Operation Manual

CS250/CS240/CS231 4-77
Beheerdersprogramma
4
2
Let op
Om de wijzigingen aan de instellingen toe te passen voor de items die zijn gemarkeerd met een sterretje
(*), start u de machine opnieuw op (uitschakelen en opnieuw inschakelen).
Wanneer de machine wordt uitgeschakeld en opnieuw wordt ingeschakeld, moet u de machine
uitschakelen met de [voedingsknop] (hulpvoeding) voordat u de hoofdvoedingsschakelaar uitschakelt.
Wacht daarnaast minstens 10 seconden om de machine opnieuw in te schakelen na het uitschakelen,
anders zal de machine mogelijk niet correct werken.
NetWare Setting – NetWare Status
De server en nam van de afdrukwachtrij kunnen worden weergegeven om de NetWare-verbindingsstatus aan
te geven.
Item Omschrijving
IPX Setting Selecteer of NetWare moet worden gebruikt.
Ethernet Frame Type Selecteer het frametype.
NetWare Print Mode Selecteer "Pserver" of "Nprinter/Rprinter" als de gebruiksmodus voor de print-
server.
Print Server Name Geef de naam op voor de printserver (tot 63 tekens, behalve / \ ; : , * [ ] < > |
+ = ? en .).
Print Server Password Voer het wachtwoord voor de printserver in (tot 63 tekens).
Polling Interval Geef het interval op voor het scannen van de afdrukwachtrij. (Bereik: 1 tot
65535 seconden)
Bindery/NDS Setting Maak uw keuze tussen "NDS" en "NDS/Bindery Setting".
File Server Name Geef de naam op voor de voorkeursprintserver van bindery (tot 47 tekens, behalve
/ \ ; : , * [ ] < > | + = ? en .).
NDS Context Name Voer de voorkeur NDS-contextnaam in (tot 191 tekens, behalve / \ ; : , * [ ] < > |
+ = en ?).
NDS Tree Name Geef de voorkeur NDS-treenaam op (maximaal 63 tekens, behalve / \ : ; , * [ ] < > |
+ = ? en .).
Print Server Name Geef de naam op voor de NPrinter/Rprinter-printserver (tot 63 tekens, behalve / \ ;
: , * [ ] < > | + = ? en .).
Printer Number Voer het Nprinter/Rprinter-printernummer in. (Bereik: 0 tot 255)
User Authentication Setting Selecteer of de gebruikersauthenticatie moet worden gebruikt met
NetWare-verbindingen.