Operation Manual

CS250/CS240/CS231 4-63
Beheerdersprogramma
4
E-mail Setting – E-mail RX (POP)
Geef de instellingen op wanneer u POP before SMTP gebruikt voor de authenticatie van de e-mailafzender.
Item Omschrijving
E-Mail RX Setting Selecteer of e-mail kan worden ontvangen.
POP Server Address Voer het adres in van de ontvangende POP-server. (Notatie: ***.***.***.*** of FQ
DN: bereik voor ***: 0 tot 255) Om een hostnaam in te voeren, schakelt u het se-
lectievakje "Please check to enter host name." in. Als de machine is ingesteld
om IPv6 te gebruiken, kan ook een IPv6-adres worden opgegeven.
Controleer of de DNS-instelling correct is opgegeven voordat u een hostnaam
invoert. Raadpleeg "TCP/IP Setting – TCP/IP Setting" op pagina 4-58 voor meer
informatie.
Login Name Geef de aanmeldingsnaam voor de POP-server op (tot 63 tekens).
Password Voer het wachtwoord in voor het aanmelden op de POP-server (tot 15 tekens).
APOP Authentication Selecteer of de APOP-authenticatie moet worden gebruikt.
MDN Response Selecteer of MDN verzoek moet worden in- of uitgeschakeld.
Connection Timeout Geef de duur op tot er een time-out optreedt van de communicatie met de ser-
ver.
Port Number Voer het poortnummer voor de server in. (Bereik: 1 tot 65535)
Use SSL/TLS en Port No.
(SSL/TLS)
Schakel het selectievakje in om SSL/TLS te gebruiken. Daarnaast kunt u het
poortnummer dat wordt gebruikt, invoeren.
Check for New Messages Selecteer of de server automatisch moet worden gecontroleerd op ontvangen
e-mailberichten. Dit verschijnt wanneer de internetfaxbewerkingen kunnen wor-
den gebruikt.
Polling Interval Geef het polling-interval op. (Bereik: 1 tot 60 minuten) Dit verschijnt als de inter-
netfaxbewerking kan worden gebruikt.