VT 3 duikcomputer gebruiksaanwijzing
Deze pagina is met opzet leeg gelaten 2
INHOUD GARANTIE, OPMERKINGEN, DECOMPRESSIEMODEL ................................................................................................ 7 FCC ID ............................................................................................................................................................................... 8 INTRODUCTIE EN ALGEMENE KENMERKEN EN WEERGAVEN ................................................................................ 9 INTERACTIEF BEDIENINGSPANEEL ....................
INHOUD (vervolg) Instellen FO2 GAS 1 ............................................................................................................................................... Instellen FO2 GAS 2 ............................................................................................................................................... Instellen FO2 GAS 3 ...............................................................................................................................................
INHOUD (vervolg) NORM/GAUG LOGMODUS ...................................................................................................................................... 67 NORM/GAUG GESCHIEDENIS MODUS .................................................................................................................. 72 OVERZICHT VAN WEERGEGEVEN SYMBOLEN EN PICTOGRAMMEN ............................................................... 74 OVERZICHT VAN DUIKMODUSINFORMATIE .......................................
INHOUD (vervolg) GAUGE-MODUS ........................................................................................................................................................... 117 GAUG OPPERVLAKTEWEERGAVEN ..................................................................................................................... 118 GAUG DUIKWEERGAVEN ...................................................................................................................................... 119 FREE-DIVEMODUS ..
BEPERKTE GARANTIE VAN TWEE JAAR Voor details, kijk op de www.OceanicWorldwide.com bijgeleverde Productgarantiekaart.Registreer on-line op COPYRIGHT opmerking Deze gebruikershandleiding staat onder copyright: alle rechten zijn vastgelegd. Hij mag niet in zijn geheel of gedeeltelijk gekopieerd, gereproduceerd, vertaald of gereduceerd naar elk elektronisch medium of machine in leesbare vorm, zonder geschreven toestemming van Oceanic / 2002 Design. VT3 Gebruikershandleiding, Doc. No.
Waarschuwing: Indien uw VT3 stopt functioneren terwijl hij dienst doet als duikcomputer, is het belangrijk dat u dit voorzien hebt en dat u op deze situatie voorbereid bent. Dit is een belangrijke reden om de grenzen van niet-decompressieduiken en zuurstofblootstellingslimieten niet te verleggen.
Waarschuwing: Voordat u met de VT3 duikt, moet u ook de Oceanic Duikcomputer veiligheids- en referentiehandleiding lezen Doc. Nr. 12-2262). Deze biedt belangrijke waarschuwingen en aanbevelingen voor de veiligheid en algemene productinformatie.
INTRODUCTIE Welkom bij OCEANIC en dank u dat u de VT3 gekozen hebt! Het is uitermate belangrijk dat u deze volgorde en dat u hem volledig begrijpt, bedieningshandleiding leest in de juiste voordat u de VT3 als duikcomputer gebruikt. Het is net zo belangrijk dat u de Oceanic Veiligheds- en referentiehandleiding (Doc. Nr. 12-2262) leest die u bij uw VT3 krijgt. Hij bevat informatie die u moet kennen voordat u met de VT3 duikt.
STRUCTUUR BEDIENINGSMODUS De M-knop wordt gebruikt om 3 bedieningsmodi te openen (Fig. 1) Dit zijn NORM (Normaal Lucht/Nitrox Duikcomputer), GAUG (Digitale Gaugemodus), en FREE (Free Dive Modus). De schermen van de hoofdmodi en eronder liggende modi zullen weergegeven worden, totdat er op een knop gedrukt wordt voor toegang tot een ander scherm of een andere modus of indien er 2 minuten lang niet op een knop is gedrukt.
FREE-modus geeft toegang tot de onderliggende modi door eerst de NORMOppervlaktemodus te openen. De Flesdruk wordt in Free niet weergegeven. Hebt u eenmaal een duik gemaakt in de GAUG-modus, dan is de VT3 vastgezet in deze modus gedurende 24 uur na deze duik. De VT3 heeft ook 2 modi voor gebruik met de Transmitterdruk. Een van de instellingen geeft u de mogelijkheid aan te geven of Transmitter 2 en 3 voor eigen gebruik zijn (SELF) en 1 en 2 voor de fles van uw buddy.
Situaties die het NORM/GAUG 10 secondenalarm activeren zijn: • Resterende luchttijd (ATR) is slechts 5 minuten, daarna bij 0 minuten. • ATR is minder dan No Deco en resterende O2-tijd is 1 minuut. • Terugkeerdruk is gelijk aan de ingestelde waarde (Transmitter 1). • Einddruk is gelijk aan de ingestelde waarde (actieve Transmitter). • Afdaling is dieper dan de ingestelde max diepte. • Resterende duiktijd is gelijk aan de ingestelde waarde. • Verstreken duiktijd is gelijk aan de ingestelde waarde.
• • • • • Verstreken FREE-duiktijd Alarm (3 piepen iedere 30 seconden indien dit op ON ingesteld is). FREE-duik dieptealarmen 1/2/3 (ingesteld opeenvolgend dieper) - ieder heeft 3 piepen die 3 maal klinken. FREE duik TLBG-alarm (Waarschuwingszone, 7 segmenten) - 3 piepen, 3 keer. Binnengaan van deco, tijdens een FREE-duik (Permanente overtreding) - 3 piepen, 3 keer. Free-duikmodus aftelfunctie bereikt 0:00 - 3 piepen, 3 keer.
OPMERKING: Extensief gebruik van het achtergrondlicht reduceert de batterij. Het achtergrondlicht werkt niet wanneer er een lage batterij-conditie is, of als de VT3 aan een PC gekoppeld is. a STROOMVOORZIENING De VT3 gebruikt een 3 volt CR2450 Lithium batterij. De batterij werkt normaliter gedurende 1 jaar of 300 duikuren indien er 2 duiken tijdens iedere duikperiode uitgevoerd worden. De VT3 controleert zijn batterij iedere 2 minuten in de oppervlaktemodus.
De zenders gebruiken een 3 volt, CR2 Lithium Batterij. De batterij van een transmitter is voldoende voor 1 jaar normaal functioneren of 300 duikuren. De zenders controleren het batterijniveau als ze op druk komen en zullen een signaal 'Laag Batterijniveau naar de ontvanger in de VT23 sturen indien het batterijnivau onder het waarschuwingsniveau komt. Fig. 4 - Batterijstatus (Goed) Fig. 5 - Transmitter 1 Batterijstatus (Goed) Fig.
DIAGRAMMEN De VT3 heeft een Weefselverzadigingsdiagram-functie (TLBG) relatieve niet-decompressie of compressiestatus in wordt (Fig. 7a) waarin gerepresenteerd. uw Terwijl uw diepte en verstreken duiktijd toenemen, worden er segmenten aan de TLBG toegevoegd en als u weer naar ondiepere waters terugkeert, zullen de segmenten van de TLBG afnemen, waarmee wordt aangegeven dat ekstra niet-decompressietijd toegestaan is.
VARI Dieper dan 60 Segmenten Weergave 0 1 2 3 4 5 FT (18 M) Opstijgsnelheid FPM MPM 0-20 0-6 21-30 6.1-9 31-40 9.1-12 41-50 12.1-15 51-60 15.1-18 60 + 18 + 60 FT (18 M) & Lager Segmenten Opstijgsnelheid Weergave FPM MPM 0 0-10 0-3 1 11-15 3.1-4.5 2 16-20 4.6-6 3 21-25 6.1-7.5 4 26-30 7.6-9 5 30 + 9 + a Fig. 8 - VARI 18 De VT3 onthoudt de zuurstofopbouw berekeningen gedurende maximaal 10 duiken die gedurende 24 uur uitgevoerd worden.
PC INTERFACE Door de VT3 via een USB-poort aan een PC te koppelen (gebruik hiervoor de bijgeleverde USB interface kabel), kunt u de interface gebruiken. De kabel upload en download. is voor Het software-programma en een USB-driver vindt u op de bijgeleverde OceanLog-cd. De Help-sectie van het programma doet dienst als gebruikershandleiding en kan voor persoonlijk gebruik afgedrukt worden.
a b ALFA/NUMERIEKE WEERGAVEN Weergave flesdruk (alleen NORM/GAUG) Als de ontvanger van de VT3 ingesteld is op ON en actief is, wordt de flesdruk van een actieve transmitter die juist is gekoppeld, weergegeven in de hoofdschermen van NORM of GAUG (Fig. 9a). Drukwaarden worden numeriek weergegeven van 00 BAR (000 PSI) tot 345 BAR (5,000 PSI) in stappen van 5 PSI (1 BAR). Fig. 9 - Hoofd duikscherm a Fig. 10 - Alternatief duikscherm a b Fig.
b Weergaven tijd, datum, temperatuur Tijd van de dag en NORM/GAUG modusweergaven worden in het formaat uur:minuten weergegeven (b.v., 1:16 betekent 1 uur en 16 minuten). FREE-DIVE-modus weergaven worden in het formaat minuten:seconden weergegeven. De dubbele punt die de uren en minuten uit elkaar houdt (minuten en seconden), knippert een keer per seconde indein de weergave echte tijd is (d.w.z. oppervlakte-interval, verstreken duiktijd) en knippert niet indien de tijden berekende projecties zijn (d.w.z.
OPMERKING: Ieder scherm vertegenwoordigd unieke informatiedelen. Het is van uitermate groot belang dat u de formaten, de bereiken en de waarden begrijpt die deze informatie vertegenwoordigt. Dit om enige mogelijk misverstand dat in fouten kan resulteren, te voorkomen. U moet ook de pictogrammen, de symbolen en de alfa/ numerieke waarden begrijpen die getoond worden. De informatieweergaven worden in detail beschreven bij de verschillende functiemodi die in deze handleiding gepresenteerd worden.
WAARSCHUWING: Voordat u met de VT3 duikt, moet u ook de Oceanic duikcomputer veiligheids- en referentiehandleiding Doc. Nr. 12-2262 lezen, waarin u belangrijke waarschuwingen en veiligheidsaanbevelingen vindt alsook algemene productinformatie.
BEDIENINGSMODI Zoals eerder beschreven werd, heeft de VT3 3 bedieningsmodi: •NORM - voor normale lucht- of nitroxduiken. •GAUG - voor duiken met berekeningen zonder stikstof/ zuurstof. •FREE - voor duiken zonder uitrusting. HERINNERING: Hebt u eenmaal een duik in de GAUG-modus gemaakt, dan behoudt de VT3 deze modus gedurende 24 uur na die duik. Fig.
De VT3 gaat de post-duik oppervlaktemodus in na een opstijging naar 1,2 M (4 FT) of ondieper. De dubbele punt van de oppervlakte intervaltijd knippert gedurende de eerste 10 minuten na een duik in NORM/GAUG modus (Fig. 16), of pas na 1 minuut indien u een free-duik gemaakt hebt. Gedurende de eerste 2 uur na een duik, wordt het oppervlakte hoofdscherm weergegeven van de bedieningsmodus die geselecteerd is voor de duik (NORM, GAUG, of FREE). Dit is dan de standaardweergave. Fig.
NORM OPP hoofdweergave -Bediening belangrijkste knoppen: •Een druk op de S-knop activeert het Smartglo achtergrondlicht. •Drukt u de A-knop herhaaldelijk in (iedere keer gedurende korter dan loopt u door de oppervlakte reeks van de functie NORM - dan 2 seconden) NORM SURF MAIN > NORM SURF ALT > PLAN > FLY > SAT > LOG > HISTORY.
VT3 BATTERIJSTATUS, informatie bevat (Fig. 18): > Letters VT3 en bAt > Letters Good (of Lo) > Batterijpictogram, indien er een laag batterijniveau is, dit knippert indien het een alarmtoestand betereft. Zenders (beschreven als TMT's) die actief en gekoppeld zijn, zenden signalen voor de flesdruk en de batterijstatus voor weergave op de statusschermen. Indien een TMT niet actief is of actief maar niet gekoppeld, tonen de statusschermen de letters NotAvAil. Fig.
GAUG en FREE bedieningsmodi worden ook in aparte secties van deze handleiding beschreven. INSTELMODI Tenzij anders aangegeven, zijn de functie-instellingen van toeepassing op alle bedieningsmodi (NORM, GAUG, en FREE). FREE-duikmodus heeft ook diverse instellingen die niet van toepassing zijn op de modi NORM en GAUG. SURF MAIN > SET F > SET A > SET U > SET T > VT3 SN Toegang en het doorlopen van de reeks verkrijgt u herhaaldelijk 2 seconden op beide knoppen A en S tegelijkertijd te drukken.
FO2 Instellen voor normale nitrox-duiken: Voor iedere waarde van FO2 wordt de maximale duikdiepte (MOD) weergegeven, die bereikt kan worden met het ingestelde alarmpunt voor de PO2.
Maximale duikdiepten die beïnvloed worden door de PO2-limiet weergegeven indien de FO2 voor GAS 1 ingesteld is op AIR. instelling, worden niet Intern houdt de VT3 bij wat de zuurstofblootstelling is, zodat indien de FO2 voor GAS1 vervolgens ingesteld is op een numerieke waarde, de zuurstofbelasting voor voorafgaande luchtduiken meegenomen worden in de berekening voor een volgende nitrox-duik (gedurende die duikperiode met herhalingsduiken).
INSTELLEN FO2 GAS 1, informatie bevat: >Letters GAS1 >PO2 Alarm instelpunt met de letters PO2, indien Nitrox >Symbool FO2 en FO2 instelpuntwaarde, knipperend. >Pictogram fles 1 dat GAS 1 vertegenwoordigd. >Symbool NITROX (indien ingesteld op een numerieke waarde). >Max Diepte die toegestaan is voor de ingestelde PO2 (indien 21 tot 50%) •Houdt u de S-knop ingedrukt, terwijl het instelpunt knippert, dan wijzift het instelpunt van AIR (Fig.
Instellen FO2 GAS 2, informatie bevat: >Letters GAS2 >PO2 Alarminstelpunt met letter PO2 >Symbool FO2 en FO2-waarde knipperend. >Fles 2 pictogram voor GAS 2 >Symbool NITROX (indien ingesteld op een numerieke waarde). >Max toegestane diepte voor de ingestelde PO2 (indien tussen 21 en 100%) •Druk de S-knop in, terwijl het FO2-instelpunt knippert: u bladert door de instelpunten van Lucht tot 21 en verder tot 100% in stappen van 1%, met een snelheid van 8 per seconde.
Instellen FO3 GAS 3, informatie bevat: >Letters GAS3 >PO2 Alarminstelpunt met letter PO2 >Symbool FO2 en FO2-waarde knipperend. >Fles 3 pictogram voor GAS 3 >Symbool NITROX (indien ingesteld op een numerieke waarde). >Max toegestane diepte voor de ingestelde PO2 (indien tussen 21 en 100%) •Druk de S-knop in, terwijl het FO2-instelpunt knippert: u bladert door de instelpunten van Lucht tot 21 en verder tot 100% (Fig. 24) in stappen van 1%, met een snelheid van 8 per seconde.
INSTELLEN FO2 50% DEFAULT informatie bevat (Fig. 25): >Letters DFLT en 50 >Instelwaarde knipperend, en de letters OFF (of ON), >Symbolen voor FO2 en NITROX. Fig. 25 - Instellen FO2 Standaard •Druk de S-knop kort in (< 2 seconden) en u wisselt tussen OFF en O N . •Druk de A-knop kort in (< 2 seconden) en u slaat de instelling op en keert terug naar het scherm SET F.
INSTELLEN HOORBAAR ALARM Met deze optie kunt u de hoorbare alarmen en het rode waarschuwings LED, uitzetten. Sommige waarschuwingssituaties laten klinken en het LED knopperen, zelfs uitgezet. het hoorbare alarm als u deze functie hebt INSTELLEN HOORBAAR ALARM informatie bevat (Fig. 27): >Letters AUD >Instelwaarde en letters ON (OFF), knipperen. •Drukt u kort op de S-knop (< 2 seconden) dan schakelt u tussen ON en OFF.
INSTELLEN DIEPTE-ALARM informatie bevat >Letters DPTH >Symbolen MAX en M (of FT) >Instelwaarde met letters, knippert. • (Fig. 28): Drukt u kort op de S-knop(< 2 seconds) dan stapt u door de instelpunten van 10 tot 100M (30 tot 330 FT) in stappen van 1M (10FT) met een snelheid van 1 instelpunt per druk op de knop. •Houdt u de S-knop ingedrukt, dan stapt u door de instelpunten met een snelheid van 4 instelpunten per seconde, totdat u de knop loslaat.
INSTELLEN EDT (verstreken duiktijd) ALARM Informatie bevat (Fig. 29): > Letters EDT > Symbolen DIVE en TIME. > Waarde instelpunt(uur:min), knipperend. • • • • • • Drukt u kort op de S-knop (< 2 seconden) dan vergroot u de instelwaarde van 0:10 tot 3:00 (uren:minuten) in stappen van 5 minuten (:05). Drukt u de S-knop in, dan bladert u door de instelpunten met een snelheid van 4 instelpunten per seconden, totdat u de knop loslaat.
Het wordt sterk aanbevolen het TLBGAlarm zo in te stellen dat het geactiveerd wordt voordat de VT3 een deco ingaat. INSTELLEN TLBG (WEEFSELVERZADIGINGSDIAGRAM) ALARM Informatie bevat (Fig. 30): > Letters TLBG > TLBG instelpunt (segmenten) knipperend. • Druk kort op de S-knop (< 2 seconden) en de instelwaarde loopt terug van alle 8 segmenten (deco) naar 1 in stappen van 1 segment. • Drukt u op de S-knop dan bladert u door de instelpunten met een snelheid vna 4 per seconden, totdat u de knop loslaat.
INSTELLEN DTR-ALARM (RESTERENDE DUIKTIJD) Informatie bevat (Fig. 31): > Letters DTR > Symbolen AIR, TIME, NDC, en O2. > Instelwaarde, knipperend. • • • • • • Drukt u kort op de S-knop (< 2 seconden) dan verhoogt u de instelwaarde van 0:00 tot 0:20 (:minuten) in stappen van 1 minuut (0:01). Drukt u op de S-knop dan loopt u door de instelpunten met een snelheid van 4 instelwaarden per seconden, totdat u de knop loslaat.
INSTELLEN terugkeer-druk KEERALARM (Alleen voor Zender 1) Informatie bevat (Fig. 32): > Letters TURN > Instelwaarde OFF of een numerieke waarde, knipperend. > Symbool PSI (of M) • • • • • • Fig. 32 - Instellen terugkeerAlarm 40 Drukt u kort op de S-knop (< 2 seconden) dan loopt u door de instelwaarden van OFF tot 70 to 205 BAR (1000 tot 3000 PSI) in stappen van 5 BAR (250 PSI).
INSTELLEN EINDDRUK ALARM informatie bevat (Fig. 33): > Letters END > Instelpunt met numerieke waarde, knipperend. > Symbool BAR (of PSI) • • • • • • Drukt u kort op de S-knop (<2 seconden) dan verhoogt u het instelpunt van 20 tot 105 BAR (300 tot 1500 PSI) in stappen van 5 BAR (100 PSI). Drukt u op de S-knop, dan loopt u door de instelwaarden met een snelheid van 4 instelpunten per seconde, totdat u de knop loslaat.
Het wordt sterk aanbevolen het PO2Alarm zo in te stellen, zodat het geactiveerd wordt, voordat de max toegestane limiet van 1,60 ATA bereikt wordt. INSTELLEN PO2 ALARM informatie bevat (Fig. 34): > Letters PO2 en AtA > Instelpuntwaarde, knipperend. > Symbool MAX • • • • • Fig. 34 - InstellenPO2 Alarm 42 Drukt u kort op de S-knop (<2 seconden) dan verhoogt u het instelpunt van 1,20 (ATA) tot 1,60 (ATA) in stappen van 0,10 (ATA).
INSTELLEN U GROEP (VOORZIENINGEN) Set U reeks: SET U > Wet Activation > Units > Safety Stop > Conservative Factor > Backlight Duration > Sampling Rate > TMT 1 > TMT 23 USE > TMT 2 (or BUD 1) > TMT 3 (or BUD 2). TMT is de afkorting voor Zender BUD is de afkorting voor Buddy. > De groep SET U kan ook gewijzigd worden met behulp van het PC-programma Settings Upload. > SET U instellingen zijn permanent, totdat u ze zelf weer wijzigt.
INSTELLEN NATTE ACTIVERING informatie bevat (Fig. 36): > Letters WET > Instelpunt met letters ON (of OFF) knippert. • • • • • Drukt u op de S-knop om te schakelen tussen ON en OFF. Drukt u kort op de A-knop (< 2 seconden) dan slaat u de instelling op en/of gaat u door naar het scherm van de eenheden, het instelpunt knippert. Drukt u herhaaldelijk op de A-knop (<2 seconden) dan loopt u door de andere schermen van de functiesinstellingen.
INSTELLEN MEETEENHEDEN informatie bevat (Fig. 37): > Letters UNIT > Instelpunt symbolen/letters BAR, C, en M (of PSI, FT) knipperend. • • • • • F, en Drukt u kort op de S-knop dan schakelt u tussen Engels (F, FT, PSI) en Metrisch (C, M, BAR). Drukt u kort op de A-knop (< 2 seconden) dan slaat u de instellingen op en/of gaat u verder naar het scherm voor het instellen van de veiligheidsstop, waari de tijd knippert.
INSTELLEN NORM VEILIGHEIDSSTOP informatie bevat (Fig. 38): > Letters SAFE > Symbolen STOP en TIME. >Instelwaarde voor de veiligheidsstop, knipperend. > Instelpunt voor de diepte van de veiligheidsstop en het sybool M (of FT). • • • • • • • Fig. 38 - Instellen veiligheidsstop 46 Drukt u kort op de S-knop (< 2 seconden) dan loopt u door de stoptijd-instelpunten van OFF, 3:00, en 5:00 (minuten:seconden).
INSTELLEN CONSERVATIEVE FACTOR informatie bevat (Fig. 39): > Letters CONS > Instelpunt ON (of OFF), knipperend. > Symbolen TIME en NDC. • • • • • Drukt u kort op de S-knop (< 2 seconden) dan schakelt u tussen ON en OFF. Drukt u kort op de A-knop (< 2 seconden) dan slaat u de instelling op en /of gaat u door naar het scherm waar u de duur van het achtergrondlicht kunt instellen: het instelpunt knippert. Drukt u herhaaldelijk op de A-knop (< 2 seconden) dan loopt u door de andere SET U-schermen.
INSTELLEN DUUR ACHTERGRONDLICHT informatie bevat (Fig. 40): > Letters GLO. > Symbool TIME. > Instelpunt knipperend. • • • • • Drukt u kort op de S-knop (< 2 seconden) dan loopt u door de loopt u deoor de instelwaarden van :00, :05, en:10 (seconden). Drukt u de A-knop kort in (< 2 seconden) dan slaat u de instelling op en/of gaat u door naar het instellen van de sampling rate, met het instelpunt knipperend. Drukt u de A-knop herhaaldelijk in (< 2 seconden) dan loopt u door de schermen van SET U.
INSTELLEN SAMPLING SNELHEID informatie bevat (Fig. 41): > Letters SAMP > Symbool TIME. > Instelpunt knipperend. • • • • • • Druk kort op de S-knop (<2seconden) en u loopt door de instelwaarden van :02, :15, :30, :60 (seconden). Drukt u op de S-knop, dan loopt u door de instelwaarden met een snelheid van 4 instelwaarden per seconde, totdat u de knop loslaat.
TMT is de afkorting voor zender (transmitter). INSTELLEN TMT 1 (Transmitter 1 Link Code) informatie bevat (Fig. 42): > Letters TMT1 en ON (of OFF) knipperend. > Instelpunt (Serienummer van de zender (Koppelingscode). • • • • • • • • • Fig. 42 - Instellen TMT 1 50 Drukt u kort op de S-knop (< 2 seconden) dan schakelt u tussen ON en OFF.
• • • • • • • • • • • • • • met een snelheid van 4 instelpunten per seconde. Drukt u kort op de A-knop (< 2 seconden) dan accepteert u het tweede cijfer en/ of gaat u door naar het derde cijfer dat nu knippert. DDrukt u herhaaldelijk op de S-knop dan vergroot u het derde cijfer van 0 tot 9 in stappen van 1. Drukt u op de S-knop, dan loopt u door de instelwaarden met een snelheid van 4 instelpunten per seconde.
INSTELLEN TMT 2-3 USE informatie bevat (Fig. 43): > Letters TMT en 2-3 USE. > Instelpunt SELF knipperend (of bud). • • • • Drukt u kort op de S-knop (< 2 seconden) dan schakelt u tussen SELF en BUD. Drukt u kort op de A-knop (< 2 seconden), dan accepteert u de instelling en/of gaat u door naar SET TMT2 (of BUD 1) met ON of OFF knipperend. Drukt u de A- en S-knoppen tegelijkertijd in gedurende 2 seconden, dan slaat u de instelling op en keert u terug naar het SET U-scherm.
INSTELLEN TMT 2 (Transmitter 2 Link Code)(of BUD 1) informatie bevat (Fig. 44): > Letters TMT2 (of BUD1) en ON (of OFF) knipperend. > Instelpunt (serienummer zender (koppelingscode). • Drukt u kort op de S-knop (< 2 seconden) dan schakelt u tussen ON en OFF. • Drukt u kort op de A-knop )< 2 seconden) dan accepteert u de ON/OFF-instelling • Indien OFF is geselecteerd, dan wordt SET TMT 3 (of BUD 2) overgeslagen en u gaat door naar het scherm SET U.
• • • • • • • • • • • • • 54 Drukt u op de S-knop (< 2 seconden), vergroot u het derde cijfer van 0 tot 9 in stappen van 1. Drukt u op de S-knop, dan loopt u door de instelwaarden met een snelheid van 4 instelpunten per seconde. Drukt u kort op de A-knop (< 2 seconden) dan accepteert u het derde cijfer van de code en/of gaat u door naar het vierde cijfer dat nu knippert. Drukt u op de S-knop (< 2 seconden), vergroot u het vierde cijfer van 0 tot 9 in stappen van 1.
INSTELLEN TMT 3 (Transmitter 3 Link Code) (of BUD 2) informatie bevat (Fig. 45): > Letters TMT3 (of BUD2), en ON (of OFF) knipperend. > Instelpunt (serienummer zender (koppelingscode). • • • • • • • • • Drukt u kort op de S-knop (< 2 seconden) dan schakelt u tussen ON en OFF. Drukt u kort op de A-knop )< 2 seconden) dan accepteert u de ON/OFF-instelling Indien OFF is geselecteerd, dan wordt SET TMT 3 (of BUD 2) overgeslagen en u gaat door naar het scherm SET U.
• • • • • • • • • • • • 56 Drukt u op de S-knop (< 2 seconden), vergroot u het derde cijfer van 0 tot 9 in stappen van 1. Drukt u op de S-knop, dan loopt u door de instelwaarden met een snelheid van 4 instelpunten per seconde. Drukt u kort op de A-knop (< 2 seconden) dan accepteert u het derde cijfer van de code en/of gaat u door naar het vierde cijfer dat nu knippert. Drukt u op de S-knop (< 2 seconden), vergroot u het vierde cijfer van 0 tot 9 in stappen van 1.
INSTELLEN T GROEP (TIJD/DATUM) Instellen T-reeks: SET T > Uurformaat > Uur> Minuut > Jaar> Maand> Dag > De groep SET T kan ook gewijzigd worden in het pcprogramma Settings Upload. SET T-instellingen blijven op de ingestelde waarden, totdat u ze zelf wijzigt. > FREE-modus gebruikt deze instellingen. > Dag van de week wordt automatisch ingesteld als de datum wordt ingesteld.
INSTELLEN UURFORMAAT informatie bevat (Fig. 47): > Letters HOUR > Instelpunt 12 (of 24), knipperend. > Symbool TIME. • • Fig. 47 - Instellen uurformaat • Drukt u de S-knop kort in (< 2 seconden) dan schakelt u tussen 12 en 24. Drukt u de A-knop kort in (< 2 seconden) dan slaat u het de uur-waarde op en gaat u verder naar het instellen van de tijd, waarbij het instelpunt (het uur), knippert (Fig. 48).
•Drukt u de S-knop in, terwijl het minuten-instelpunt knippert, dan loopt u door de instelwaarden met stappen van 1 minuut, met een snelheid van 4 per seconde, van :00 tot :59. • Drukt u kort op de A-knop (< 2 seconden), dan slaat u het minuteninstelpunt op en/of gaat u door naar het instellen van de datum. INSTELLEN DATUM (Jaar, Maand, Dag) op het scherm ziet u de letters YEAR, de maand en de datum (of de datum en de maand voor metrisch), met het instelpunt voor jaar knipperend (fig. 49).
SERIENUMMER (VT3) • Drukt u de A- en de S-knop gedurende 10 seconden tegelijkertijd in, tijdens de modus NORM of GAUG SURF, dan krijgt u toegang tot het serienummer-scherm van de VT3 (Fig. 50): > > > Letters SN Door de fabriek geprogrammeerd serienummer van de VT3. Versienummer van de fabriek (b.v., letters r1A). • Drukt u de A- en S-knop tegelijkertijd in gedurende 2 seconden, dan keert u terug naar het SURF-hoofdscherm.
NORM SURF ALT, informatie bevat (Fig. 51): > Letters voor de dag van de week (SAT, SUN, MON, TUE, WED, THU, FRI). > Temperatuur met een gradenpictogram en de letter F (of C) > Tijd van de dag (uur:minuten). • • • Drukt u kort op de A-knop (<2seconden) dan krijgt u toegang tot het scherm NORM PLAN. Drukt u de S-knop kort in, dan activeert u het achtergrondlicht. Het scherm keert terug naar het hoofdscherm NORM SURF indien u gedurende 2 seconden op de M-knop drukt of gedurende 2 minuten niets doet.
DIEPTE FT (M) 30 (9) 40 (12) 50 (15) 60 (18) 70 (21) 80 (24) 90 (27) 100 (30) 110 (33) 120 (36) 130 (39) 140 (42) 150 (45) 160 (48) 170 (51) 180 (54) 190 (57) NDL HR:MIN 4:20 (4:43) 2:17 (2:24) 1:21 (1:25) :57 (:59) :40 (:41) :30 (:32) :24 (:25) :19 (:20) :16 (:17) :13 (:14) :11 (:11) :09 (:09) :08 (:08) :07 (:07) :07 (:06) :06 (:06) :05 (:05) NDLs, LUCHTduik op zeeniveau (nog geen duik gemaakt) Kijk in de tabellen op pagina 150 en 151 voor de volledige lijst met nietdecompressielimieten op zeeniveau en
Is de FO2 voor GAS1 ingesteld op een numerieke waarde (21 to 50%), dan worden de letters NITROX en de maximale diepte zoals die bepaald is door de instelwaarde van het PO2-alarm weergegeven. Indien de beperkende factor de zuurstoftijd is, dan worden de symbolen TIME en O2 weergegeven. Idien de beperkende factor stikstof is, dan ziet u de symbolen TIME en NDC. • • • Drukt u kort op de A-knop (< 2 seconden) voor een eerste duik van een nieuwe serie, dan gaat u door naar de LOG-modus.
Fig. 53A - PDPS (Nitrogen bepaalt) PDPS informatie bevat (Fig. 53A/B): > Waarden voor de geplande diepte en symbool M (meter) of F (voet). > PO2 Alarm-instelwaarde en letters PO2, indien nitrox is ingesteld. > Symbolen TIME en NDC (of O2 als dat de bepalende factor is). > Toegestane duiktijd (UUR:MIN) voor de FO2 ingeseld GAS 1 . > Pictogram fles 1 voor GAS 1. > Symbool NITROX, indien ingesteld als nitroxduik. > Max toegestane diepte en symbolen MAX en FT (of M).
Tijdens de eerste 2 uur na een duik• Druk 3 keer kort op de A-knop (< 2 seconden) terwijl u in het hoofdscherm NORM SURF bent: u opent de FLY-modus. (NORM SURF MAIN > ALT > PLAN > FLY, of • Druk 2 keer kort op de A-knop (< 2 seconden) terwijl u in de GAUG-modus bent en u hebt toegang tot de FLYmodus.(GAUG SURF MAIN > ALT > FLY). TIJD TOT VLIEGEN informatie bevat (Fig. 54): > Letters FLY en symbool TIME. > Afteltijd (uur:min).
SAT-MODUS (UITWASSING) De aftelklok voor de uitwassing (van stikstof of zuurstof) biedt een berekende voor de weefseluitwassing op zeeniveau. Hierbij wordt rekening gehouden met de ingestelde conservatieve factor. De aftelklok begint 10 minuten nadat u aan de oppervlakte bent gekomen van 23:50 max tot 0:00 (uur:min).
UITWASTIJD informatie bevat (Fig. 55): > Letters SAT en symbool TIME. > Aftelklok (uur:min). > Batterijpictogram (indien er een waarschuwingssituatie is aangaande het batterijniveau (knipperend bij een te laag batterijniveau) • • • • Drukt u kort op de A-knop (< 2 seconden) dan gaat u verder naar de LOG-modus. Drukt u gedurende 2 seconden op de M-knop, dan keert u terug naar het hoofdscherm NORM GAUG. Indien u gedurende 2 minuten op geen knop drukt, keert u terug naar de hoofdschermen NORM of GAUG SURF.
De duiken worden vna 1 tot 24 genummerd, beginnend bij nr. 1 iedere keer dat u een nieuwe serie duiken begint. Nadat de VT3 uitschakelt na 24 uur, start de eerste duik van een nieuwe serie weer bij #1. Toegang tot de LOG-modus: • Tijdens de eerste 10 minuten na een duik hebt u toegang tot de LOG-modus indien u: in het NORM of GAUG SURF-hoofdscherm 1 maal kort op de A-knop drukt (< 2 seconden).
• • • • • • Drukt u kort op de S-knop (< 2 seconden) tijdens het bekijken van het overzichtsscherm, dan komt u in het eerste gegevensscherm van de duik die u bekijkt. Dit scherm bevat stikstofgegevens. Indien het een nitroxduik betreft, krijgt u toegang tot de andere gegevens door nogmaals op de S-knop te drukken. Scherm 2 is zuurstofdata. Bent u in de GAUGmodus (bij een overtreding of door eigen keuze), dan wordt dit scherm niet weergegeven.
LOG GEGEVENS 1 informatie bevat (Fig. 57): > Letters NO-D, DECO, GAUG, of VIOL. > TLBG met het maximale opgebouwde segment knipperend, de andere segmenten staan vast op het niveau tijdens het beëindigen van de duik. Alle segmenten knipperen voor een verlate of volledige overtreding. > VARI - toont de max opstijgsnelheid die gedurende 4 opeenvolgende seconden opgetreden is tijdens die duik. > Temperatuur (minimum vastgesteld tijdens de duik) en letters F (of C).
LOG GEGEVENS 2 (bij een nitroxduik) informatie bevat (Fig. 58): > Lettters O2. > O2 diagram, segmenten geven opgebouwde zuurstofblootstelling weer aan het einde van de duik. > Waarde van Max PO2 (ATA) bereikt en de letters PO2. > GAS 1 FO2 instelwaarde voor die duik en symbool FO2. > Pictogram fles 1 voor GAS 1. > Symbool NITROX. • • • Drukt u kort op de S-knop dna gaat overzichtscherm van de duik ervoor.
NORM/GAUG GESCHIEDENIS-MODUS HISTORY-modus geeft alle NORM en GAUG-duiken die met de VT3 gemaakt zijn. Het vervangen van de batterij heeft geen invloed op de opgeslagen informatie. 10 minuten na een duik • Druk 6 maal kort op de A-knop (< 2 seconden) terwijl het NORM SURF hoofdscherm weergegeven wordt: u hebt nu toegang tot HISTORY. (NORM SURF MAIN > ALT > PLAN > FLY > SAT > LOG > HISTORY), of • Druk 4 maal kort op de A-knop tijdens het hoofdscherm GAUG SURF voor toegang tot HISTORY.
HISTORY 2 scherminformatie bevat (Fig. 60): > Letters SEA (of EL 2 tot EL 13), hoogste hoogte waarop een NORM of GAUG-duik uitgevoerd werd. > Temperatuur, laagste geregistreerde van alle NORM en GAUG-duiken. > Max diepte geregistreerd tijdens alle NORM en GAUGduiken met symbolen FT (of M) en MAX. • • • Drukt u kort op de S-knop (< 2 seconden) dan gaat u door naar de hoofdschermen NORM of GAUG SURF.
OVERZICHT VAN WEERGEGEVEN SYMBOLEN EN PICTOGRAMMEN SYMBOLEN BAR (of) PSI STOP TIJD (of) DUIKTIJD BETEKENIS Drukeenheid van de geselecteerde fles.
WAARSCHUWING: Voordat u met de VT3 duikt, moet u ook de Oceanic duikcomputer veiligheidsen referentiehandleiding gelezen en begrepen hebben. (Doc. No. 12-2262), Deze biedt belangrijke waarschuwingen en veiligheidsadvies alsook algemene informatie.
Slechte Ontvangst Afstand (groter dan 6 voet/2 meter) Best Reception Area Slechte Ontvangst Gebied Slechte Ontvangst Gebied Slechte Ontvangst Gebied Slechte Ontvangst Gebied Zendersignaal ontvangstgids 76
PLAATSING VAN DE VT3 De zenders (TMTs) zenden lage frequentie signalen die naar buiten toe stralen in een halve cirkel patroon dat parallel is aan de lengte van de zender. Een ronde antenne in de VT3 ontvangt de signalen indien deze binnen de zone geplaatst is, parallel aan of in een hoek van 45 graden met de TMT, zoals op pagina 76 getoond wordt.
DTR = NDC (Niet-deco) a DTR = OTR Een onderbreking van de koppeling met de zender kan ook voorkomen als de VT3 in een gebied is binnen 1 meter (3 voet) van een onderwaterscooter die aan staat. De koppeling wordt 4 seconden nadat de scooter uitgezet is of de VT3 uit de buurt gehouden wordt, hersteld, Gebruikt u een strobe dan kan er tijdelijk een onderbreking ontstaan als de strobe knippert. De koppeling wordt weer binnen 4 seconden hersteld.
RESTERENDE NIET-DECOMPRESSIETIJD (NDC) De resterende niet-decompressietijd is de maximale tijd die u op uw huidige diepte kunt blijven, voordat u de decompressiemodus ingaat. Deze wordt berekend op basis van de hoeveelheid opgenomen stikstof berekend aan de hand van theoretische weefselcompartimenten. De snelheid waarmee ieder van deze compartimenten stikstof opneemt en weer uitwast, is wiskundig gemodelleerd en vergeleken met een maximaal toegstaan stikstofniveau.
Resterende zuurstofopbouwtijd (OTR) Is de VT3 ingesteld op nitrox, dan verschijnt de zuurstofopbouwtijd (verzadiging of blootstelling) die u tijdens de duik of een periode van 24 uur hebt opgebouwd, op het scherm in het O2 diagram (O2BG) (Fig. 64a). Als de resterende tijd tot de limiet voor zuurstofblootstelling afneemt, worden er segmenten aan het O2BG toegevoegd.
Luchtverbruik en diepte worden constant in de gaten gehouden en de resterende luchttijd wordt aan iedere wijziging aangepast. Als uw buddy bijvoorbeeld van uw octopus gaat ademen, of u zwemt plotseling tegen de stroom in, dan is het luchtverbruik hoger, de VT3 herkent dit onmiddellijk en past de resterende luchttijd (ATR) direct aan.
In dit geval moet u echter onmiddellijk met een gecontroleerde opstijging beginnen, terwijl u de flesdruk in de gaten houdt. Dit is echter geen reden tot paniek. De VT3 heeft rekening gehouden met de lucht die u nodig hebt voor een veilige opstijging inclusief alle benodigde stops, ook decompressiestops, indien die nodig zijn. Voorbeeld: • U stelt het alarm voor de einddruk in op 20 BAR (300 PSI). • U bevindt zich op een diepte van 20 M (60 voet).
BEDIENING VAN DE WEERGAVEN Tijdens de duikmodi is er een hoofscherm (standaard) relevant is voor de betreffende modus (niet-deco, deco, met belangrijke informatie GAUG, FREE, etc). die De alternatieve (ALT) weergaven kunt u openen door op de A-knop te drukken. Er verschijnt dan extra informatie. Het hoofdscherm keert automatisch terug na 3 seconden. • MAIN > ALT 1 (Temp/Tijd) > ALT 2 (EDT/ATR) > ALT 3 (O2 gegevens indien op nitrox ingesteld) Alarmen kunnen drukken.
NATTE CONTACTEN De activering van de duikmodus via natte contacten is een functie die u op ieder willekeurig tijdstip op ON kunt instellen (aan). De VT3 is uitgerust met contacten die automatisch de duikmodus activeren indein de ruiimte tussen de contacten overbrugd wordt met een geleidend materiaal (onderdompeling in water) en een diepte van 1,5 M (5 FT) bereikt wordt gedurende 5 seconden. De contacten zijn de pinnetjes die gebruikt worden interface poort plus de steeltjes van de knoppen.
W AARSCHUWING: Voordat u met de VT3 duikt, moet u ook de Oceanic duikcomputer veiligheids- en referentiehandleiding gelezen en begrepen hebben. (Doc. No. 12-2262), Deze biedt belangrijke waarschuwingen en veiligheidsadvies alsook algemene informatie.
GEBRUIKTE AFKORTINGEN: TLBG = WEEFSELVERZADIGINGSDIAGRAM O2BG = ZUURSTOFOPBOUWDIAGRAM VARI = VARIABELE OPSTIJGSNELHEIDSINDICATOR DTR = RESTERENDE DUIKTIJD ATR = RESTERENDE LUCHTTIJD Fig. 69 - NORM DUIK GEEN DECO hoofdweergave 86 NORM NIET-DECOMPRESSIEDUIKMODUS Is de functie Natte activering op ON ingesteld, dan begint de VT3 de duikmodus iedere keer dat u dieper dan 1,5 M (5 FT) komt.
• • • Tijdens de hoofdweergave van een normale duik, kunt u op de A-knop drukken(< 2 sec) om het alternatieve scherm 1 te zien. Wordt het NORM ALT 1-scherm weergegeven, druk dan kort op de A-knop om NORM ALT 2 te bekijken. Tijdens de weergave van NORM ALT 2 drukt u kort op de A-knop om NORM ALT 3 te bekijken.
Gedurende de tijd dat het alarm afgaat, hebt u geen toegang tot de Gaswisseloverzichten de alternatieve schermen. Weergave NORM NIET-DECO ALT 2, informatie bevat (Fig.
Weergave NORM NIET-DECO ALT 3 (indien ingesteld op nitrox), Informatie bevat (Fig. 72) > TLBG voor de stikstoflading > VARI tijdens de opstijging > O2BG > Letteres GAS1 (of 2 of 3) voor het geselecteerde gas > Niveau PO2 (ATA) met letters PO2 > FO2 instelling en symbool FO2 > Flespictogram voor het geselecteerde gas (1, 2, of 3) > Symbool NITROX > Huidige diepte en symbool M (of FT) • De weergave keert na 3 seconden terug naar het hoofdscherm.
De veiligheidsstop wordt weergegeven, totdat de aftelklok op 0:00 staat of u afdaalt onder de 10 M (30 FT), of u komt aan de oppervlakte. Er is geen straf als u eerder aan de oppervlakte komt. Indien de veiligheidsstop dit scherm niet tijdens op de OFF is ingesteld, opstijging. verschijnt Hoofdweergave VEILIGHEIDSSTOP NORM NIET-DECODUIK Informatie bevat (Fig.
DECOMPRESSIE DUIKMODUS De VT3 is ontworpen om u te helpen door u een idee te geven van hoe dicht u bij de niet-decompressielimiet bent. De decompressieduikmodus wordt geactiveerd als de theoretische niet-decompressietijden dieptelimieten overschreden. worden Bij het binnengaan van de decompressiemodus klinkt het alarm, de LED knippert en de boodschap DECO > STOP loopt door het scherm (3/4 seconde aan, 1/4 seconde uit), totdat u het alarm bevestigd, of gedurende 10 seconden (tenzij het alarm op OFF staat).
Om te voldoen aan de decompressie, moet u een gecontrolleerde opstijging uitvoeren tot een diepte iets dieper (Fig. 75a) of gelijk aan de vereiste stopdiepte (Fig. 75b) die aangegeven wordt, en daar blijft u gedurende de tijd die aangegeven wordt (Fig. 75c). De hoeveelheid decompressie krediettijd die krijgt iets minder krediet des te dieper u bevindt.
• Druk kort op de A button (< 2 sec) om DECO STOP ALT 1 te bekijken en dan ALT 2 en ALT 3. DECO MAIN > ALT 1 > ALT 2 > ALT 3 • Druk gedurende 2 seconden op de M-knop om het menu voor de gaswissel of de flesdruk van uw buddy te openen.
Fig. 77 - DECOSTOP ALT 2 Weergave DECO STOP ALT 2, informatie bevat (Fig.
OVERTREDINGSMODI Tijdens een overtredingsmodus hebt u toegang tot bovenstaande schermen met de Aknop. Het achtergrondlicht activeert u door de S-knop te gebruiken. De alarmen bevestigd/zet u uit met de A-knop. • Alternatieve weergaven zijn gelijk jaan die van de DECO-schermen. Zij keren na seconden terug naar de hoofdweergave (standaard), tenzij u op de A-knop drukt. 3 NORM CONDITIONELE OVERTREDING Indien u opstijgt (Fig. 79a) boven de vereiste decompressiestopdiepte (Fig.
OPMERKING: Bij het binnengaan van een van de volgende 3 verlate overtredingsmodi, knippert de LED en klinkt het alarm, zelfs als deze op OFF zijn ingesteld. In dit geval kan het alarm niet bevestigd/uitgezet worden. Fig. 80 - NORM VERLATE OVERTREDING #1 hoofd NORM VERLATE OVERTREDING #1 (Fig. 80) Indien u boven de vereiste stopdiepte blijft gedurende meer dan 5 minuten, dan knipperen het volledige TLBG en de pijl naar beneden, totdat u afdaalt tot onder de vereiste diepte.
In het geval van de verlate overtreding #2, moet u een gecontrolleerde opstijging maken tot iets dieper dan en zo dicht mogelijk bij de 18 M (60 FT), zonder dat het TLBG knippert. Indien de vereiste stopdiepte 15 M (50 FT) enz. aangeeft, kunt u naar die diepten opstijgen en de decompressie voortzetten. NORM/GAUG VERLATE OVERTREDING #3 (Fig.
ONMIDDELLIJKE OVERTREDING EN OVERTREDINGSGAUGE-MODUS Indien er een decompressiestopdiepte nodig is die dieper is dan 18 M (60 FT), dan gaat u de onmiddellijke overtredingsmodus in. Deze situatie wordt voorafgegaan door een verlate overtredingsmodus #2. De VT3 functioneert dan alleen nog in de overtredingsgaugemodus, gedurende de rest van de duik en tot 24 uur na die duik.
De VT3 gaat 5 minuten nadat u aan de oppervlakte bent gekomen na een duik waarin zich een verlate overtreding voordeet, ook een onmiddellijke overtredingsmodus in. Overtredingsgaugemodus aan de oppervlakte geeft u geen toegang tot de functies/schermen SET F, PLAN, FLY, en SAT. De aftelklok die verschijnt als u probeert het scherm Tijd tot vliegen te openen is niet de tijd tot vliegen. Deze tijd wordt slechts weergegeven om u te informeren hoe lang het duurt voordat de normale functies weer beschikbaar zijn.
WAARSCHUWING: Indien er zich een hoge PO2 toestand voordoet tijdens een decomodus, dan vervangt de boodschap HIGH > PO2 de DECOboodschap, totdat PO2 < 1.60. NORM HOGE PO2 Indien de deeldruk van zuurstof (PO2) gelijk aan of groter wordt dan 0.2 ATA minder dan het ingestelde PO2-alarm (een instelling in groep SET A); dan knippert het LED, klinkt het alarm en de boodschap HIGH > PO2 loopt over het scherm, totdat het alarm bevestigd/uitgeschakeld is.
HOGEZUURSTOFOPBOUW Het O2-diagram (O2BG) toont de opgebouwde zuurstoftijd tijdens die duik of gedurende de herhalingsduiken met nitrox die u tijdens een periode van 24 uur maakt. De waarde van deze twee die het grootst is, wordt getoond. Met het O2BG kunt u in de gaten houden hoe dicht u bij de limiet voor zuurstofblootstelling komt. Een tabel met de O2-limieten volgens NOAA vindt u op pagina 151.
SAMENVATTING VAN NORM/GAUG WAARSCHUWINGSALARMBOODSCHAPPEN EN BOODSCHAP BETEKENIS DECO > STOP > xxF (M) DOWN > TO > xxF (M) DECO > STOP > 60F (18M) HIGH > PO2 UP > HIGH > PO2 UP > HIGH > O2 TOO > DEEP UP > VIOL SLOW > SLOW LOW > AIR > TIME LOW > DIVE > TIME TURN > GAS > ALRM END > GAS > ALRM TIME > TOO > LONG UP > HIGH > NI TMT1 > LINK > LOST U gaat de decompressiemodus in. Boven de vereiste decostopdiepte. Decostop dieper dan 18 M (60 FT) vereist. Hoge PO2 tijdens de decomodus.
WAARSCHUWING: Voordat u met de VT3 duikt, moet u ook de Oceanic duikcomputer veiligheids- en referentiehandleiding gelezen en begrepen hebben. (Doc. No. 12-2262), Deze biedt belangrijke waarschuwingen en veiligheidsadvies alsook algemene informatie.
GASMENGSEL WISSELEN (ALLEEN NORM) Tijdens normale duiken (NORM) kan de VT3 handmatig overschakelen van GAS1 naar GAS2 naar GAS3. Hierbij wijzigen de FO2-weergaven en de berekeningen voor de ingestelde FO2-waarden voor GAS1 naar GAS2 en GAS3, gaan automatisch. Gebruikt u de zenders, dan wijzigen ook de druk en berekeningen van TMT1 naar TMT2 naar TMT3. OPMERKING: U kunt geen gaswissel aan de oppervlakte uitvoeren, of als u de TMT2 en TMT3 ingesteld hebt op buddyflesdruk, of in de GAUG-modus.
Als gevolg van de kans op te weinig lucht in de fles waarvan u overschakelt, is een wissel naar een verplichte mix wel mogelijk. Indien de wissel gemaakt wordt naar de verplichte mix, terwijl u zich in de NORM niet-decoduikmodus bevindt, wordt het alarm voor een hoge PO2 geactiveerd. Wordt de wissel gemaakt naar de verplichte mix tijdens een decoduikmodus, dan vervangt de boodschap HIGH > PO2 de rollende tekst DECO, totdat de PO2 weer normaal is.
GAS 1 wisseloverzicht, informatie bevat (Fig. > Letters GAS1 > TLBG, voor de stikstoflading > VARI, tijdens de opstijging > O2BG, indien aanwezig > FO2 instelwaarde voor GAS1 en symbool FO2 > Flespictogram voor GAS1 > Symbool NITROX > Huidige diepte en symbool M (of FT) Fig. 89 - GAS 1 WISSELOVERZICHT • 89) - Druk kort op de M-knop (< 2 seconden) om het gaswisseloverzichtscherm voor GAS2 10 seconden openen. te GAS 2 WISSELOVERZICHT, informatie bevat (Fig.
OVERSCHAKELEN VAN GAS1 NAAR GAS2 • Terwijl u het overzichtsscherm voor GAS2 bekijkt, drukt u gedurende 2 seconden op de M-knop.De VT3 schakelt dan FO2 van GAS1 over naar GAS2 en de ontvanger van TMT1 naar TMT2 (indien actief). • Na de wissel ziet u op het hoofdscherm de informatie voor GAS2 (Fig. 91). Is TMT2 actief, dan wordt de resterende luchttijd berekend op basis van de druk in fles 2.
GAS 3 WISSELOVERZICHT, informatie bevat (Fig. 92) > Letters GAS3 > TLBG, voor de stikstoflading > VARI, tijdens de opstijging > O2BG, indien aanwezig > FO2 instelwaarde voor GAS3 en symbool FO2 > Flespictogram voor GAS3 > Symbool NITROX > Huidige diepte en symbool M (of FT) • Druk kort op de M-knop (< 2 seconden) om het gaswisseloverzichtscherm voor GAS1 10 seconden openen. te OVERSCHAKELEN VAN GAS2 NAAR GAS3 • Terwijl u het overzichtsscherm voor GAS3 bekijkt, drukt u gedurende 2 seconden op de M-knop.
FLESDRUK BUDDY (alleen NORM) Tijdens NORM-duiken, kunt u de VT3 gebruiken om de flesdruk te controleren van uw buddies (1 of 2). Hiervan hebt u dan de TMT koppelingscodes (serienummers) ingevoerd als TMT2-3 in het menu SETU. OPMERKING: deze functie kan niet gebruikt worden als u TMT 2-3 ingesteld hebt op SELF (voor gaswissels) of als u in de GAUG-modus werkt. U kunt de flesdruk van uw buddy alleen bekijken als een hoofdscherm van NORM DIVE weergegeven wordt.
overzichtsscherm TMT 2-3 USE weergegeven wordt, dan start een zoektocht voor BUD1 (TMT2) en de letters BUD en SEArCH worden weergegeven (Fig. 94) gedurende max 5 seconden. OPMERKING: U hoeft verder niet op een knop te drukken. De weergaven wijzigen automatisch en keren dan terug naar het hoofdscherm NORM DIVE. Fig. 94 - BUDDY ZOEK • Na 5 seconden, of minder als het signaal van de buddyzender (TMT2) eerder gevonden wordt, verschijnt het scherm BUD1 met de letters BUD1 en de flesdruk van BUD1 (Fig.
(Fig. 96) geven aan dat uw buddy buiten bereik is of dat de VT3's TMT2 (of 3) instelling niet overeenkomt met het serienummer van de TMT van uw buddy. FLESDRUK CONTROLE VAN BUDDY AAN OPPERVLAKTE U kunt een flesdrukcontrole aan de oppervlakte uitvoeren door de statuscontroleschermen van de TMT te openen, terwijl een hoofdscherm NORM SURF weergegeven wordt. • • • Houdt u de S-knop gedurende 2 seconden ingedrukt, dan activeert u de ontvanger van de VT3 en opent u het statusscherm mete de flesdrukken.
NORM DIVE hoofd TMT 2-3 USE ingesteld op SELF M 2 sec << of >> M < 2 sec Schakelt van Gas 3/TMT 3 naar Gas 1/TMT 1 (na 3 sec) M < 2 sec GAS 1 OVERZICHT M 2 sec M < 2 sec Schakelt van Gas 1/TMT 1 naar Gas 2/TMT 2 (na 3 sec) M 2 sec GAS 2 OVERZICHT M < 2 sec Schakelt van Gas 2/TMT 2 naar Gas 3/TMT 3 (na 3 sec) M 2 sec GAS WISSEL oF BUDDY FLESDRUK BUD ZOEK 2 to 5 sec BUD1 DRUK 3 sec GAS 3 OVERZICHT M < 2 sec TMT 2-3 USE ingesteld op BUD BUD2 DRUK 3 sec Terug naar hoofdscherm NORM DIVE 112
WAARSCHUWING: Voordat u met de VT3 duikt, moet u ook de Oceanic duikcomputer veiligheids- en referentiehandleiding gelezen en begrepen hebben. (Doc. No. 12-2262), Deze biedt belangrijke waarschuwingen en veiligheidsadvies alsook algemene informatie.
POSTDUIK OPPERVLAKTEMODUS Als u opstijgt tot 0,6 M (2 FT), dan gaat de VT3 over in de oppervlaktemodus en begint het oppervlakteinterval te tellen. OVERGANGSPERIODE Indien u afdaalt tijdens de eerste 10 minuten nadat u aan de oppervlakte bent gekomen (dit is de overgangsperiode), dan wordt de tijd onder water gerekend als een voortzetting van de vorige duik. De tijd aan de oppervlakte (indien minder dan 10 minuten), wordt niet als duiktijd gerekend.
ALTERNATIEVE OPPERVLAKTEweergave tijdens overgangsperiode(Fig. 98) • Druk kort op de A-knop (< 2 seconden) terwijl u het hoofdscherm van NORM SURF bekijkt: het alternatieve scherm wordt geopend. • Met een druk op de S-knop activeert u het achtergrondlicht. • Druk kort op de A-knop (< 2 seconden) terwijl u het alternatieve scherm bekijkt om het logoverzichtsscherm te openen voor die duik. • Het scherm keert na 2 minuten terug naar het hoofdscherm van NORM SURF, tenzij u op de A-knop drukt.
Nadat u 10 minuten aan de oppervlakte hebt doorgebracht, stopt de dubbele punt van de oppervlakte-intervaltijd, waarmee aangegeven wordt dat de duik en de overgangsperiode voltooid zijn. Daalt u nu opnieuw af, dan wordt dat als een nieuwe duik gerekend. NA DE OVERGANGSPERIODE Na de overgangsperiode hebt u weer volledige toegang tot ander SURF, FREE SURF, PLAN, FLY SAT, LOG, HISTORY, SET, etc.). • • modi (bijv. GAUG Druk op de S-knop om het achtergrondlicht te activeren.
WAARSCHUWING: Voordat u met de VT3 duikt, moet u ook de Oceanic duikcomputer veiligheids- en referentiehandleiding gelezen en begrepen hebben. (Doc. No. 12-2262), Deze biedt belangrijke waarschuwingen en veiligheidsadvies alsook algemene informatie.
GAUGE-OPPERVLAKTEWEERGAVEN Hebt u de gauge-modus (GAUG) gekozen als functie, dan fungeert de VT3 als een digitale diepte/tijdmeter, zonder dat er stikstofen zuurstofberekeningen uitgevoerd worden. • Terwijl u het hoofdscherm NORM SURF open hebt, drukt u gedurende 2 seconden op de M-knop voor toegang tot het hoofdscherm GAUG SURF. Is er geen GAUG-duik uitgevoerd, druk dan gedurende 2 seconden op de M-knop om het hoofdscherm FREE SURF te openen.
• • Druk de A- en S-knoppen gedurende 2 seconden tegelijkertijd in om toegang tot het SET-menu te hebben (F > A > U > T). Druk de S-knop gedurende 2 seconden in om het statusscherm van de batterij/TMT te zien. the S button for 2 seconds to access Battery/TMT Status screens. Gaswissel en buddy flesdruk kunnen niet uitgevoerd worden in de GAUGmodus. Daalt u af naar 1,5 M (2 FT), dan gaat de VT3 de GAUGduikmodus in.
Weergave GAUG DUIK ALT 1, informatie bevat (Fig. 102) > Letters voor de dag van de week (MON, TUE, etc.) > Temperatuur met het gradenpictogram en de letter C (of F) > Tijd (uur:min). • • Fig. 102 - GAUG DUIK ALT 1 Druk kort op de A-knop (< 2 sec) voor GAUG DUIK ALT 2. De weergave keert na 3 seconden terug naar de hoofdweergave GUAG DUIK, indien u niet op een knop drukt. Weergave GAUG DUIK ALT 2, informatie bevat (Fig.
WAARSCHUWING: Voordat u met de VT3 duikt, moet u ook de Oceanic duikcomputer veiligheids- en referentiehandleiding gelezen en begrepen hebben. (Doc. No. 12-2262), Deze biedt belangrijke waarschuwingen en veiligheidsadvies alsook algemene informatie.
FREE-DIVEMODUS Hebt u FREE (Free-divemodus) als functie gekozen, dan werkt de VT3 als een digitale dieptemeter met beperkte functies. Stikstoflading wordt berekend op basis van een standaard FO2 voor lucht en de resterende hoeveelheid gedurende 24 uur wordt overgebracht tussen FREE en NORM-modi. FREE-modus alarmen en hun instelwaarden zijn onafhankelijk van de instelwaarden voor NORM en GAUG. Zij kunnen niet uitgezet worden.
• • • • • • Druk op de S-knop om het achtergrondlicht te activeren. Druk 2 seconden op de M-knop voor toegang tot het hoofdscherm NORM SURF. Druk kort op de A-knop (< 2 seconden) voor toegang tot FREE SURF ALT 1. Druk kort op de A-knop (< 2 seconden) voor toegang tot FREE SURF ALT 2, terwijl u ALT 1 bekijkt. Druk gedurende 2 seconden op de A-knop voor toegang tot het statusscherm FREE SURF CDT (aftelklok) waarmee u de stopwatch kunt starten, instellen en stoppen.
Fig. 106 - FREE OPP ALT 2 Weergave FREE SURF ALT 2, informatie bevat (Fig. 106) > Letters FREE > Batterijpictogram indien er een laag batterijniveau is, dit knippert indien het niveau te laag is. > Letters LASt met symbolen DUIKTIJD en de verstreken duiktijd (min:sec) van de vorige FREE-DIVE, terwijl u zich nog in de FREE-duikmodus bevindt. Wordt na 24 uur op 0:00 gezet. > Symbole MAX en M (of FT) en de max diepte van de vorige free-dive die in de free-divemodus gemaakt is.
> Staat zonder • > Druk kort op de S-knop (< 2 seconden) om te schakelen tussen ON en OFF. Hebt u een tijd ingesteld, dan zal het schakelen tussen ON en OFF de aftelklok starten, wat u ziet aan de knipperende dubbele punt. • • Druk op de S-knop om het achtergrondlicht te activeren. Druk kort op de A-knop (< 2 seconden) om terug te keren naar de hoofdweergave FREE SURF.
Weergave instellen aftelklok FREE (Alleen oppervlakte), informatie bevat (Fig. 108) > Letters TIMR en SEt. > Symbool TIJD en instelling aftelklok (min:sec), dubbele punt vast, instelwaarde minuten knipperend. • Fig. 108 - INSTELLEN FREE CDT • • • • • Fig. 109 - INSTELLEN CDT SET (klaar voor Start) 126 Wanneer u de S-knop ingedrukt houdt terwijl de minuten knipperen, loopt u door de instelwaarden met een snelheid van 4 per seconde van 0: tot 59: in stappen van 1 (1:) minuut.
FREE-DIVE EDT (VERSTREKEN DUIKTIJD) ALARM Het alarm FREE EDT is vanuit de fabriek ingesteld op 30 seconden. Indien ingesteld op ON, klinken er 3 korte piepen en verschijnt de boodschap TIME kort in het scherm, iedere 30 seconden, terwijl de VT3 onder water in de FREE-DIVEmodus functioneert. • Druk gedurende 2 seconden tegelijkertijd op de A- en S-knop voor het instellen van het alarm FREE EDT, de instelwaarde knippert.
FREE-DIVE DIEPTE-ALARMEN (FDA) De VT3 heeft 3 free-dive diepte-alarmen diepten en OFF/ON gezet kunnen worden. > > die ingesteld kunnen worden op progressieve Is alarm 1 ingesteld op OFF, dan zijn ook alarm 2 en 3 uitgeschakeld. Is alarm 2 ingesteld op OFF, dan is ook alarm 3 uitgeschakeld. Bereikt u alle diepten die u hebt ingesteld, dan klinken de boodschap DPTH verschijnt 3 maal op het scherm.
INSTELSCHERM DIEPTEALARM 1 FREEDIVE (FDA 1), informatie bevat (Fig. 111) > Letters FDA1. > Instelwaarde ON of OFF, knipperend. > Letters diepte-instelpunt, knipperend indien > Symbolen MAX en M (of FT). • • > > > ON. Druk kort op de S-knop (< 2 seconden) om te schakelen tussen ON en OFF. Indien ingesteld op ON, dan knippert de waarde voor de diepte.
OPMERKING: Het bereik van beschikbare FDA 2 instelwaarden begint bij de volgende grotere waarde in M (FT) dan het ingestelde FDA 1-alarm. Instelscherm DIEPTEALARM 2 FREEDIVE (FDA 2), informatie bevat (Fig. 112) > Letters FDA2. > Instelwaarde ON of OFF, knipperend. > Letters diepte-instelpunt, knipperend indien > Symbolen MAX en M (of FT). • • > > > • • Fig. 112 - INSTELLEN DIEPTEALARM 2 FREE-DIVE 130 ON. Druk kOrt op de S-knop (< 2 seconden) om te schakelen tussen ON en OFF.
Instelscherm DIEPTEALARM 3 FREEDIVE (FDA 3), informatie bevat (Fig. 113) > Letters FDA3. > Instelwaarde ON of OFF, knipperend. > Letters diepte-instelpunt, knipperend indien > Symbolen MAX en M (of FT). • • > > • • ON. Druk kort op de S-knop (< 2 seconden) om te schakelen tussen ON en OFF. Indien ingesteld op ON, dan knippert de waarde voor de diepte.
hoofdscherm FREE-DIVE (standaard), informatie bevat (Fig. 114) > Letters FREE > TLBG, indien er resterende stikstof is van vorige NORM of FREE-dives gedurende de laatste 24 uur. > Temperatuur met het gradensymbool en C (of F) > Symbolen DUIK en TIJD met de verstreken duiktijd (min:sec). > Huidige diepte en symbool M (of FT). Fig. 114 - FREE-DIVE hoofd • • • Druk kort op de A-knop (< 2 seconde) voor toegang (gedurende 3 seconden) tot de FREE-DUIK ALT schermen.
Statusscherm FREE-DIVE CDT, informatie bevat (Fig. 116) > Letters TIMR en OFF (of ON), knipperend > TIJD-symbool en resterende afteltijd (min:sec) met de dubbele punt knipperend indien de klok loopt, 0:00 met de dubbele punt knipperend indien ON en er geen tijd over is. Indien OFF, dan wordt de ingestelde afteltijd weergegeven met een vaste dubbele punt. • • • • Druk kort op de S-knop (< 2 seconden) om tussen OFF en ON te schakelen.
FREE-DIVE Alarmen zijn onafhankelijk van NORM/GAUG-modi alarminstellingen en de alarmen die zich in die modi voordoen zijn onafhankelijk van de alarminstellingen van FREE-DIVEmodus. Fig. 118 - FREE-DIVE HOOFD (Tijdens CDT ALARM) de FREE CDT (aftelklok) ALARM Neemt de aftelklok voor het freediven af tot 0:00 (min:sec), dan klinken 3 maal 3 korte piepen, het rode LED knippert en de boodschap TIMR verschijnt 3 maal kort op het scherm (Fig. 118), dan worden de letters FREE weer vertoond.
FREE-DIVE EDT (verstreken duiktijd) ALARM Is het FREE EDT-alarm ingesteld op ON, voordat u een FREEDIVE maakt, dan klinken er 3 korte piepen, de rode LED knippert en de boodschap TIME verschijnt kort op het scherm (Fig. 120), daarna verschijnt de boodschap FREE weer. Dit FREE-DIVE Alarm is vanuit de fabriek zo ingesteld dat het iedere 30 seconden tijdens de FREE-DIVEmodus klinkt, indien het voor de duik op ON is ingesteld.
DECO TIJDENS EEN FREE-DIVE In het geval dat de stikstoflading toeneemt tot het waarschuwingsniveau waarbij alle segmenten van het TLBG en O2BG en de pijl naar boven knipperen, klinken er 3 maal 3 korte piepen, de rode LED knippert en de boodschap UP > VIOL verschijnt op het scherm (Fig. 122). Fig. 122 - FREE-DIVE HOOFD (Tijdens DECO) Na de piepen blijft de boodschap UP > VIOL over het scherm lopen, totdat u aan de oppervlakte komt.
WAARSCHUWING: Voordat u met de VT3 duikt, moet u ook de Oceanic duikcomputer veiligheids- en referentiehandleiding gelezen en begrepen hebben. (Doc. No. 12-2262), Deze biedt belangrijke waarschuwingen en veiligheidsadvies alsook algemene informatie.
UPLOADEN INSTELLINGEN EN GEGEVENS DOWNLOADEN De VT3 is uitgerust met een datapoort die zich aan de achterkant aan de linkerkant bevindt, waarmee de VT3 aan de usb-poort van een pc gekoppeld kan worden met behulp van de bijgeleverde interface-kabel. Op de OceanLog CD staat een USB-driver als onderdeel van het interface-systeem. Met de functie Settings Upload kunt u de instellingen van groep A (alarmen) van de VT3 wijzigen/instellen. Ook groep T (tijd/datum) is hiermee in te stellen.
PC • • • • • • • • • Voor eisen voor compatibiliteit: IBM ® , of compatibel, PC met usb-poort Intel ® Pentium 200 MHz of betere microprocessor Microsoft ® Windows ® 98 Second Edition, ME, NT, 2000, of XP Super VGA-kaart of compatibele videokaart (256 kleuren of meer) minimaal 800 X 600 pixels voor de scherminstelling 16MB beschikbaar RAM-geheugen 20MB vrije ruimte op de harde schijf Muis CD Rom drive Printer (optioneel) software-updates en ondersteuning, kijk op de website van met een Oceanic.
VERZORGING EN REINIGING Bescherm uw VT3 tegen shock, hoge temperaturen, chemicalien, en sabotage. Bescherm de lens voor krassen met een instrumentlensbeschermer. Kleine krasjes verdwijnen onder water. • • • b a Fig. 124 - VT3 behuizing achter 140 Spoel de VT3 in kraanwater af aan het einde van iedere duikdag, en controleer de VT3 om ervoor te zorgen dat de gebieden rond de lage druksensor (diepte) (Fig. 124a), de PC Interface-Poort (Fig. 124b), en de knoppen niet smerig zijn.
Oceanic adviseert u de jaarlijkse controle uit te dat de VT3 juist functioneert. De kosten voor onder de garantie. laten voeren de jaarlijkse om ervoor te zorgen inspectie vallen niet Zo verkrijgt u service: Neem uw VT3-systeem mee naar een geautoriseerde Oceanic Dealer of stuur hem naar het dichtstbijzijnde regionaal distributiecentrum. Om uw VT3-systeem naar terug te sturen naar Oceanic: • Sla alle duikgegevens in het LOG op of/en download alle gegevens in de pc.
DE BATTERIJ VERVANGEN OPMERKING: De onderstaande procedure moet nauwkeurig gevolgd worden. Schade als gevolg van een onjuist vervangen van de batterij valt niet onder de garantie. Als u de batterij van de VT3 vervangt, dan raden wij u aan ook de batterijen van de zenders te vervangenen vice-versa. De batterijcompartementen moeten alleen geopend worden in een droge en schone omgeving en met extreme voorzichtigheid om te voorkomen dat er vocht of stof binnenkomt.
VT3 • • verwijderen batterijklepje Vind de batterijkamer achterop de module. Terwijl u gelijkmatige druk naar binnen uitoefent op het doorzichtige klepje, draait u de ring van het klepje 10 graden met de klok mee door op de arm boven/rechts van de ring te drukken met een schroevedraaier met een klein blad (Fig. 125). OPMERKING: Indien beschikbaar kunt u een pincet gebruiken, door de punten in de kleine gaten in de ring te steken (Fig. 126). • • VT3 • • • Fig.
Batterij vervangen van de zender Zoek het batterijklepje aan het einde van de behuizing: • Steek een munt in de sleuf van het klepje en draai het tegen de klok in uit de behuizing (Fig. 128). • Verwijder de batterij uit de kamer en gooi hem weg volgens de lokale regels voor lithium batterijen. Inspectie VT3 en zender • Bekijk nauwkeurig alle naden op tekenen van beschadiging die tot onjuiste afdichting kunnen leiden.
Inspectie (vervolg) • Bekijk nauwkeurig de binnenkant van de batterijkamers op schade of corrosie, wat aangeeft dat er vocht in de eenheid is geweest. • Indien u corrosie ziete, retourneert u d eVT3-systeem naar de Oceanic-dealer en PROBEERT U NIET met de eenheid te duiken, voordat er service is uitgevoerd. • Vindt u vocht dan is het het beste de eenheid door een Oceanic-dealer te laten controleren en schoonmaken.
VT3 • • Fig. 130 - VASTDRAAIEN VT3 KLEPRING • batterij installeren (vervolg) Plaats het doorzichtige klepje (met o-ring) voorzichtig in positie op de rand van de batterijkamer. Druk hem nu gelijkmatig en volledig neer op zijn plek met dezelfde duim. Houdt het batterijklepje goed op zijn plek en met uw andere hand schuift u de klepring van uw duim op zijn plek rond de batterijkamer. De uitsteeksels op de ring passen in de inhammen die zich op 2 en 9 uur bevinden.
• • • Installeren batterij zender (vervolg) Plaats een nieuwe 3 volt, CR2, Lithium Batterij (Duracell model DL-CR2 of vergelijkbaar) met de positieve (+) kant naar beneden in de batterijkamer en de negatieve kant omhoog wijzend (Fig. 132). Zorg ervoor dat de batterij op de juiste manier geplaatst is en dat de o-ring van de klep overal gelijk zit. Plaats het batterijklepje voorzichtig met de veer in de behuizing en draai langzaam tegen de klok in. Gebruik daarna een munt en draai goed vast.
EEN ZENDER OP EEN AUTOMAAT PLAATSEN Om een zender op de eerste trap van een automaat te plaatsen, doet u he volgende: • Verwijder de bestaande hoge drukslang met manometer, of de hoge drukpoort van de poort die met HP gemarkeerd i s . • Vet de o-ring van de zender licht in met een halocarbon vet, zoals bijvoorbeeld Christo-Lube MCG111 (bijgeleverd in de Oceanic Batterij Kits). • Draai de zender met de klok mee in de HP poort (Fig. 134) en draai goed vast met een steeksleutel.
HOOGTE CONTROLE EN AANPASSING Voordat u de eerste duik van een serie herhalingsduiken uitvoert, controleert de VT3 de HOOGTE (de omgevingsdruk) als u hem activeert en vervolgens iedere 15 minuten, totdat u een duik maakt. > > > Metingen worden iedere 15 minuten gedaan gedurende 24 uur na de laatste duik. Metingen worden alleen uitgevoerd als de eenheid droog is. Er worden 2 metingen gedaan: de tweede 5 seconden na de eerste.
Indien de functie Conservatieve factor op ON is ingesteld, dan worden de toegestane duiktijden berekend voor de volgende hoogte (915 meter/3.000 voet). Alle aanpassingen voor hoogten boven de 3.355 meter (11.000 voete) worden dan gemaakt voor toegestane duiktijden voor 4.270 meter (14.000 voet). Indien de Conservatieve factor op zeeniveau op ON is ingesteld, dan worden de berekeningen gebaseerd op een hoogte van 1.000 meter (3.000 voet). De VT3 functioneert niet op hoogten boven 4.270 meter (14.000 voet).
NIET-DECOLIMIETEN METRISCH (UUR:MINUTEN) OP HOOGTE Hoogte (M) 0` 611` 9 1 6 ` 1 2 2 1 ` 1526` 1831` 2136` 2441` 2746` tot tot t o t tot tot tot tot tot tot 610` 915` 1220` 1525` 1830` 2135` 2440` 2745` 3050` Diepte (M) 9 4:43 12 2:24 15 1:25 18 0:59 21 0:41 24 0:32 27 0:25 30 0:20 33 0:17 36 0:14 39 0:11 42 0:09 45 0:08 48 0:07 51 0:06 54 0:06 57 0:05 3:51 2:03 1:10 0:49 0:34 0:27 0:21 0:17 0:14 0:11 0:09 0:08 0:07 0:06 0:06 0:05 0:05 3:37 1:52 1:06 0:45 0:33 0:26 0:19 0:16 0:12 0:10 0:08 0:07 0:06 0:06
SPECIFICATIES KAN GEBRUIKT WORDEN ALS • Duikcomputer (lucht of Nitrox) • Digital e dieptemeter/timer • Free-Dive • Met of zonder max 3 zenders NIET-DECOMODEL Basis: • Aangepast algoritme van Haldane • 12 weefselcompartimenten ZENDERS • Batterij en drukcontrole > iedere 2 minuten tijdens slaapperiode > iedere 2 seconden tijdens actieve periode • Opstart > Druk meer dan 8 bar (120 psi) > Batterij meer dan 2.
SPECIFICATIES NORM/GAUG INSTELLINGSMODI • Set F Groep (FO2 items): • FO2 GAS1 (Lucht, 21 tot 50%) • FO2 GAS2 (Lucht, 21 tot 100%) • FO2 GAS3 (Lucht, 21 to t100%) • FO2 Standaard(On/Off) • • (VERVOLGD) > Fabrieksinstellingen: > Lucht > Lucht > Lucht > On Set A Groep (Alarmen): • Hoorbaar Alarm / LED waarschuwing(On/Off) • Max diepte Alarm (30 tot 330 FT /10 tot 100 M) • Elapsed Dive Time Alarm (:10 tot 3:00 uur:min) • Max TLBG Alarm (1 to 7 segments) • Resterende duiktijdalarm (:00 tot :20 min) • Keerdr
SPECIFICATIES (VERVOLG) NORM/GAUG INSTELLINGSMODI (vervolg) • Set T Groep (Tijd/datum): Fabrieksinstellingen: • Uurformaat (12/24) > 12 • Tijd (uur:min) > tijd in fabriek • Datum (jaar/maand/dag) > 0101 2006 • VT3 Serienummer • Fabrieksinstelling > eigenlijke NORM Niet-decoduikweergave: • Hoofd (standaard) - TLBG, O2BG, VARI, ATR, Druk, Resterende duiktijd, Huidige diepte • Alternatief #1 - Day of Week, Temperature, Time of Day (hr:min) • Alternatief#2 - TLBG, O2BG, VARI, ATR, TMT #, Druk, Verstreken dui
SPECIFICATIES (VERVOLG) GAUG duikweergaven: • Hoofd (standaard) - letters GAUG, VARI, druk , huidige diepte • Alternatief 1 - Dag, Temperatuur, Tijd (uur:min) • Alternatief 2 - TMT #, VARI, Druk, Verstreken duiktijd, Resterende luchttijd, Max diepte FREE- Dive weergaven: • Hoofd (standaard) - letters FREE, Temperatuur, Verstreken duiktijd (min:sec), Huidige diepte • Alternatief 1 - Dag, temperatuur, tijd (uur:min) • CDT Status - letters TIMR (aftelklok), Instelling aftelklok (On/Off), resterende afteltij
SPECIFICATIES (VERVOLG) NUMERIEKE WEERGAVEN (vervolg): • Tijd tot uitwassing 23:50 max tot 0:00 hr:min* (* start 10 min na de duik) • Temperatuur 0 tot 140°F (-9 to 60°C) • Flesdruk 0 tot 5000 PSI (345 BAR) • Tijd 0:00:00 tot 23:59:59 uur:min • FREE-aftelklok 59:59 tot 0:00 min:sec • • Buiten bereik (- - -) Overtreding aftelklok Weefselverzadigingsdiagram: • Niet-deco zone • Deco zone segmenten 1 tot 7 8 (alle) Zuurstof(O2) diagram: • Normale zone • Gevaren zone segmenten 1 tot 4 5 (alle) Variabele
SPECIFICATIES (VERVOLG) FUNCTIEPRESTATIES Functie: • Diepte • Aftelklokken Nauwkeurigheid: ±1% van de volledige schaal 1 seconde per dag Duikteller: • NORM/GAUG weergaven duik #1 tot 24, FREE weergaven duik #1 tot 99 0 indien er nog geen duik gemaak t is • Herstelt naar duik#1, bij eerste duik (na 24 uur geen duik) NORM/GAUG Duiklogmodus: • Slaat de 24 meest recente NORM/GAUG duiken in het geheugen op voor een snelle blik • Na 24 duiken wordt de 25ste duik opgeslagen en de oudste gewist Hoogte: • Functi
SPECIFICATIES (VERVOLG) FUNCTIERESTATIES (vervolg) Batterij Indicator: • Waarschuwingspictogram aan, zonder knipperen bij 2.75 volt, VT3batterij vervanging aanbevolen • Alarm - pictogram knipperend bij 2.
NOTITIES 159
INSPECTIE VT3 Serienummer: / SERVICE RECORD _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ Zender #1 Serienummer: _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ Zender #2 Serienummer: _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ Zender #3 Serienummer: _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ Aankoopdatum: ____________ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ Hieronder alleen geauthoriseerde Datum 160 in t
f r e q f p o n m l a d b k h Onderdelen: a. Modus/Mix (M) knop b. Volgende(A) knop c. Select eren(S) knop d. LED waarschuwingslicht e. TLBG f. VARI g. O2BG h. Symbool - FT of M (Diepte) i. Symbool - MAX j. Symbool - NITROX k. Pictogrammen- Fles(Gas) 1, 2, 3 s l. Symbool - FO2 m. Resterende luchttijd t n. Symbolen - Luchttijd Tijd NDC c Tijd O2 Tijd TAT Tijd SURF o. Pictogram- Opstijgpijl p. Symbool - PSI of BAR (Druk) q. Pictogram- Laag batterijniveau g r. Pictogram- graden(Temperatuur) s.
OCEANIC WORLD WIDE OCEANIC USA 2002 Davis Street San Leandro, CA 94577 Tel: 510/562-0500 Fax: 510/569-5404 Web site: http://www.OceanicWorldwide.com service@oceanicusa.com Oceanic Central/North Europe Wendelstein, Germany Tel: 09129-9099780 Fax: 09129-9099789 E-mail: office@oceanic.de Oceanic Diving Australia Pty. Ltd Sorrento, Victoria, Australia Tel: 61-3-5984-4770 Fax: 61-3-5984-4307 E-mail: sales@oceanicaus.com.
DEZE PAGINA IS MET OPZET LEEG GELATEN.
OCEANIC ® USA 2002 Davis Street San Leandro, CA 94577 Tel: 510-562-0500 Fax: 510-569-5404 http://www.OceanicWorldwide.com ©2002 Design, 2006 Doc. No.