Education Services Océ Gebruikershandleiding 1.1.1.
In deze Gebruikershandleiding wordt vermeld dat het model 1650 een apparaat is met een capaciteit van 16 ppm (prints per minuut), de 2050 een apparaat met een capaciteit van 20 ppm (prints per minuut) en de 2550 een apparaat met een capaciteit van 25 ppm (prints per minuut). Opmerking In deze Gebruikershandleiding worden de specificaties voor zowel de inch-versie als de metrische versie van dit apparaat gegeven. De berichten in deze Gebruikershandleiding zijn afkomstig van de inch-versie.
Handelsmerken • Microsoft, Windows, Windows NT en Internet Explorer zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de VS en andere landen. • Windows Me, Windows Server en Windows XP zijn handelsmerken van Microsoft Corporation. • Ethernet is een gedeponeerd handelsmerk van Xerox Corporation. • IBM en IBM PC/AT zijn handelsmerken van International Business Machines Corporation in de VS. • Adobe en Acrobat zijn gedeponeerde handelsmerken van Adobe Systems Incorporated.
Over deze Gebruikershandleiding Deze Gebruikershandleiding dient te worden gelezen bij installatie van de Scanner Interface-kaart voor gebruik van uw kopieerapparaat als een netwerkscanner. In deze handleiding worden de installatie- en instellingsprocedures en andere handelingen op het apparaat beschreven. De vereiste instellingen voor gebruik van het kopieerapparaat als scanner variëren afhankelijk van de gebruikte computeromgeving.
Belangrijk: Het gebruik van gescand materiaal met wettelijk auteursrecht, zoals documenten, muziek, afbeeldingen, kaarten, tekeningen en foto's, voor enig ander doel dan voor uw eigen persoonlijke gebruik of gebruik thuis, of enige andere doeleinden, zonder voorafgaande toestemming van de wettelijke eigenaar van het auteursrecht is verboden volgens de wet voor auteursrecht.
Aansluiten Volg de onderstaande procedures om dit apparaat als scanner te gebruiken. Sluit de scanner op uw computer aan. Hub PC Sluit de scanner via een netwerkkabel (100BASE-TX en 10BASE-T) aan op uw computernetwerk. pagina 2-2 Netwerkkabel Voer de benodigde handeling uit op de scanner. Basisinstellingen van de scanner (registreren van hostnaam en het IP-adres, enz.
Inhoudsopgave 1 Voorbereidingen ............................................................................................. 1-1 Namen van onderdelen ............................................................................................................1-1 Apparaat .............................................................................................................................1-1 Bedieningspaneel .............................................................................................
vi
1 Voorbereidingen Namen van onderdelen Apparaat 3 2 6 1 4 Belangrijk! 5 1 Klep voor originelen — Open en sluit deze klep om een origineel op de glasplaat te plaatsen. 2 Glasplaat — Plaats het te scannen origineel met de afdrukzijde naar beneden op het gedeelte linksonder op de glasplaat. 3 Indicatielijnen voor originelen — Leg uw originelen altijd volgens deze indicatielijnen op de glasplaat. 4 Bedieningspaneel — Hier voert u handelingen uit.
Voorbereidingen Bedieningspaneel 1 7 8 6 1-2 2 4 9 5 3 1 Toets System Menu/Counter — Druk op deze toets om het netwerkadres, de datum en tijd en het tijdsverschil in te stellen. 2 Berichtenscherm — Geeft bepaalde condities en instellingswaarden van de scanner weer. 3 Nummertoetsen — Druk op deze toetsen om rechtstreeks een gewenste waarde in te voeren. Als er vóór een optie een cijfer staat, kan deze optie worden geselecteerd door de betreffende nummertoets in te drukken.
Voorbereidingen Accessoires Voordat u de scanner gaat gebruiken, dient u eerst te controleren dat de volgende accessoires bij het product zijn geleverd.
Voorbereidingen 1-4
2 Installatie De scanner installeren Overzicht en netwerkconfiguratie Voorbeeld van verzendmodi voor gegevens die met het scansysteem zijn gescand en de benodigde software. De software die in de dik omlijnde ballonnen staat vermeld, is bij dit product geleverd. Installeer de software die voldoet aan uw besturingsomgeving en vereisten.
Installatie De scanner op uw computernetwerk aansluiten 1 Voorzichtig 2 Belangrijk! 3 2-2 Zet de hoofdschakelaar rechts op de scanner UIT ({). Zet de hoofdschakelaar van de scanner ALTIJD UIT VOORDAT de netwerkkabel wordt aangesloten. Sluit een 10BASE-T of 100BASE-TX-kabel aan op de connector van de scannerinterface, die zich achter aan de rechterkant van de scanner bevind. De scannerinterfacekaart mag NOOIT worden verwijderd. Zet de hoofdschakelaar van de scanner weer AAN ( | ).
Installatie Netwerkinstellingen (TCP/IP) In dit gedeelte worden de procedures voor het instellen van het netwerkadres van de scanner beschreven. Opmerkingen • Het netwerkadres dat hier wordt ingesteld, varieert afhankelijk van uw netwerkomgeving. Overleg dit met uw netwerkbeheerder VOORDAT u deze procedure uitvoert.
Installatie 7 Voer het IP-adres in groepen van drie cijfers tegelijk in met de nummertoetsen. Druk op de toets > om naar de volgende groep van drie cijfers te gaan. Controleer dat het juiste IP-adres is ingevoerd en druk dan op de Enter-toets. Het instellingsscherm voor de scanner uit stap 6 verschijnt nu weer. IP-adres: 8 Stel op dezelfde wijze Subnet in voor het subnetmasker en Gateway voor gateway-adressen. Scan-standaard: IP-adres : 10. 181. 15. 11 Subnet : 255. 255. 255. 0 : 10. 181. 13.
Installatie 4 5 Opmerking 6 Opmerking Gebruik de toets S en de toets T en verplaats D naar de optie Datum/Tijd en druk dan op de Enter-toets. Gebruik de toetsen S en T en verplaats D om het te wijzigen item te selecteren, en gebruik de toetsen < en > om de gewenste instelling te selecteren. Standinstell. machine: Tijd lg vermogen Toetsgel Aan/Uit Datum/Tijd Datum/Tijd: Einde Tijd Zomertijd : 09:35 : Uit Datum/Tijd: Einde Tijd Zomertijd : 09:35 : Uit : 15Min.
Installatie De scannersoftware installeren en instellen Systeemvereisten PC IBM PC/AT of compatibel apparaat Besturingssysteem Windows 95 (OSR2), Windows 98 (Second Edition), Windows NT 4.
Installatie De hulpprogramma's installeren De bij het apparaat geleverde cd-rom bevat de volgende hulpprogramma's. Opmerking 1 Verdere informatie over het gebruik van de hulpprogramma's kunt u vinden in de On-Line Manual van deze Gebruikershandleiding. • Scanner File Utility • Address Book • Address Editor (hulpprogramma voor beheer) Start Windows. Sluit alle eventueel geopende applicaties. 2 Plaats de bij de scanner geleverde cd-rom in het cd-rom-station van uw computer.
Installatie TWAIN Source installeren Als u originelen met gebruik van PaperPort wilt scannen, moet TWAIN Source geïnstalleerd zijn VOORDAT u de PaperPort-applicatie installeert. 1 Start Windows. Sluit alle eventueel geopende applicaties. 2 Plaats de bij de scanner geleverde cd-rom in het cd-rom-station van uw computer. 3 De licentie-overeenkomst verschijnt. Klik op [Accept] als u akkoord gaat met de voorwaarden van deze overeenkomst.
3 De gewenste handeling op de scanner uitvoeren Scannen met de functies Scan naar PC en Verstuur e-mail Voordat de functie Scan naar PC wordt gebruikt Voordat de functie Scan naar PC wordt gebruikt, dient eerst het volgende te worden uitgevoerd. 1 Installeer het Scanner File Utility op de bestemmingscomputer. 2 Voer het Scanner File Utility uit en registreer de bestemmingsmap voor de gescande beeldgegevens.
De gewenste handeling op de scanner uitvoeren Opmerkingen 4 • Indien er voor de geselecteerde gebruiker een wachtwoord is geregistreerd, moet u het wachtwoord nu invoeren. Voer het wachtwoord in met de nummertoetsen en druk op de Enter-toets. • Als uw gebruikersnaam niet wordt weergegeven wanneer op de toetsen S en T gedrukt is, kunt u een webbrowser of Address Editor gebruiken om te controleren of uw gebruikersnaam is geregistreerd.
De gewenste handeling op de scanner uitvoeren Opmerkingen 5 • Voor het privéboek moet Address Book gestart zijn op de computer van de zender (gebruiker). • Voor het normale boek moeten de bestemmingen worden ingesteld met een webbrowser of Address Editor. • Er kunnen maximaal 20 bestemmingen tegelijk worden geselecteerd. Verplaats tot slot D, selecteer 1 Einde en druk op de Enter-toets. Het scherm voor instellen van de scanner verschijnt. Zie Scaninstelling op pagina 3-6. Selecteer adresboek.
De gewenste handeling op de scanner uitvoeren Scannen met TWAIN Hier volgen de instellingen die in de scanner moeten worden gemaakt voordat met de functie TWAIN kan worden gescand. Indien wordt gescand vanaf de scanner 3-4 1 Druk op de toets Scanner om het scherm Selecteer functie te openen. 2 Gebruik de toets S en de toets T , verplaats D naar de optie 3 TWAIN en druk dan op de Enter-toets. Het scherm TWAIN-modus verschijnt. 3 Plaats het origineel dat u wilt scannen.
De gewenste handeling op de scanner uitvoeren Indien wordt gescand vanaf de computer 1 Voer TWAIN Source uit in de bijbehorende applicatie. Het hoofdvenster van TWAIN Source verschijnt. Selecteer de gewenste instellingen en kruis het selectievakje [Waiting Scan] aan. 2 Klik op de knop [Connect] in het dialoogvenster, en klik op de knop [Scan] als de verbinding met de scanner is gemaakt.
De gewenste handeling op de scanner uitvoeren Scaninstelling Wanneer originelen worden gescand, verschijnt het scherm met de scaninstellingen. Volg de onderstaande procedure om de instellingen naar wens te selecteren. Als alle instellingen naar wens zijn, plaatst u het origineel en drukt u op de Start-toets om de scan te starten. K G C E D Opmerkingen Opmerking Opmerking J B I Toets Auto Exposure — Druk op deze toets om automatische belichting te selecteren.
De gewenste handeling op de scanner uitvoeren 1 J Toets Stop/Clear (Stoppen/Wissen) — Druk op deze toets om een scan te stoppen, een ingevoerde waarde te wissen of terug te keren naar het vorige scherm. K Toets Scanner — Als u op deze toets drukt om de scaninstelling te annuleren, verschijnt het scherm voor scaninstellingen. Als alle instellingen naar wens zijn, geeft u het scaninstellingenscherm weer. Gereed voor scannen. 100% 2 Plaats het origineel. 3 Druk op de Start-toets.
De gewenste handeling op de scanner uitvoeren 3-8
MEMO
E6
2005.