Operation Manual
- 21 -
Uw printer gereedmaken
1
1. Ingebruikneming
De printer inschakelen
1 Sluit het netsnoer (1) aan op de
netsnoeraansluiting van uw printer.
1
2 Sluit het andere uiteinde van het
netsnoer aan op een stopcontact.
3 Houd de aan-uitschakelaar (2) ongeveer
één seconde ingedrukt om de printer in
te schakelen.
2
De LED van de aan-uitschakelaar licht op wanneer
de printer aan gaat.
Het bericht "Klaar voor afdruk" wordt
weergegeven op het bedieningspaneel zodra de
printer klaar is om af te drukken.
De printer uitschakelen
1 Houd de aan-uitschakelaar (1) ongeveer
één seconde ingedrukt.
Het bericht "Bezig met afsluiten Printer wordt
automatisch uitgeschakeld…" verschijnt op
het bedieningspaneel en de indicator van de aan-
uitschakelaar knippert met een interval van 1
seconde. Vervolgens wordt de printer automatisch
uitgeschakeld en gaat de indicator van de aan-
uitschakelaar uit.
Opmerking
● Het kan ongeveer 5 minuten duren voordat de
printer uitgeschakeld is. Wacht totdat de printer is
uitgeschakeld.
● Als u de aan-uitschakelaar langer dan 5 seconden
ingedrukt houdt, wordt de printer geforceerd
uitgeschakeld. Voer deze handeling slechts uit
wanneer zich een probleem voor doet. Raadpleeg
"Andere problemen" op p. 96 voor informatie over
printerproblemen.
1
Als de printer gedurende een
lange tijd niet wordt gebruikt
Wanneer de printer gedurende een lange
tijd niet wordt gebruikt, bijvoorbeeld tijdens
opeenvolgende feestdagen, wanneer u
met vakantie gaat of wanneer u wacht op
vervangingsonderdelen voor reparatie of
onderhoud, ontkoppelt u het netsnoer.
Memo
● De prestaties van de printer worden niet negatief
beïnvloed als de printer gedurende een lange tijd (meer
dan 4 weken) ontkoppeld is van het elektriciteitsnet.










