel van de scanner. Deze stappen worden hieronder uitgebreider beschreven. 1.
4. Raak het tabblad Bijlagen aan. 1 2 3 4 5 (a) Druk op de knop Bestandsnaam (1), voer een naam voor het gescande bestand in via het toetsenbord en druk vervolgens op OK. (b) U kunt indien gewenst de volgende functies gebruiken: Resolutie (2) (150, 200, 300, 400, 600 dpi) Kleurmodus (3) (Kleur, Grijswaarde, Z/W) Zijden (4) (Enkel, Boven/boven, Boven/onder) Hiermee kunt u een keuze maken tussen simplex of duplex en de scanstand van de voor- en achterzijde van een dubbelzijdige pagina bepalen.
1 2 3 6 4 5 7 U kunt een keuze maken uit de volgende functies: NR. KENMERK OPTIES BESCHRIJVING 1 Origineel formaat Automatisch, 5.5x8.5, 5.5x8.5R, 8.5x11, 8.5x11R, 8.5x13, 8.5x14, 11x17, A5, A5R, A4, A4R, A3, B5, B5R, B4 Hiermee kunt u het formaat van het gescande document bepalen. 2 Originele soort Gemengd, Tekst, Foto Hier kunt u het soort beelden in het document specificeren. Hierdoor is een automatische (vooraf ingestelde) verbetering van de beeldkwaliteitinstellingen mogelijk.
NR. KENMERK OPTIES BESCHRIJVING 5 Rand/midden wissen UIT / Rand Metrisch: 0-50 mm in stappen van 1 mm Inch: 0" – 2,0" in stappen van 0,1" Hiermee worden de randen van het document tijdens het kopiëren geblokkeerd, waar anders lelijke schaduwen en randen zouden ontstaan als er met open documentklep wordt gescand (zoals bij boeken en tijdschriften) of voor andere doeleinden.
VERBRUIKS- EN ONDERHOUDSMATERIALEN – PRINTER In deze sectie wordt uitgelegd hoe u de verbruiks- en onderhoudsmaterialen vervangt wanneer dit nodig is. Als richtlijn kunt u voor de verwachtte gebruiksduur van deze materialen het volgende aanhouden: > Toner - 15.000 pagina's A4 bij 5% dekking. De printer wordt geleverd met voldoende toner in de afdrukcartridges voor 7.500 pagina's A4, waarbij de toner voor 1 – 2.000 A4-pagina's wordt gebruikt om de EPcartridge te laden. > EP-cartridge - gemiddeld 30.
BESTELGEGEVENS VERBRUIKSMATERIALEN ITEM GEBRUIKSDUUR BESTELNUMMER Toner, zwart 15.000 pagina's A4 bij 5% dekking 42918916 Toner, cyaan 15.000 pagina's A4 bij 5% dekking 42918915 Toner, magenta 15.000 pagina's A4 bij 5% dekking 42918914 Toner, geel 15.000 pagina's A4 bij 5% dekking 42918913 Toner, regenboogpakket (1 x CMYK) 15.000 pagina's A4 bij 5% dekking 43112702 EP-cartridge, zwart 30.000 pagina's A4 gemiddeld 42918108 EP-cartridge, cyaan 30.
VERBRUIKS- EN ONDERHOUDSMATERIALEN VERVANGEN Alle verbruiks- en onderhoudsmaterialen worden geleverd met een installatiehandleiding, waarin u gedetailleerde aanwijzingen voor vervanging vindt. U wordt aangeraden deze aanwijzingen nauwgezet op te volgen. LET OP! Gebruik alleen originele OKI Printing Solutionsverbruiksmaterialen voor de beste afdrukkwaliteit en optimale hardwareprestaties. Niet-originele Okiverbruiksmaterialen kunnen de prestaties van de printer verminderen en de garantie doen vervallen.
1. Til de scanner op en open de bovenklep van de printer. a 1 b c 2. Veeg de vier koppen (1) voorzichtig schoon met een LEDlensdoekje of een zachte doek. Beweeg het doekje in de aangegeven richting en gebruik voor elke veeg een schoon stukje van de doek. Let erop dat u de beschermplaten (2) niet beschadigt.
3. Sluit de bovenklep van de printer en laat de scanner vervolgens zakken. DE PAPIERROLLERS REINIGEN Reinig de papierrollers wanneer het papier regelmatig vastloopt. 1. Verwijder voorwerpen als horloges of armbanden en druk op de knop Shutdown/Restart gevolgd door de Aan/ Uit-knop om de printer uit te zetten.
2. Open lade 1 in de zijklep en trek de papiergeleiderplaat (1) uit. 1 3. Verwijder lade 1 geheel uit de printer.
4. Gebruik een zachte doek die licht met water is bevochtigd om de drie papierrollers (2) te reinigen via de opening die is ontstaan nu de lade is verwijderd. 2 5. Plaats lade 1 weer in de printer.
6. Plaats de papiergeleiderplaat terug en sluit de zijklep van lade 1. 7. Schakel de printer in.
DE PRINTERBEHUIZING REINIGEN 1. Zet de printer uit met de knop Shutdown/Restart gevolgd door de Aan/Uit-knop. 2. Veeg de printerbehuizing schoon met een zachte doek die licht is bevochtigd met water of een neutraal schoonmaakmiddel. 3. Droog de behuizing met een zachte, droge doek.
4. Schakel de printer in. HET PONSBAKJE LEGEN (De ponseenheid is een optioneel accessoire.) Wanneer op het LCD-scherm wordt aangegeven dat het ponsbakje vol is, gaat u als volgt te werk om dit te legen: 1. Druk op de hendel van de finisher en verwijder de finisher van de printer.
2. Trek het ponsbakje naar buiten en houd het daarbij rechtop, zodat er geen snippers uitvallen. 3. Gooi de snippers weg. 4. Plaats het ponsbakje voorzichtig weer in de finisher.
5. Controleer of het ponsbakje correct is geplaatst en schuif de finisher weer in positie.
ONDERHOUD – SCANNER DE AUTOMATISCHE DOCUMENTINVOER (ADF) REINIGEN Na verloop van tijd raken de papierrollers en pad-module vervuild door inkt, tonerdeeltjes of papierstof. Als dit gebeurt, kan de scanmodule de documenten niet soepel doorvoeren. Volg in dit geval onderstaande reinigingsprocedure. 1. Bevochtig een wattenstaafje met isopropyl-alcohol (95%). 2. Druk de ontgrendelingsknop (1) van de ADF omlaag en open de voorklep (2) van de ADF. 3 4 2 1 3.
HET AANRAAKSCHERM REINIGEN LET OP! Zorg ervoor dat u het aanraakscherm niet belast of beschadigt. 1. Gebruik een zachte doek om het scherm te reinigen. Deze doek kunt u eventueel vochtig maken met een neutraal reinigingsmiddel of ethanol. Gebruik geen organische oplosmiddelen of zuur-/alkali-oplossingen. DE GLASPLAAT REINIGEN De glasplaat moet af en toe worden gereinigd om zeker te zijn van een heldere beeldkwaliteit en optimale prestaties. Reinig de glasplaat als volgt. 1. Open de documentklep (1).
4. Sluit de documentklep (1). Het apparaat is nu klaar voor gebruik. DE VERWISSELBARE PAD VERVANGEN Als er ongeveer 100.000 pagina's zijn gescand met de automatische documentinvoer, kan de pad versleten raken, waardoor u problemen met de documentinvoer kunt krijgen. In dit geval raden we aan de pad-module door een nieuw exemplaar te vervangen. Vervang de pad als volgt. DE VERWISSELBARE PAD VERWIJDEREN 1. Druk de ontgrendelingsknop (1) van de ADF omlaag en open de voorklep (2) van de ADF.
2. Druk met uw vingers de klemmen aan weerszijden van de verwisselbare ADF-pad naar binnen en til de pad er voorzichtig uit. EEN NIEUWE VERWISSELBARE PAD PLAATSEN 1. Haal de nieuwe verwisselbare pad uit de verpakking. 2. Druk met twee vingers de klemmen aan weerszijden van de verwisselbare pad naar binnen (2).
3. Druk de verwisselbare pad in het gat tot deze op zijn plaats vastklikt.
OPTIONELE ACCESSOIRES In deze sectie worden de optionele accessoires voor de printer beschreven. De volgende accessoires zijn verkrijgbaar: > Finisher (voor het nieten of zadelsteken van de printeruitvoer) > Ponseenheid (uitbreiding op de finisher).
PROBLEMEN OPLOSSEN ALGEMEEN Als er niets wordt weergegeven op het bedieningspaneel van de printer of als de printer 10 minuten na inschakeling nog in de stand-bymodus staat, moet u de afsluitprocedure van de printer volgen om hem uit te schakelen (pagina 55). Controleer alle kabelaansluitingen voor u de printer opnieuw start. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de leverancier. NETWERK De meeste oplossingen bij netwerkproblemen worden beschreven in de Configuratiegids van Fiery.
OPEN DE KLEP, PAPIERSTORING, TTTTTT SIDE COVER De letters tttttt in het bericht op het LCD-scherm staan voor lade 1 of een andere lade van 2 - 4. In dit voorbeeld wordt lade 1 gebruikt, maar de procedure is vergelijkbaar voor alle lades. 1. Druk op de greep (1) van lade 1 in de zijklep van de printer en open de klep. 1 2. Pak het lipje (2) vast en draai de papiergeleider naar buiten.
3. Verwijder het vastgelopen papier voorzichtig. 4. Plaats de papiergeleider terug en sluit lade 1. OPEN DE KLEP, PAPIERSTORING, ZIJ KLEP 1. Als de universele lade is geopend, sluit u deze zodat de zijklep (1) zichtbaar is.
2. Trek aan de ontgrendelingshendel (2) en open de zijklep. 2 3. Verwijder het vastgelopen papier voorzichtig.
4. Sluit de zijklep. OPEN DE KLEP, PAPIERSTORING, BOVENKAP 1. Til de scanner omhoog, druk de hendel (1) van de bovenklep van de printer in en open de bovenklep. 1 WAARSCHUWING Raak de fusereenheid niet aan; deze wordt heet tijdens het afdrukken.
2. Druk op de hendel van de EP-cartidgehouder (2) en til de houder omhoog. 3. Verwijder voorzichtig het papier dat zich op de band bevindt. 4. Als het papier is vastgelopen in de fusereenheid, duwt u de vergrendelingshendel (3) in de aangegeven richting om de fuser te ontgrendelen. WAARSCHUWING Raak de fusereenheid niet aan; deze wordt heet tijdens het afdrukken. Als de fusereenheid heet is, wacht u totdat deze is afgekoeld voordat u vastgelopen papier verwijdert.
Til de fusereenheid (4) aan de handgreep uit de printer en plaats de fuser op een vlak oppervlak. 4 3 5. Trek de papiervergrendeling (5) omhoog en verwijder het vastgelopen papier.
6. Plaats de fusereenheid voorzichtig weer in de printer en duw de vergrendelingshendel (6) in de aangegeven richting om de fuser te vergrendelen. 6 7. Als het papier is vastgelopen bij het uitvoervak, opent u de stapelaar voor afdrukzijde omhoog (7).
8. Open de zijklep (uitvoervak) (8) en verwijder het vastgelopen papier. 8 9. Sluit de zijklep en vervolgens de stapelaar uitvoervak.
10. Plaats de EP-cartridgehouder (9) terug en controleer of deze is vergrendeld. 9 11. Sluit de bovenklep van de printer en zorg dat deze stevig dichtzit. Laat vervolgens de scanner zakken.
PAPIERSTORINGEN – DUPLEXEENHEID CONTROLEER DE DUPLEXEENHEID, PAPIERSTORING 1. Als er een finisher op de printer is geïnstalleerd, verwijdert u de omkeermodule van de printer met behulp van de hendel (1). 1 2. Open de duplexeenheid met behulp van de ontgrendelingsknop (2).
3. Verwijder het vastgelopen papier voorzichtig en sluit de klep. 4. Druk op de ontgrendelingsknoppen (3) en trek de duplexeenheid uit de printer.
5. Duw het lipje van de voorste klep (4) voorzichtig naar binnen en licht de klep op. 4 6. Verwijder het vastgelopen papier voorzichtig.
7. Controleer op dezelfde manier of er ook papier is vastgelopen onder de achterste klep. 8. Sluit de voorste en achterste klep.
9. Duw de duplexeenheid weer in positie. 10. Als u de finisher hebt verwijderd om toegang te krijgen tot de duplexeenheid, plaatst u de finisher nu terug.
PAPIERSTORING – FINISHER (OPTIONEEL ACCESSOIRE) CONTROLEER DE AFWERKINGSEENHEID, PAPIERSTORING/ACHTERBLIJVEND PAPIER Druk op het bedieningspaneel van de printer op Help om het weergegeven cijfer op te zoeken. Dit hebt u nodig om de papierstoring te kunnen opheffen. In de paragrafen hieronder wordt per numerieke code beschreven welke handeling vereist is. 591, 592, 593, 599/ 643, 645 (PAPIERSTORING BIJ DE FINISHER) 1. Verwijder papier dat is vastgelopen bij het uitvoervak van de finisher. 2.
3. Open de bovenklep van de finisher. 4. Verwijder het vastgelopen papier voorzichtig. 5. Sluit de bovenklep van de finisher.
6. Bevestig de finisher weer aan de omkeermodule. 594, 597, 598/ 644, 646 (PAPIERSTORING IN DE FINISHER) 1. Druk op de hendel van de finisher (1) en verwijder de finisher van de omkeermodule.
2. Open de voorklep van de finisher (2). 2 3. Draai de onderste knop (3) met de klok mee totdat het vastgelopen papier volledig is uitgeworpen. 3 4. Verwijder het uitgeworpen papier.
5. Sluit de voorklep van de finisher. 6. Open de rechterklep van de finisher. 7. Verwijder het vastgelopen papier voorzichtig.
8. Sluit de klep. 9. Bevestig de finisher weer aan de omkeermodule. 590 (PAPIERSTORING IN DE FINISHER/PONSEENHEID) 1. Druk op de hendel van de finisher (1) en verwijder de finisher van de omkeermodule.
2. Plaats de knop (2) rechts op de finisher gelijk met de markering (3). 3 2 3. Open de bovenklep van de finisher. 4. Verwijder het vastgelopen papier voorzichtig.
5. Sluit de bovenklep van de finisher. 6. Bevestig de finisher weer aan de omkeermodule. CONTROLEER DE OMKEERMODULE, PAPIERSTORING 1. Druk op de hendel van de finisher (1) en verwijder de finisher van de omkeermodule.
2. Druk op de verzonken handgreep (2) en open de linkerklep van de omkeermodule. 2 3. Verwijder het vastgelopen papier voorzichtig. 4. Sluit de linkerklep van de finisher.
5. Bevestig de finisher weer aan de omkeermodule. 6. Druk op de hendel van de omkeermodule (3) en verwijder de module van de printer.
7. Open de rechterdeur (4) van de omkeermodule. 4 8. Verwijder het vastgelopen papier voorzichtig.
9. Sluit de deur. 10. Bevestig de finisher en de omkeermodule weer aan de printer.
PAPIERSTORINGEN IN DE PRINTER VOORKOMEN In de onderstaande tabel ziet u een overzicht van mogelijke oorzaken van papierstoringen en krijgt u tips om deze te voorkomen. MOGELIJKE OORZAAK TIP TER VOORKOMING De printer staat niet vlak. Zorg ervoor dat de printer op een vlakke ondergrond staat. Het afdrukpapier is te licht of te zwaar. Gebruik het juiste papier. Het afdrukpapier is vochtig of statisch. Gebruik papier dat bij de juiste temperatuur en vochtigheidsgraad is bewaard.
SLECHTE AFDRUKKEN SYMPTOOM MOGELIJKE OORZAAK ACTIE Verticale witte strepen op de afdruk. De LED-kop is vuil. Veeg de LED-kop af met een LED-lensdoekje of een zachte doek. De toner is bijna op. Vervang de tonercartridge. Mogelijk is er vreemd materiaal in de EPcartridge terechtgekomen. Vervang de EP-cartridge. De lichtwerende laag van de EP-cartridge is vuil. Veeg de laag af met een LED-lensdoekje of een zachte doek. De LED-kop is vuil.
SYMPTOOM MOGELIJKE OORZAAK ACTIE Delen van de afdrukken zijn vaag. De afdrukken vertonen witte plekken en strepen. Het papier is vochtig of droog. Gebruik papier dat bij de juiste temperatuur en vochtigheidsgraad is bewaard. De afdrukken vertonen verticale strepen. De EP-cartridge is beschadigd. Vervang de EP-cartridge. De toner is bijna op. Vervang de tonercartridge. Als het interval ongeveer 94 mm is, is de EP-cartrigde (de groene buis) beschadigd of vuil.
SYMPTOOM MOGELIJKE OORZAAK ACTIE De toner kan van de afdruk worden geveegd. De dikte en het type van het afdrukpapier zijn niet correct ingesteld. Stel de juiste waarde in bij [Papiergewicht] en [Papiersoort] in het menu Instellingen of geef één waarde dikker op bij [Papiergewicht]. Er wordt gerecycled papier gebruikt. Geef één waarde dikker op bij [Papiergewicht] in het menu Instellingen. De dikte en het type van het afdrukpapier zijn niet correct ingesteld.
ontgrendelingshendel aan de onderzijde van de klep (3) en trekt u het vastgelopen papier voorzichtig los. Sluit de documentklep. 5. Sluit de klep aan de voorkant van de automatische documentinvoer. 6. Controleer of het vastgelopen papier volledig is verwijderd voor u verdergaat. OPMERKING Bij een papierstoring in de ADF, bijvoorbeeld wanneer de klep van de ADF openstaat, de klep van de glasplaat openstaat of de harde schijf vol is, wordt de huidige scan-/kopieertaak geannuleerd.
2. Draai de knop in de aangegeven richting totdat de gekleurde indicator verschijnt. 3. Verwijder papier dat moet worden geniet uit het uitvoergebied. 4. Trek de nieteenheid uit.
5. Draai de knop in de aangegeven richting om het nietapparaat vooruit te bewegen. 6. Pak de nietcartridge aan weerszijden vast, licht de cartridge op en verwijder deze. 7. Open de nietcartridge.
8. Verwijder alle nietjes die uit de cartridge steken. 9. Sluit de nietcartridge. 10. Plaats de nietcartridge terug.
11. Controleer of de nietcartridge stevig vastzit en duw het nietapparaat in positie. 12. Sluit de voorklep van de finisher.
SPECIFICATIES PRINTER ITEM SPECIFICATIE Afmetingen 655 x 620 x 462 mm (BxDxH) Gewicht Zonder opties, 68 kg Afdruksnelheden 36 ppm kleur, 40 ppm zwart-wit Resolutie 1200 x 1200 dpi Emulaties PCL 5c, PCL XL 2.1, PS Geheugen 1 GB (max.) Papierinvoer bij 80 g/m² Lade 1 – 4: elk 530 vel A4 Papiergewicht 64 – 268 g/m² Papieruitvoer Stapelaar afdrukzijde omlaag: 500 vel Universele lade: 230 vel A4 Stapelaar afdrukzijde omhoog: 250 vel Interfaces Parallel, USB 2.
ITEM SPECIFICATIE Omgevingsfactoren Werkend: 10 – 32°C/relatieve vochtigheid 20 – 80% Uitgeschakeld: 10 – 43°C/relatieve vochtigheid 10 – 90% Geluidsniveau Werkend: maximaal 53 dBA Stand-by: maximaal 40 dBA Energiebesparing: maximaal 40 dBA na 30 minuten achtergrondniveau Informatie bij geluidsverordening 3. GSGV 18.1.1991 voor machines: De maximaal toegestane geluidsdruk is gelijk aan of minder dan 70dBA conform ISO 7779.
ITEM SPECIFICATIE ADF-soort Duplex ADF Capaciteit ADF <=50 vellen (60 – 105 g/m²) Geluidsniveau Scannen met glasplaat: <58 dB Scannen met ADF: <58 dB Stand-by: <45 dB C9800 MFP Gebruikershandleiding> 168
BIJLAGE A – BERICHTEN OP HET LCD-SCHERM (PRINTER) De berichten die op het LCD-scherm worden weergegeven, spreken voor zich. Hieronder ziet u een aantal veelvoorkomende berichten. BERICHT BESCHRIJVING Klaar voor afdruk De printer is online en gereed voor afdrukken. Bezig met afdrukken tttttt De printer is bezig met afdrukken en het papier wordt ingevoerd vanuit tttttt, waarbij tttttt een lade aangeeft. tttttt bijna leeg De papiervoorraad in de lade die wordt aangeduid met tttttt is bijna op.
BERICHT BESCHRIJVING Vul papier bij tttttt mmmmmm Raadpleeg HELP voor meer info De printer probeerde papier te laden vanuit een lege lade. Plaats papier van het formaat mmmmmm in lade tttttt. Mogelijk blijft het bericht nog enige tijd staan nadat u de lade hebt gesloten. U kunt Help-informatie weergeven door op de knop HELP te drukken. Plaats de cassette tttttt De printer probeerde papier te laden vanuit een lade die is verwijderd.
BIJLAGE B – MENUSYSTEEM (PRINTER) De bovenste functiemenu's zijn: > Configuratie > Pagina's afdrukken > Afdrukken onderbreken > Afdrukken hervatten > Beveiligde taak afdr. > Menu's > Afsluiten > Beheerdersinst. > Kalibratie > Afdrukstatistieken Het andere speciale, bovenste menu is: > System Maintenance (Systeemonderhoud) In de volgende tabellen vindt u een structuuroverzicht van de menu's Configuratie, Pagina's afdrukken, Beveiligde taak afdr. en Menu's, plus een aantal voorbeelden.
beschreven. Als u een overzicht wilt van alle menu's voor de configuratie en het gebruik van de printer, raadpleegt u de Configuratiehandleiding. CONFIGURATIE PRINT PAGE COUNT ITEM WAARDE BESCHRIJVING Kleurenpagina nnnnnn Hiermee wordt het aantal afgedrukte pagina's in kleur weergegeven als equivalent van A4-formaat. Monochroom nnnnnn Hiermee wordt het aantal afgedrukte pagina's in zwart-wit weergegeven als equivalent van A4-formaat.
LEVENSDUUR ITEM WAARDE BESCHRIJVING xxxx drum Resterend nnn% Hiermee wordt de resterende levensduur van de xxxx EPcartridge weergegeven als een percentage, waarbij xxxx staat voor cyaan, magenta, geel of zwart. Band Resterend nnn% Hiermee wordt de resterende levensduur van de transportband weergegeven als een percentage. Fuser Resterend nnn% Hiermee wordt de resterende levensduur van de fusereenheid weergegeven als een percentage. xxxx toner (n.
PAPIERFORM. IN CASSETTE ITEM WAARDE BESCHRIJVING Lade m, waarbij m een waarde is van 1-4 Executive Letter korte zijde Letter lange zijde Legal 14 Legal13,5 Tabloid Tabloid Extra Legal 13 A6 A5 A4 korte zijde A4 lange zijde A3 A3 Nobi A3 breed B5 korte zijde B5 lange zijde B4 Briefkaart Dubbele briefkaart Aangepast Hiermee wordt het papierformaat weergegeven dat in lade m is gedetecteerd.
ITEM WAARDE BESCHRIJVING Controller Firmware versie xx.xx Hiermee wordt het versienummer van de controllerfirmware weergegeven. Gelijk aan Controller Firmware versie in het menuoverzicht. Engine Firmware versie xx.xx.xx Hiermee wordt het versienummer van de enginefirmware weergegeven. Gelijk aan Engine Firmware versie in het menuoverzicht. Totaal geheugen xx MB Hiermee wordt de totale hoeveelheid RAMgeheugen weergegeven die in de printer is geïnstalleerd.
4. Druk op pijl-omhoog of pijl-omlaag totdat Print Page Count is geselecteerd. 5. Druk op Enter om deze optie te selecteren. 6. Druk op pijl-omhoog of pijl-omlaag totdat Monochroom is geselecteerd. 7. Druk op Enter om het aantal afgedrukte pagina's in zwart-wit weer te geven. 8. Druk op de knop Online om de menumodus te verlaten en terug te gaan naar de status waarin de printer gereed is voor afdrukken.
ITEM WAARDE BESCHRIJVIN G Voorbeeldpagina Uitvoeren Hiermee wordt een voorbeeldpagina afgedrukt. Verbruiksrapport Uitvoeren Hiermee wordt het verbruiksrapport afgedrukt. Statistiekenlogboek Uitvoeren Hiermee worden de gegevens in het Okitakenlogboek afgedrukt. Foutenlogboek Uitvoeren Hiermee wordt het foutenlogboek afgedrukt. Emaillogboek Uitvoeren Hiermee wordt het e-maillogboek afgedrukt. PrintMelogboek Uitvoeren Hiermee wordt het PrintMelogboek afgedrukt.
6. Wanneer de afdruk is voltooid, keert de printer terug naar de status waarin deze gereed is voor afdrukken. BEVEILIGDE TAAK AFDR. ITEM WAARDE BESCHRIJVING Invoeren nnnn Hier geeft u het wachtwoord op waarmee u de afdruktaken wilt beveiligen. Niet gevonden Beveiligde taak Afdrukken Verwijderen Druk beveiligde taken af (Beveiligde taak) of afdruktaken die op de harde schijf zijn opgeslagen. Wanneer u een beveiligd document afdrukt, wordt het van de harde schijf verwijderd.
MENU'S CASSETTECONFIGURATIE ITEM WAARDE BESCHRIJVING Papierinvoer Cassette 1 Cassette 2 Cassette 3 Cassette 4 Universele cassette Hiermee wordt een invoerlade aangeduid. Automatische ladewisseling AAN UIT Hiermee wordt de functie voor het automatisch wisselen van lade in- of uitgeschakeld. Cassettevolgorde Omlaag Omhoog Papierinvoerlade Hiermee wordt de selectievolgorde voor automatische ladeselectie/ automatische ladewisseling ingesteld.
ITEM WAARDE Configuratie cassettem, waarbij m een waarde is van 1-4 Papiersoort (notatie is gelijk voor alle lades) Papiergewich t BESCHRIJVING Gewoon Briefhoofd Transparanten Schrijfpapier Hergebruikt Kaarten Ruw Glanzend UserType1 UserType2 UserType3 UserType4 UserType5 Hiermee wordt de papiersoort voor lade m ingesteld. Auto Licht Gemiddeld Gemiddeld Gemiddeld zwaar Zwaar Ultrazwaar Ultrazwaar Ultrazwaar Hiermee wordt het papiergewicht voor lade m ingesteld.
ITEM WAARDE BESCHRIJVING Config univ cassette Papierformaat A3 Nobi A3 breed A3 A4 korte zijde A4 lange zijde (A) A5 A6 B4 B5 korte zijde B5 lange zijde Legal 14 Legal 13,5 Tabloid Extra Tabloid Letter korte zijde Letter lange zijde (L) Executive Aangepast Com-9-envelop Com-10envelop MonarchEnvelop DL-envelop C5 C4 Indexkaart Hiermee wordt het papierformaat voor de universele lade ingesteld.
ITEM WAARDE Config univ cassette Papiersoort Gewoon Briefhoofd Transparanten Etiketten Schrijfpapier Hergebruikt Kaarten Ruw Glanzend Envelop UserType1 UserType2 UserType3 UserType4 UserType5 Hiermee wordt de papiersoort voor de universele lade ingesteld. Papiergewicht Auto Licht Gemiddeld Gemiddeld Gemiddeld zwaar Zwaar Ultrazwaar Ultrazwaar Ultrazwaar Hiermee wordt het papiergewicht voor de universele lade ingesteld.
SYSTEEMAANPASSING ITEM WAARDE BESCHRIJVING Tijd energiespaarst. 5 minuten 15 minuten 30 minuten 60 minuten 240 minuten Hiermee wordt ingesteld na hoeveel tijd de functie voor energiebesparing actief wordt. Verwijderbare waarschuwing Online Taak Wanneer Online is geselecteerd, moet u de waarschuwing handmatig verwijderen door op de knop Online te drukken. Wijzig de instelling in Taak als u wilt dat de waarschuwing automatisch wordt verwijderd wanneer er een nieuwe afdruktaak is ontvangen. Autom.
ITEM WAARDE BESCHRIJVING Toner bijna op Doorgaan Stoppen Hiermee wordt bepaald hoe de printer reageert wanneer er onvoldoende toner is. Doorgaan: de printer gaat door met afdrukken en blijft online. Stoppen: de printer stopt met afdrukken en gaat offline. Herstel papierstoring AAN UIT Aan: wanneer de papierstoring is verholpen, wordt het afdrukken voortgezet vanaf de pagina's die waren vastgelopen. Uit: de afdruktaak wordt geannuleerd, dus ook de vastgelopen pagina's. Afdrukpos. aanpas. X-pos.
ITEM WAARDE Afdrukpos. aanpas. Duplex x-pos. aanp. BESCHRIJVING 0,00 +0,25 – +2,00 -2,00 – -0,25 mm 0,00 +0,01 – +0,08 -0.08 – 0,25mm Duplex y-pos. aanp. 0,00 +0,25 – +2,00 -2,00 – -0,25 mm 0,00 +0,01 – +0,08 -0.08 – -0.01 in Tijdens het afdrukken van de achterkant van een dubbelzijdige afdruk wordt hiermee de positie van de totale afdruk bijgesteld (met intervallen van 0,25 mm) haaks op de richting waarin het papier zich beweegt (in dit geval horizontaal).
ITEM WAARDE BESCHRIJVING Zwartinst. papier 0 +1 – +2 -2 – -1 Deze instelling wordt tijdens het afdrukken van zwart op gewoon papier gebruikt om zeer fijne aanpassingen te doen als de afgedrukte pagina's zichtbaar vaag zijn of kleine vlekjes (of streepjes) vertonen. Hierbij wordt de waarde verlaagd bij kleine vlekjes (of streepjes) of bij vlekkerige resultaten in afdrukgebieden met een hoge dichtheid. Kleurinst.
ITEM WAARDE BESCHRIJVING Reinigen van drums Aan Uit Hiermee wordt een cartridge vóór het afdrukken uitgeschakeld om horizontale witte strepen te beperken. De levensduur van de EP-cartridge wordt hierdoor verkort. Hex. dump Uitvoeren Hiermee worden de gegevens die van de host-pc zijn ontvangen, afgedrukt in hexadecimale code. VOORBEELD 1 MENU MENU'S – TRANSPARANTEN IN LADE 1 Als u transparanten wilt afdrukken vanuit lade 1, gaat u als volgt te werk: 1.
12. Controleer of er een sterretje (*) naast Transparanten wordt weergegeven. 13. Druk op de knop Online om de menumodus te verlaten en terug te gaan naar de status waarin de printer gereed is voor afdrukken. VOORBEELD 2 MENU MENU'S – PAPIERFORMAAT UNIVERSELE LADE Als u het papierformaat voor de universele lade wilt instellen, gaat u als volgt te werk: 1. Controleer of het LCD-scherm aangeeft dat de printer gereed is voor afdrukken. 2.
BIJLAGE C – SCANNERSTATUS Op het bedieningspaneel van de scanner staan tekstberichten over de scannerstatus en hulpinformatie (indien aanwezig) voor zowel de scanner als de printer. De informatie wordt zo weergegeven dat deze voor zich spreekt. Ook is er een afbeelding van de scanner te zien, zodat makkelijk te herleiden is waar een eventueel probleem met de scanner zich heeft voorgedaan.
BIJLAGE D – INFORMATIE OVER MEDIAONDERSTEUNING De volgende tabellen vormen één geheel en koppelen papierformaten aan invoer- en uitvoermogelijkheden en geven bovendien pons- en nietopties van de finisher aan.
> Nietopties: TL: Top left (Linksboven) TR: Top right (Rechtsboven) T2: Top 2 (Boven 2) L2: Left 2 (Links 2) R2: Right 2 (Rechts 2) SS: Saddle stitch (Zadelsteek) Symbolen die in de tabel worden gebruikt zijn: > Y: Ondersteund, ofwel toegestaan door de printer Y1: papier wordt mogelijk uitgeworpen, afdruk wordt niet gegarandeerd Y2: alleen invoer aan korte zijde (Short Edge Feed / SEF) Y3: route van papieruitvoer is beperkt door formaat en er kan een foutbericht optreden Y4: invoerrichting wordt bepaald doo
INVOERLOCATIES PAPIERFORMAAT B N F A T1 T2 T3 T4 M A3 Y Y Y Y Y Y Y Y Y A4 Y Y Y Y Y Y Y Y Y A5 Y Y Y Y Y Y Y Y Y A6 Y Y Y Y Y Y Y Y Y B4 Y Y Y Y Y Y Y Y Y B5 Y Y Y Y Y Y Y Y Y Letter Y Y Y Y Y Y Y Y Y Legal 35,56cm Y Y Y Y Y Y Y Y Y Legal 34,29cm Y Y Y Y Y Y Y Y Y Legal 13 inch Y Y Y Y Y Y Y Y Y Executive Y Y Y Y Y Y Y Y Y Tabloid Y Y Y Y Y Y Y Y Y Tabloid Extra Y Y Y Y Y
PAPIERFORMAAT B N F A T1 T2 T3 T4 M B5LEF Y Y Y Y Y Y Y Y Y B5SEF Y Y Y Y Y Y Y Y Y Letter LEF Y Y Y Y Y Y Y Y Y Letter SEF Y Y Y Y Y Y Y Y Y UITVOERLOCATIES PRINTER PAPIERFORMAAT FUS FDS A3 Y Y A4 Y Y A5 Y Y A6 Y Y B4 Y Y B5 Y Y Letter Y Y Legal 35,56cm Y Y Legal 34,29cm Y Y Legal 13 inch Y Y Executive Y Y Tabloid Y Y Tabloid Extra Y Y A3 Nobi Y Y A3 breed Y Y Indexkaart Y N DL Y N C9800 MFP Gebruikersha
PAPIERFORMAAT FUS FDS C4 Y N C5 Y N Com-10 Y N Com-9 Y N Monarch Y N Aangepast Y Y3 A4LEF Y Y A4SEF Y Y B5LEF Y Y B5SEF Y Y Letter LEF Y Y Letter SEF Y Y UITVOERLOCATIES FINISHER PAPIERFORMAAT F F U S F F D S 2 H T 4 H T 2 H L R 4 H L R T L T R T 2 L 2 R 2 S S A3 Y Y Y Y Y Y Y Y Y Y Y Y A4 Y Y Y 4 Y 5 Y 4 Y 5 Y 4 Y 4 Y 4 Y 4 Y 4 Y 2 A5 Y Y N N N N N N N N N N A6 Y 1 Y 1 N N N N N N N N N N B4 Y Y Y N
PAPIERFORMAAT F F U S F F D S 2 H T 4 H T 2 H L R 4 H L R T L T R T 2 L 2 R 2 S S Letter Y Y Y 4 N Y 4 N Y 4 Y 4 Y 4 Y 4 Y 4 Y 2 Legal 14 Y Y Y N Y N Y Y Y Y Y N Legal 13,5 Y Y Y N Y N Y Y Y Y Y N Legal 13 Y Y Y N Y N Y Y Y Y Y N Executive Y Y Y N Y N Y Y Y Y Y N Tabloid Y Y Y N Y N Y Y Y Y Y N Tabloid Extra N N N N N N N N N N N N A3 Nobi N N N N N N N N N N N N A3 breed N N N N N N N
PAPIERFORMAAT F F U S F F D S 2 H T 4 H T 2 H L R 4 H L R T L T R T 2 L 2 R 2 S S Letter LEF Y Y Y 4 N Y 4 N Y 4 Y 4 Y 4 Y 4 Y 4 N Letter SEF Y Y Y 4 N Y 4 N Y 4 Y 4 Y 4 Y 4 Y 4 Y C9800 MFP Gebruikershandleiding> 196
BIJLAGE E – AUTOMATISCHE HERKENNING PAPIERFORMATEN In de volgende tabellen wordt gedefinieerd welk documentformaat kan worden gescand (glasplaat of automatische documentinvoer) bij gebruik van de instelling Automatisch. OPMERKING (a)-instellingen en (b)-instellingen zijn onderling niet uitwisselbaar en kunnen niet door de gebruiker worden gewijzigd. Een (c)-of (d)-instelling kan door de gebruiker worden gewijzigd.
AUTOMATISCHE DOCUMENTINVOER (ADF) PAPIERSOORT PAPIERFORMAAT (MM) PAPIERFORMAAT (INCH) A3 297 x 420 11,69 x 16,54 A4 (SEF) (a) 210 x 297 8,27 x 11,69 A4 (LEF) 297 x 210 11,69 x 8,27 A5 (SEF) (a) 148 x 210 5,83 x 8,27 B4 (SEF) 257 x 364 10,12 x 14,33 B5 (SEF) 182 x 257 7,17 x 10,12 B5 (LEF) 257 x 182 10,12 x 7,17 (b) 140 x 216 5,5 x 8,5 Letter (SEF) (b) 216 x 279 8,5 x 11 Letter (LEF) 279 x 216 11 x 8,5 Legal 13 (c) 216 x 330 8,5 x 13 Legal 14 (d) 216 x 356 8,5 x 14 Ta
BIJLAGE F – OVERZICHT VAN SCANNERINSTELLINGEN In dit gedeelte krijgt u een overzicht van de instelmogelijkheden van de scanner. Druk op de knop SETUP op het bedieningspaneel van de scanner om het scherm voor de instellingenmodus met het hoofdmenu voor de instellingen te openen: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 ADRESBOEKEN INSTELLEN Druk op de knop Adresboek (1) om toegang tot de volgende opties te krijgen: > E-mailadresboek Hiermee kunt u e-mailadressen toevoegen/bewerken/ verwijderen/zoeken (max.
U kunt bij iedere invoer een reeks parameters instellen, bijvoorbeeld gebruikers-ID, wachtwoord, pad. Druk op OK om terug te keren naar het hoofdmenu voor instellingen. POSTBUS INSTELLEN Druk op de knop Postbus (2) om toegang tot de volgende opties te krijgen: > Postbuslijst Hiermee kunt u postbusgegevens toevoegen/bewerken/ verwijderen. Hiermee kunt u iedere postbus voorzien van een wachtwoord.
KOPIEERPARAMETERS INSTELLEN Druk op de knop Kopieerinstelling (4) om toegang tot de volgende opties te krijgen: > Originele instellingen Hier worden het standaardpapierformaat en gegevenstype (Gemengd, Tekst of Foto) van de originele gegevens voor de functie KOPIËREN gedefinieerd.
SCANEIGENSCHAPPEN INSTELLEN Druk op de knop Scaneigenschappen instellen (5) om toegang tot de volgende opties te krijgen: > Originele instellingen Origineel formaat: hier wordt het standaardpapierformaat voor de functies SCAN TO E-MAIL (scannen naar e-mail), SCAN TO FTP (scannen naar FTP), SCAN TO MAILBOX (scannen naar postbus), SCAN TO HOLD QUEUE (scannen naar wachtrij) gedefinieerd.
> Toegangsbeheer U kunt de PIN (Personal Identification Number)-verificatie in-/uitschakelen. Als de PIN-verificatie is ingeschakeld, wordt iedere gebruiker gecontroleerd aan de hand van de laatste 4 cijfers van de ID voor taakverantwoording. De PIN wordt verstrekt door het hulpprogramma voor taakverantwoording. > Scannen naar e-mail SCAN TO E-MAIL (Scannen naar e-mail) in-/uitschakelen. > Scannen naar FTP SCAN TO FTP (scannen naar FTP) in-/uitschakelen.
• Kenmerken: hier kunnen LDAP-kenmerken worden gespecificeerd aan de hand van 'Naam', 'Achternaam', 'Voornaam' en 'Postadres'. De gespecificeerde kenmerken worden gebruikt in zoekopdrachten. De standaardkenmerken zijn: 'cn' voor 'naam' 'sn' voor 'achternaam' 'givenname' voor 'voornaam' 'mail' voor 'e-mailadres' • Extra filter: hier wordt de extra filter gespecificeerd, bijvoorbeeld '(c=JP)'. • Verificatie hier wordt de verificatiemethode voor de LDAP-toegang gespecificeerd.
• Alle scantaken verwijderen: met deze optie worden de gegevens uit postbussen of de beelden waarnaar via URL's in verzonden e-mails wordt verwezen, handmatig verwijderd. > Timer • Resettimer bij kopiëren: met deze optie wordt de duur (10 – 600 sec met intervallen van 10 sec) bepaald vanaf KOPIËREN totdat de printer alle bijbehorende instellingen naar hun standaardwaarden terugzet.
> Informatie van de leverancier • Telefoonnummer, faxnummer, e-mailadres: hier kunnen de gegevens van de leverancier worden ingevoerd. • E-mailadres voor fax-gateway: hier stelt u het emailadres in voor de fax-gateway. Als het e-mailadres niet wordt ingevoerd, kan de functie fax-gateway niet worden gebruikt. Druk op Opslaan/Terug om terug te keren naar het hoofdmenu voor instellingen.
> Documentinvoer (Duplex) Aantal pagina's dat dubbelzijdig is gescand. > Glasplaat (flatbed) Aantal pagina's dat op de glasplaat is gescand. OPMERKING Na 999.999 worden de tellers weer op 0 gezet. De gebruiker kan de tellers niet wissen. Druk op OK om terug te keren naar het hoofdmenu voor instellingen. INSTALLATIE VOLTOOID Als u klaar bent met de installatie, drukt u op de knop Afsluiten (9).
BIJLAGE G– PROBLEMEN OPLOSSEN (NETWERK) Hieronder vindt u mogelijke netwerkproblemen met suggesties voor oplossingen. Meer informatie over het verhelpen van netwerkproblemen vindt u in de Fiery-configuratiehandleiding. VERZENDEN VAN E-MAIL IS NIET MOGELIJK Als u geen e-mail kunt verzenden, controleert u of de volgende items correct zijn geconfigureerd. Printer Scanner CATEGORIE ITEM BESCHRIJVING Beheerdersinst.> Netwerkinst.> Serviceinst.> E-mailinst. E-mailservices inschakelen Moet Ja zijn.
Als u Beveiligd protocol selecteert als verificatiemethode om toegang te krijgen tot de MS Active Directory, moet u bovendien controleren of de volgende items correct zijn geconfigureerd. Printer Scanner CATEGORIE ITEM BESCHRIJVING Beheerdersinst.> Netwerkinst.> TCP/IP-inst. DNS-inst. Moet correct zijn gespecificeerd om toegang te krijgen tot de DNS-server. Beheerdersinst.> Serverinst. Systeemdatum Moet overeenkomen met de datum van de LDAP-server.
BIJLAGE H – INSTELLING VAN HET AANRAAKSCHERM In dit gedeelte vindt u een overzicht van de bedieningsfuncties op het aanraakscherm van de scanner. 1 2 3 Op het bedieningspaneel van de scanner drukt u op de knop Menu (1) om de OSD (On Screen Display) op te roepen, waarna u op pijl-omhoog (2) of pijl-omlaag (3) drukt om bij de gewenste functie te komen. Druk op de knop Menu en gebruik pijl-omhoog en pijl-omlaag om de gewenste optie te vinden.
NR. FUNCTIE BESCHRIJVING 1 Automatisch aanpassen Hiermee past u de horizontale positie, verticale positie, pixelklok en fase automatisch aan voor een optimale beeldkwaliteit. Druk op de knop Menu om de aanpassing uit te voeren. 2 Helderheid Hiermee kunt u de helderheid van het scherm aanpassen. 3 Contrast Hiermee kunt u het verschil tussen lichte en donkere gebieden aanpassen. 4 Klok Hiermee kunt u de beeldvervorming aanpassen.
NR. FUNCTIE BESCHRIJVING 12 Taal schermweergave Hiermee kunt u de schermtaal instellen. 13 Afsluiten Hiermee verlaat u het schermweergavemenu en slaat u de instellingen op. Druk op de knop Menu om de aanpassing uit te voeren. 14 Geheugen oproepen Hiermee zet u alle instellingen terug naar de fabrieksinstellingen. Druk op de knop Menu om de aanpassing uit te voeren.
INDEX A Afsluiten ................................ 171 Beheerdersinst. ...................... 171 Beveiligde taak afdr. ........171, 178 Configuratie ....................171, 172 gebruiken ................................50 Info afdrukken........................ 176 Kalibratie ............................... 171 Menu's ...........................171, 179 Pagina's afdrukken .................. 171 System Maintenance (Systeemonderhoud)............. 171 aanbevolen papier ........................
S scannen naar e-mail: .................... 80 scannen naar FTP ......................... 91 scannen naar postvak ..................101 scannen naar wachtrij ..................108 scanner aanmelden .............................. 64 afmelden ................................ 65 help ....................................... 67 kopieerinstellingen ................... 69 scannen .................................. 79 status ..................................... 66 Shutdown/Restart, knop ................
OKI CONTACTGEGEVENS Oki Systems (Holland) b.v. Neptunustraat 27-29 2132 JA Hoofddorp Helpdesk: 0800 5667654 Tel: 023 5563740 Fax: 023 5563750 Website: www.oki.
Oki Europe Limited Central House Balfour Road Hounslow TW3 1HY United Kingdom Tel: +44 (0) 208 219 2190 Fax: +44 (0) 208 219 2199 www.okiprintingsolutions.com 07062607 iss.