Operation Manual

CS250/CS240/CS231 5-5
Bijlage
5
DSN Afkorting voor Delivery Status Notifications. Een bericht met de statusmelding van
de levering dat wordt teruggestuurd naar de afzender op het ogenblik dat de e-mail
is ontvangen op de e-mailserver van de ontvanger.
Dubbelzijdige inbindpositie Dit is een functie voor het opgeven van de inbindpositie van een dubbelzijdig docu-
ment dat is verzonden via de ADF. Er is een inbindpositie bovenaan/onderaan, waar-
bij de inbindpositie bovenaan of onderaan het document ligt en er is een
inbindpositie links/rechts, waarbij de inbindpositie aan de linker- of rechterkant van
het document is en de bovenkant en onderkant van de tweede zijde van het docu-
ment verschillen.
Dynamische authenticatie
(LDAP instelling)
Een authenticatiemethode-optie voor het verbinden met de LDAP-server vanaf het
multifunctionele product. Selecteer deze optie als de naam en het wachtwoord voor
het aanmelden op de LDAP-server telkens moeten worden ingevoerd door de ge-
bruiker wanneer de bestemmingsinformatie wordt geraadpleegd van de LDAP-
server.
ECM (Error Correction Mode: foutcorrectiemodus) Fout in de herverzendingsmodus van
G3-communicatie. Deze modus bevestigt of de gegevens al dan niet correct werden
verzonden naar de ontvanger. Als dat niet zo is, worden dezelfde gegevens opnieuw
verzonden. In deze machine wordt opgegeven of de ontvanger is ingesteld voor de
ECM-modus en de communicatie in de ECM-modus gebeurt, tenzij ECM Uit is op-
gegeven.
Eigenschap Kenmerkinformatie
Wanneer een printerstuurprogramma wordt gebruikt, kunnen verschillende functies
worden opgegeven in de bestandseigenschappen.
In de bestandseigenschappen kunt u de kenmerkinformatie van het bestand contro-
leren.
Ethernet Standaard voor de LAN-verbindingslijn.
Fax-ID De identificatiecode voor de wederzijdse herkenning wanneer faxen worden verzon-
den. Normaal wordt het faxnummer geregistreerd als de fax-ID.
F-Code Dit is de communicatieprocedure voor het gebruik van het subadres van T.30* die is
gestandaardiseerd door ITU-T (international telecommunication union), geleverd
door de Japanese Communications Industrial Corporation. In de communicatie tus-
sen de fax met de F-codefunctie, kunnen verschillende functies die gebruik maken
van de F-code worden gebruikt, zelfs als de maker verschilt. Op deze machine wordt
de F-code gebruikt in de bulletin boards, relay-aanvragen, relay-verzendingen, ver-
trouwelijke communicatie en wachtwoordverzending. (*Communicatiestandaard)
Frametype Type communicatieformaat dat wordt gebruikt in een NetWare-omgeving.
Communicatie is niet mogelijk als u niet hetzelfde frametype gebruikt.
FTP Afkorting voor File Transfer Protocol. Een protocol voor het overdragen van bestan-
den via het Internet of een intranet op het TCP/IP-netwerk.
G3 Dit is een faxcommunicatiemodus die is gestandaardiseerd door de ITU-T
(International Telecommunication Union). De communicatiemodi zijn G3 en G4. G3
is momenteel de meest gebruikte modus.
Gateway Hardware en software die worden gebruikt als het punt waar een netwerk wordt ver-
bonden met een netwerk. Een gateway wijzigt ook gegevensindelingen, adressen en
protocollen volgens het verbonden netwerk.
Geblokkeerd nummer Met deze functie kunt u het ontvangen van storende faxen vermijden door het num-
mer dat u wilt blokkeren, vooraf te registreren. Als het geregistreerde telefoonnum-
mer overeenkomt met het ontvangende telefoonnummer, wordt het niet ontvangen
en wordt [Geblokkeerd] weergegeven, samen met een bericht.
Geconsolideerd document Met deze functie wordt het respectievelijke formaat van het document gedetecteerd
en verzonden door het document met verschillende formaten in te stellen.
Gedeelde printer Een printerinstelling waarmee een printer kan worden gebruikt door meerdere com-
puters die via een netwerk met een server zijn verbonden.
Geforceerde geheugenont-
vangst
Met deze functie wordt het ontvangen document opgeslagen in het geheugen en
desgewenst afgedrukt.
Geheugen Opslagapparaat voor het tijdelijk opslaan van gegevens. Wanneer de voeding wordt
uitgeschakeld kunnen de gegevens wel of niet worden gewist.
Geheugenoverflow Een omstandigheid waarbij het faxgeheugen vol raakt terwijl gescande documenten
of tijdelijk opgeslagen documenten worden opgeslagen.
Geheugenverzending Dit is een procedure voor het starten van een faxverzending nadat een document is
gescand en in het geheugen is opgeslagen. Als de geheugenverzending wordt ge-
bruikt, wordt het totaal aantal pagina's automatisch afgedrukt bij het paginanummer
van de verzendbroninformatie en de afbeelding van de eerste pagina van het verzon-
den document wordt afgedrukt in het verzendrapport. Het geheugen kan echter vol
raken als er veel pagina's zijn in het document of als er een groot gegevensformaat
is door de fijn gedetailleerde afbeeldingen.
Term Definitie