Operation Manual

CS250/CS240/CS231 4-59
Beheerdersprogramma
4
2
Let op
Om de wijzigingen aan de instellingen toe te passen voor de items die zijn gemarkeerd met een sterretje
(*), start u de machine opnieuw op (uitschakelen en opnieuw inschakelen).
Wanneer de machine wordt uitgeschakeld en opnieuw wordt ingeschakeld, moet u de machine
uitschakelen met de knop [Voeding] (hulpvoeding) voordat u de hoofdvoedingsschakelaar uitschakelt.
Wacht daarnaast minstens 10 seconden om de machine opnieuw in te schakelen na het uitschakelen,
anders zal de machine mogelijk niet correct werken.
IPv6 Selecteer of IPv6 moet worden gebruikt.
Als "ON" is geselecteerd, geeft u de instellingen op voor het volgende.
Auto IPv6 Setting
Global Address
•Prefix Length
Gateway Address
RAW Port Number Schakel het selectievakje in voor de poort die moet worden gebruikt en voer ver-
volgens het poortnummer in. (Bereik: 1 tot 65535)
Dynamic DNS Setting Selecteer of Dynamic DNS al dan niet is ingeschakeld.
Host Name Als Dynamic DNS is ingeschakeld, voer dan de hostnaam in (tot 63 tekens).
DNS Domain Name Setting Selecteer of de DNS-domeinnaam automatisch moet worden opgehaald. Als deze
niet automatisch wordt opgehaald, voert u de domeinnaam onderaan in (tot 253 te-
kens, inclusief de hostnaam).
DNS Server Setting Er kunnen maximum drie DNS-serveradressen worden geregistreerd. (Notatie:
***.***.***.***; Bereik voor ***: 0 tot 255)
Als de machine is ingesteld om IPv6 te gebruiken, kan ook een IPv6-adres worden
opgegeven.
SLP Setting Selecteer of SLP al dan niet is ingeschakeld.
LPD Setting Selecteer of LPD al dan niet is ingeschakeld.
Item Omschrijving