Océ Gebruikershandleiding Océ CS250/CS240/CS231 BewerkingenWeb Connection
Océ-Technologies B.V. Océ-Technologies B.V. Copyright ¤ 2007, Océ-Technologies B.V. Venlo, Nederland. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd, gekopieerd, aangepast of overgedragen in wat voor vorm of op wat voor manier dan ook zonder schriftelijke toestemming van Océ. Océ-Technologies B.V. geeft geen volledigheidsverklaring of garanties met betrekking tot de inhoud van deze Help. Océ-Technologies B.V.
Handelsmerken Handelsmerken Océ, Océ CS250/CS240/CS231, Océ CS250/CS240/CS231-printer, Océ Doc Exec£, Océ Image Logic£, Océ Scan Logic£, Océ Power Logic£, Océ Print Exec£ en Océ Remote Logic£ zijn geregistreerde handelsmerken van Océ-Technologies B.V. Adobe£ en PostScript£ 3¥ geregistreerde handelsmerken van Adobe£ Systems Incorporated. Macintosh£ is een geregistreerd handelsmerk van Apple£ Computer, Inc.
Handelsmerken
Inhoud 1 Inleiding OpenSSL-verklaring .......................................................................................................................... 1-4 NetSNMP-licentie.............................................................................................................................. 1-5 Copyright........................................................................................................................................... 1-8 2 3 1.1 1.
4 3.3 Tabblad Box ................................................................................................................................... Open User Box ................................................................................................................................ Documentbewerkingen.................................................................................................................... Changing user box settings.......................................................
5 4.4 Tabblad Print Setting .................................................................................................................... Basic Setting ................................................................................................................................... PCL Setting ..................................................................................................................................... PS Setting ..............................................................
Inhoud-4 CS250/CS240/CS231
1 Inleiding
Inleiding 1 1 Inleiding Hartelijk dank voor uw aankoop van deze machine. Deze handleiding beschrijft functies voor het apparaatbeheer, bewerkingen en waarschuwingen voor het gebruik van Web Connection. Om ervoor te zorgen dat dit apparaat efficiënt wordt gebruikt, moet u deze handleiding zorgvuldig vóór gebruik van het apparaat doorlezen.
Inleiding 1 OpenSSL-verklaring OpenSSL License Copyright © 1998-2000 The OpenSSL Project. Alle rechten voorbehouden. Herdistributie en gebruik in bron- en binaire vormen met of zonder wijziging, zijn toegelaten mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1. Herdistributie van broncode moet de hierboven vermelde auteursrechtelijke verklaring, deze lijst voorwaarden en de volgende disclaimer behouden. 2.
Inleiding 1 4. Het woord 'cryptografisch' mag worden weggelaten als de routines die van de bibliotheek worden gebruikt, niet verwant zijn met de cryptografie :-). Als u een willekeurige Windows-specifieke code (of een afgeleide daarvan) van de toepassingsmap (toepassingscode) gebruikt, moet u de volgende erkenning opnemen: "Dit product bevat software, geschreven door Tim Hudson (tjh@cryptsoft.
Inleiding 1 VERONDERSTELLING VAN AANSPRAKELIJKHEID, HETZIJ IN CONTRACT, STRIKTE AANSPRAKELIJKHEID OF BENADELING (INCLUSIEF ONACHTZAAMHEID OF ANDERSZINS) DIE VOORTVLOEIT UIT HET GEBRUIK VAN DEZE SOFTWARE, ZELFS ALS MEN OP DE HOOGTE WERD GEBRACHT VAN DE MOGELIJKHEID VAN DERGELIJKE SCHADE. Deel 3: Cambridge Broadband Ltd. copyrightverklaring (BSD) Gedeelten van deze code vallen onder het copyright © 2001-2003, Cambridge Broadband Ltd. Alle rechten voorbehouden.
Inleiding 1 Deel 5: Sparta, Inc copyrightverklaring (BSD) Copyright © 2003-2004, Sparta, Inc Alle rechten voorbehouden. Herdistributie en gebruik in bron- en binaire vorm, met of zonder wijziging, zijn toegelaten op voorwaarde dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: * Herdistributie van broncode moet de hierboven vermelde auteursrechtelijke verklaring, deze lijst voorwaarden en de volgende disclaimer behouden.
Inleiding 1 Copyright © 2007 Océ AG Alle rechten voorbehouden. Opmerking Deze gebruiksaanwijzing mag noch gedeeltelijk, noch volledig worden gereproduceerd zonder toelating. Océ AG zal niet aansprakelijk zijn voor gevolgen die mogelijk voortvloeien uit het gebruik van dit afdruksysteem of deze handleiding. De informatie die in deze gebruiksaanwijzing is vermeld, is onderhevig aan wijzigingen zonder kennisgeving.
Inleiding 1.1 1 Gebruiksrechtovereenkomst software Dit pakket bevat de volgende materialen die door Océ AG zijn geleverd: software als onderdeel van het afdruksysteem, digitaal gecodeerde, door de machine leesbare gegevens die in een speciaal formaat en in de gecodeerde vorm zijn gecodeerd ("Lettertypeprogramma's"), overige software die werkt op een computersysteem voor het gebruik in combinatie met de afdruksoftware ("Host Software") en verwante verklarende geschreven materialen ("Documentatie").
Inleiding 1 1.2 Handleidingen Deze machine wordt geleverd met gedrukte handleidingen en PDF-handleidingen op de cd met de handleidingen. Handleiding Deze handleiding bevat bedieningsprocedures en beschrijvingen van de meest gebruikte functies. Kopieerbewerkingen Deze handleiding bevat beschrijvingen van de bewerkingen in de kopieermodus en van het onderhoud van de machine.
Inleiding 1.3 1 Verklaring van de gebruikte conventies in deze handleiding De tekens en tekstindelingen die in deze handleiding gebruikt worden, zijn hieronder beschreven. Veiligheidsrichtlijnen 6 GEVAAR Als u de instructies die met dit symbool zijn aangeduid niet volgt, kan dit leiden tot fatale of ernstige letsels door de elektrische stroom. % Houd rekening met alle gevaren om letsels te voorkomen.
Inleiding 1 Speciale tekstmarkeringen [Stop]-toets De namen van de toetsen op het bedieningspaneel worden geschreven zoals hierboven weergegeven. MACHINE SETTING Geeft teksten weer die zijn geschreven zoals hierboven weergegeven.
2 Overzicht
Overzicht 2 2 Overzicht 2.1 Met Web Connection Web Connection is een hulpprogramma voor apparaatbeheer dat wordt ondersteund door de HTTP-server die is geïntegreerd in de printercontroller. Wanneer u een webbrowser gebruikt op een computer die met het netwerk is verbonden, kunt u machine-instellingen opgeven en de status van de machine controleren.
Overzicht 2 Structuur van de pagina's De pagina's van Web Connection zijn opgebouwd zoals hieronder weergegeven. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 No. Item Omschrijving 1 Aanmeldingsnaam gebruiker Toont het pictogram van de huidige modus en de naam van de gebruiker die is aangemeld (public, administrator, user box administrator, registered user of account). Klik op de gebruikersnaam om de naam van de gebruiker die is aangemeld, weer te geven.
Overzicht 2 Raadpleeg "Aan- en afmelden" op pagina 2-6 voor meer informatie over het aanmelden als een andere gebruiker of als de beheerder. Cache webbrowser De pagina's van Web Connection zullen mogelijk niet de recentste informatie weergeven omdat oudere versies van de pagina's in het cachegeheugen van de webbrowser zijn opgeslagen. Daarnaast kunnen er ook problemen optreden wanneer de cachefunctie wordt gebruikt. Schakel het cachegeheugen voor de webbrowser uit wanneer u Web Connection gebruikt.
Overzicht 2 2.2 Aan- en afmelden Wanneer Web Connection wordt gebruikt op de machine, verschijnt de aanmeldingspagina wanneer de instellingen voor de gebruikersauthenticatie en gebruikersregistratie werden opgegeven op de machine. Als de instellingen voor de gebruikersauthenticatie en gebruikersregistratie niet werden opgegeven, verschijnt een pagina voor de publieke gebruiker. Om aan te melden als een andere gebruiker of als een beheerder, moet u zich eerst afmelden en vervolgens opnieuw aanmelden.
Overzicht 2 ! Detail De aanmeldingspagina die verschijnt, kan verschillen afhankelijk van de authenticatie-instellingen die op de machine werden opgegeven. Als er een time-out optreedt omdat er gedurende een bepaalde tijd geen bewerking werd uitgevoerd terwijl u aangemeld was of als de authenticatie-instellingen zijn gewijzigd via het bedieningspaneel van de machine terwijl u op de gebruikersmodus bent aangemeld, wordt u automatisch afgemeld.
Overzicht 2 2 Klik op de knop [Login]. De pagina voor de gebruikersfunctie wordt weergegeven. ! Detail Als "Flash" is geselecteerd als het weergaveformaat, worden de volgende items weergegeven met Flash. - Statuspictogrammen en berichten - Weergave van "Paper Tray" op de pagina die wordt weergegeven wanneer "Device Information" is geselecteerd op het tabblad Information - Paginaweergave van het tabblad Job Om de Flash-functies te gebruiken, hebt u Flash Player nodig.
Overzicht 2 Aanmelden op de gebruikersmodus (geregistreerde gebruikers) Als de instellingen voor de gebruikersauthenticatie werden opgegeven op de machine, moet u de naam en het wachtwoord voor een geregistreerde gebruiker invoeren om te kunnen aanmelden. De volgende twee procedures geven een beschrijving van de manier waarop u de gebruikersauthenticatie kunt uitvoeren en waarop u kunt aanmelden met een specifieke gebruikersnaam. 1 Typ de gebruikersnaam en het wachtwoord op de aanmeldingspagina.
Overzicht 2 2 Klik op de knop [Login]. De pagina voor de gebruikersfunctie wordt weergegeven. 2 Let op Als "Functies verbieden bij authenticatiefout" in de Beheerdermodus is ingesteld op "Modus 2" en als een gebruiker een bepaald aantal keer een verkeerd wachtwoord gebruikt, wordt deze gebruiker geblokkeerd en kan hij/zij de machine niet langer gebruiken. Neem contact op met de beheerder om de gebruiksbeperkingen te annuleren.
Overzicht 2 Aanmelden op de beheerdermodus Meld u aan op de beheerderfunctie om de systeem- en netwerkinstellingen op te geven. 2 Opmerking Wanneer u in de beheerdermodus bent aangemeld, wordt het bedieningspaneel van de machine geblokkeerd en kan deze niet worden gebruikt. Afhankelijk van de status van de machine, zult u zich mogelijk niet kunnen aanmelden op de beheerderfunctie. 1 Selecteer "Administrator" op de aanmeldingspagina. – Selecteer indien nodig de taal en het formaat voor de weergave.
Overzicht 2 4 Klik op [OK]. De pagina van de beheerdermodus verschijnt. 2 Let op Als "Functies verbieden bij authenticatiefout" in de Beheerdermodus is ingesteld op "Modus 2" en als een onjuist wachtwoord een bepaald aantal keer verkeerd wordt ingevoerd, is het niet langer mogelijk aan te melden op de beheerdermodus. Meer informatie over de parameter "Verbied functies bij bevest. fout" vindt u in de handleiding – Kopieerbewerkingen.
Overzicht 2 Beheerdersaanmelding (user mode/user box administrator) Als er gebruikersauthenticatie-instellingen (user authentication settings) werden opgegeven voor de machine, kan een gebruiker zich als beheerder aanmelden bij de gebruikersfunctie om opdrachten te verwijderen. Als daarnaast de instellingen van het bedieningspaneel werden ingesteld om gebruikersboxbeheerders toe te staan, is het mogelijk als gebruikersboxbeheerder aan te melden bij de gebruikersfunctie.
Overzicht 2 Als "Administrator (User mode)" is geselecteerd: 2 Let op Als "Functies verbieden bij authenticatiefout" in de Beheerdermodus is ingesteld op "Modus 2" en als een onjuist wachtwoord een bepaald aantal keer verkeerd wordt ingevoerd, is het niet langer mogelijk aan te melden op de beheerdermodus. Meer informatie over de parameter "Verbied functies bij bevest. fout" vindt u in de handleiding – Kopieerbewerkingen.
3 Gebruikersfunctie
Gebruikersfunctie 3 3 Gebruikersfunctie De gebruikersmodus biedt functies voor het controleren en bedienen van de machine op gebruikersniveau. U kunt vijf tabbladen selecteren (Information, Job, Box, Direct Print en Store Address). Deze sectie bevat beschrijvingen van de items in het menu dat verschijnt aan de linkerzijde van de pagina wanneer op elk tabblad van de gebruikersmodus wordt geklikt.
Gebruikersfunctie 3 ! Detail Als "HTML" tijdens het aanmelden werd geselecteerd als het weergaveformaat, selecteert u een papierlade onder "Paper Tray" en klikt u vervolgens op de knop [Detail] om gedetailleerde informatie weer te geven. Neem contact op met uw leverancier voor meer informatie over het weergeven van informatie over nietbeschikbare functies. Device Information – Option U kunt de grootte van het machinegeheugen, de status van de harde schijf en de installatiestatus van de opties weergeven.
Gebruikersfunctie 3 Item Omschrijving Toner (Yellow/Magenta/Cyan/Black) Imaging Unit (Yellow/Magenta/Cyan/Black) Waste Toner Box Ozone Filter Hole-Punch Scrap Box Staple Cartrige (1,2) Saddle Staple Cartrige (1, 2) Fusing Unit Image Transfer Belt Unit Transfer Roller Unit Color Toner Filter Toont informatie over elk van deze items. 2 Opmerking De informatie die wordt weergegeven, verschilt afhankelijk van de opties die zijn geïnstalleerd.
Gebruikersfunctie 3 Online Assistance De ondersteuningsinformatie voor de machine kan worden weergegeven. Item Omschrijving Product Name Toont de naam van het product. Contact Name Toont de informatie die is ingevoerd op de pagina die verschijnt nadat u op "Online Assistance" hebt geklikt in het menu op het tabblad Maintenance in de beheerdersmodus.
Gebruikersfunctie 3 ! Detail Als de gebruikersauthenticatie-instellingen werden opgegeven in de machine, verschijnt "Change User Password" in het menu. Het gebruikerswachtwoord kan worden gewijzigd wanneer "User Authentication" is ingesteld op "ON (MFP)". 2 Let op Als "Wachtwoordregels" is ingesteld op "Activeren", kan alleen een wachtwoord van 8 tekens worden opgegeven.
Gebruikersfunctie 3 ! Detail Als de instellingen voor de gebruikersauthenticatie en gebruikersregistratie werden opgegeven op de machine, verschijnt "Function Permission Information" in het menu. Als de instellingen voor de gebruikersauthenticatie en gebruikersregistratie niet werden opgegeven, worden alleen de opgegeven functiemachtigingen weergegeven. Network Setting Information De netwerkinstellingen voor de machine kunnen worden weergegeven.
Gebruikersfunctie 3 Print Setting Information De instellingen voor de printercontroller van de machine kunnen worden weergegeven. Een afdrukopdracht die wordt verzonden zonder dat er instellingen zijn opgegeven, wordt met deze instellingen afgedrukt. De volgende informatie kan in het submenu worden geselecteerd. Item Omschrijving Default Setting Toont informatie over elk van deze items.
Gebruikersfunctie 3 Print Information De informatie over het lettertype en de instellingen kan worden afgedrukt. Selecteer het rapport dat moet worden afgedrukt, selecteer een papierlade in de lijst "Paper Tray" en klik vervolgens op de knop [OK]. Item Omschrijving PS Font List Drukt de lijst af met de lettertypen die kunnen worden gebruikt met PostScript. PCL Font List Drukt de lijst af met de lettertypen die kunnen worden gebruikt met PCL. GDI Demo Page Drukt de GDI-demopagina af.
Gebruikersfunctie 3 Voorbeeldpagina van afdrukopdrachten - Het nummer dat werd toegewezen wanneer de opdracht op deze machine in wachtrij werd geplaatst, verschijnt als het opdrachtnummer. Om een opdracht eerder uit te voeren, selecteert u de opdracht en klikt u vervolgens op de knop [Increase Priority] (bij afdrukopdrachten). De instelling voor de uitvoerprioriteit is niet beschikbaar wanneer een beheerdergebruiker is aangemeld.
Gebruikersfunctie 3 Voorbeeldpagina van afdrukopdrachten - Het nummer dat werd toegewezen wanneer de opdracht op deze machine in wachtrij werd geplaatst, verschijnt als het opdrachtnummer. ! Detail Als "HTML" tijdens het aanmelden werd geselecteerd als het weergaveformaat, kunt u de pagina selecteren die moet worden weergegeven.
Gebruikersfunctie 3 Communication List De voltooide verzend- en ontvangstopdrachten kunnen worden weergegeven. Selecteer een opdrachttype en klik vervolgens op de knop [Go]. Maak uw keuze uit de volgende opdrachttypen. * Item Omschrijving Scan to E-Mail Toont een lijst van scanverzendopdrachten (e-mail, FTP en SMB) en hun details. Fax TX* Toont een lijst van de faxverzendopdrachten en hun details. Fax RX* Toont een lijst van de faxontvangstopdrachten en hun details.
Gebruikersfunctie 3 3.3 Tabblad Box Vanaf het tabblad Box kunt u gebruikersboxen maken en documenten in gebruikersboxen kunnen worden weergegeven en gedownload. Raadpleeg de handleiding – Mapbewerkingen voor meer informatie over de verschillende gebruikersboxen en de functies van de gebruikersboxmodus.
Gebruikersfunctie 3 2 Let op Als "Functies verbieden bij authenticatiefout" in de Beheerdermodus is ingesteld op "Modus 2" en als een gebruiker een bepaald aantal keer een verkeerd gebruikersboxwachtwoord gebruikt, wordt deze box geblokkeerd en kan deze niet langer worden gebruikt Neem contact op met de beheerder om de gebruiksbeperkingen te annuleren.
Gebruikersfunctie 3 Documentbewerkingen Maak uw keuze uit de volgende documentbewerkingen. Display All Print Send to other device Download to PC Move/Copy Delete ! Detail "Send to other device" and "Download to PC" kunnen worden gebruikt met documenten die zijn opgeslagen in de Fax/Scanmodus. Sommige bewerkingen en documenten zijn mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van de functiebeperking en de instellingen voor de uitvoermachtigingen die zijn opgegeven voor de account of gebruiker die is aangemeld.
Gebruikersfunctie 2 3 Schakel het selectievakje in naast de documenten waarmee de bewerking moet worden uitgevoerd en klik vervolgens op de knop voor de instellingen. De pagina die overeenkomt met de instellingen, wordt weergegeven. 3 Geef de gewenste instellingen op en klik vervolgens op de knop [OK]. Wanneer u op de knop [Print Setting] klikt. – Klik op de knop [Cancel] om terug te keren naar de pagina File List.
Gebruikersfunctie 3 Instellingen die beschikbaar zijn met de knop [TX Setting] Item Omschrijving Specify destination Om een keuze te maken uit de lijst met bestemmingen, klikt u op de knop [Select from List]. U kunt een bestemming ook zoeken volgens het nummer, de indextekens of het type. Om de verzendbestemmingen te controleren, klikt u op de knop [Check Destination]. Bind TX Deze instelling verschijnt wanneer meerdere documenten zijn geselecteerd.
Gebruikersfunctie 3 Changing user box settings % Klik op de pagina File List op de knop [User Box Setting]. Item Omschrijving User Box Number Toont het gebruikersboxnummer. Dit kan niet worden gewijzigd. User Box Name Voer een gebruikersboxnaam van maximum 20 tekens in. Index Selecteer de indextekens. Auto Delete Document Selecteer hoe lang ("Save", "12 hours", "1 day", "2 days", "3 days", "7 days" of "30 days") een document in een gebruikersbox opgeslagen blijft.
Gebruikersfunctie 3 Create User Box Er kunnen nieuwe gebruikersboxen worden gemaakt. Item Omschrijving User Box Number Selecteer hoe het registratienummer moet worden opgegeven ("Use opening number" of "Input directly"). Voer het nummer in als "Input directly" geselecteerd. Als "0" is opgegeven, wordt de gebruikerbox automatisch geregistreerd met het volgende beschikbare nummer. (Bereik: 1 tot 999999999). User Box Name Typ de gebruikersboxnaam (tot 20 tekens).
Gebruikersfunctie 3 Open System User Box "Open System User Box" verschijnt wanneer de optionele faxkit is geïnstalleerd. Systeemgebruikersboxen (Bulletin Board User Box, Polling TX User Box, Memory RX User Box, Relay User Box) kunnen worden geopend en basisinformatie over de gebruikersbox en de lijst van documenten die in de gebruikersbox zijn opgeslagen, kunnen worden weergegeven.
Gebruikersfunctie 3 2 Opmerking Afhankelijk van het gebruikersboxtype zullen sommige weergaven en bewerkingen mogelijk niet beschikbaar zijn. Raadpleeg "Documentbewerkingen" op pagina 3-16 voor meer informatie over documentbewerkingen. Klik voor Bulletin Board gebruikersboxen en Relay gebruikersboxen, klikt u op de knop [User Box Setting] om de gebruikersboxinstellingen te wijzigen.
Gebruikersfunctie 3 Create System User Box "Create System User Box" verschijnt wanneer de optionele faxkit is geïnstalleerd. Er kunnen nieuwe bulletin board gebruikersboxen en relay gebruikersboxen worden gemaakt. Selecteer het gebruikersboxtype en klik vervolgens op [OK]. 2 Opmerking Als een beheerdergebruiker is aangemeld, worden systeemgebruikersboxen op dezelfde manier gemaakt als in de beheerdersmodus. Raadpleeg "Create System User Box" op pagina 4-41 voor meer informatie.
Gebruikersfunctie 3 Voor een relay gebruikersbox Item Omschrijving User Box Number Selecteer hoe het registratienummer moet worden opgegeven ("Use opening number" of "Input directly"). Voer het nummer in als "Input directly" geselecteerd. Als "0" is opgegeven, wordt de gebruikerbox automatisch geregistreerd met het volgende beschikbare nummer. (Bereik: 1 tot 999999999). User Box Name Typ de gebruikersboxnaam (tot 20 tekens).
Gebruikersfunctie 3.4 3 Tabblad Direct Print Vanaf het tabblad Direct Print kunt u bestanden opgeven en afdrukken. Direct Print Klik op de knop [Browse] om het bestand te selecteren en klik vervolgens op de knop [Print]. 2 Opmerking Als er authenticatie-instellingen zijn opgegeven en "Print zonder authenticatie" is ingesteld op "Toestaan", kan directe afdruk worden gebruikt. Geef de instelling op voor "Print zonder authenticatie" via het bedieningspaneel.
Gebruikersfunctie 3 3.5 Tabblad Store Address Vanaf het tabblad Store Address kunnen de verzendbestemmingen en gebruikersboxbewerkingen voor het opslaan van gegevens worden geregistreerd en kunnen hun instellingen worden gewijzigd. ! Detail Dit menu verschijnt als de gebruiker de toestemming heeft om geregistreerde bestemmingen te wijzigen.
Gebruikersfunctie 3 Item Omschrijving Knop [Edit] Klik op deze knop om een pagina weer te geven voor het wijzigen van de instellingen en het bewerken van de geregistreerde bestemming. De instellingen zijn dezelfde die beschikbaar zijn tijdens de registratie. Kan het registratienummer niet wijzigen. Knop [Delete] Klik op deze knop om een pagina weer te geven voor het verwijderen van de geregistreerde bestemming.
Gebruikersfunctie 3 Als "E-mail" is geselecteerd Item Omschrijving No. Geef het registratienummer op. Selecteer "Use opening number" of "Direct Input". Als "Direct Input" is geselecteerd, voert u het nummer in. Als "0" is opgegeven, wordt de gebruikersbox automatisch geregistreerd met het volgende beschikbare nummer. Name Geef de naam op van de bestemming (tot 24 tekens). Index Selecteer de indextekens voor de bestemming.
Gebruikersfunctie 3 Als "SMB" is geselecteerd Item Omschrijving No. Geef het registratienummer op. Selecteer "Use opening number" of "Direct Input". Als "Direct Input" is geselecteerd, voert u het nummer in. Als "0" is opgegeven, wordt de gebruikersbox automatisch geregistreerd met het volgende beschikbare nummer. Name Geef de naam op van de bestemming (tot 24 tekens). Index Selecteer de indextekens voor de bestemming.
Gebruikersfunctie 3 Item Omschrijving Line Setting Selecteer de lijn die moet worden gebruikt ("No Selection", "Line 1" of "Line 2"). Er kan een instelling worden geselecteerd als de optionele fax-multilijn is geïnstalleerd. Communication Setting Klik op de knop [Display] en schakel vervolgens het selectievakje in voor een weergegeven instelling ("V34 off", "ECM Off", "International Communication" of "Check Destination").
Gebruikersfunctie 3 Group De lijst van de groepsbestemmingen die momenteel is geregistreerd, kan worden weergegeven. Daarnaast kunnen bestemmingen worden geregistreerd of kunnen hun instellingen worden gewijzigd. Item Omschrijving Knop [New Registration] Klik op deze knop om een nieuwe bestemming te registreren. Raadpleeg "Een groepsbestemming registreren" op pagina 3-32 voor meer informatie.
Gebruikersfunctie 3 Een groepsbestemming registreren % 3-32 Klik op de pagina Group List op de knop [New Registration]. Een pagina voor het registreren van een bestemming wordt weergegeven. Item Omschrijving Name Geef de naam op van de bestemming (tot 24 tekens). Limiting Access to Destinations Selecteer het weergaveniveau voor de bestemming.
Gebruikersfunctie 3 Program De lijst van de geprogrammeerde bestemmingen die momenteel is geregistreerd, kan worden weergegeven. Daarnaast kunnen bestemmingen worden geregistreerd of kunnen hun instellingen worden gewijzigd. Item Omschrijving Knop [New Registration] Klik op deze knop om een nieuwe bestemming te registreren. Raadpleeg "Een programmabestemming registreren" op pagina 3-34 voor meer informatie.
Gebruikersfunctie 3 Een programmabestemming registreren 1 Klik op de pagina Program List op de knop [New Registration]. 2 Selecteer het type verzending en klik vervolgens op [OK]. Een pagina voor het registreren van een bestemming wordt weergegeven.
Gebruikersfunctie 3 Voor een e-mailadres ! Detail Om een geregistreerde programmabestemming van de machine te selecteren, drukt u op de toets [Geheugenfunctie] op het bedieningspaneel.
Gebruikersfunctie 3 Als "E-mail" is geselecteerd 3-36 Item Omschrijving No. Geef het registratienummer op. Selecteer "Use opening number" of "Direct Input". Voer het nummer in als "Direct Input" is geselecteerd. Als "0" is opgegeven, wordt de gebruikerbox automatisch geregistreerd met het volgende beschikbare nummer. Name Geef de naam op van het programma (tot 24 tekens). Limiting Access to Destinations Selecteer het weergaveniveau voor de bestemming.
Gebruikersfunctie 3 Item Omschrijving Compose (Date/Time) Selecteer of de datum/tijd moet worden afgedrukt. Als "ON" is geselecteerd, geeft u de instellingen op voor het volgende. • Date Type • Time Type • Print Position • Fine-Tune (voor het maken van fijne aanpassingen aan de afdrukpositie) • Color • Pages • Size Compose (Page) Selecteer of het paginanummer moet worden afgedrukt. Als "ON" is geselecteerd, geeft u de instellingen op voor het volgende.
Gebruikersfunctie 3 3-38 Item Omschrijving Resolution Selecteer de resolutie. File Type Selecteer de bestandsindeling. File Name Typ de bestandsnaam (tot 30 tekens). Page Setting Selecteer de manier waarop de gegevens moeten worden opgeslagen. Simplex/Duplex Selecteer "1-Sided", "2-Sided" of "Cover Sheet + 2-Sided". Original Type Selecteer de kwaliteit van het document, zoals de tekst of de foto. Color Selecteer de kleurmodus.
Gebruikersfunctie 3 Item Omschrijving Compose (Stamp) Selecteer of de stempel moet worden afgedrukt. Als "ON" is geselecteerd, geeft u de instellingen op voor het volgende. • Preset Stamp of Registered Stamp • Print Position • Fine-Tune (voor het maken van fijne aanpassingen aan de afdrukpositie) • Color • Pages • Size Om een geregistreerde stempel te controleren, klikt u op de knop [Confirm Registered Contents]. Een geregistreerde stempel moet eerst via het bedieningspaneel worden geregistreerd.
Gebruikersfunctie 3 3-40 Item Omschrijving E-Mail Notification Selecteer of de e-mailnotificatie al dan niet moet worden ingeschakeld. Als "ON" is geselecteerd, geef dan het bestemmingsadres op in het vak "Address". Om een bestemming in een lijst te selecteren, klikt u op de knop [Search from List]. Original Direction Selecteer de documentrichting. 2-Sided Binding Direction Selecteer de positie voor de inbindmarge van het document.
Gebruikersfunctie 3 Als "User Box" is geselecteerd Item Omschrijving No. Geef het registratienummer op. Selecteer "Use opening number" of "Direct Input". Voer het nummer in als "Direct Input" is geselecteerd. Als "0" is opgegeven, wordt de gebruikerbox automatisch geregistreerd met het volgende beschikbare nummer. Name Geef de naam op van het programma (tot 24 tekens). Limiting Access to Destinations Selecteer het weergaveniveau voor de bestemming.
Gebruikersfunctie 3 Item Omschrijving Compose (Date/Time) Selecteer of de datum/tijd moet worden afgedrukt. Als "ON" is geselecteerd, geeft u de instellingen op voor het volgende. • Date Type • Time Type • Print Position • Fine-Tune (voor het maken van fijne aanpassingen aan de afdrukpositie) • Color • Pages • Size Compose (Page) Selecteer of het paginanummer moet worden afgedrukt. Als "ON" is geselecteerd, geeft u de instellingen op voor het volgende.
Gebruikersfunctie 3 Item Omschrijving Separate Scan Selecteer "ON" of "OFF". Density Selecteer de densiteit. Background Removal Pas de densiteit van de achtergrond aan. Scan Size Selecteer het documentformaat ("Auto" of "Standard Size"). Als "Standard Size" is geselecteerd, selecteer dan het formaat en de toevoerrichting. Application Setting Klik op de knop [Display] en geef vervolgens de instellingen op voor de functies die worden weergegeven.
Gebruikersfunctie 3 Als "IP Address Fax" is geselecteerd 3-44 Item Omschrijving No. Geef het registratienummer op. Selecteer "Use opening number" of "Direct Input". Voer het nummer in als "Direct Input" is geselecteerd. Als "0" is opgegeven, wordt de gebruikerbox automatisch geregistreerd met het volgende beschikbare nummer. Name Geef de naam op van het programma (tot 24 tekens). Limiting Access to Destinations Selecteer het weergaveniveau voor de bestemming.
Gebruikersfunctie 3 Item Omschrijving Compose (Page) Selecteer of het paginanummer moet worden afgedrukt. Als "ON" is geselecteerd, geeft u de instellingen op voor het volgende. • Page Number (Bereik: -99999 tot 99999) • Chapter (Bereik: -100 tot 100) • Page Number Type • Print Position • Fine-Tune (voor het maken van fijne aanpassingen aan de afdrukpositie) • Color • Size Compose (Header/Footer) Selecteer of de koptekst/voettekst moet worden afgedrukt.
Gebruikersfunctie 3 3-46 Item Omschrijving Scan Size Selecteer het documentformaat ("Auto" of "Standard Size"). Als "Standard Size" is geselecteerd, selecteer dan het formaat en de toevoerrichting. Application Setting Klik op de knop [Display] en geef vervolgens de instellingen op voor de functies die worden weergegeven. 2-Sided Binding Direction Selecteer de positie voor de inbindmarge van het document.
Gebruikersfunctie 3 Als "Group" is geselecteerd Item Omschrijving No. Geef het registratienummer op. Selecteer "Use opening number" of "Direct Input". Voer het nummer in als "Direct Input" is geselecteerd. Als "0" is opgegeven, wordt de gebruikerbox automatisch geregistreerd met het volgende beschikbare nummer. Name Geef de naam op van het programma (tot 24 tekens). Limiting Access to Destinations Selecteer het weergaveniveau voor de bestemming.
Gebruikersfunctie 3 3-48 Item Omschrijving Book Scan Selecteer of de functie voor het scannen van een boek al dan niet moet worden ingeschakeld. Als "ON" is geselecteerd, selecteert u de instellingen voor de scanmethode een voor midden wissen. Als een andere instelling dan "Book Spread" is geselecteerd voor de scanmethode, selecteer dan de inbindpositie. Erase Selecteer of de functie voor midden wissen al dan niet moet worden ingeschakeld.
Gebruikersfunctie 3 Als "No Destination" is geselecteerd. Item Omschrijving No. Geef het registratienummer op. Selecteer "Use opening number" of "Direct Input". Voer het nummer in als "Direct Input" is geselecteerd. Als "0" is opgegeven, wordt de gebruikerbox automatisch geregistreerd met het volgende beschikbare nummer. Name Geef de naam op van het programma (tot 24 tekens). Limiting Access to Destinations Selecteer het weergaveniveau voor de bestemming.
Gebruikersfunctie 3 3-50 Item Omschrijving Compose (Date/Time) Selecteer of de datum/tijd moet worden afgedrukt. Als "ON" is geselecteerd, geeft u de instellingen op voor het volgende. • Date Type • Time Type • Print Position • Fine-Tune (voor het maken van fijne aanpassingen aan de afdrukpositie) • Color • Pages • Size Compose (Page) Selecteer of het paginanummer moet worden afgedrukt. Als "ON" is geselecteerd, geeft u de instellingen op voor het volgende.
Gebruikersfunctie 3 Temporary One Touch U kunt bestemmingen registreren die tijdelijk zullen worden gebruikt. De lijst van de tijdelijke programma's die momenteel is geregistreerd, kan worden weergegeven. Daarnaast kunnen nieuwe bestemmingen worden geregistreerd of kunnen hun instellingen worden gewijzigd. 2 Opmerking "Tijdelijke sneltoets" verschijnt wanneer "Handmatige adresinvoer" in de beheerdersmodus is ingesteld op "Toestaan".
Gebruikersfunctie 3 Subject U kunt maximaal 10 onderwerpen registreren voor het verzenden van e-mailberichten. Item Omschrijving E-mail Default Selecteer het onderwerp dat moet worden gebruikt als er geen onderwerp wordt opgegeven bij het verzenden van de e-mail. Subject Toont het geregistreerde e-mailonderwerp. Knop [Edit] Klik op deze knop om een pagina weer te geven voor het registreren en bewerken van e-mailonderwerpen.
Gebruikersfunctie 3 Text U kunt maximaal 10 teksten registreren voor het verzenden van e-mailberichten. Item Omschrijving E-mail Default Selecteer de tekst die moet worden gebruikt als er geen onderwerp wordt opgegeven bij het verzenden van de e-mail. Text Toont de geregistreerde e-mailtekst. Knop [Edit] Klik op deze knop om een pagina weer te geven voor het registreren en bewerken van teksten.
3 3-54 Gebruikersfunctie CS250/CS240/CS231
4 Beheerdersprogramma
Beheerdersprogramma 4 4 Beheerdersprogramma In de beheerdermodus kunt u de systeeminstellingen voor de machine opgeven. U hebt de keuze tussen zes tabbladen (Maintenance, Security, Box, Print Setting, Store Address en Network). Deze sectie bevat beschrijvingen van de items in het menu dat verschijnt aan de linkerzijde van de pagina wanneer op elk tabblad van de beheerdermodus wordt geklikt. Raadpleeg "Aanmelden op de beheerdermodus" op pagina 2-11 voor details over het aanmelden op de beheerdermodus.
Beheerdersprogramma 4 4.1 Tabblad Maintenance Op het tabblad Maintenance worden informatie en instellingen met betrekking tot de systeemconfiguratie van deze machine weergegeven. Meter Count De tellers die door de machine worden beheerd, kunnen worden weergegeven. Item Omschrijving Total Counter Toont de totalen voor de uitvoertellers (Copy, Print, Scan en Fax). Copy Counter Toont de verschillende tellers.
Beheerdersprogramma 4 ROM Version De ROM-versie wordt weergegeven. Import/Export De machine-instellingen kunnen worden opgeslagen als een bestand (geëxporteerd) of ze kunnen naar de machine worden geschreven (geïmporteerd). Selecteer de informatie die moet worden geïmporteerd/geëxporteerd en klik vervolgens op de knop [OK]. Item Omschrijving Device Setting Selecteert de gebruikers-/beheerderinstellingen van de machine. Transmission Log Selecteer de verzendlogboeken van de machine.
Beheerdersprogramma 4 Pagina Device Setting Als "Import" is geselecteerd, klikt u op de knop [Browse] en selecteert u het bestand. Als "Export" is geselecteerd op de pagina Counter of Address, selecteert u het type. 2 Let op De gegevens in de geëxporteerde bestanden kunnen niet worden bewerkt. U kunt de authenticatiegegevens op dezelfde manier importeren of exporteren zoals de gegevens van de gebruikersregistratie.
Beheerdersprogramma 4 Status Notification Setting Geef de instellingen op voor het verzenden van een bericht wanneer er een machinefout is opgetreden. De instellingen kunnen worden opgegeven voor de bestemming van de foutberichten en de gebeurtenissen wanneer de berichten worden verzonden. Item Omschrijving Destination Toont het type meldingsadres. Om de melding naar een SNMP-manager te sturen, moet u het IP-adres of het IPX-adres opgeven.
Beheerdersprogramma 4 Pagina Status Notification Setting Item Omschrijving Notification Address Voer het meldingsadres in. Replenish Paper Tray Geeft een melding wanneer het papier in de papierlade op raakt. JAM Geeft een melding wanneer een papierstoring optreedt. PM Call Geeft een melding wanneer een periodieke inspectie moet worden uitgevoerd. Replace Staples Geeft een melding wanneer er geen nietjes meer zijn. Replenish Toner Geeft een melding wanneer er geen toner meer is.
Beheerdersprogramma 4 Total Counter Notification Setting Geef de instellingen op voor het verzenden van notificaties van de totaalteller via e-mail een geef het e-mailadres op waarnaar de notificaties worden verzonden. Item Omschrijving Total Counter Notification Setting Voer de naam in van het model dat in de lijst moet worden weergegeven (tot 20 tekens). Schedule setting Geef de voorwaarden op voor het notificatieschema. Schema's 1 en 2 kunnen met verschillende instellingen worden geregistreerd.
Beheerdersprogramma 4 Machine Setting De geregistreerde machinegegevens kunnen worden gewijzigd. Item Omschrijving Device Name Voer de apparaatnaam in (tot 255 tekens). Device Location Geef de apparaatlocatie op (tot 255 tekens). Administrator Name Voer de beheerdernaam in (tot 255 tekens). Admin. E-Mail Address Toont het adres voor de beheerder. Als S/MIME is ingeschakeld, geeft u het adres op van de beheerder (tot 320 tekens).
Beheerdersprogramma 4 Item Omschrijving Contact Name Geef de contactnaam op (tot 63 tekens). Contact Information Geef de contactinformatie op (tot 127 tekens). Product Help URL Geef de URL op van de webpagina met de productinformatie (tot 127 tekens, behalve < en >). Corporate URL Geef de URL op van de webpagina van de fabrikant (tot 127 tekens, behalve < en >). Supplies and Accessories Voer de contactgegevens in voor het bestellen van verbruiksgoederen (tot 127 tekens).
Beheerdersprogramma 4 Date/Time Setting – Time Adjustment Setting Selecteer of de datum en tijd van de machine kunnen worden aangepast door het passief ophalen vanaf de NTP-server. Item Omschrijving Time Adjustment Setting Selecteer of de tijd automatisch moet worden aangepast met NTP. NTP Server Address Voer het NTP-serveradres in. Om de hostnaam in te voeren, schakelt u het selectievakje "Please check to enter host name." in.
Beheerdersprogramma Item 4 Omschrijving Low Power Mode Setting Geef de tijd op tot de machine naar de spaarstand gaat. Sleep Mode Setting Geef de tijd op tot de machine naar de slaapstand gaat. Power Save Key Selecteer de energiespaarstand ("Low Power" of "Sleep") waarnaar de machine gaat. Timer Setting – Weekly Timer Setting Geef de instellingen op voor de weektimer van de machine.
Beheerdersprogramma 4 Network TWAIN Geef de duur op tot de bewerkingen van de machine automatisch worden ontgrendeld tijdens het scannen (behalve met PUSH-scan). Item Omschrijving TWAIN Lock Time Geef de tijd om voor het automatisch ontgrendelen. (Bereik: 30 tot 300 seconden) 2 Opmerking Als de optionele image controller IC-409 is geïnstalleerd, is deze parameter niet beschikbaar.
Beheerdersprogramma 4 2 Let op Als de opgegeven instellingen worden gewist, is de machine niet toegankelijk met Web Connection tot de instellingen opnieuw worden opgegeven. 2 Opmerking Als "Uitgebreide beveil.modus" is ingeschakeld, verschijnt dit menu-item niet. Reset – Reset De printercontroller kan opnieuw worden ingesteld. Klik op de knop [Reset] om de bewerking uit te voeren. Reset – Format All Destination Alle bestemmingen die op de machine zijn geregistreerd, kunnen worden gewist.
Beheerdersprogramma 4 Header/Footer Registration De lijst met kopteksten/voetteksten kan worden weergegeven en deze teksten kunnen worden geregistreerd of bewerkt. 4-16 Item Omschrijving Name Toont de geregistreerde naam. Header String/Footer String Toont de teksttekenreeks die voor de koptekst/voettekst is geregistreerd. Knop [Edit] Klik op deze knop om een pagina weer te geven om tekenreeksen van kopteksten/voetteksten te registreren en te bewerken.
Beheerdersprogramma 4 Registratiescherm Item Omschrijving No. Toont het registratienummer. Name Voer de naam in die moet worden geregistreerd. Color Selecteer de kleur. Pages Selecteer de pagina's waarop u wilt afdrukken. Size Selecteer het formaat. Date/Time Setting Selecteer de notaties voor de datum en tijd. Distribution Number Voer de distributienummertekst in. Selecteer de notatie en voer vervolgens het startnummer in. Header/Footer Leg de volgende instellingen vast.
Beheerdersprogramma 4 4.2 Tabblad Security Geef de beveiligingsinstellingen voor de machine op via het tabblad Security. Authentication – User Auth/Account Track Geef de instellingen op voor de gebruikersauthenticatie en de gebruikersregistratie voor de machine. Item Omschrijving General Settings Selecteer de authenticatiemethode ("OFF", "ON (External Server)" of "ON (MFP)").
Beheerdersprogramma 4 Authentication – External Server Registration De lijst voor externe authenticatieservers voor de machine kan worden weergegeven en nieuwe externe authenticatieservers kunnen worden geregistreerd of hun instellingen kunnen worden gewijzigd. Item Omschrijving Default De geselecteerde server wordt gebruikt als de externe serverauthenticatie niet is opgegeven wanneer een gebruiker of account wordt geregistreerd. External Server Name Toont de geregistreerde naam.
Beheerdersprogramma 4 Registratiescherm 4-20 Item Omschrijving No. Toont het registratienummer. External Server Name Geef de naam op van de externe authenticatieserver (tot 32 tekens). External Server Type Selecteer het type externe authenticatieserver. Active Directory Als "Active Directory" is geselecteerd als het servertype, voert u de standaard domeinnaam in. NTLM Als "NTLM" is geselecteerd als het servertype, voert u de standaard domeinnaam in.
Beheerdersprogramma 4 Authentication – Default Function Permission Wanneer de externe serverauthenticatie is opgegeven, worden niet-geregistreerde gebruikers geregistreerd met de standaardinstellingen voor functiebeperkingen. Item Omschrijving Copy Selecteer of elke bewerking al dan niet moet worden toegestaan.
Beheerdersprogramma 4 User Registration. Als de gebruikersauthenticatie-instellingen zijn opgegeven, kunnen gebruikers worden geregistreerd en kunnen hun instellingen worden gewijzigd. Item Omschrijving Knop [New Registration] Klik op deze knop om een nieuwe gebruiker te registreren. Raadpleeg "Een gebruiker registreren" op pagina 4-23 voor meer informatie.
Beheerdersprogramma 4 Een gebruiker registreren % Klik op de pagina User Registration op de knop [New Registration]. Een pagina voor het registreren van een gebruiker wordt weergegeven. Item Omschrijving No. Voer het registratienummer in. User Name Voer de gebruikersnaam in. E-Mail Address Voer het e-mailadres in. User Password Voer het wachtwoord in. Retype User Password Voer het wachtwoord opnieuw in.
Beheerdersprogramma 4 Item Omschrijving Function Permission Selecteer of elke van de volgende bewerkingen al dan niet zijn toegestaan. • Copy • Scan • Fax • Print • User Box • Print Scan/Fax from User Box Output Permission (Print) Selecteer of het uitvoeren in kleur of zwart-wit al dan niet zijn toegelaten. Output Permission (TX) Selecteer of de kleuruitvoer al dan niet moet worden toegestaan. Max.
Beheerdersprogramma 4 Een gebruiker registreren % Klik op de pagina Account Track Registration op de knop [New Registration]. Een pagina voor het registreren van een gebruiker wordt weergegeven. Item Omschrijving No. Voer het registratienummer in. Account Name Voer de gebruikersnaam in. Als "Account Track Input Method" is ingesteld op "Password Only", verschijnt "Name". Password Voer het wachtwoord in. Retype Password Voer het wachtwoord opnieuw in.
Beheerdersprogramma 4 SSL/TLS-instelling Geef de instellingen op voor SSL/TLS. Als SSL/TLS is ingeschakeld, wordt de communicatie tussen de machine en de clientcomputer gecodeerd om te verhinderen dat wachtwoorden en de inhoud van communicatie bekend raakt. Als een certificaat werd geïnstalleerd, verschijnt de volgende pagina. 2 Opmerking De pagina-inhoud varieert afhankelijk van de geregistreerde informatie. Als er geen certificaat werd geïnstalleerd, verschijnt de volgende pagina.
Beheerdersprogramma 4 Een certificaat maken Geef op de pagina die verschijnt de instellingen op voor het volgende. Als "Create a self-signed Certificate" is geselecteerd Item Omschrijving Common Name Toont het IP-adres of de domeinnaam van de machine. De gegevens van de gebruikte machine worden weergegeven. Organization Voer de naam in van de organisatie of groep die wordt gebruikt voor het maken van een organisatiecertificaat (tot 63 ASCII-tekens).
Beheerdersprogramma 4 Als "Request a Certificate" is geselecteerd Item Omschrijving Common Name Toont het IP-adres of de domeinnaam van de machine. De gegevens van de gebruikte machine worden weergegeven. Organization Voer de naam in van de organisatie of groep die wordt gebruikt voor het maken van een organisatiecertificaat (tot 63 ASCII-tekens). Organizational Unit Voer de naam in van de account die wordt gebruikt voor het maken van een accountcertificaat (tot 63 ASCII-tekens).
Beheerdersprogramma 3 4 Geef de verschillende instellingen op. Voorbeeldpagina voor het maken van een zelf-ondertekend certificaat 4 Klik op [OK]. Het certificaat wordt geregistreerd of verkregen. – – 5 Kopieer de inhoud van het certificaat en klik vervolgens op de knop [OK]. – 6 Ga verder met stap 5 als een certificaat werd aangevraagd. Als een zelf ondertekend certificaat werd gemaakt, wordt de procedure hier voltooid. Om de certificaatinformatie op te slaan, klikt u op de knop [Save].
Beheerdersprogramma 4 7 Selecteer op de pagina SSL/TLS Setting de optie "Install a Certificate" en klik vervolgens op [OK]. Een tekstinvoerpagina wordt weergegeven. 8 Kopieer de inhoud van het verstrekte certificaat, plak deze in de tekstvak en klik vervolgens op de knop [OK]. 9 Selecteer de coderingsmethode en de toepassingsmodi en klik vervolgens op de knop [Install]. 10 Klik op [OK]. 2 Let op Als een nieuw certificaat wordt gemaakt, moet u afmelden van de beheerdersmodus.
Beheerdersprogramma 4 Een instelling voor het coderingsniveau opgeven 1 Selecteer op de pagina SSL/TLS Setting de optie "Set an Encryption Strength" en klik vervolgens op [OK]. 2 Selecteer het coderingsniveau en klik vervolgens op [OK]. De volgende instellingen voor coderingsniveaus zijn beschikbaar.
Beheerdersprogramma 4 Een certificaat verwijderen 1 Selecteer op de pagina SSL/TLS Setting de optie "Remove a Certificate" en klik vervolgens op [OK]. 2 Controleer het bericht dat verschijnt en klik vervolgens op [OK]. 2 Opmerking Als "Uitgebreide beveil.modus" is ingeschakeld, kan er geen certificaat worden verwijderd.
Beheerdersprogramma 4 De modi die SSL gebruiken, opgeven U kunt de modi selecteren die SSL gebruiken. 1 Selecteer op de pagina SSL/TLS Setting de optie "Set Mode using SSL" en klik vervolgens op [OK]. 2 Selecteer de modi die SSL gebruiken en de bewerking die wordt uitgevoerd wanneer het certificaat ongeldig is. – – 3 Als "Action for Invalid Certificate" is ingesteld op "Continue" gaat de opdracht verder, zelfs als de geldigheidsperiode voor het certificaat verlopen is.
Beheerdersprogramma 4 Certificaten downloaden 1 Selecteer op de pagina SSL/TLS Setting de optie "Certificate Download" en klik vervolgens op [OK]. 2 Klik op de knop [Download] en klik vervolgens op de knop [Save]. Het downloaden wordt gestart. 3 4-34 Klik op de knop [Back].
Beheerdersprogramma 4 Address Reference Setting – Reference Allowed Group Registration De lijst van de toegangsmachtigingsgroepen die momenteel is geregistreerd, kan worden weergegeven. Daarnaast kunnen nieuwe toegangsmachtigingsgroepen worden geregistreerd of kunnen hun instellingen worden gewijzigd. Item Omschrijving Reference Allowed Group Name Geeft de geregistreerde groepsnaam weer. Access allowed level Toont het toegangsmachtigingsniveau.
Beheerdersprogramma 4 Wanneer u op de knop [Edit] klikt, wordt een registratiepagina weergegeven. Item Omschrijving No. Toont het registratienummer. Reference Allowed Group Name Geef de naam op van de toegangsmachtigingsgroep (tot 24 tekens). Access allowed level Selecteer het toegangsmachtigingsniveau. Toegelaten niveau kan worden ingesteld op een van de zes niveaus tussen 0 en 5, waarbij het hogere cijfer een hogere beveiliging aangeeft.
Beheerdersprogramma 4 Permission of Address Change Selecteer of gebruikers de toestemming krijgen om bestemmingen te registreren. Item Omschrijving Registering and Changing Addresses Selecteer "Allow" of "Restrict". 2 Opmerking Als "Restrict" is geselecteerd, wordt het menu op het tabblad Store Address van de gebruikersmodus niet weergegeven. Als "Uitgebreide beveil.modus" is ingeschakeld, wordt "Restrict" geselecteerd.
Beheerdersprogramma 4 Administrator Password Setting Geef het beheerderwachtwoord op. Item Omschrijving Administrator Password Voer het beheerderwachtwoord in (tot 8 tekens, behalve " en +). Retype Administrator Password Voer het beheerderwachtwoord opnieuw in als bevestiging. ! Detail Als een SSL-certificaat is geïnstalleerd, verschijnt "Administrator Password Setting" in het menu. Als "Wachtwoordregels" is ingesteld op "Activeren", kan alleen een wachtwoord van 8 tekens worden opgegeven.
Beheerdersprogramma 4.3 4 Tabblad Box Vanaf het tabblad Box kunt u gebruikersboxen maken en standaard gebruikersboxinformatie weergeven. Wanneer u bent aangemeld als beheerder, kunnen gebruikersboxinstellingen worden gewijzigd en verwijderd zonder dat een gebruikersboxwachtwoord wordt ingevoerd. Raadpleeg de handleiding – Mapbewerkingen voor meer informatie over de verschillende gebruikersboxen en de functies van de gebruikersboxmodus.
Beheerdersprogramma 4 – Om de gebruikersboxinstellingen te wijzigen, klikt u op de knop [User Box Setting]. Als "Annotation User Box" is geselecteerd Item Omschrijving User Box Number Toont het gebruikersboxnummer. Dit kan niet worden gewijzigd. User Box Name Typ een gebruikersboxnaam (tot 20 tekens). Auto Delete Document Selecteer hoe lang ("Save", "12 hours", "1 day", "2 days", "3 days", "7 days" of "30 days or Do Not Keep") een document in een gebruikersbox opgeslagen blijft.
Beheerdersprogramma 4 Create System User Box Er kunnen nieuwe systeemgebruikersboxen worden gemaakt. % Selecteer het type systeemgebruikersbox en klik vervolgens op [OK]. – CS250/CS240/CS231 "Bulletin Board User Box" en "Relay User Box" verschijnen wanneer de optionele faxkit is geïnstalleerd.
Beheerdersprogramma 4 Als "Annotation User Box" is geselecteerd Item Omschrijving User Box Number Selecteer hoe het registratienummer moet worden opgegeven ("Use opening number" of "Input directly"). Voer het nummer in als "Input directly" geselecteerd. Als "0" is opgegeven, wordt de gebruikerbox automatisch geregistreerd met het volgende beschikbare nummer. User Box Name Voer de gebruikersboxnaam in.
Beheerdersprogramma 4.4 4 Tabblad Print Setting Op het tabblad Print Setting vindt u de informatie en instellingen met betrekking tot de verbindingsinterface en de standaard afdrukinstellingen. Basic Setting U kunt de standaard printerinstellingen opgeven. Item Omschrijving PDL Setting Selecteer de taal voor de printerdefinitie. Paper Tray Selecteer de papierlade. Output Tray Selecteer de uitvoerlade. 2-Sided Print Selecteer of dubbelzijdig afdrukken moet worden uitgevoerd.
Beheerdersprogramma 4 2 Let op De nietinstellingen zijn alleen beschikbaar wanneer de optionele afwerkingseenheid is geïnstalleerd. De perforeerinstellingen zijn alleen beschikbaar als de optionele afwerkingseenheid en perforeereenheid zijn geïnstalleerd. 2 Opmerking De informatie die wordt weergegeven, verschilt afhankelijk van de opties die zijn geïnstalleerd. PCL Setting U kunt de standaard printerinstellingen voor de PCL-modus opgeven. 4-44 Item Omschrijving Symbol set Selecteer de symbolenset.
Beheerdersprogramma 4 PS Setting U kunt de standaard printerinstellingen voor de PS-modus opgeven. Item Omschrijving PS error print Selecteer of fouten al dan niet moeten worden afgedrukt. Print Settings Selecteer de standaardinstellingen voor de RGB-kleur en het bestemmingsprofiel voor het afdrukken van afbeeldingen, tekst en grafische gegevens, samen met het standaard simulatieprofiel. Interface Setting De instelling voor de time-out van de interface kan worden gewijzigd.
Beheerdersprogramma 4 4.5 Tabblad Store Address Op het tabblad Store Address worden verzendinstellingen en informatie en instellingen met betrekking tot de bestemmingen weergegeven. ! Detail Raadpleeg "Tabblad Store Address" op pagina 3-26 voor details over de volgende menu-items. Address Book, Group, Program, Temporary One-Touch, Subject en Text Application Registration ! Detail "Application Registration" verschijnt in het menu als de optionele faxkit niet is geïnstalleerd.
Beheerdersprogramma 4 Als "Fax with Account" is geselecteerd No.
Beheerdersprogramma 4 Een nieuwe toepassing registreren Wanneer u een toepassing registreert, kunnen de instellingen voor het volgende worden opgegeven. Item Omschrijving No. Toont het registratienummer van de geselecteerde toepassing. Application Name Geef de naam op van de toepassing (tot 16 tekens). Host Address Geef het hostadres op voor de server die de toepassing registreert (tot 15 tekens). File Path Voer het bestandspad voor de toepassing in (tot 96 tekens).
Beheerdersprogramma 4 Een nieuwe toepassing registreren 1 Selecteer de toepassing die moet worden geregistreerd en klik vervolgens op de knop [Registration/Edit]. – Als er geen toepassing is geregistreerd, verschijnt "Not Registered". 2 Selecteer het sjabloontype en klik vervolgens op de knop [Next]. 3 Geef de toepassingsinstellingen op en klik vervolgens op de knop [Next].
Beheerdersprogramma 4 4-50 4 Geef de instellingen op voor de aangepaste items voor de knop. 5 Klik op de knop [Edit] om details op te geven voor elke functie. Klik, nadat u de instellingen hebt opgegeven, op de knop [OK]. 6 Klik op [OK].
Beheerdersprogramma 4 Items die kunnen worden opgegeven wanneer toepassingen worden bewerkt U kunt instellingen voor de volgende items opgeven wanneer u toepassingen bewerkt. Application Setting Item Omschrijving No. Toont het registratienummer van de geselecteerde toepassing. Application Name Geef de naam op van de toepassing (tot 16 tekens). Server Setting Item Omschrijving Host Address Geef het hostadres op voor de server die de toepassing registreert (tot 15 tekens).
Beheerdersprogramma 4 Custom Setting Item Omschrijving Custom Item List Wanneer een sjabloon wordt geselecteerd, worden de aangepaste items, de knopnaam en de standaardwaarden weergegeven. Om instellingen toe te voegen of te wijzigen, klikt u op de knop [Edit]. Scan Setting 4-52 Item Omschrijving File Type Om de instelling voor het bestandstype in te schakelen, schakelt u het selectievakje in en selecteert u vervolgens "PDF" of "TIFF" als het bestandstype.
Beheerdersprogramma 4 Notification Setting Item Omschrijving Print Notification Schakel dit selectievakje in om een melding te verzenden wanneer wordt afgedrukt. Port No. Voer het poortnummer in. (Bereik: 1 tot 65535) Queue Name Voer de wachtrijnaam in (tot 32 tekens). Event Selecteer "Error", "Success" of "Always" for het type gebeurtenis wanneer meldingen worden verzonden.
Beheerdersprogramma 4 2 Selecteer het type item dat moet worden bewerkt en klik vervolgens op de knop [Next]. 3 Geef de gewenste instellingen op. 4 Klik op [OK]. Geregistreerde toepassingen verwijderen 1 Selecteer de toepassing die moet worden verwijderd en klik vervolgens op de knop [Delete]. 2 Controleer de instellingen. 3 Klik op [OK]. De toepassingsnaam wijzigt "Not Registered".
Beheerdersprogramma 4 Prefix/Suffix Prefixen en suffixen kunnen worden geregistreerd om te worden toegevoegd als de bestemmingsinformatie wanneer e-mailberichten te verzenden. Item Omschrijving Prefix Toont de geregistreerde prefix. Suffix Toont de geregistreerde suffix.
Beheerdersprogramma 4 Header Information Registreer de afzenderinformatie voor de verzendingen. Item Omschrijving Default Selecteer de afzendernaam die moet worden gebruikt als er geen naam wordt opgegeven bij het verzenden van een fax. Sender Name Toont de geregistreerde afzendernaam. Knop [Edit] Klik op deze knop om een pagina weer te geven voor het registreren en bewerken van afzendernamen.
Beheerdersprogramma 4.6 4 Tabblad Network Op het tabblad Network vindt u informatie en instellingen met betrekking tot de netwerkverbindingen. 2 Let op Om wijzigingen aan de instellingen toe te passen op het tabblad Network, moet u deze machine opnieuw opstarten (uitschakelen en opnieuw inschakelen). Wanneer de machine wordt uitgeschakeld en opnieuw wordt ingeschakeld, moet u de machine uitschakelen met de [voedingsknop] (hulpvoeding) voordat u de hoofdvoedingsschakelaar uitschakelt.
Beheerdersprogramma 4 TCP/IP Setting – TCP/IP Setting Geef de TCP/IP-instellingen op. 4-58 Item Omschrijving TCP/IP Selecteer of TCP/IP al dan niet wordt gebruikt. Network Speed Selecteer de werkingssnelheid. IP Address Setting Method Selecteer of het IP-adres automatisch wordt opgehaald of als het rechtstreeks wordt ingevoerd. Als het automatisch wordt opgehaald, schakel dan de selectievakjes in om de voorwaarden voor het ophalen op te geven. IP Address Geef het IP-adres op van de machine.
Beheerdersprogramma 4 Item Omschrijving IPv6 Selecteer of IPv6 moet worden gebruikt. Als "ON" is geselecteerd, geeft u de instellingen op voor het volgende. • Auto IPv6 Setting • Global Address • Prefix Length • Gateway Address RAW Port Number Schakel het selectievakje in voor de poort die moet worden gebruikt en voer vervolgens het poortnummer in. (Bereik: 1 tot 65535) Dynamic DNS Setting Selecteer of Dynamic DNS al dan niet is ingeschakeld.
Beheerdersprogramma 4 TCP/IP Setting – IP Filtering Geef de instellingen op voor de IP-adresfilter. U kunt toegangsbeperkingen instellen door het IP-adres van de host in te voeren. Item Omschrijving Permit Access Selecteer of de toegelaten adresinstellingen al dan niet moeten worden opgegeven. Set 1 to 5 Voer de toegelaten adressen in. (Notatie: ***.***.***.***; Bereik voor ***: 0 tot 255) Deny Access Selecteer of de geweigerde adresinstellingen al dan niet moeten worden opgegeven.
Beheerdersprogramma 4 TCP/IP Setting – IPsec Geef de IPsec-functie op voor gecodeerde verzendingen, zoals het protocol voor sleutelbeheer. Item Omschrijving IPsec Selecteer of IPsec moet worden gebruikt. IKE Geef de Internet key exchange-instellingen op. Voer in hoe lang de sleutel geldig is en selecteer "Group 1" of "Group 2" in de lijst "Diffie-Hellman Group". Klik in de IKE-lijst (Internet key exchange) op de knop [Edit] en geef vervolgens het coderingsalgoritme en het authenticatie-algoritme op.
Beheerdersprogramma 4 Pagina IKE Setting Pagina SA Setting Pagina Peer 4-62 CS250/CS240/CS231
Beheerdersprogramma 4 E-mail Setting – E-mail RX (POP) Geef de instellingen op wanneer u POP before SMTP gebruikt voor de authenticatie van de e-mailafzender. Item Omschrijving E-Mail RX Setting Selecteer of e-mail kan worden ontvangen. POP Server Address Voer het adres in van de ontvangende POP-server. (Notatie: ***.***.***.*** of FQ DN: bereik voor ***: 0 tot 255) Om een hostnaam in te voeren, schakelt u het selectievakje "Please check to enter host name." in.
Beheerdersprogramma 4 E-Mail Setting – E-Mail TX (SMTP) Geef de e-mailverzendinstellingen op. 4-64 Item Omschrijving E-Mail TX Setting Selecteer of e-mail kan worden verzonden. Als "ON" is geselecteerd, bepaalt u of de bewerkingen Scan naar e-mail, e-mailmelding en totaaltellermelding kunnen worden gebruikt. SMTP Server Address Voer het adres in van de verzendende SMTP-server. (Notatie: ***.***.***.
Beheerdersprogramma 4 Item Omschrijving User ID Geef de gebruikers-ID op voor het uitvoeren van de SMTP-serverauthenticatie (maximaal 255 tekens). Password Geef het wachtwoord op voor de SMTP-serverauthenticatie (maximaal 128 tekens). Domain Name Voer de domeinnaam in voor de SMTP-server. Authentication Setting Deze optie verschijnt wanneer er gebruikersauthenticatie-instellingen werden opgegeven.
Beheerdersprogramma 4 2 Let op Als S/MIME-instellingen worden gebruikt, moet u controleren of het e-mailadres van de beheerder dat op de machine is geregistreerd, hetzelfde is als het e-mailadres dat is opgegeven wanneer het certificaat werd gemaakt. E-mail Setting – I-Fax Advanced Setting Geef de geavanceerde instellingen op voor internetfaxverzendingen. "I-Fax Advanced Setting" verschijnt als de internetfaxbewerking kan worden gebruikt.
Beheerdersprogramma 4 LDAP Setting – LDAP Setting Selecteer of LDAP moet worden gebruikt. 2 Let op Als de LDAP-serverinstellingen niet correct zijn opgegeven, kan er een storing optreden in het netwerk. Deze instelling moet worden opgegeven door de netwerkbeheerder. LDAP Setting – Setting Up LDAP U kunt een maximum aan 5 LDAP-servers registreren. Item Omschrijving Default Selecteer de LDAP-server die als standaardserver moet worden gebruikt. LDAP Server Name Toont de naam van de LDAP-server.
Beheerdersprogramma 4 Setting Up LDAP Item 4-68 Omschrijving No. Toont het nummer van de LDAP-server. LDAP Server Name Voer de naam in van de LDAP-server. Server Address Voer het adres in van de LDAP-server. (Notatie: ***.***.***.*** of FQDN: bereik voor ***: 0 tot 255) De enige symbolen die kunnen worden gebruikt, zijn het koppelteken (-) en het punt (.). Om een hostnaam in te voeren, schakelt u het selectievakje "Please check to enter host name." in.
Beheerdersprogramma 4 Item Omschrijving Use Referral Selecteer of de verwijzingsinstelling al dan niet wordt gebruikt. Als de verwijzing wordt gebruikt, wordt op de hoogste en laagste niveaus gezocht met de zoekdatabase die in de LDAP-serverinstellingen is opgegeven als het startpunt. Initial Setting for Search Details Geef de voorwaarden op voor het uitvoeren van een gedetailleerde LDAP-zoekactie.
Beheerdersprogramma 4 ! Detail Raadpleeg "Status Notification Setting" op pagina 4-7 voor meer informatie over de statusmeldingsfunctie. FTP Setting – FTP TX Setting Geef de verzendinstellingen op, zoals de FTP-proxyserver. 4-70 Item Omschrijving FTP TX Selecteer of de FTP TX-functie al dan niet moet worden gebruikt. Proxy Server Address Voer het adres in van de proxyserver. (Notatie: ***.***.***.*** of FQDN: bereik voor ***: 0 tot 255) Schakel het selectievakje in om een hostnaam te typen.
Beheerdersprogramma 4 FTP Setting – FTP Server Setting Geef de instellingen op voor de FTP-server. Item Omschrijving FTP Server Selecteer of de FTP-server al dan niet wordt gebruikt. 2 Opmerking Als "Uitgebreide beveil.modus" is ingeschakeld, wordt "UIT" geselecteerd.
Beheerdersprogramma 4 SNMP Setting Geef de SNMP-instellingen op. Item Omschrijving SNMP Selecteer of SNMP moet worden gebruikt. Als "ON" is geselecteerd, moet u het type SNMP selecteren dat moet worden gebruikt. UDP Port Setting Geef het poortnummer op. SNMP v1/v2c Setting Geef de naam op van de read/write community voor SNMP v1/v2c. SNMP v3 Setting Geef de read/write gebruikersnaam op voor de SNMP v3 contextnaam.
Beheerdersprogramma 4 SMB Setting – WINS Setting Geef de WINS-instellingen op voor SMB. Wanneer u een SMB-afdruk uitvoert via een router, moet u WINS opgeven volgens de instellingen op de pagina die wordt weergegeven door te klikken op "Print Setting" onder "SMB Setting" in het menu. Item Omschrijving WINS Selecteer of WINS moet worden gebruikt. Auto Obtain Setting Selecteer of het automatisch ophalen van WINS moet worden ingeschakeld of uitgeschakeld.
Beheerdersprogramma 4 SMB Setting – Client Setting Geef de instellingen op voor de SMB-clientfuncties. Item Omschrijving SMB TX Setting Selecteer of de SMB-verzending moet worden gebruikt. NTLM Setting Selecteer de NTLM-instelling. User Authentication (NTLM) Selecteer of de gebruikersauthenticatie (NTLM) moet worden gebruikt.
Beheerdersprogramma 4 SMB Setting – Print Setting Geef de instellingen op voor SMB-afdruk. Item Omschrijving SMB Print Selecteer of de SMB-afdrukservice (Windows afdruk) moet worden gebruikt. NetBIOS Name Typ de NetBIOS-naam in hoofdletters (tot 15 tekens, alleen met -). Print Service Name Typ de naam van de afdrukservice in hoofdletters (tot 12 tekens, behalve/en \). Workgroup Type de naam van de werkgroep in hoofdletters (tot 15 tekens, behalve " \ ; : , * < > | + = en ?).
Beheerdersprogramma 4 Bonjour Setting Geef de Bonjour-instellingen op. Item Omschrijving Bonjour Selecteer of een Bonjour/Rendezvous-verbinding moet worden gebruikt. Bonjour Name Geef de Bonjour-naam op die verschijnt als de naam van het aangesloten apparaat (tot 63 tekens). NetWare Setting – NetWare Setting Geef de NetWare-instellingen op.
Beheerdersprogramma 4 Item Omschrijving IPX Setting Selecteer of NetWare moet worden gebruikt. Ethernet Frame Type Selecteer het frametype. NetWare Print Mode Selecteer "Pserver" of "Nprinter/Rprinter" als de gebruiksmodus voor de printserver. Print Server Name Geef de naam op voor de printserver (tot 63 tekens, behalve / \ ; : , * [ ] < > | + = ? en .). Print Server Password Voer het wachtwoord voor de printserver in (tot 63 tekens).
Beheerdersprogramma 4 AppleTalk Setting Geef de AppleTalk-instellingen op. Item Omschrijving AppleTalk Selecteer of AppleTalk moet worden gebruikt. Printer Name Geef de naam op van de printserver (tot 31 tekens, behalve = en ~). Zone Name Voer de zonenaam in (tot 31 tekens). Current Zone Toont de huidige zonenaam. 2 Let op Om wijzigingen aan de instellingen voor "Printer Name" en "Zone Name" toe te passen, moet u de machine opnieuw opstarten (uitschakelen en opnieuw inschakelen).
Beheerdersprogramma 4 Item Omschrijving Port Number Voer het poortnummer in. (Bereik: 1 tot 65535) Connection Timeout Voer de duur in tot er een time-out optreedt voor de verbinding. (Bereik: 30 tot 300 seconden) 2 Opmerking De instellingen zijn beschikbaar wanneer de netwerkfaxbewerkingen kunnen worden gebruikt. Network Fax Setting – SMTP RX Setting Geef de instellingen op voor directe SMTP-ontvangst. Item Omschrijving SMTP RX Selecteer of SMTP ontvangst moet worden in- of uitgeschakeld.
Beheerdersprogramma 4 OpenAPI Setting Geef de OpenAPI-instellingen op. Item Omschrijving Port Number Voer het poortnummer in. (Bereik: 1 tot 65535) Use SSL/TLS en Port No. (SSL/TLS) Selecteer of SSL/TLS moet worden gebruikt. Om SSL/TLS te gebruiken, schakelt u het selectievakje in en typt u het poortnummer. (Bereik: 1 tot 65535) 2 Opmerking Als "Uitgebreide beveil.modus" is ingeschakeld, is het selectievakje "Use SSL/TLS" ingeschakeld.
Beheerdersprogramma 4 TCP Socket Setting Geef de TCP socket-instellingen op. TCP-socket wordt gebruikt tijdens gegevensoverdrachten tussen de computertoepassing en de machine. Item Omschrijving TCP Socket Selecteer of TCP-socket moet worden gebruikt. Port Number Voer het poortnummer in. (Bereik: 1 tot 65535) Use SSL/TLS en Port No. (SSL/TLS) Selecteer of SSL/TLS moet worden gebruikt. Om SSL/TLS te gebruiken, schakelt u het selectievakje in en typt u het poortnummer.
4 4-82 Beheerdersprogramma CS250/CS240/CS231
5 Bijlage
Bijlage 5 5 Bijlage 5.1 Woordenlijst Term Definitie 10Base-T/100Base-TX/ 1000Base-T Een Ethernet-standaard, die bestaat uit een kabel van getwiste paren koperdraad. De verzendsnelheid van 10Base-T is 10 Mbps, van 100Base-TX 100 Mbps en van 1000Base-T 1000 Mbps. 2-op-1 Dit is een functie om de paginaset te verzenden als een dubbele pagina door het document van 2 pagina's op 1 vel samen te voegen.
Bijlage 5 5-4 Term Definitie Boek scannen Met deze functie kunt u een fax, boek of catalogus verzenden waarbij het voorblad, het achterblad en de linker- en rechterpagina's als afzonderlijke pagina's worden verzonden. Bonjour Macintosh-netwerktechnologie voor het automatisch detecteren van apparaten die op het netwerk zijn aangesloten en voor het opgeven van instellingen. Vroeger werd dit systeem "Rendezvous" genoemd, maar de naam werd gewijzigd naar "Bonjour" sinds Mac OS X v10.4.
Bijlage 5 Term Definitie DSN Afkorting voor Delivery Status Notifications. Een bericht met de statusmelding van de levering dat wordt teruggestuurd naar de afzender op het ogenblik dat de e-mail is ontvangen op de e-mailserver van de ontvanger. Dubbelzijdige inbindpositie Dit is een functie voor het opgeven van de inbindpositie van een dubbelzijdig document dat is verzonden via de ADF.
Bijlage 5 5-6 Term Definitie Gesloten netwerk RX Met deze functie worden alleen verzendingen geaccepteerd van ontvangermachines met een overeenkomend wachtwoord. Gradatie De heldere en donkere niveaus van een afbeelding. Naarmate het cijfer verhoogt, kunnen vloeiendere helderheidsvariaties worden gereproduceerd. Grijswaarden Expressieve vorm van een monochrome afbeelding die de gradatie-informatie van zwart tot wit gebruikt. Groeperen Groeperen van de afgekorte nummers van meerdere groepen.
Bijlage 5 Term Definitie J2RE Afkorting voor Java 2 Runtime Environment. Een type van JavaVirtual Machine (Java VM) in een programmabesturingsomgeving dat in de object-georiënteerde taal Java, ontwikkeld door Sun Microsystems, is geschreven. Dit is vereist om toepassingen die met Java zijn gemaakt, uit te voeren. Java Een programmeertaal die door Sun Microsystems is ontwikkeld en op de meeste computers werkt, ongeacht de geïnstalleerde hardware en het geïnstalleerde besturingssysteem.
Bijlage 5 5-8 Term Definitie MMR Afkorting voor Modified Modified Read. Een coderingsmethode voor gegevenscompressie voor faxverzendingen. Documenten die hoofdzakelijk tekst bevatten worden tot ongeveer 1/20 van hun oorspronkelijk formaat gecomprimeerd. Multi-Page TIFF (TIFF meerdere pagina's) Een TIFF-bestand dat meerdere pagina's bevat. Naam verzendbron De naam van deze machine, aangegeven in alfanumerieke tekens.
Bijlage 5 Term Definitie PDF Afkorting voor Portable Document Format. Een elektronisch opgemaakt document dat de extensie .pdf gebruikt. Deze indeling is gebaseerd op PostScript en u kunt de gratis software Adobe Reader gebruiken om de documenten weer te geven. PDL Afkorting voor Page Description Language. De taal voor het opgeven van de afdrukafbeelding per pagina naar een printer wanneer u afdrukt met een paginaprinter.
Bijlage 5 5-10 Term Definitie Referentie-instelling (LDAP-instelling) Als er geen overeenkomende gegevens zijn op de LDAP-server die is gezocht voor de bestemming, moet u opgeven in welke LDAP-server vervolgens moet worden gezocht of moet u een LDAP-server opgeven. Geef op of het multifunctionele product op deze opgegeven LDAP-server moet zoeken.
Bijlage 5 Term Definitie SSL/TLS Afkorting voor Secure Socket Layer/Transport Layer Security. De coderingsmethode om gegevens op een veilige manier over te dragen tussen de webserver en de webbrowser. Standaard De basisinstellingen. De instellingen die het eerst werden geselecteerd wanneer de machine wordt ingeschakeld of de instellingen die het eerst zijn opgegeven wanneer de functie is geselecteerd.
Bijlage 5 Term Definitie Verwijderen Om de software die op een computer is geïnstalleerd, te verwijderen. Verzenden Een nummer kiezen. Hiermee wordt een document verzonden of wordt een nummer gekozen voor het afvragen in het geval van een faxverzending. Verzending tijdelijk doorsturen Dit is een functie om het ontvangen document in wachtrij handmatig door te sturen door de knop voor de bevestiging van de instelling op het bedieningspaneel in te drukken.
6 Index
Index 6 6 Index 2-sided print 4-43 L A Line/page 4-44 Limiting Access to Destinations 4-23 LDAP server registration 4-67 LPD 4-58 Access allowed level 4-35, 4-36 Account track registration 4-24 Active Directory 4-19 Adresboek 3-26 Adressen registreren en wijzigen 4-37 Application registration 4-46 Auto Logout 4-37 APOP Authentication 4-63 B Binding direction adjustment 4-43 Banner sheet paper tray 4-43 Banner sheet setting 4-43 Beheerderfunctie 4-3 Bindery/NDS Setting 4-76 C Certificaatgegevens 3-2
Index 6 T Temporary One Touch 3-51 Thumbnail 3-14 Text 3-53 Toelichting bij "Let op" 1-11 Toelichting bij "Voorzichtig" 1-11 Toelichting bij "Waarschuwing" 1-11 Toelichting detail 1-11 TRAP setting 4-72 U Use referral 4-67 User registration 4-22 USB timeout 4-45 V Verklaring van de gebruikte conventies in deze handleiding 1-11 W Web Connection 2-3 Z Zone Name 4-78 6-4 CS250/CS240/CS231
Commentaarformulier voor de lezer Commentaarformulier voor de lezer Vragen Vindt u deze handleiding nauwkeurig? O Ja O Nee Kon u na het lezen van deze handleiding het product bedienen? O Ja O Nee Geeft deze handleiding voldoende achtergrondinformatie? O Ja O Nee Is deze handleiding geschikt wat het formaat, de leesbaarheid en de structuur (layout, volgorde van de hoofdstukken, enzovoort) betreft? O Ja O Nee Kon u de informatie vinden die u nodig had? O Altijd O Meestal O Soms O Nooit Wat hebt u gebruikt om
Commentaarformulier voor de lezer Datum: Dit commentaarformulier is ingevuld door: (Indien u anoniem wenst te blijven, vul dan wel graag uw beroep in.) Naam: Beroep: Bedrijf: Telefoonnummer: Adres: Plaats: Land: Stuur dit formulier op naar: Océ-Technologies B.V. Ter attentie van ITC-gebruikersdocumentatie. Postbus 101 5900 MA Venlo Nederland E-mailadres: itc-userdoc@oce.com Kijk voor adressen van lokale Océ-organisaties op: http://www.oce.
Adressen van Océ-vestigingen Adressen van Océ-vestigingen [80] Océ-Australia Ltd. P.O. Box 363 Ferntree Gully MDC Vic 3165 Australia http://www.oce.com.au/ Océ-Österreich GmbH Postfach 95 1233 Wenen Austria http://www.oce.at/ Océ-Belgium N.V./S.A. J. Bordetlaan 32 1140 Brussel Belgium http://www.oce.be/ Océ-Brasil Comércio e Indústria Ltda. Av. das Nações Unidas, 11.857 Brooklin Novo São Paulo-SP 04578-000 Brasil http://www.oce-brasil.com.br/ Océ-Canada Inc.
Adressen van Océ-vestigingen Océ-Hungaria Kft. 1241 Budapest Pf.: 237 Hungary http://www.oce.hu/ Océ Ireland Ltd. 3006 Lake Drive Citywest Business Campus Saggart Co. Dublin Ireland http://www.oce.ie/ Océ-Italia S.p.A. Strada Padana Superiore 2/B 20063 Cernusco sul Naviglio (MI) Italia http://www.oce.it/ Océ Japan Corporation 3-25-1, Nishi Shinbashi Minato-Ku Tokio 105-0003 Japan http://www.ocejapan.co.jp/ Océ-Belgium S.A. Rue Astrid 2/A 1143 Luxembourg-Belair http://www.oce.lu/ Océ Malaysia Sdn. Bhd.
Adressen van Océ-vestigingen Océ España SA Business Park Mas Blau Osona, 2 08820 El Prat de Llobregat Barcelona Spain http://www.oce.es/ Océ-Svenska AB Sollentunavägen 84 191 27 Sollentuna Sweden http://www.oce.se/ Océ-Schweiz AG Sägereistrasse 10 CH8152 Glattbrugg Schweiz http://www.oce.ch/ Océ (Thailand) Ltd. B.B. Building 16/Floor 54 Asoke Road Sukhumvit 21 Bangkok 10110 Thailand Océ-Nederland B.V. Postbus 800 5201 AV 's-Hertogenbosch The Netherlands http://www.oce.