Operation Manual
- 39 -
2. Instellen
• Installeer dit apparaat op een plek met een goed uitzicht en in de buurt van een draadloos toegangspunt. (We stellen
voor dat de afstand tussen het apparaat en het draadloze apparaat 30 meter of minder is.)
• Wanneer er metaal, aluminium belemmering, of een versterkte betonnen wand tussen de printer en draadloze LAN
toegangspunten is, worden verbindingen moeilijker om te verkrijgen.
• Het gebruik van IEEE802.11a (W52/W53) buitenshuis is verboden door de Radioapparatuurwet. Gebruik
IEEE802.11a (W52/W53) alleen binnenshuis.
• Verbinden met WPS
Wanneer een draadloos LAN-toegangspunt WPS ondersteunt, kunt u verbinden naar de
draadloze LAN met de WPS-knop.
• Kiezen van een Draadloos Toegangspunt vanf het Bediening Paneel om te
Verbinden
Wanneer een draadloos toeganspunt niet ondersteunt WPS, kunt u een draadloos LAN
toegangspunt aangeven die u wilt gebruiken vanaf de draadloze LAN toegangspunten die
de printer detecteert om een verbinding te maken.
• Handmatig instellen vanaf het bedieningspaneel om een verbinding te
maken
Stel de draadloze LAN toegangspunt informatie (de SSID, versleuteling methode, en
versleuteling sleutel) handmatig in om te verbinden naar de draadloze LAN.
Verbinden met WPS
Wanneer een draadloos LAN-toegangspunt WPS ondersteunt, kunt u gemakkelijk verbinden
naar de draadloze LAN met de knop voor simpele instelling (WPS knop)
1
Controleer de positie van de WPS-knop door te kijken in de
instructiehandleiding die wordt geleverd bij een draadloos toegangspunt of
ander document.
2
Controleer dat het draadloze LAN toegangspunt start en goed werkt.
3
Zet de machine aan.
Controleer of het scherm "Wilt u draadloos instellen?" weergeeft en [Yes (Ja)] geselecteerd is. Druk op de
(Enter) knop en ga naar stap 6.
4
Druk op de knop meerdere malen op de knop om [Setting (Opties...)] te
selecteren en druk op de (Enter).
5
Druk op de knop knop [Wireless(Infrastructure) Setting (Instelling
Draadloos(infrastructuur))] drukken en druk op de (Enter).
6
Voer het beheerderswachtwoord in en druk vervolgens op de knop (Enter).
Het standaard beheerderswachtwoord dat in de fabriek is ingesteld, is "999999". Als
het beheerderswachtwoord wordt gewijzigd, voert u het bijgewerkte wachtwoord in.
Het bericht [It is not possible to use the Wireless(AP Mode) at the same time. (Het is
niet mogelijk om de Draadloze (Ap Modus) op hetzelfde moment te gebruiken.)] wordt
ongeveer vijf seconden weergegeven.
7
Selecteer [Enable (Inschakelen)] en druk vervolgens op de (Enter).
8
Als het voor uw omgeving nodig is om een IP-adres etc. handmatig in te
geven, drukt u op de knop om [Network Setting (Netwerkinstelling)] te
selecteren en druk vervolgens op de (Enter). Als u deze niet handmatig in
hoeft te stellen gaat u verder naar stap 12.
9
Druk op de knop knop om [Manual (Handmatig)] te selecteren op het
[Wireless (infrastructure) settings (Draadloze (infrastructuur) instellingen)]
scherm en druk vervolgens op de (Enter).
10
Volg de instructies op het scherm om het IP-adres, de subnet mask, default
gateway en DHCP v6 in te stellen.
Vraag uw provider of netwerkbeheerder over de instelwaarde.
11
Selecteer [Close (Sluiten)] wanneer de Wireless (infrastructure) instellingen
gereed zijn en druk vervolgens op de (Enter).
Als u het scherm een tijdje niet aanraakt, schakelt het automatisch uit zonder op [Close
(Sluiten)] te drukken.
12
Druk op de knop meerdere malen op de knop [Automatic Setup(WPS)
(Automat. setup (WPS))] en druk op de (Enter).
Verbinden met een Toegangspunt (Infrastructure)










