Operation Manual

CS250/CS240/CS231 4-61
Beheerdersprogramma
4
TCP/IP Setting – IPsec
Geef de IPsec-functie op voor gecodeerde verzendingen, zoals het protocol voor sleutelbeheer.
2
Let op
De instellingen voor deze functie zullen niet kunnen worden opgegeven als een ongeldige instelling is
opgegeven voor "IKE", "SA" of "Peer".
Item Omschrijving
IPsec Selecteer of IPsec moet worden gebruikt.
IKE Geef de Internet key exchange-instellingen op.
Voer in hoe lang de sleutel geldig is en selecteer "Group 1" of "Group 2" in de lijst
"Diffie-Hellman Group".
Klik in de IKE-lijst (Internet key exchange) op de knop [Edit] en geef vervolgens het
coderingsalgoritme en het authenticatie-algoritme op.
SA Geef de levensduur op van de sleutel nadat SA is gemaakt.
Klik in de lijst SA (Security Association) op de knop [Edit] en geef vervolgens het be-
veiligingsprotocol, het ESP-coderingsalgoritme, het ESP-authenticatie-algoritme
en het AH-authenticatie-algoritme op.
Peer Geef de peer op.
Klik in de lijst met peers op een knop [Edit] en geef vervolgens de instelling Perfecte
geheimhouding doorsturen, de peer, de vooraf gedeelde toetstekst en de ingekap-
selde modus op.